Spring naar inhoud

Jaarrekening

Kengetallen

Verslagjaar ultimo 2021 2020 2019 2018 2017 2016
             
Gegevens woningbezit (in aantal)            
1.     Woningen en woongebouwen            
a.     in exploitatie  5.997   5.945   5.896   5.900   5.769   5.719 
b.    in aanbouw  36   69   125   116   157   50 
Totaal  6.033   6.014   6.021   6.016   5.926   5.769 
             
2. Onroerende goed. geen woningen            
a.     garages  1   1   1   1   3   3 
b.    eenheden verzorgingshuizen 0 0 0 0 0  50 
c.     commerciële ruimten  22   22   20   18   18   18 
d.    kantoren  3   3   3   3   3   3 
e.     overige objecten  1   1   1   1   1   1 
Totaal  6.060   6.041   6.046   6.039   5.951   5.844 
             
Mutaties in het woningbezit            
1.     Aantal opgeleverd  69   89   54   157   73   16 
2.     Aantal aangekocht  1   3   2  0  2   2 
3.     Aantal verkocht  -15   -23   -14   -27   -21   -28 
4.     Aantal gesloopt  -6   -20   -45  0  -4  0
5.     Aantal omgebouwd  3  0 0 0 0  1 
6.     Aantal samengevoegd, correctie   0 0 0 0  1 
Totaal  52   49   -3   130   50   -8 
             
Aantal zelfstandige woningen naar huurprijsklasse exclusief zorg            
a.     goedkoop (kwaliteitsgrens)  1.046   1.046   1.051   1.048   1.040   979 
b.    betaalbaar (tot de liberalisatiegrens)  4.650   4.599   4.502   4.548   4.543   4.584 
c.     duur DAEB (boven de liberalisatiegrens) 0 0  1   2   1   1 
d.    duur niet DAEB > € 737,14  31   30   30   30   31   36 
Totaal  5.727   5.675   5.584   5.628   5.615   5.600 
             
Kwaliteit per woning (in euro’s)            
1.     Planmatig onderhoud  926   904   907   748   716   1.307 
2.     Niet planmatig onderhoud (incl. eigen personeel)  1.006   930   1.044   782   653   668 
Totaal  1.931   1.834   1.951   1.530   1.369   1.975 
             
Prijs / kwaliteitsverhouding            
1.     Gemiddeld aantal punten WWS  167   166   165   163   160   160 
2.     Gemiddelde netto huurprijs  554   551   532   522   513   511 
3.     Gemiddelde puntprijs 3,32 3,31 3,22 3,2 3,21 3,19
             
             
             
             
             

             
             
Verhuur            
1. Mutatie vertrokken huurders 6,9% 5,6% 6,2% 5,8% 6,2% 7,4%
2. Huurachterstand in % jaarhuur 0,7% 0,7% 0,7% 0,8% 0,7% 1,1%
3. Huurderving in % jaarhuur 0,74% 0,75% 0,5% 0,7% 0,5% 0,5%
             
Financiële kengetallen            
Rentedekkingsgraad (ICR) 1,8 1,6 1,6 3,0 3,0 2,4
Loan to value (schuldpositie in % van beleidswaarde 39,0% 42,5% 46,6% 48,3% 50,5% 49,3%
Dekkingsratio (schuldpositie in % van marktwaarde) 31,5% 22,3% 22,3% 23,3% 24,8% 22,0%
Solvabiliteitsratio 58,7% 56,8% 51,8% 44,1% 51,5% 55,6%
             
Aanvullende financiële kengetallen DWS*            
Operationele kasstromen (x € 1.000) 4.463 3.647 3.498 11.329 11.934 9.875
Kasstroom verkopen (x € 1.000) 3.401 4.408 2.608 4.181 3.361 4.228
Factor huuropbrengsten t.o.v. beleidswaarde 12 10 9 8 8 8
Gemiddelde rentevoet leningen in % 2,4% 3,2% 3,4% 3,7% 3,9% 4,0%
*¹ (vóór 2018 de bedrijfswaarde i.p.v. beleidswaarde)            
             
Balans en W&V-rekening (x € 1.000)            
Eigen vermogen 188.538 175.393 165.271 136.751 127.775 126.609
Herwaarderingsreserve 533.154 438.502 408.467 345.460 309.395 359.340
Voorzieningen 8.063 3.263 4.262 22.868 18.511 17.403
Werkkapitaal ‑1.488 ‑30.427 ‑6.778 ‑4.656 ‑8.976 ‑2.557
Huren incl. huurderving 40.918 40.215 38.704 37.239 36.339 36.145
Jaarresultaat voor rente 127.154 45.806 79.791 52.932 ‑42.973 79.082
Rentelasten ‑12.541 ‑5.648 ‑5.695 ‑5.749 ‑5.808 ‑6.442
Belastingen, Vpb. ‑6.818 ‑7.135 ‑10.302 15.280 ‑324 ‑29.304
Jaarresultaat na belastingen 107.795 33.023 63.794 62.463 ‑49.105 43.336
             
Balans en W&V-rekening per eenheid (in euro’s)            
Eigen vermogen 31.112 28.810 27.917 23.080 22.296 22.107
Herwaarderingsreserve 87.979 72.027 68.998 58.305 53.550 62.833
Voorzieningen 1.331 536 720 3.860 1.076 3.039
Werkkapitaal ‑246 ‑4.998 ‑1.145 ‑786 ‑1.567 ‑446
Huren incl. huurderving 6.752 6.606 6.538 6.285 6.345 6.311
Jaarresultaat voor rente 20.983 7.524 13.478 8.934 ‑7.414 13.809
Rentelasten ‑2.069 ‑928 ‑962 ‑970 ‑1.014 ‑1.122
Belastingen, Vpb ‑1.125 ‑1.172 ‑1.740 2.579 ‑60 ‑5.117
Jaarresultaat na belastingen 17.789 5.424 10.776 10.543 ‑8.488 7.570

Balans per 31 december 2021 (vóór resultaatbestemming)

Activa

(x € 1.000,-)

    31-12-2021 31-12-2020
       
1. VASTGOEDBELEGGINGEN    
1.1 DAEB-vastgoed in exploitatie 906.303 777.687
1.2 niet-DAEB vastgoed in exploitatie 8.472 7.739
1.3 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 1.919 1.884
1.4 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 1.198 2.412
    917.892 789.722
       
2. MATERIËLE VASTE ACTIVA    
2.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 2.935 2.742
    2.935 2.742
       
3. FINANCIËLE VASTE ACTIVA    
3.1 Latente belastingvorderingen 804 1.418
    804 1.418
       
4. VOORRADEN    
4.1 Overige voorraden 129 128
    129 128
       
5. VORDERINGEN    
5.1 Huurdebiteuren 251 216
5.2 Overheid 22 0
5.3 Overige vorderingen 52 124
5.4 Overlopende activa 1 16
    326 356
       
6. LIQUIDE MIDDELEN 8.451 7.057
       
       
  TOTAAL ACTIVA 930.537 801.423

Passiva

(x € 1.000,-)

    31-12-2021 31-12-2020
       
7. EIGEN VERMOGEN    
7.1 Herwaarderingsreserves 533.154 438.502
7.2 Overige reserves 80.742 135.235
7.3 Resultaat van het boekjaar 107.796 40.158
    721.692 613.895
       
8. VOORZIENING    
8.1 Voorzieningen onrendabele investeringen 7.599 2.839
8.3 Overige voorzieningen 464 424
    8.063 3.263
       
9. LANGLOPENDE SCHULDEN    
9.1 Schulden aan overheid 7.472 8.468
9.2 Schulden aan kredietinstellingen 178.115 135.813
9.3 Schulden aan banken 2.802 0
9.4 Verplichting uit hoofde van onroerende zaken VOV 1.771 1.775
9.5 Overige langlopende schulden 228 240
    190.388 146.296
       
10. KORTLOPENDE SCHULDEN    
10.1 Schulden aan overheid vj 995 993
10.2 Schulden aan kredietinstellingen vj 4.562 30.198
10.3 Schulden aan leveranciers 1.411 1.245
10.4 Belastingen en sociale verzekering 476 336
10.5 Schulden ter zake van pensioenen 54 62
10.6 Overlopende passiva 2.896 5.135
    10.394 37.969
       
       
  TOTAAL PASSIVA 930.537 801.423

Winst- en verliesrekening over 2021

(x € 1000,-)

    2021 2020
       
11 Huuropbrengsten 40.918 39.903
12 Opbrengsten servicecontracten 869 857
13 Lasten servicecontracten -845 -923
14 Lasten verhuur en beheeractiviteiten -2.108 -1.962
15 Lasten onderhoudsactiviteiten -12.462 -12.108
16 Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -8.081 -7.417
  Netto resultaat exploitatie van vastgoedportefeuille 18.291 18.350
       
17 Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 3.459 4.383
18 Toegerekende organisatiekosten -239 -148
19 Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -2.105 -2.564
  Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 1.115 1.672
       
20 Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -6.561 -3.112
21 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed 118.979 37.689
22 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed VOV 40 33
  Waardeveranderingen vastgoedportefeuille 112.457 34.610
       
23 Overige organisatiekosten -4.328 -1.299
24 Kosten omtrent leefbaarheid -381 -392
       
25 Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten 2 2
26 Rentelasten en soortgelijke kosten -12.543 -5.650
  Saldo financiële baten en lasten -12.541 -5.648
       
  RESULTAAT VOOR BELASTINGEN 114.613 47.293
       
27 Belastingen -6.818 -7.135
       
  RESULTAAT NA BELASTINGEN 107.796 40.158

Kasstroomoverzicht 2021 (directe methode)

( x € 1.000,-)

Direct kasstroomoverzicht x € 1.000 2021 2020
     
Huurontvangsten 41.924 40.604
Ontvangst Rente 2 2
Overige bedrijfsontvangsten 189 84
Totaal ingaande kasstroom 42.115 40.690
     
Personeelsuitgaven -4.604 -4.394
Onderhoudsuitgaven -9.064 -9.001
Overige bedrijfsuitgaven -6.447 -6.022
Rentebetalingen -5.145 -5.730
Verhuurdersheffing -5.124 -4.578
Vennootschapsbelasting -7.268 -7.318
Totaal uitgaande kasstromen -37.652 -37.043
     
KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN 4.463 3.647
     
Materiële vaste activa - ingaande kasstroom    
Verkoopontvangsten bestaande huur, woon- en niet woongelegenheden 3.396 4.391
Verkoopontvangsten grond en overig 5 17
Ontvangsten uit hoofde van vervreemding mva 3.401 4.408
     
Materiële vaste activa - uitgaande kasstroom    
Uitgaven nieuwbouw huur, woon- en niet woongelegenheden -11.473 -13.460
Uitgaven woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden -1.785 -2.185
Uitgaven aankoop woongelegenheden (inclusief VOV) -614 -678
Uitgaven overige investeringen -379 -159
Uitgaven materiele vaste activa -14.251 -16.482
     
KASSTROOM UIT (DES)INVESTERINGEN -10.850 -12.074
     
Opgenomen door WSW geborgde leningen 46.862 16.000
Opgenomen niet door WSW geborgde leningen - -
Aflossing door WSW geborgde leningen -37.999 -3.170
Aflossing niet door WSW geborgde leningen -1.082 -1.082
KASSTROOM UIT FINANCIERING ACTIVITEITEN 7.781 11.748
     
Toename (afname) van geldmiddelen 1.394 3.321
     
Liquide middelen per 1 januari 7.057 3.736
Liquide middelen per 31 december 8.451 7.057
     
MUTATIE LIQUIDE MIDDELEN  1.394  3.321

Toelichting op de balans en winst- en verliesrekening

Algemeen

De Woonschakel is een stichting met de status van ‘toegelaten instelling volkshuisvesting’. Zij heeft specifieke toelating in de regio Noord-Holland Noord (feitelijke kernregio West-Friesland) en is werkzaam binnen de juridische wetgeving van uit de Woningwet en het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting. De statutaire en feitelijke vestigingsplaats is Medemblik. De activiteiten bestaan voornamelijk uit de exploitatie en ontwikkeling van onroerende zaken.

Regelgeving

De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting, de Beleidsregels toepassing Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (‘WNT’), Titel 9 Boek 2 BW, Hoofdstuk 645 van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving en de stellige uitspraken van de overige hoofdstukken van de Richtlijnen voor de Jaar verslaggeving, uitgegeven door de Raad voor de Jaarverslaggeving.

Groepsverhoudingen

De Woonschakel heeft geen groepsverhoudingen.

Verslaggevingsperiode

Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2021, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2021.

Presentatie- en functionele valuta

De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro's, wat tevens de functionele valuta is van de onderneming. Alle financiële informatie in euro's is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal.

Schattingen

Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt het bestuur van De Woonschakel zich verschillende oordelen en maakt schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningpost. 

Schattingswijzigingen

Met ingang van 2021 heeft De Woonschakel de niet-woningen binnen de DAEB-tak full laten taxeren door een externe taxateur. De impact van deze full taxatie heeft een waarde verhogend effect van € 16 mln. ten opzichte van de toepassing van de basisversie.

Stelselwijzigingen

In de jaarrekening 2021 heeft de volgende stelselwijziging plaatsgevonden: de projecten die toezien op grote ingrepen aan bestaand bezit, worden gepresenteerd onder de materiële vaste activa in exploitatie en niet meer onder materiele vaste activa in ontwikkeling. Hiermee is invulling gegeven aan de aanpassing en uitbreiding van RJ 645.212, 217 en 18. Gezien het relatief geringe belang van de wijziging is deze prospectief verwerkt als stelselwijziging.

Grondslagen voor de waardering van activa en passiva

Algemeen

Activa en verplichtingen worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de actuele waarde. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. In de balans, de winst- en verliesrekening en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting. Toelichtingen op de balans, de winst- en verliesrekening en het kasstroomoverzicht worden in de jaarrekening genummerd.
Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

1. Vastgoedbeleggingen

1. Vastgoedbeleggingen

1.1 - 1.2 DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie

Typering

Het DAEB-vastgoed omvat woningen in exploitatie die op het moment van scheiding (2017) met de huurprijs onder de toen geldende liberalisatiegrens bleven (destijds € 710,68), maatschappelijk vastgoed en overig sociaal vastgoed. Maatschappelijk vastgoed is bedrijf onroerend goed dat is verhuurd aan maatschappelijke organisaties, waaronder zorg-, welzijn-, onderwijs en culturele instellingen en dienstverleners en tevens is vermeld op de bijlage zoals deze is opgenomen in de Beschikking van de Europese Commissie d.d. 15 december 2009 aangaande de staatssteun voor toegelaten instellingen. Niet-DAEB-vastgoed omvat woningen boven de liberalisatiegrens op het moment van scheiden en bedrijf onroerend goed (BOG).

kwalificatie

De Woonschakel richt zich op het realiseren van de volkshuisvestelijke taken. Dit betekent dat beleidskeuzes rondom het vastgoed primair worden gemaakt met in acht neming van haar taak als sociale volkshuisvester. Daarnaast worden investeringsbeslissingen mede genomen op basis van een analyse van het financiële rendement. Een beperkt deel van de portefeuille is gealloceerd voor verkoop.

Waarderingsgrondslag

Vastgoed in exploitatie wordt op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet gewaardeerd tegen de marktwaarde in verhuurde staat. De Woonschakel waardeert haar vastgoed in exploitatie bij eerste verwerking tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Daarna vindt waardering plaats tegen de actuele waarde zijnde marktwaarde in verhuurde staat. De waardering tegen marktwaarde in verhuurde staat vindt plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2021’). 

De Woonschakel past voor het volledige bezit de basisversie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde toe, met uitzondering van het bedrijf onroerend goed, zorgvastgoed en maatschappelijk onroerend goed. De huurinkomsten uit dit bezit maakt voor meer dan 5% deel uit van de totale huurinkomsten binnen de DAEB-tak en niet-DAEB-tak. Op basis van de voorschriften uit het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2021’ is dit bezit gewaardeerd op basis van de full-versie, waarbij een onafhankelijke en ter zake kundige taxateur de taxatie heeft uitgevoerd. 

Om de basisversie toe te kunnen passen heeft De Woonschakel een analyse gemaakt van haar bezit en hierbij vastgesteld dat het type en de samenstelling van het bezit past binnen de uitgangspunten en normeringen die de basisversie voorschrijft. Dientengevolge heeft De Woonschakel geconcludeerd dat de toepassing van de basisversie leidt tot een acceptabele uitkomst van de marktwaarde in verhuurde staat voor het geheel van de betreffende complexen en past binnen het getrouwe beeld van het vermogen en resultaat dat de jaarrekening, volgens het verslaggevingsstelsel moet geven.

Winsten of verliezen, ontstaan door een wijziging in de marktwaarde van het vastgoed in exploitatie, worden
verantwoord in de winst-en-verliesrekening onder ‘Niet gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille’ over de periode waarin de wijziging zich voordoet.

Daarnaast wordt ten laste van de resultaatbestemming, hetzij ten laste van de overige reserves, een herwaarderingsreserve gevormd. De herwaarderingsreserve wordt bepaald als het positieve verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat en de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs (zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering) en onder aftrek van (latente) belastingverplichtingen.

Grondslagen voor de bepaling van de beleidswaarde

Corporaties vermelden m.i.v. het jaarverslag 2018 de beleidswaarde in plaats van de bedrijfswaarde in de toelichting van de jaarrekening. In het bestuursverslag wordt een beleidsmatige

beschouwing opgenomen. De beleidswaarde sluit aan op het beleid van De Woonschakel en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. Onder de beleidswaarde wordt verstaan de contante waarde van de aan een actief of samenstel van activa (kasstroom genererende eenheden), toe te rekenen toekomstige kasstromen uitgaande van het beleid van De Woonschakel. De disconteringsvoet is gebaseerd op de marktwaarde in verhuurde staat.

1.3 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

De Woonschakel verkoopt een aantal woningen onder voorwaarden waarbij de koper een contractuele korting van 25% op de reële marktwaarde krijgt. De verwerking van dergelijke transacties hangt af van de contractuele voorwaarden. De Woonschakel onderscheidt hierbij gerealiseerde verkopen, en verkopen welke kwalificeren als een financieringstransactie.

Als gerealiseerde verkoop worden gekwalificeerd:

  • Verkopen waarbij De Woonschakel het recht op terugkoop heeft tegen reële waarde op terugkoopmoment;
  • Verkopen waarbij De Woonschakel een plicht tot terugkoop heeft tegen (verwachte) reële waarde na het verstrijken van een aanzienlijk deel van de geschatte levensduur.

Van deze verkopen wordt het verschil tussen de netto verkoopopbrengst en de boekwaarde op moment van verkoop als resultaat verantwoord onder de post ‘netto gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed VOV’.

Als financieringstransactie worden gekwalificeerd:

  • Verkopen waarbij De Woonschakel een plicht tot terugkoop heeft tegen een vaste prijs, gebaseerd op de verwachte reële waarde op terugkoopmoment. 


Deze als financieringstransactie gekwalificeerde verkopen onder voorwaarden worden als volgt verwerkt. De betreffende onroerende zaken worden direct voorafgaand aan de verkoop gewaardeerd tegen actuele waarde zijnde de met de koper overeengekomen contractprijs. Het verschil met de boekwaarde op dat moment wordt verwerkt:

  • Bij een waardedaling: als een negatieve herwaardering indien en voor zover er voor de betreffende woning(en) op dat moment nog sprake is van een ongerealiseerde waardestijging, en voor het overige als een bijzonder waardeverminderingsverlies;
  • Bij een waardestijging: als een herwaardering indien en voor zover de actuele waarde hoger is dan de boekwaarde op dat moment zou zijn geweest bij toepassing van waardering tegen historische kostprijs minus afschrijvingen en voor een eventueel resterende overige waardestijging als terugname van een bijzonder waardeverminderingsverlies;
  • De woning wordt voor de overeengekomen contractprijs opgenomen onder de Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden; de (nog te) ontvangen contractprijs wordt opgenomen als Verplichtingen uit hoofde van Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden (eerste waardering).

Indien de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar zal plaatsvinden wordt de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord.

1.4 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de eigen exploitatie

Vastgoed in aanbouw of ontwikkeling bestemd voor de eigen exploitatie wordt gewaardeerd tegen verkrijgings- ­of vervaardigingsprijs, dan wel de lagere marktwaarde in verhuurde staat (RJ 645.209).

De marktwaarde in verhuurde staat wordt bepaald met behulp van geprognosticeerde kasstromen op basis van aannames zoals toegelicht onder vastgoed in exploitatie. Indien gerede twijfel bestaat of de reeds bestede kosten terugverdiend kunnen worden, wordt het vastgoed tegen deze lagere marktwaarde gewaardeerd en wordt het nadelig verschil in het resultaat verantwoord onder de post 'overige waardeveranderingen'.

Wanneer per balansdatum sprake is van feitelijke dan wel juridische investeringsverplichtingen inzake DAEB en/of niet-DAEB vastgoed in ontwikkeling, waarbij de geschatte kostprijs van het vastgoed hoger is dan de marktwaarde in verhuurde staat, wordt het verschil eerst in mindering gebracht op de reeds voor het betreffende project bestede kosten en wordt voor het resterende deel een voorziening gevormd voor verlieslatendheid van een contract (voorziening voor onren­dabele investeringen). De afwaardering wordt in het resultaat verantwoord onder de post 'overige waardeveranderingen'.

Bij gereedkomen van vastgoed in ontwikkeling voor de eigen exploitatie vindt overboeking van het gehele saldo plaats naar vastgoed in exploitatie. Bij deze overboeking wordt voor het bepalen van de verkrijgings- of vervaardigings­prijs uitgegaan van de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met waardeverminderingen.

In de jaarrekening wordt naast juridisch afdwingbare verplichtingen tevens rekening gehouden met feitelijke verplichtingen die kunnen worden gekwalificeerd als ‘intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd’. Hiervan is sprake wanneer uitingen namens De Woonschakel zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige herstructureringen en toekomstige nieuwbouwprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces van de corporatie rondom projectontwikkeling en herstructurering. Van een feitelijke verplichting is sprake indien de formalisering definitief is.

2. Materiële vaste activa

2. Materiële vaste activa

2.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

De onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen.

3. Financiële vaste activa

3. Financiële vaste activa

3.1 Latente belastingvorderingen

Latente belastingvorderingen

Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa  volgens fiscale voorschriften enerzijds en de boekwaarden die in deze jaarrekening gevolgd worden anderzijds. De berekening van de latente belastingvorderingen en -verplichtingen geschiedt tegen contante waarde en het geldende vennootschapsbelastingtarief. 

Latente belastingvorderingen uit hoofde van verrekenbare verschillen en beschikbare voorwaartse verliescompensatie worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee verliezen kunnen worden gecompenseerd en verrekening mogelijkheden kunnen worden benut.

Latente belastingen worden verantwoord voor tijdelijke verschillen, tenzij De Woonschakel in staat is het tijdstip van afloop van het tijdelijk verschil te bepalen en het niet waarschijnlijk is dat het tijdelijke verschil in de voorzienbare toekomst zal aflopen.

Bijzondere waardeverminderingen van financiële vaste activa

Ook voor financiële vaste activa, waaronder financiële instrumenten beoordeelt De Woonschakel op iedere balansdatum of er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van een financieel actief of een groep van financiële activa. Bij aanwezigheid van objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen bepaalt De Woonschakel de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waardeverminderingen, en verwerkt dit direct in de winst-en-verliesrekening.

Bij financiële activa die gewaardeerd zijn tegen geamortiseerde kostprijs wordt de omvang van de bijzondere waardevermindering bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de effectieve rentevoet van het financiële actief zoals die is bepaald bij de eerste verwerking van het instrument.

Een eventueel bijzonder waardeverminderingsverlies wordt teruggenomen indien de afname van de waardevermindering verband houdt met een objectieve gebeurtenis na afboeking. De terugname wordt beperkt tot maximaal het bedrag dat nodig is om het actief te waarderen op de geamortiseerde kostprijs op het moment van de terugname, als geen sprake geweest zou zijn van een bijzondere waardevermindering. Het teruggenomen verlies wordt in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

4.1 Overige voorraden

4.1 Overige voorraden

De voorraden grond- en hulpstoffen worden gewaardeerd op verkrijgingsprijzen onder toepassing van de FIFO-methode (first in, first out) of lagere opbrengstwaarde.

5. Vorderingen

5. Vorderingen

Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde. Een voorziening voor oninbaarheid gebaseerd op een statische beoordeling per balansdatum wordt in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.

6. Liquide middelen

6. Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

7. Eigen vermogen

7. Eigen vermogen

7.1 Herwaarderingsreserve

Een herwaarderingsreserve wordt gevormd voor het positieve verschil tussen de marktwaarde van activa en de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. In de herwaarderingsreserve worden de ongerealiseerde waardevermeerderingen van de onroerende zaken in exploitatie opgenomen. Er is sprake van een ongerealiseerde waardevermeerdering indien de marktwaarde van een waarderingscomplex op balansdatum hoger is dan de aanschafwaarde op basis van de verkrijgingsprijs- of vervaardigingsprijs.

Indien op een waarderingscomplex in het verleden een waardevermindering is verantwoord, dan wordt pas een herwaarderingsreserve gevormd voor het betreffende complex voor zover de marktwaarde hoger is dan de aanschafwaarde op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs. 

Het gerealiseerde deel van de herwaarderingsreserve van op marktwaarde gewaardeerde onroerende zaken in exploitatie wordt rechtstreeks ten gunste van de overige reserves verantwoord. Aangezien de waardevermeerdering van de onroerende zaken in exploitatie reeds ten gunste van de winst- en verliesrekening is gebracht – en in verband hiermee een herwaarderingsreserve is gevormd – is verwerking van de daaropvolgende realisatie niet ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht.

Er is afgezien van het opnemen van een overzicht van het totaalresultaat over 2021 aangezien er geen rechtstreekse vermogensmutaties hebben plaatsgevonden.

8. Voorzieningen

8. Voorzieningen

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen en verliezen die op balansdatum bestaan waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de hoogte redelijkerwijs kan worden geschat. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld.

Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt, en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting, dan wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen.

8.1 Voorziening onrendabele investeringen

Wanneer per balansdatum sprake is van feitelijke dan wel juridische investeringsverplichtingen inzake DAEB en/of niet-DAEB vastgoed in ontwikkeling, waarbij de geschatte kostprijs van het vastgoed hoger is dan de aan de investeringsverplichting toe te rekenen marktwaarde, wordt het verschil eerst in mindering gebracht op de reeds voor het betreffende project bestede kosten en wordt voor het resterende deel een voorziening gevormd voor onrendabele investeringen.

8.2 Voorziening latente belastingverplichting

Latente belastingverplichtingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de passiva volgens fiscale voorschriften enerzijds en de boekwaarden die in deze jaarrekening gevolgd worden anderzijds. De berekening van de latente belastingvorderingen en -verplichtingen geschiedt tegen de belastingtarieven die op het einde van het verslagjaar gelden of tegen de tarieven die in de komende jaren gelden, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld.

Belastinglatenties worden gewaardeerd op basis van contante waarde.

Voorziening pensioenen

De Woonschakel heeft één pensioenregeling namelijk de pensioenregeling van het bedrijfstakpensioenfonds voor de Woningcorporaties. 

De Woonschakel heeft voor haar werknemers een toegezegde pensioenregeling. Hiervoor in aanmerking komende werknemers bouwen jaarlijks een pensioenrecht op over het loon van dat jaar (middelloonregeling). De verplichtingen, welke voortvloeien uit deze rechten van haar personeel, zijn ondergebracht bij de Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW). De Woonschakel betaalt hiervoor de premies van het werkgeversdeel. 

De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar financiële verplichtingen) dit toelaat. Naar de stand van ultimo boekjaar is de dekkingsgraad van het pensioenfonds 126,0%. In 2021 dient het pensioenfonds een dekkingsgraad van minimaal 105% te hebben. Het pensioenfonds voldoet hieraan en voorziet geen noodzaak voor de aangesloten instellingen om extra stortingen te verrichten. De Woonschakel heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij SPW, anders dan het effect van hogere toekomstige premies.

Op de Nederlandse pensioenregelingen zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing en worden op verplichte, contractuele of vrijwillige basis premies aan pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen betaald door De Woonschakel. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terug storting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.

Voor bestaande verplichtingen (anders dan de te betalen premies) jegens de pensioenuitvoerder en/of werknemers wordt een voorziening opgenomen. Dit betreft dan een voorziening voor:

  • de verplichting van De Woonschakel tot het verrichten van extra betalingen of herstelpremies als gevolg van een lage dekkingsgraad van het pensioenfonds;
  • onvoorwaardelijke nog niet gefinancierde indexaties.

Daarnaast neemt De Woonschakel in voorkomend geval een vordering op voor:

  • toegezegde restituties als gevolg van een hoge dekkingsgraad van het pensioenfonds;
  • over rente of winstdeling die overeenkomstig de bepalingen in een verzekeringscontract beschikbaar komen voor De Woonschakel.

Deze pensioenvoorzieningen worden op basis van de beste schatting gewaardeerd. Hierbij is de verplichting gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichting af te wikkelen. Als disconteringsvoet voor de contant making wordt de rekenrente in de bedrijfswaarde van De Woonschakel gehanteerd.

Indien de periode waarover de uitgaven contant worden gemaakt niet langer is dan een jaar, is de verplichting niet tegen de contante waarde opgenomen. Toevoegingen aan en vrijval van pensioenvoorzieningen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht.

8.3 Overige voorzieningen

De overige voorzieningen worden opgenomen tegen de voor de afwikkeling van de voorziening naar verwachting noodzakelijke uitgaven. Deze uitgaven zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, tenzij anders is aangegeven. De stichting onderkent de volgende overige voorzieningen:

  • Jubilea. Deze wordt opgenomen tegen de contante waarde van de verwachte uitkeringen gedurende het dienstverband. Bij de berekening van de voorziening wordt onder meer rekening gehouden met verwachte salarisstijgingen en de blijf kans. Als disconteringsvoet voor het contant maken wordt de rekenrente van 2,00% gehanteerd.
  • Loopbaanontwikkeling. Dit betreft de nominale waarde van het volgens de CAO Woondiensten aan de medewerkers beschikbaar gestelde en nog niet opgenomen loopbaanontwikkelingsbudget.

9. Langlopende schulden

9. Langlopende schulden

9.1-9.2 Schulden aan overheid en kredietinstellingen

Langlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde.  Een eventueel verschil tussen het ontvangen bedrag en de reële waarde van de lening wordt verantwoord op basis van de bij die transactie horende economische werkelijkheid. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten.

Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt op basis van de effectieve rente gedurende de geschatte looptijd van de schulden in de winst-en-verliesrekening als interestlast verwerkt.

De aflossingsverplichting van de langlopende schulden voor het komende jaar is opgenomen onder de kortlopende schulden.

9.3 Terkoopverplichting verkoop onder voorwaarden

In het kader van de verkoop van woningen onder voorwaarden heeft de corporatie een terugkoopverplichting die mede afhankelijk is van de ontwikkeling van de waarde van de woningen in het economisch verkeer en de specifieke contractuele voorwaarden. De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd. Indien de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar zal plaatsvinden is de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord.

10. Kortlopende schulden

10. Kortlopende schulden

Kortlopende schulden worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde.

Grondslagen voor de bepaling van het resultaat

Algemeen

Het resultaat wordt bepaald als verschil tussen de opbrengstwaarde van de geleverde prestaties en de kosten en andere lasten over het jaar. De resultaten op transacties worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd; verliezen reeds zodra zij voorzienbaar zijn. Het resultaat wordt tevens bepaald met inachtneming van de verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen van op marktwaarde gewaardeerde materiële vaste activa.

De winst- en verliesrekening wordt verantwoord op basis van de functionele indeling. Omdat De Woonschakel naast verhuuractiviteiten, tevens activiteiten verricht op het gebied van ontwikkeling van vastgoed en verkoop van delen van de vastgoedportefeuille, geeft de functionele indeling de gebruiker van de jaarrekening een beter inzicht van het resultaat per activiteit.

In de functionele winst- en verliesrekening zijn alle opbrengsten direct toe te rekenen aan de activiteiten van De Woonschakel. Bij de kosten is er een onderscheid tussen de direct toerekenbare kosten en de indirecte kosten. De direct toerekenbare kosten worden bij het betreffende onderdeel verantwoord. De toerekening van de indirecte kosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst- en verliesrekening gebeurt op basis van verdeelsleutels. De gehanteerde verdeelsleutels worden toegelicht.

Opbrengstverantwoording algemeen

Opbrengsten uit de levering van goederen worden verwerkt zodra alle belangrijke rechten en risico’s met betrekking tot de eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper.
Opbrengsten uit de levering van diensten geschieden naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten.

11. Huuropbrengsten

11. Huuropbrengsten

De jaarlijkse huurverhoging is van overheidswege gebonden. In 2021 is de huuraanpassing voor woningen per 1 juli 2021 op maximaal 0% bepaald. Zakelijke contracten voor kantoorruimten etc. zijn aangepast conform de reguliere index. De opbrengsten uit hoofde van huur worden aangemerkt als zijnde gerealiseerd in het jaar van opeisbaarheid daar bij tussentijdse beëindiging van het huurcontract geen terugbetalingsverplichting geldt.

12-13 Opbrengsten en kosten servicecontracten

12-13 Opbrengsten en kosten servicecontracten

Dit betreffen ontvangen bedragen van huurders en bewoners ter dekking van te maken en gemaakte servicekosten. Jaarlijks vindt verrekening plaats op basis van de daadwerkelijke bestedingen. De kosten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten.

14. Lasten verhuur en beheeractiviteiten

14. Lasten verhuur en beheeractiviteiten

Hier worden de directe en indirecte kosten verantwoord die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten. Hierbij kan worden gedacht aan:
lonen en salarissen voor personeel dat primair bezig is met de exploitatie van het vastgoed, huisvestingskosten en algemene kosten dat toerekenbaar is aan de activiteit.

De systematiek van toerekening is toegelicht onder "TOEREKENING BATEN EN LASTEN".

15. Lasten onderhoudsactiviteiten

15. Lasten onderhoudsactiviteiten

Aan deze post worden de lasten toegerekend die betrekking hebben op de onderhoudslasten. Dit betreffen naast onderhoudslasten ook personeelslasten en overige bedrijfslasten. De systematiek van toerekening is toegelicht onder "Toerekening baten en lasten". Reeds aangegane verplichtingen waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum worden verwerkt onder de niet uit de balans blijkende verplichtingen. Onder onderhoudslasten worden alle direct aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud verantwoord. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden.

Voor het bepalen van de onderhoudslast is reeds rekening gehouden met de nieuwe definities van onderhoud en verbetering die op 4 juli 2019 gepubliceerd zijn door het ministerie van Binnenlandse Zaken, de Autoriteit woningcorporaties en WSW.

16. Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

16. Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

Aan deze post worden de directe lasten met betrekking tot de exploitatie van het bezit toegerekend die geen betrekking hebben op de verhuur- en beheeractiviteiten of onderhoudsactiviteiten. Gedacht kan worden aan: belastingen en heffingen.

17-19 Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

17-19 Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

De post netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille betreft het saldo van de behaalde verkoopopbrengst minus de boekwaarde van het bestaand bezit en de toegerekende organisatiekosten. Opbrengsten worden verantwoord op het moment van levering (passeren transportakte).

20. Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

20. Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Dit betreffen waardeverminderingen, en eventuele terugname hiervan, die gedurende het verslagjaar zijn ontstaan vanuit nieuw aangegane juridische en feitelijke verplichtingen met betrekking tot investeringen in nieuwbouw. Ook waardeveranderingen als gevolg van sloop en projecten die geen doorgang vinden worden onder deze categorie verantwoord.

21. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed

21. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed

De onder deze post verantwoorde bedragen hebben betrekking op boekingen uit hoofde van waardeverandering. (Mutaties in) waardeveranderingen ontstaan door een jaarlijkse toets van de marktwaarde ultimo boekjaar ten opzichte van de marktwaarde ultimo voorgaand jaar.

22. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed vov

22. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed vov

Dit betreft de jaarlijkse mutatie van de actuele waarde van de woningen verkocht onder voorwaarden. Dit betreft zowel de waardeverandering van de post “onroerende zaken verkocht onder voorwaarden” als de post “verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden”.

23. Overige organisatiekosten

23. Overige organisatiekosten

Dit betreffen de kosten die niet aan reguliere bedrijfsactiviteiten toegerekend kunnen worden middels de systematiek toegelicht in "TOEREKENING BATEN EN LASTEN”.

24. Kosten omtrent leefbaarheid

24. Kosten omtrent leefbaarheid

De hieronder verantwoorde kosten betreffen kosten van fysieke ingrepen niet zijnde investeringen en uitgaven voor activiteiten in de omgeving van woongelegenheden van De Woonschakel, die de leefbaarheid in buurten en wijken ten goede moeten komen.

25-26. Rentebaten en rentelasten

25-26. Rentebaten en rentelasten

Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen die als onderdeel van de berekening van de effectieve rente worden meegenomen.

27. Belastingen

27. Belastingen

De Woonschakel is integraal belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Corporaties zijn verplicht over hun integrale activiteiten vennootschapsbelasting te betalen. Eén en ander is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst (VSO). In deze VSO zijn specifieke bepalingen opgenomen met betrekking tot de waardering van posten op de fiscale openingsbalans en de wijze van resultaatneming.

De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de winst-en-verliesrekening, rekening houdend met beschikbare fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten. Tevens wordt, indien van toepassing, rekening gehouden met wijzigingen die optreden in de latente belastingvorderingen en latente belastingschulden uit hoofde van wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.

Toerekening baten en lasten

Om tot de functionele indeling van de winst- en verliesrekening te komen wordt gebruik gemaakt van een kosten verdeelstaat. Hierbij worden de personeelslasten verdeeld op basis van de werkelijke activiteiten van werknemers. De overige bedrijfskosten worden verdeeld door een verdeelsleutel te hanteren op basis van het aantal fte's op basis van de activiteiten van de medewerkers.

In de toelichting op de resultatenrekening is inzichtelijk gemaakt hoe de kosten verdeeld worden over de activiteiten.

Grondslagen voor de opstelling van het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de directe methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit liquide middelen. 

Het kasstroomoverzicht wordt ingedeeld in drie verschillende activiteitencategorieën:

  • kasstromen uit operationele activiteiten;
  • kasstromen uit investeringsactiviteiten en;
  • kasstromen uit financieringsactiviteiten.

Voor een goed inzicht worden de bruto kasstromen opgenomen. Dit houdt in dat de ontvangsten en uitgaven afzonderlijk worden vermeld en dus niet worden gesaldeerd. Deze worden per groep van transacties en gebeurtenissen afzonderlijk weergegeven.

Toelichting op de balans

(X € 1.000,-)

1. VASTGOEDBELEGGINGEN 31-12-2021 31-12-2020
     
1.1 DAEB-vastgoed in exploitatie    
Woningen en woongebouwen in exploitatie 856.679 741.950
Onroerende goederen niet zijnde woningen 49.624 35.736
  906.304 777.687
     
1.2 Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie    
Woningen en woongebouwen in exploitatie 7.495 6.701
Onroerende goederen niet zijnde woningen 977 1.039
  8.472 7.739
     
1.3 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden    
Woonschakelkoop 1.919 1.884
  1.919 1.884
     
1.4 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie    
Bruto vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 2.469 7.109
Saldering van voorziening -1.271 -4.697
Netto vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 1.198 2.412
     
     
TOTAAL VASTGOEDBELEGGINGEN 917.892 789.722

De WOZ-waarde van het bezit bedraagt ultimo 2020 € 1.006 mln. (2019: 912 mln.). 

  • De som van de herwaardering van de onroerende zaken in exploitatie ultimo balansdatum bedraagt € 438,5 mln.  (2019: € 408,5,5 mln.)
  •  In de DAEB-vastgoed in exploitatie en niet-DAEB vastgoed in exploitatie zijn 313 woningen geoormerkt voor de verkoop. Echter, de woningen staan nog niet leeg op balansdatum.
  • De activa zijn verzekerd tegen aanschaf- c.q. voortbrengingskosten. Jaarlijks wordt de verzekerde waarde aangepast aan het indexcijfer voor nieuwbouwwoningen zoals dit door de CBS wordt berekend.
  • In het boekjaar werd ter zake van onroerende zaken in ontwikkeling geen bouwrente geactiveerd. 

1. Verloopoverzicht mva in exploitatie en ontwikkeling

(x € 1.000,-)

  DAEB VASTGOED IN EXPLOITATIE NIET-DAEB VASTGOED IN EXPLOITATIE VASTGOED IN ONTWIKKELING BESTEMD VOOR DE EXPLOITATIE
       
Stand per 1 januari      
Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs 376.478 5.944 8.000
Cumulatieve herwaarderingen/waardeverminderingen 401.208 1.795 -5.588
Boekwaarde 777.687 7.739 2.412
       
Mutaties      
Investeringen 1.720 - 11.156
Aankopen - 253 -
Desinvesteringen -626 - -
Desinvesteringen marktwaarde -1.478 - -
Waardevermeerderingen en -verminderingen 113.630 479 -
Overboekingen opgeleverde nieuwbouw 15.858 - -15.858
Overboekingen van en naar verkopen onder voorwaarden 184 - -
Overboekingen naar mva in ontwikkeling aanschafwaarde -326 - 326
Overboekingen naar mva in ontwikkeling marktwaarde -347 - 347
Overige mutaties aanschafwaarde - - -
Overige mutaties marktwaarde - - -
Overige waardeveranderingen en terugneming daarvan - - 2.815
  112.614 986 -1.212
       
Stand per 31 december      
Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs 393.287 6.197 3.626
Cumulatieve herwaarderingen/waardeverminderingen 513.015 2.275 -2.428
       
BOEKWAARDE 906.304 8.472 1.198

De mutaties in het bezit bestaan uit de oplevering van 69 nieuwbouwwoningen, renovatieoplevering van 34 woningen, de aankoop van 2 woningen en een transformatie van twee woningen waarbij één woning is opgeleverd met een zorgbestemming. Wij hebben 15 woningen verkocht uit de verkoopvijver en 6 woningen gesloopt voor sloop vervangende nieuwbouw. De waardemutatie bedraagt € 98 mln. en vanuit onderhoud is € 1,7 mln. geïnvesteerd voor duurzaamheid en renovatie. Voor vastgoed in ontwikkeling is ruim € 11 mln. geïnvesteerd in voornamelijk termijnfacturen en er zijn 69 nieuwbouwwoningen en 34 renovatiewoningen overgeboekt naar mva in exploitatie. In totaal zijn 36 woningen in aanbouw op balansdatum en worden voorbereidingen getroffen voor de renovatie van 74 woningen.
 

Grondslagen voor marktwaarde

Waarderingsgrondslag

Vastgoed in exploitatie wordt op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet gewaardeerd tegen de marktwaarde in verhuurde staat. De Woonschakel waardeert haar vastgoed in exploitatie bij eerste verwerking tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Daarna vindt waardering plaats tegen de actuele waarde zijnde marktwaarde in verhuurde staat. De waardering tegen marktwaarde in verhuurde staat vindt plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2021’). 

De Woonschakel past voor het volledige bezit de basisversie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde toe, met uitzondering van het bedrijf onroerend goed, zorgvastgoed en maatschappelijk vastgoed. De huurinkomsten van dit bezit maakt voor meer dan 5% deel uit van de totale huuropbrengsten binnen de DAEB-tak of niet-DAEB-tak. Op basis van de voorschriften uit het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2021’ dient dit te worden gewaardeerd op basis van de full-versie, waarbij een onafhankelijke en ter zake kundige taxateur de taxatie heeft uitgevoerd. 

Om de basisversie toe te kunnen passen heeft De Woonschakel een analyse gemaakt van haar bezit en hierbij vastgesteld dat het type en de samenstelling van het bezit past binnen de uitgangspunten en normeringen die de basisversie voorschrijft. Dientengevolge heeft De Woonschakel geconcludeerd dat de toepassing van de basisversie leidt tot een acceptabele uitkomst van de marktwaarde in verhuurde staat voor het geheel van de betreffende complexen en past binnen het getrouwe beeld van het vermogen en resultaat dat de jaarrekening, volgens het verslaggevingsstelsel moet geven.

Jaarlijks vindt in de zomer na afloop van het jaarrekeningtraject een validatie van de basisversie plaats. Daarbij wordt door vergelijking met de full-versie achteraf aangegeven of de basisversie een marktwaarde uitkomst heeft gegeven die binnen acceptabele bandbreedte van de full-versie uitkomst ligt. Dit vormt input om de basisversie eventueel aan te passen. Deze inzichten zijn vanzelfsprekend nog niet bekend en niet meegenomen bij de totstandkoming van deze jaarrekening.

Uitgangspunten

Uitgangspunten voor woongelegenheden

Complexindeling

Overeenkomstig het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde vindt waardering op waarderings- complexniveau plaats. Elk waarderingscomplex bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type eenheid, bouwjaar en locatie. Alle verhuureenheden van De Woonschakel maken deel uit van een waarderingscomplex of vormen een afzonderlijk waarderingscomplex.

Waarderingsmethode

De marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie is gebaseerd op een modelmatige, op kasstromen gebaseerde methodiek. De basiskenmerken van de methodiek zijn als volgt:

  • het rekenmodel maakt gebruik van een Netto Contante Waardeberekening (NCW), ook wel Discounted Cash Flow (DCF) genaamd. Dit betekent dat voor een periode van 15 jaar de inkomsten en uitgaven betrouwbaar worden geschat en dat deze aan de hand van een disconteringsvoet “contant” worden gemaakt naar het heden. Daarnaast wordt een eindwaarde bepaald na afloop van de DCF-periode van 15 jaar (de zogenaamde exit yield).
  • toepassing van de basisversie kenmerkt zich door het feit dat een marktwaarde in verhuurde staat op complexniveau wordt bepaald, maar waarbij op portefeuille niveau (totaal van alle complexen) de uitwerking leidt tot een acceptabele uitkomst van de marktwaarde in verhuurde staat voor het geheel van de betreffende complexen en past binnen het beeld van het vermogen en resultaat dat de jaarrekening moet geven;
  • voor woningen die blijvend gereguleerd zijn (tot en met 142 WWS punten) geldt een verplichting de woning minimaal 7 jaar te exploiteren tegen de geldende sociale huur alvorens te mogen uitponden. 
  • in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen is er geen taxateur betrokken geweest bij de bepaling en toetsing van de marktwaarde in verhuurde staat van de woningen, de parkeervoorzieningen en het maatschappelijk onroerend goed.
  • binnen de toepassing van de basisversie is het niet mogelijk om vrijheidsgraden te gebruiken. Dit betekent dat de parameters zoals deze opgenomen zijn in het handboek integraal gevolgd zijn.

Het inschatten van kosten en opbrengsten wordt gedaan aan de hand van twee scenario’s: doorexploitatie en uitponden. Bij doorexploitatie is de veronderstelling dat het volledige complex in bezit blijft gedurende de volledige DCF-periode. Het inrekenen van de markthuur geschiedt bij mutatie. Bij uitponden is de veronderstelling dat bij mutatie tot verkoop van individuele woningen wordt overgegaan. Per complex wordt uiteindelijk het scenario met de hoogste uitkomst gelijkgesteld aan het begrip “marktwaarde verhuurde staat”, zijnde de actuele waarde waartegen de waardering van het vastgoed plaats vindt. In sommige gevallen is er sprake van een juridische beperking en mag het onroerend goed niet worden verkocht. Daarnaast zullen niet-zelfstandige eenheden in de praktijk niet één voor één uitgepond worden. In deze gevallen wordt het scenario doorexploitatie gebruikt voor het bepalen van de marktwaarde.

Het inschatten van de kosten en opbrengsten wordt op basis van een marktconform uitgangspunt gedaan. De volgende parameters worden hierbij gehanteerd:

  • prijsinflatie: ten behoeve van de jaarlijkse indexatie van de ingerekende contract huur, de markthuur, de maximale huur en de liberalisatiegrens, belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten;
  • loonstijging: als uitgangspunt voor de stijging van de beheerskosten;
  • bouwkostenstijging: vormt het uitgangspunt voor de stijging van de onderhoudskosten, de verkoopkosten en de verouderingskosten;
  • leegwaardestijging: is de basis voor de stijging van de verkoopopbrengst in het uitpondscenario.

De Woonschakel heeft de in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2021 voorgeschreven parameters en uitgangspunten toegepast voor de volledige portefeuille vastgoed in exploitatie.

Grondslagen voor de beleidswaarde

Toelichting bij activa in exploitatie of eigen vermogen: beleidsmatige beschouwing op het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie

Per 31 december 2021 is in totaal € 533,2 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in de overige reserves begrepen (2020: € 438,5 miljoen) uit hoofde van de waardering van het vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde in verhuurde staat. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.

De realisatie van deze ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van De Woonschakel. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Daarnaast wordt bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerlasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie.

Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde (en daarmee van het eigen vermogen) in de toekomst gaat worden gerealiseerd.

Het bestuur van De Woonschakel heeft een inschatting gemaakt van het gedeelte van het eigen vermogen dat bij ongewijzigd beleid niet of eerst op zeer lange termijn realiseerbaar is. Deze schatting ligt in lijn met het verschil tussen de beleidswaarde van het DAEB-bezit in exploitatie en de marktwaarde in verhuurde staat van dit bezit en bedraagt circa € 425,1 miljoen. Het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde ultimo 2021 bestaat uit de volgende onderdelen:

(x € 1.000,-)

BELEIDSWAARDE 2021 2020
     
Marktwaarde per 31-12 914.774 785.426
     
Afslag wegens beschikbaarheid (doorexploiteren) -39.828 -40.761
Afslag wegens betaalbaarheid (beleidshuur) -297.357 -294.713
Afslag wegens kwaliteit (onderhoud) -76.313 -22.233
Afslag wegens beheer -11.586 -9.748
     
Beleidswaarde per 31-12 489.690 417.971

Toelichting bij activa en exploitatie

Sensitiviteitsanalyse

Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de voornaamste uitgangspunten (gemiddeld per eenheid teruggerekend) als volgt:

UITGANGSPUNT 2021
   
Streefhuur per maand € 600 
Lasten onderhoud per jaar € 2.034 
Lasten beheer per jaar € 829 

Om een beeld te geven bij de gevoeligheid van de beleidswaarde is middels drie variabelen in beeld gebracht welk effect dit veroorzaakt op de beleidswaarde. De beleidswaarde kan worden beïnvloed door een aanpassing in het beleid van De Woonschakel, bijvoorbeeld door gemiddeld een hogere huurprijs te vragen of door het uitbreiden van de onderhoudsactiviteiten. Naast een wijziging in beleidsuitgangspunten is een aanpassing in de onderliggende definities ook mogelijk. 
 

(X € 1.000,-)

EFFECT OP DE BELEIDSWAARDE MUTATIE T.O.V. BASIS EFFECT OP BELEIDSWAARDE
     
Streefhuur per maand* € 25 per eenheid hoger 26.291
Lasten onderhoud per jaar € 100 per eenheid hoger -17.570
Lasten beheer per jaar € 75 per eenheid hoger -13.041
Disconteringsvoet 0,5% hoger -43.788

(X € 1.000,-)

1.3 ONROERENDE ZAKEN VERKOCHT ONDER VOORWAARDEN 31-12-2021 31-12-2020
     
Stand per 1 januari    
Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs 1.294 1.717
Cumulatieve herwaarderingen 590 396
  1.884 2.213
     
Woningen teruggekocht onder voorwaarden -160 -422
Mutatie herwaardering 195 194
  35 -229
     
Stand per 31 december    
Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs 1.134 1.294
Cumulatieve herwaarderingen 785 590
     
Boekwaarde 1.919 1.884

Alle contracten inzake verkoop onder voorwaarden zijn gebaseerd op het principe waarbij sprake is van verleende kortingen op de marktwaarde van 25%. In de post onroerende zaken verkocht onder voorwaarden zijn totaal 11 verhuureenheden opgenomen (2020: 12). Bij terugkopen van de woningen heeft De Woonschakel het beleid om ze terug te nemen in exploitatie dan wel te verkopen in de vrije markt. De verkoop gebeurt alleen als er in het complex al eerder is verkocht. 

(x € 1.000)

2.1 VERLOOPOVERZICHT ONROERENDE EN ROERENDE ZAKEN TEN DIENSTE VAN DE EXPLOTIATIE
   
Stand per 1 januari  
Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs 13.046
Cumulatieve herwaarderingen/bijzondere waardeverminderingen -3.634
Cumulatieve afschrijvingen -6.670
Boekwaarde 2.742
   
Mutaties  
Investeringen 422
Desinvesteringen aanschafwaarde -28
Desinvesteringen waardeverminderingen -14
Desinvesteringen afschrijvingen 28
Afschrijvingen -215
  193
   
Stand per 31 december  
Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs 13.440
Cumulatieve herwaarderingen/bijzondere waardeverminderingen -3.620
Cumulatieve afschrijvingen -6.885
   
BOEKWAARDE 2.935

De investeringen bestaan uit een verbouwing van de begane grond, herinrichting van de parkeervoorzieningen en daarbij zijn ze gereed gemaakt voor elektrische auto’s. 

De afschrijvingen worden lineair berekend op basis van de geschatte economische levensduur. Op grond wordt niet afgeschreven. De levensduren van de overige materiële vaste activa ten dienste van eigen exploitatie zijn als volgt:

  • Bedrijfsgebouwen: 30-40 jaar
  • Verbouwingen: 10-25 jaar
  • Installaties: 5-25 jaar
  • Inventaris en automatisering: 5-3 jaar
  • Vervoermiddelen: 5-13 jaar
  • Grond: Geen
3.1 LATENTE BELASTINGVORDERING 31-12-2021 31-12-2020
     
Stand per 1 januari 1.418 751
Mutatie boekjaar -614 667
  804 1.418
     
Verkoop onder voorwaarden    
Fiscale waardering 303 332
Commerciele waardering 1.985 1.884
Verschil 1.682 1.552
Verschil contant gemaakt 1.530 1.359
Volgens geldend tarief 25% 343 296
     
Leningen    
Fiscale waardering 792 2.162
Commerciele waardering - -
Verschil 792 2.162
Verschil contant gemaakt 697 1.886
Volgens geldend tarief 25% 180 463
     
ATAD    
Fiscale waardering - 2.698
Commerciele waardering - -
Verschil - 2.698
Verschil contant gemaakt - 2.635
Volgens geldend tarief 25% - 659
     
Vestia agio    
Fiscale waardering 1.401 -
Commerciele waardering - -
Verschil 1.401 -
Verschil contant gemaakt 1.375 -
Volgens geldend tarief 25% 281 -
     
TOTAAL 804 1.418

De actieve belastinglatentie is bij de leningen gedaald door herfinanciering. Oude leningen zijn geherfinancierd en daarmee is de fiscale agio vervallen. Een deel van de niet afgetrokken rente is in het fiscale jaar 2020 alsnog ingebracht door vrijval van de voorziening groot onderhoud. Derhalve is de latentie geslonken. Doordat de ATAD grens naar 20% gaat is het niet de verwachting dat wij in de toekomst de rente alsnog kunnen opvoeren en derhalve is de latentie nihil.

(X € 1.000,-)

4.1 OVERIGE VOORRADEN 31-12-2021 31-12-2020
     
Stand per 1 januari 128 142
Inkopen 394 337
Verbruik -393 -351
  129 128
     
TOTAAL 129 128

(X € 1.000,-)

5.1 HUURDEBITEUREN 31-12-2021 31-12-2020
     
Huurdebiteuren 283 259
Af: voorziening wegens mogelijke oninbaarheid -32 -43
     
TOTAAL 251 216
     
VOORZIENING DUBIEUZE DEBITEUREN 2021 2020
     
Voorziening per 1 januari 43 44
     
Mutatie -11 -1
     
Voorziening per 31 december 32 43

(X € 1000,-)

5.2 VORDERINGEN OVERHEID 31-12-2021 31-12-2020
     
Vordering op de gemeente 22 -
     
TOTAAL 22 -

(X € 1000,-)

5.3 OVERIGE VORDERINGEN 31-12-2021 31-12-2020
     
Nog te ontvangen serviceopbrengsten 1 6
Overige vorderingen 51 118
     
TOTAAL 52 124

(x € 1.000,-)

5.4 OVERLOPENDE ACTIVA 31-12-2021 31-12-2020
     
Vooruitbetaalde verzekeringspremie 1 16
     
TOTAAL 1 16

(X € 1000,-)

6. LIQUIDE MIDDELEN 31-12-2021 31-12-2020
     
Kas 2 2
Rekening courant 3.989 2.575
Deposito's 4.460 4.480
     
TOTAAL 8.451 7.057

De liquide middelen staan vrij ter beschikking. De kas is begin 2022 beëindigd. 

(X € 1000,-)

7. EIGEN VERMOGEN 31-12-2021 31-12-2020
     
Stand eigen vermogen 1 januari 613.896 573.738
     
Resultaat boekjaar 107.796 40.158
     
STAND EIGEN VERMOGEN 31 DECEMBER 721.691 613.896
     
Overige reserves    
     
Stand overige reserves 1 januari 135.235 91.168
     
Uit resultaatbestemming voorgaand jaar 40.158 74.103
Toename afname ten laste/gunste herwaarderingsreserve -94.650 -30.036
     
     
STAND OVERIGE RESERVES 31 DECEMBER 80.743 135.235
     
Herwaarderingsreserve    
     
Boekwaarde per 1 januari 438.502 408.467
Realisatie uit hoofde van verkoop -1.556 -1.737
Realisatie uit hoofde van sloop -345 -1.391
Toename uit hoofde van stijging van de marktwaarde 101.418 36.132
Afname uit hoofde van daling van de marktwaarde -4.865 -2.970
     
     
STAND HERWAARDERINGSRESERVE 31 DECEMBER 533.154 438.502

Herwaarderingsreserve

De herwaarderingsreserve wordt bepaald op complexniveau op basis van het verschil in de boekwaarde van het vastgoed in exploitatie op basis van marktwaarde ten opzichte van de boekwaarde van het vastgoed in exploitatie op basis van historische kosten. Hierbij wordt bij de bepaling van de boekwaarde op basis van historische kosten geen rekening gehouden met afschrijvingen en waardeverminderingen.

(X € 1000,-)

8. VOORZIENINGEN 31-12-2021 31-12-2020
     
8.1 Voorziening onrendabele investeringen/herstructureringen 2.839 3.910
     
Mutaties    
Bij: Saldering opheffen 4.697 9.049
Bij: Dotatie in het boekjaar 7.454 3.659
Af: Opgeleverde nieuwbouw -5.579 -8.762
Af: Ontwikkeling marktwaarde -540 -321
Af: Saldering met mva in ontwikkeling -1.272 -4.697
     
     
VOORZIENINGEN ONRENDABELE INVESTERINGEN PER 31 DECEMBER 7.599 2.839

De voorziening onrendabel wordt gevormd voor het verschil in marktwaarde in verhuurde staat en de stichtingskosten. De stichtingskosten zijn hoger waardoor een deel van het project niet wordt terugverdiend over de exploitatieperiode. Voordat deel wordt een voorziening gevormd. Als er al uitgaven voor het project zijn gedaan, wordt de voorziening geheel of gedeeltelijk gesaldeerd naar de materiële vaste activa in ontwikkeling.

(X € 1000,-)

8.3 OVERIGE VOORZIENINGEN 31-12-2021 31-12-2020
     
Loopbaanontwikkeling 218 206
Bij: Dotatie 33 32
Af: Vrijval -11 -10
Af: Onttrekking -6 -11
  234 218
     
Jubileumvoorziening 207 146
Bij: Dotatie 27 66
Af: Vrijval -2 -1
Af: Onttrekking -2 -4
  230 207
     
OVERIGE VOORZIENINGEN PER 31 DECEMBER 464 424

Medewerkers bouwen voor de loopbaanontwikkeling per jaar € 900,- (voltijd) op tot een maximum van  € 4.500. Zij kunnen dit besteden voor opleidingen die niet direct met hun functie verband houden. Bij einde dienstverband of besteding, daalt de voorziening.

(X € 1.000,-)

11. LANGLOPENDE SCHULDEN 31-12-2021 31-12-2020
     
11.1 Schulden/leningen overheid    
     
Kortlopend deel 993 1.305
Langlopend deel 8.468 9.942
Boekwaarde per 1 januari 9.461 11.247
Af: aflossingen -993 -1.786
Boekwaarde per 31 december 8.468 9.461
Af: kortlopend deel -995 -993
     
  7.472 8.468
     
Waarvan langer dan 5 jaar 4.706 4.323
     
     
11.2 Schulden/leningen kredietinstellingen    
     
Kortlopend deel 30.198 2.444
Langlopend deel 135.813 150.033
Boekwaarde per 1 januari 166.011 152.477
Bij: nieuwe leningen 46.862 16.000
Af: aflossingen -30.198 -2.466
Boekwaarde per 31 december 182.677 166.011
Af: kortlopend deel -4.562 -30.198
     
TOTAAL LANGLOPEND DEEL 178.115 135.813
     
Waarvan langer dan 5 jaar 160.666 124.240
     

De langlopende schulden overheid lopen elk jaar af doordat De Woonschakel geen nieuwe leningen aantrekt bij de gemeente. De Woonschakel heeft op 6 januari 2021 6 fixe leningen met een kortlopende resterende looptijd met een omvang van € 27,2 mln. geherfinancierd voor lineaire leningen met een looptijd van 30 jaar. Daarnaast is € 10 mln. aan leningen aangetrokken voor de financiering van investeringen en wij hebben een lening van € 1,8 mln. geruild met Vestia. 

(X € 1.000,-)

  31-12-2021 31-12-2020
Vastrentende leningen overheid    
     
Restschuld 8.468 9.461
Gemiddelde rente 1,68% 1,00%
Gemiddelde looptijd 15,3 16,3
Reële waarde 9.104 10.364
     
     
     
Vastrentende leningen kredietinstellingen    
     
Restschuld 182.677 166.011
Gemiddelde rente 2,40% 3,41%
Gemiddelde looptijd 18 18
Reële waarde 277.196 288.497

Herfinanciering

De gemiddelde rentevoet voor De Woonschakel bedraagt 2,4% (2020: 3,2%). Deze daling wordt veroorzaakt door:


Nieuwe leningen

  • Door herfinanciering heeft De Woonschakel 6 fixe leningen ter hoogte van in totaal € 27,2 mln. geherfinancierd voor vier lineaire leningen van € 35,1 mln. De herfinancieringsrente is in de rentelasten verantwoord. Door de herfinanciering is de gemiddelde rentevoet gedaald van 3,2% naar 2,5%. Door de twee onderstaande leningen is de gemiddelde rentevoet verder gedaald 2,4%
  • De Woonschakel heeft twee lineaire leningen aangetrokken van € 5 mln. voor een rente van 0,49% respectievelijk 0,42%. 
  • Medio december hebben wij door een leningenruil met Vestia een fixe lening aangetrokken voor € 1,8 mln. met een rente van 4,86%. Doordat de rente hoger is dan de marktrente hebben wij een agio getroffen in de balans.

Eindaflossingen

  • Geen. 

Rente conversies

  • Geen.

Reële waarde
Voor het berekenen van de reële waarde van de leningen is de basis yield gehanteerd. 

Rentevoet en looptijd

(X € 1.000,-)

RENTEPERCENTAGE 31-12-2021 31-12-2020
     
0% - 1% 67.349 23.503
1% - 2% 38.010 39.598
2% - 3% 4.663 4.969
3% - 4% 6.959 11.333
4% - 5% 73.683 95.447
5% - % 480 621
  191.144 175.472
     
LOOPTIJD    
< 1 jaar 338 27.169
van 1 tot 5 jaar 1.744 2.465
van 5 tot 10 jaar 15.253 437
van 10 tot 15 jaar 7.461 18.607
van 15 tot 20 jaar 11.725 11.957
van 20 tot 25 jaar 5.332 10.215
> 25 jaar 149.291 104.622
  191.145 175.472

Borgstelling

Borgstelling van de leningen heeft tot een bedrag van € 181,1 miljoen plaatsgevonden door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW).

Marktwaarde

De marktwaarde van de leningen bedraagt in totaal € 288 mln. 

(X € 1.000,-)

9.3 SCHULDEN AAN BANKEN 31-12-2021 31-12-2020
     
Stand per 1 januari - -
Mutatie 2.802 -
Herwaardering - -
     
     
SALDO PER 31 DECEMBER 2.802 -

Een nieuwe schuld is de “schuld aan banken”. De Woonschakel heeft medio december een lening geruild met Vestia. In deze deal kregen wij een lening met een rente van 4,86%. Dat is aanzienlijk hoger dan de marktrente van 0,535% op dat moment. Over een looptijd van 40 jaar levert dat een agio op van € 2,8 mln. en zal over de looptijd aflopen ten gunste van de rentelasten. 

(X € 1.000,-)

9.3 VERPLICHTING UIT HOOGDE VAN ONROERENDE ZAKEN VERKOCHT ONDER VOORWAARDEN 31-12-2021 31-12-2020
     
Stand per 1 januari 1.775 2.038
Woningen teruggekocht onder voorwaarden -151 -408
Mutatie herwaardering 147 145
     
     
SALDO PER 31 DECEMBER 1.771 1.775

De terugkoopverplichting stijgt door de marktwaardestijging van de woning. Doordat in 2021 één woning is teruggekocht, daalt de schuld.

(X € 1.000,-)

9.5 OVERIGE LANGLOPENDE SCHULDEN 31-12-2021 31-12-2020
     
Stand per 1 januari 240 252
Aflossing -12 -12
     
     
SALDO PER 31 DECEMBER 228 240

De schuld betreft een vooruitbetaalde huur en loopt nog 20 jaar. 

(x € 1.000,-)

10. KORTLOPENDE SCHULDEN 31-12-2021 31-12-2020
     
Schulden overheid    
Kortlopend deel van de langlopende schulden 995 993
  995 993
     
Schulden kredietinstellingen    
Kortlopend deel van de langlopende schulden 4.562 30.198
  4.562 30.198
     
Schulden leveranciers    
Schulden leveranciers 1.411 1.245
  1.411 1.245
     
Schulden belastingen en sociale verzekeringen    
Omzetbelasting 367 230
Loonbelasting 109 106
  476 336
     
Schulden ter zake van pensioenen    
SPW te betalen pensioenpremie 54 62
  54 62
     
Overlopende passiva    
Vooruitbetaalde rente 1.634 2.143
Reservering vakantiedagen 99 93
Nog te betalen vennootschapsbelasting 1.040 2.105
Nog te ontvangen facturen 123 793
Overige - -
  2.896 5.135

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

Voorwaardelijke verplichtingen 

Ketenaansprakelijkheid:  De Woonschakel heeft per balansdatum geen niet uit de balans blijkende verplichtingen uit hoofde van de wet keten aansprakelijkheid.


Aangegane verplichtingen projecten

In het kader van projecten zijn er ultimo het boekjaar verplichtingen aangegaan tot een bedrag van € 21,0 miljoen (2020: € 19,8 miljoen).


Obligoheffing en obligolening

De Woonschakel heeft op grond van artikel 10, lid 2 onder c van het Reglement van Deelneming van WSW een obligolening aangetrokken.

Deze geldleningsovereenkomst sluit aan op hetgeen is vereist. Het maximum bedrag van de geldleningsovereenkomst is het gecommitteerd obligo.

Dit betekent dat de hoofdsom overeenkomt met 2,7% van het geborgd schuldrestant ultimo 2021. Het gecommitteerd obligo bedraagt eind 2021 € 5,2 miljoen.

Op deze lening kan alleen een trekking worden gedaan als WSW daartoe een verzoek heeft gedaan en de woningcorporatie niet binnen 10 werkdagen na dit verzoek kan storten.

Een dergelijk verzoek van WSW is pas aan de orde als het jaarlijks obligo niet toereikend is. Op basis van de prognoses van WSW is dit op basis van de huidige verplichtingen niet aan de orde.

In het geval van een eventuele storting, zal deze rechtstreeks ten gunste van WSW worden uitbetaald en nadien moeten worden afgelost door de woningcorporatie.

Daarnaast heeft De Woonschakel uit hoofde van het borgingstelsel een obligoverplichting jegens WSW. Deze bestaat uit de jaarlijkse obligoheffing van maximaal 0,33% van het geborgd schuldrestant.

Toelichting op de winst en verliesrekening

(X € 1.000,-)

11. HUUROPBRENGSTEN 31-12-2021 31-12-2020
     
Huuropbrengsten DAEB    
Woongelegenheden 37.780 36.852
Intramuraal 2.358 2.238
Maatschappelijk onroerend goed 673 694
Parkeren 2 1
  40.812 39.785
     
Huuropbrengsten niet-DAEB    
Woongelegenheden 348 328
Bedrijfsonroerend goed 62 100
  410 428
     
Huurderving    
Af: wegens leegstand -284 -271
Af: wegens oninbaar -21 -41
  -305 -312
     
TOTAAL HUUROPBRENGSTEN 40.918 39.903

(X € 1.000,-)

12 - 13. SERVICEOPBRENGSTEN EN KOSTEN 31-12-2021 31-12-2020
     
Serviceopbrengsten 869 857
Servicekosten -845 -923
     
     
RESULTAAT SERVICEOPBRENGSTEN EN KOSTEN 24 -65

(X € 1.000,-)

14 LASTEN VERHUUR EN BEHEERACTIVITEIT 31-12-2021 31-12-2020
     
Directe kosten    
Exploitatielasten -174 -109
  -174 -109
     
Indirect kosten    
Afschrijvingen -71 -73
Lonen en Salarissen -1.090 -1.030
Sociale lasten -167 -159
Pensioenlasten -135 -170
Overige personeelslasten -66 -65
Huisvestingskosten -371 -320
Overige kosten -34 -36
  -1.934 -1.853
     
Overige opbrengsten    
Indicentele baten - -
  - -
     
TOTAAL LASTEN VERHUUR EN BEHEERACTIVITEIT -2.108 -1.962

De lasten verhuur en beheer bestaan voornamelijk uit personeelskosten van woonconsulenten en medewerkers klant. 

(X € 1.000,-)

PERSONELE LASTEN 31-12-2021 31-12-2020
     
Lonen en salarissen 3.769 3.324
Sociale lasten 288 512
Pensioenlasten 449 547
  4.506 4.383
     
Gealloceerd aan verhuur en beheer -1.401 -1.359
Gealloceerd aan onderhoud -2.116 -2.060
Gealloceerd aan verkoop -135 -131
Gealloceerd aan leefbaarheid -270 -263
Gealloceerd aan overige organisatiekosten -584 -570
  -4.506 -4.383
     
Uitzendkrachten 46 -
     
Overige personele lasten    
Opleidingskosten 67 66
Reiskosten 29 28
Kantinekosten 17 11
Werkkleding en arbo 31 34
Overige 67 69
  211 208

Werknemers

Ultimo boekjaar had de corporatie 70,1 FTE werknemers in dienst (2019: 64,5). Dit aantal is gebaseerd op het aantal fulltime equivalenten. Geen van de werknemers is buiten Nederland werkzaam. Er zijn geen werknemers in dienst bij geconsolideerde maatschappijen. 

Door tijdelijk uitval van medewerkers in de organisatie hebben wij twee externe krachten aangetrokken. 

FTE

DMT/Staf  5,8 
Klant  8,6 
Wonen  10,7 
Onderhoud  29,1 
Financiën  5,9 
Vastgoed  10,0 
Totaal 70,1

(X € 1.000,-)

15 LASTEN ONDERHOUDSACTIVITEITEN 31-12-2021 31-12-2020
     
Directe kosten    
Reparatieverzoeken ‑1.459 ‑1.431
Mutatieonderhoud ‑1.351 ‑992
Onderhoud op afroep ‑1.303 ‑1.541
Planmatig onderhoud ‑5.609 ‑5.505
  ‑9.722 ‑9.468
     
Indirect kosten    
Afschrijvingen ‑67 ‑69
Lonen en Salarissen ‑1.652 ‑1.562
Sociale lasten ‑253 ‑241
Pensioenlasten ‑205 ‑257
Overige personeelslasten ‑62 ‑61
Huisvestingskosten ‑349 ‑302
Algemene kosten ‑152 ‑148
  ‑2.740 ‑2.640
     
     
TOTAAL LASTEN ONDERHOUDSACTIVITEITEN ‑12.462 ‑12.108

De mutatiekosten stijgen ten opzichte van voorgaand jaar 36% en dat is voornamelijk het gevolg van ons doorstroombeleid. Huurders kunnen makkelijker doorstromen naar een woning die geschikter voor hen is. De woning die zij verlaten wordt vervolgens naar de maatstaven van nu opgetrokken. Het onderhoud op afroep is lager doordat we minder badkamers, keukens en toiletten hebben geplaatst. Een deel komt door corona, maar ook is gebleken dat in de laatste maanden apparatuur moeilijk leverbaar is. 

(X € 1.000,-)

16 OVERIGE DIRECTE OPERATIONELE LASTEN EXPLOITATIE BEZIT 31-12-2021 31-12-2020
     
Belastingen ‑2.270 ‑2.205
Waterschapslasten ‑554 ‑528
Verzekeringen ‑133 ‑106
Verhuurderheffing ‑5.124 ‑4.578
Saneringsheffing - -
Bijdrage heffing AW - -
     
     
TOTAAL ‑8.081 ‑7.417

De saneringsheffing is komen te vervallen en daarvoor hebben wij de obligoheffing teruggekregen. Deze dient voor de jaarverslaggeving onder de overige organisatiekosten te worden verantwoord. De WOZ-waarde is sterk gestegen en dat is terug te vinden in de verhuurderheffing. Doordat de gemeente de tarifering voor de gemeentelijke lasten hebben aangepast, is de stijging daarvan beheerst. 

(X € 1.000,-)

17 - 19 RESULTAAT VERKOOPACTIVITEITEN 31-12-2021 31-12-2020
     
Verkoopopbrengsten    
Verkoopopbrengsten 3.459 4.521
  3.459 4.521
     
Indirect kosten    
Afschrijvingen ‑2 ‑2
Lonen en Salarissen ‑105 ‑100
Sociale lasten ‑16 ‑15
Pensioenlasten ‑13 ‑16
Overige personeelslasten ‑2 ‑2
Huisvestingskosten ‑11 ‑9
Algemene kosten ‑4 ‑3
  ‑153 ‑148
     
Boekwaarde van de verkochte woningen    
Marktwaarde van de verkochte woningen ‑2.105 ‑2.564
  ‑2105 ‑2564
     
Verkoopkosten ‑86 ‑138
     
     
RESULTAAT VERKOOPACITVITEITEN 1.114 1.672

In 2021 hebben wij 15 woningen verkocht (2020: 23) met een gemiddelde verkoopopbrengst van € 230.606. en een gemiddelde boekwaarde van € 140.333. In 2022 verwachten wij circa 12-15 woningen te verkopen met een gemiddelde verkoopopbrengst van € 235.000,- en een gemiddelde boekwaarde van € 150.000,-.

(X € 1.000,-)

20 - 22 WAARDEVERANDERINGEN 31-12-2021 31-12-2020
     
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille    
Dotatie voorziening onrendabel ‑8.065 ‑4.405
Vrijval voorziening onrendabel 540 321
Onttrekking aan voorziening 5.579 8.762
Waardevermindering opgeleverde projecten ‑4.615 ‑7.789
  ‑6.561 ‑3.112
     
Niet gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed    
Positieve waardemutatie bestaand bezit 125.574 55.272
Negatieve waardemutatie bestaand bezit ‑6.850 ‑17.583
  118.724 37.689
     
Niet gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed VOV    
Waardemutatie activa 85 194
Waardemutatie terugkoopverplichting ‑45 ‑160
  40 33

De marktwaarde is met 14% gestegen ten opzichte van voorgaand jaar. Deze mutatie komt deels door de investeringen maar voor het grootste deel, 12%, door een stijging van de marktwaarde. Deze waardering komt tot stand door het handboek met voorgeschreven parameters. Een deel komt voort uit de taxatie van bedrijf onroerend goed, maatschappelijk onroerend goed en zorgvastgoed.  

23 OVERIGE ORGANISATIEKOSTEN 31-12-2021 31-12-2020
     
Directe kosten    
Overige bestuurskosten ‑130 ‑92
Agio Vestia ‑2.804 -
Obligoheffing ‑124 -
Heffing AW ‑31 ‑45
Presentiekosten RvC ‑79 ‑101
Externe controlekosten ‑169 ‑122
  ‑3.337 ‑360
     
Indirecte kosten    
Afschrijvingen ‑55 ‑56
Lonen en Salarissen ‑457 ‑432
Sociale lasten ‑70 ‑67
Pensioenlasten ‑57 ‑71
Overige personeelslasten ‑51 ‑50
Huisvestingskosten ‑286 ‑247
Algemene kosten ‑15 ‑16
  ‑991 ‑939
     
     
TOTAAL OVERIGE ORGANISATIEKOSTEN ‑4.328 ‑1.299

De directe overige organisatiekosten zijn sterk gestegen door de agiobijdrage van de Vestialening en de obligoheffing. De Obligoheffing kan door het WSW worden geïnd om het risicovermogen van het WSW op peil te houden. 

De externe controle kosten zijn gestegen door een uitbereiding van het aantal taxaties. In 2020 taxeerde wij alleen de BOG-ruimten en dit jaar ook het maatschappelijk onroerend goed en zorgvastgoed. 

De overige bestuurskosten zijn gestegen door het schrijven van beleidsplan 2022-2025 en door kosten van de visitatie. 

(X € 1.000,-)

24 LEEFBAARHEIDSKOSTEN 31-12-2021 31-12-2020
     
Directe kosten    
Leefbaarheidskosten ‑48 ‑71
  ‑48 ‑71
     
Indirecte kosten    
Afschrijvingen ‑8 ‑8
Lonen en Salarissen ‑211 ‑199
Sociale lasten ‑32 ‑31
Pensioenlasten ‑26 ‑33
Overige personeelslasten ‑8 ‑7
Huisvestingskosten ‑42 ‑37
Algemene kosten ‑6 ‑5
  ‑334 ‑321
     
     
TOTAAL LEEFBAARHEIDSKOSTEN ‑381 ‑392

Leefbaarheid vraagt voornamelijk personele inspanning. Door afspraken te maken, naar huurders te luisteren en met hen tot een oplossing te komen waarbij ook afstemming nodig is tussen gemeenten en zorgpartijen. De directe kosten bestaan uit fysieke maatregelen, zoals het bijhouden van de directe omgeving. De Woonschakel doet de eerste aanzet en de bewoners houden het vervolgens bij. 

(X € 1.000,-)

25 - 26 RENTEBATEN EN RENTELASTEN 31-12-2021 31-12-2020
     
Rentebaten 2 2
Rentelaten ‑12.543 ‑5.650
  ‑12.541 ‑5.648
     
Rentelasten    
Rentelasten overheid ‑150 ‑194
Rentelasten kredietinstellingen ‑4.405 ‑5.398
Rente herfinanciering ‑7.918 ‑57
Overige rente lasten ‑70 -
  ‑12.543 ‑5.650
     
     
TOTAAL RENTEBATEN EN RENTELASTEN ‑12.541 ‑5.648

In de rentelasten overheid heeft een daling plaatsgevonden vanwege het aflossen van de leningen gemeente Medemblik eind 2020. De rentelasten kredietinstellingen zijn gedaald door de herfinanciering op 6 januari 2021 en dat heeft geresulteerd in een herfinancieringsrente die in het resultaat van 2021 wordt verantwoord.

(X € 1.000,-)

27 BELASTINGEN 31-12-2021 31-12-2020
     
Acute belastinglast -5.103 -7.800
Mutatie te betalen vennootschapsbelasting -1.100 -13
Mutatie latentie (dis)agio leningen -312 41
Mutatie latentie verkoop onder voorwaarden 26 -21
Mutatie latentie ATAD -658 658
Mutatie latentie Vestia 329 -
     
     
TOTAAL BELASTINGEN -6.818 -7.135
     
     

Berekening acute vennootschapsbelasting

    (X € 1.000,-)
Direct kasstroomoverzicht x € 1.000 2021 2020
     
Huurontvangsten 41.924 40.604
Ontvangst Rente 2 2
Overige bedrijfsontvangsten 189 84
Totaal ingaande kasstroom 42.115 40.690
     
Personeelsuitgaven -4.604 -4.394
Onderhoudsuitgaven -9.064 -9.001
Overige bedrijfsuitgaven -6.447 -6.022
Rentebetalingen -5.145 -5.730
Verhuurdersheffing -5.124 -4.578
Vennootschapsbelasting -7.268 -7.318
Totaal uitgaande kasstromen -37.652 -37.043
     
KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN 4.463 3.647
     
Materiële vaste activa - ingaande kasstroom    
Verkoopontvangsten bestaande huur, woon- en niet woongelegenheden 3.396 4.391
Verkoopontvangsten grond en overig 5 17

De acute belastinglast daalt omdat de opwaardering WOZ-waarde ten einde loopt. De Woonschakel is bijna op het WOZ-waardeniveau van voor de afwaardering. Wij verwachten in 2022 de laatste betaling daarvoor te verrichten. De mutaties in de latenties zijn verklaard bij tabel 1.4. De effectieve belastingdruk over 2021 is 5,9% (2020: 15,1%) wordt met name veroorzaakt doordat de fiscale verwerking van bovenstaande posten afwijkt van de commerciële verwering in de jaarrekening. De daling van de effectieve belastingdruk van voorgaand jaar wordt voornamelijk veroorzaakt door de waardeveranderingen vastgoedportefeuille. 

Het wettelijke belastingtarief dat geldt voor 2021 bedraagt:
Tarief tot € 245.000: 15%
Tarief boven de € 245.000: 25%
 

(X € 1.000,-)

CONTROLEKOSTEN 31-12-2021 31-12-2020
     
Controle van de jaarrekening -110 -97
Controle van de dVi -17 -19
TOTAAL ACCOUNTANTSHONORARIA -127 -116
     
Controle overig -42 -6
     
TOTAAL CONTROLEKOSTEN -169 -122

De controlekosten zijn met name gestegen door ‘controle overig’. Hier zijn de taxatiekosten voor de taxateur opgenomen. Naast de BOG-ruimten dienen wij dit jaar ook het maatschappelijk onroerend goed en zorgvastgoed te taxeren. 

DAEB en niet-DAEB uitsplitsing

Balans – Winst- & verliesrekening - Kasstroomoverzicht

(X € 1.000,-)

ACTIVA   2021       2020    
  DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal
                 
VASTGOEDBELEGGINGEN                
DAEB-vastgoed in exploitatie 906.303 - - 906.303 777.687 - - 777.687
niet-DAEB vastgoed in exploitatie - 8.472 - 8.472 - 7.739 - 7.739
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden - 1.919 - 1.919 - 1.884 - 1.884
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 1.198 - - 1.198 2.412 - - 2.412
  907.500 10.391 - 917.891 780.099 9.623 - 789.722
        -        
MATERIËLE VASTE ACTIVA       -        
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 2.935 - - 2.935 2.742 - - 2.742
  2.935 - - 2.935 2.742 - - 2.742
        -        
FINANCIËLE VASTE ACTIVA       -        
Latente belastingvorderingen 804 - - 804 1.418 - - 1.418
Nettovermogenswaarde niet-DAEB 7.703 - -7.703 - 6.847 - -6.847 -
Interne lening 1.943 - -1.943 - 2.024 - -2.024 -
  10.450 - -9.646 804 10.288 - -8.871 1.418
        -        
VOORRADEN       -        
Vastgoed bestemd voor de verkoop - - - - - - - -
Overige voorraden 129 - - 129 128 - - 128
  129 - - 129 128 - - 128
        -        
VORDERINGEN       -        
Huurdebiteuren 248 2   250 220 2 - 223
Overheid 22 -   22 - - - -
Overige vorderingen 52 -   52 118 - - 118
Overlopende activa 73 - -70 3 256 - -241 15
  395 2 -70 327 594 2 -241 356
        -        
LIQUIDE MIDDELEN 7.333 1.118 - 8.451 5.772 1.285 - 7.057
        -        
TOTAAL ACTIVA 928.741 11.511 -9.716 930.537 799.624 10.911 -9.111 801.423

(X € 1.000,-)

PASSIVA   2021       2020    
  DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal
                 
EIGEN VERMOGEN                
Herwaarderingsreserves 533.154 2.097 -2.097 533.154 438.502 1.555 -1.555 438.502
Overige reserves 80.742 4.750 -4.750 80.742 135.235 4.889 -4.889 135.235
Resultaat van het boekjaar 107.796 856 -856 107.796 40.158 404 -404 40.158
  721.692 7.703 -7.703 721.692 613.895 6.847 -6.847 613.895
                 
VOORZIENING                
Voorzieningen onrendabele investeringen 7.599 - - 7.599 2.839 - - 2.839
Voorziening latente belastingverplichting - - - - - - - -
Overige voorzieningen 464 - - 464 424 - - 424
  8.063 - - 8.063 3.262 - - 3.262
                 
LANGLOPENDE SCHULDEN                
Schulden aan overheid 7.472 -   7.472 8.468 - - 8.468
Schulden aan kredietinstellingen 178.115 -   178.115 135.813 - - 135.813
Schulden aan banken 2.802     2.802        
Verplichting onroerende zaken VOV - 1.771   1.771 - 1.775 - 1.775
Overige langlopende schulden 228 -   228 240 - - 240
Interne lening - 1.943 -1.943 -   2.024 -2.024 -
  188.617 3.713 -1.943 190.388 144.521 3.799 -2.024 146.297
                 
KORTLOPENDE SCHULDEN                
Schulden aan overheid vj 995 -   995 993 - - 993
Schulden aan kredietinstellingen vj 4.562 -   4.562 30.198 - - 30.198
Schulden aan leveranciers 1.404 7   1.411 1.238 7 - 1.245
Belastingen en sociale verzekering 476 -   476 336 - - 336
Schulden ter zake van pensioenen 54 -   53 62 - - 62
Overige schulden - -   - - - - -
Overlopende passiva 2.879 86 -70 2.897 5.118 258 -241 5.135
  10.369 93 -70 10.394 37.945 265 -241 37.969
                 
                 
TOTAAL PASSIVA 928.741 11.511 -9.716 930.537 799.624 10.911 -9.111 801.423

(X € 1.000,-)

    2021       2020    
WINST- EN VERLIESREKENING DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal
                 
Huuropbrengsten 40.484 434 - 40.918 39.469 434 - 39.903
Opbrengsten servicecontracten 869 - - 869 857 0 - 857
Lasten servicecontracten -841 - - -841 -923 0 - -923
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -2.089 -22 - -2.111 -1.940 -23 - -1.962
Lasten onderhoudsactiviteiten -12.336 -127 - -12.463 -11.960 -148 - -12.108
Overige directe operationele lasten expl. bezit -8.052 -29 - -8.081 -7.392 -25 - -7.417
Netto resultaat exploitatie van vastgoedport. 18.035 257 - 18.291 18.112 238 - 18.350
                 
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 3.459 - - 3.459 4.521 - - 4.521
Toegerekende organisatiekosten -238 - - -238 -284 -2 - -285
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -2.105 - - -2.105 -2.564 - - -2.564
Netto gerealiseerd resultaat verk. vastgoedport. 1.116 - - 1.116 1.674 -2 - 1.672
                 
Overige waardever. vastgoedportefeuille -6.561 - - -6.561 -3.106 - - -3.106
Niet-gerealiseerde waardever. vastgoed 118.309 649 - 118.958 37.450 232 - 37.682
Niet-gerealiseerde waardever. vastgoed VOV - 60 - 60 - 33 - 33
Niet-gerealiseerde waardever. vastgoed verkoop - - - - - - - -
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille 111.748 709 - 112.457 34.344 265 - 34.610
                 
Overige organisatiekosten -4.316 -12 - -4.328 -1.283 -16 - -1.299
Kosten omtrent leefbaarheid -378 -3 - -381 -388 -4 - -392
                 
Waardeveranderingen van financiële vaste activa       - - -   -
Opbrengst van vorderingen vaste activa       - - -   -
Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten 47   -47 - 50 - -48 2
Rentelasten en soortgelijke kosten -12.544 -47 47 -12.544 -5.649 -48 48 -5.650
Saldo financiële baten en lasten -12.497 -47 0 -12.544 -5.600 -48 - -5.648
                 
RESULTAAT VOOR BELASTINGEN 113.708 904 0 114.612 46.859 434 - 47.293
                 
Resultaat deelnemingen 856 - -856 - 404 - -404 -
Vennootschapsbelasting -6.769 -48 - -6.817 -7.105 -30 - -7.135
                 
RESULTAAT NA BELASTINGEN 107.796 856 -856 107.796 40.158 404 -404 40.158

(x € 1.000,-)

Direct kasstroomoverzicht   2021       2020    
  DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal
                 
Huurontvangsten 41.490 434 - 41.924 40.170 434 - 40.604
Ontvangst Rente 48 - -46 2 50 - -48 2
Overige bedrijfsontvangsten 189 - - 189 84 - - 84
Totaal ingaande kasstroom 41.727 434 -46 42.115 40.304 434 -48 40.690
                 
Personeelsuitgaven -4.559 -45   -4.604 -4.351 -43   -4.394
Onderhoudsuitgaven -8.962 -102   -9.064 -8.884 -117   -9.001
Overige bedrijfsuitgaven -6.399 -48   -6.447 -5.959 -63   -6.022
Rentebetalingen -5.145 -46 46 -5.145 -5.730 -48 48 -5.730
Verhuurdersheffing -5.124 -   -5.124 -4.578 -   -4.578
Vennootschapsbelasting -7.221 -47   -7.268 -7.288 -30   -7.318
Totaal uitgaande kasstromen -37.410 -288 46 -37.652 -36.790 -301 48 -37.043
                 
KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN 4.317 146 - 4.463 3.514 133 - 3.647
                 
Materiële vaste activa - ingaande kasstroom                
Verkoopontvangsten bestaande huur, woon. 3.376 20 - 3.396 4.391 - - 4.391
Verkoopontvangsten grond en overig 5 - - 5 7 10 - 17
Ontvangsten uit hoofde van vervreemding mva 3.381 20 - 3.401 4.398 10 - 4.408
                 
Materiële vaste activa - uitgaande kasstroom                
Uitgaven nieuwbouw huur, woon- en niet woon. -11.473 - - -11.473 -13.460 - - -13.460
Uitgaven woningverbetering, woon- en niet woon. -1.785 - - -1.785 -2.185 - - -2.185
Uitgaven aankoop woongelegenheden (inclusief VOV) -361 -253 - -614 -678 - - -678
Uitgaven overige investeringen -379 - - -379 -159 - - -159
Uitgaven materiele vaste activa -13.998 -253 - -14.251 -16.482 - - -16.482
                 
Ontvangsten verbindingen - - - - - - - -
Ontvangsten overig 81 - -81 - 83 - -83 -
Uitgaven verbindingen - - - - - - - -
Uitgaven overig - - - - - - - -
Saldo FVA 81 - -81 - 83 - -83 -
                 
KASSTROOM UIT (DES)INVESTERINGEN -10.536 -233 -81 -10.850 -12.001 10 -83 -12.074
                 
Opgenomen door WSW geborgde leningen 46.862 - - 46.862 16.000 - - 16.000
Opgenomen niet door WSW geborgde leningen - - - - - - - -
Aflossing door WSW geborgde leningen -37.994 - - -37.994 -3.170 - - -3.170
Aflossing niet door WSW geborgde leningen -1.087 -81 81 -1.087 -1.082 -83 83 -1.082
KASSTROOM UIT FINANCIERING ACTIVITEITEN 7.781 -81 81 7.781 11.748 -83 83 11.748
                 
Toename (afname) van geldmiddelen 1.562 -168 - 1.394 3.261 60 - 3.321
                 
Wijziging kortgeld                
Liquide middelen per 1 januari 5.772 1.285 - 7.057 2.511 1.225 - 3.736
Liquide middelen per 31 december 7.334 1.117 - 8.451 5.772 1.285 - 7.057
                 
Mutatie liquide middelen 1.562 -168 - 1.394 3.261 60 - 3.321

WNT verantwoording 2021 De Woonschakel

De WNT is van toepassing op De Woonschakel. Het voor De Woonschakel toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2021 € 175.000.

Bedragen x € 1

Gegevens 2021 A.B.M Gieling
Functiegegevens Directeur bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2021 1/1 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1
Dienstbetrekking? ja
Bezoldiging  
Bezoldiging plus belastbare onkostenvergoedingen 153.118
Beloningen betaalbaar op termijn 18.233
subtotaal 171.351
   
Individueel toepasselijl bezoldigingsmaximum 175.000
   
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t.
Bezoldiging 171.351
   
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t.
   
Gegevens 2020 A.B.M Gieling
Functiegegevens Directeur bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2020 1/1 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1
Dinestbetrekking? ja
Bezoldiging  
Beloging plus belastbare onkostenvergoedingen 144.632
Beloningen betaalbaar op termijn 23.103
subtotaal 167.735
   
Individueel toepasselijl bezoldigingsmaximum 168.000
   
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t.
Bezoldiging 167.735

Naast de hierboven vermelde (top)functionarissen zijn er geen overige functionarissen die in 2021 een bezoldiging boven het toepasselijke WNT-maximum hebben ontvangen.

Bedragen x € 1

Gegevens 2021 G.B. van Assem   J.Ph.M. de Dood
Functiegegevens Voorzitter   Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2020 01/01 - 31/12   01/01 - 31/12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 18.228   12.192
       
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum 26.250   17.500
       
'-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t.   n.v.t.
Bezoldiging 18.228   12.192
       
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t.   n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t.   n.v.t.
       
Gegevens 2020 G.B. van Assem G.B. van Assem J.Ph.M. de Dood
Functiegegevens Lid Voorzitter Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2019 01/01 - 30/06 01/07 - 31/12 01/01 - 31/12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 5.850 8.730 11.700
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum 8.354 12.669 16.800

Bedragen in € 1

Gegevens 2021 J. Tophoff J.Cohen M.B. de Vries
Functiegegevens Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2020 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 12.192 12.192 12.192
       
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum 17.500 17.500 17.500
       
'-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Bezoldiging 12.192 12.192 12.192
       
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t. n.v.t.
       
Gegevens 2020 J. Tophoff J.Cohen M.B. de Vries
Functiegegevens Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2019 01/01 - 31/12 01/07 - 31/12 01/01 - 31/12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 11.700 5.850 11.700
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum 16.800 8.446 16.800

Ondertekening jaarrekening

Medemblik, 16 mei 2022

De Raad van Commissarissen   Bestuur
(w.g.) Dhr G.B. van Assem
Voorzitter
  Dhr. A.B.M. Gieling
directeur-bestuurder
     
     
     
(w.g.) Dhr. J.J.Ph.M. de Dood
Vice voorzitter
   
     
     
     
(w.g.) Dhr. M.B. de Vries
Lid
   
     
     
     
(w.g.) Mw. J. Tophoff
Lid
   
     
     
     
(w.g.) Dhr. J. Cohen
Lid
   
Versie:
v6.2.23

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report