Balans per 31 december 2024 (vóór resultaatbestemming)
(x € 1.000)
| ACTIVA | 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| 1. | VASTGOEDBELEGGINGEN | ||||
| 1.1 | DAEB-vastgoed in exploitatie | 1.104.124 | 962.540 | ||
| 1.2 | niet-DAEB vastgoed in exploitatie | 7.388 | 6.874 | ||
| 1.3 | Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden | 1.895 | 1.942 | ||
| 1.4 | Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie | 5.392 | 6.419 | ||
| 1.118.799 | 977.775 | ||||
| 2. | MATERIËLE VASTE ACTIVA | ||||
| 2.1 | Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie | 4.312 | 3.326 | ||
| 4.312 | 3.326 | ||||
| 3. | FINANCIËLE VASTE ACTIVA | ||||
| 3.1 | Latente belastingvorderingen | 1.040 | 1.770 | ||
| 3.2 | Agio leningen | 1.267 | 1.610 | ||
| 2.307 | 3.380 | ||||
| 4. | VOORRADEN | ||||
| 4.1 | Overige voorraden | 383 | 145 | ||
| 383 | 145 | ||||
| 5. | VORDERINGEN | ||||
| 5.1 | Huurdebiteuren | 283 | 533 | ||
| 5.2 | Overheid | 2 | 1 | ||
| 5.3 | Overige vorderingen | 71 | 82 | ||
| 5.4 | Te vorderen vennootschapsbelasting | 4.614 | 2.800 | ||
| 5.5 | Overlopende activa | 92 | 99 | ||
| 5.062 | 3.515 | ||||
| 6. | LIQUIDE MIDDELEN | 4.658 | 3.347 | ||
| TOTAAL ACTIVA | 1.135.521 | 991.488 | |||
(x € 1.000)
| PASSIVA | 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| 7. | EIGEN VERMOGEN | ||||
| 7.1 | Herwaarderingsreserves | 622.754 | 505.604 | ||
| 7.2 | Overige reserves | 78.323 | 188.814 | ||
| 7.3 | Resultaat van het boekjaar | 136.603 | 6.659 | ||
| 837.680 | 701.077 | ||||
| 8. | VOORZIENING | ||||
| 8.1 | Voorzieningen onrendabele investeringen | 1.338 | 10.649 | ||
| 8.2 | Voorziening latente belastingverplichting | - | - | ||
| 8.3 | Overige voorzieningen | 540 | 483 | ||
| 1.878 | 11.132 | ||||
| 9. | LANGLOPENDE SCHULDEN | ||||
| 9.1 | Schulden aan overheid | 5.319 | 5.926 | ||
| 9.2 | Schulden aan kredietinstellingen | 266.743 | 247.291 | ||
| 9.3 | Schulden aan banken | 6.768 | 7.086 | ||
| 9.4 | Verplichting uit hoofde van onroerende zaken VOV | 1.696 | 1.761 | ||
| 9.5 | Overige langlopende schulden | 194 | 205 | ||
| 280.720 | 262.269 | ||||
| 10. | KORTLOPENDE SCHULDEN | ||||
| 10.1 | Schulden aan overheid vj | 610 | 774 | ||
| 10.2 | Schulden aan kredietinstellingen vj | 8.046 | 9.808 | ||
| 10.3 | Schulden aan leveranciers | 2.287 | 2.800 | ||
| 10.4 | Vooruitontvangen huren | 377 | 265 | ||
| 10.5 | Belastingen en sociale verzekering | 632 | 548 | ||
| 10.6 | Schulden ter zake van pensioenen | 62 | 58 | ||
| 10.7 | Overlopende passiva | 3.229 | 2.757 | ||
| 15.243 | 17.010 | ||||
| TOTAAL PASSIVA | 1.135.521 | 991.488 | |||
Winst- en verliesrekening over 2024
(x € 1.000)
| WINST- EN VERLIESREKENING | 2024 | 2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| 11 | Huuropbrengsten | 46.677 | 45.130 | ||
| 12 | Opbrengsten servicecontracten | 1.246 | 1.020 | ||
| 13 | Lasten servicecontracten | -1.307 | -991 | ||
| 14 | Lasten verhuur en beheeractiviteiten | -2.654 | -2.410 | ||
| 15 | Lasten onderhoudsactiviteiten | -17.572 | -16.120 | ||
| 16 | Overige directe operationele lasten exploitatie bezit | -3.990 | -4.091 | ||
| Netto resultaat exploitatie van vastgoedportefeuille | 22.400 | 22.539 | |||
| 17 | Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille | 3.981 | 5.686 | ||
| 18 | Toegerekende organisatiekosten | -238 | -266 | ||
| 19 | Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille | -2.088 | -3.678 | ||
| Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille | 1.655 | 1.742 | |||
| 20 | Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille | 12.325 | 765 | ||
| 21 | Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed | 113.979 | -5.397 | ||
| 22 | Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed VOV | 17 | -14 | ||
| Waardeveranderingen vastgoedportefeuille | 126.321 | -4.646 | |||
| 23 | Overige organisatiekosten | -1.930 | -1.979 | ||
| 24 | Kosten omtrent leefbaarheid | -524 | -390 | ||
| 25 | Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten | 232 | 4 | ||
| 26 | Rentelasten en soortgelijke kosten | -7.597 | -6.886 | ||
| Saldo financiële baten en lasten | -7.365 | -6.882 | |||
| RESULTAAT VOOR BELASTINGEN | 140.558 | 10.384 | |||
| 27 | Belastingen | -3.954 | -3.725 | ||
| RESULTAAT NA BELASTINGEN | 136.603 | 6.659 | |||
Kasstroomoverzicht 2024 (directe methode)
(x € 1.000)
| Direct kasstroomoverzicht | 2024 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|
| Huurontvangsten | 47.713 | 46.190 | ||
| Ontvangst Rente | 274 | 147 | ||
| Overige bedrijfsontvangsten | - | - | ||
| Totaal ingaande kasstroom | 47.987 | 46.337 | ||
| Personeelsuitgaven | -5.811 | -5.204 | ||
| Onderhoudsuitgaven | -13.175 | -12.546 | ||
| Overige bedrijfsuitgaven | -9.637 | -8.313 | ||
| Rentebetalingen | -6.762 | -6.559 | ||
| Verhuurdersheffing | - | -52 | ||
| Vennootschapsbelasting | -5.038 | -5.251 | ||
| Totaal uitgaande kasstromen | -40.423 | -37.925 | ||
| KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN | 7.564 | 8.412 | ||
| Materiële vaste activa - ingaande kasstroom | ||||
| Verkoopontvangsten bestaande huur, woon- en niet woongelegenheden | 3.893 | 5.591 | ||
| Verkoopontvangsten grond en overig | - | 21 | ||
| Ontvangsten uit hoofde van vervreemding mva | 3.893 | 5.612 | ||
| Materiële vaste activa - uitgaande kasstroom | ||||
| Uitgaven nieuwbouw huur, woon- en niet woongelegenheden | -23.217 | -17.884 | ||
| Uitgaven woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden | -2.506 | -13.325 | ||
| Uitgaven aankoop woongelegenheden (inclusief VOV) | -114 | -67 | ||
| Uitgaven overige investeringen | -1.227 | -589 | ||
| Uitgaven materiele vaste activa | -27.064 | -31.865 | ||
| KASSTROOM UIT (DES)INVESTERINGEN | -23.171 | -26.253 | ||
| Opgenomen door WSW geborgde leningen | 32.500 | 18.000 | ||
| Opgenomen niet door WSW geborgde leningen | ||||
| Aflossing door WSW geborgde leningen | -14.809 | -6.409 | ||
| Aflossing niet door WSW geborgde leningen | -773 | -773 | ||
| KASSTROOM UIT FINANCIERING ACTIVITEITEN | 16.918 | 10.818 | ||
| Toename (afname) van geldmiddelen | 1.311 | -7.023 | ||
| Liquide middelen per 1 januari | 3.347 | 10.370 | ||
| Liquide middelen per 31 december | 4.658 | 3.347 | ||
| Mutatie liquide middelen | 1.311 | -7.023 |
Toelichting kasstroomoverzicht
De operationele kasstroom is lager dan vorig jaar door hogere personeels- en onderhoudsuitgaven en overige bedrijfskosten. De aankoop van 99 wooneenheden in het voormalige Scheringamuseum in Opmeer en aankoop Begonialaan in Lutjebroek verhogen de uitgaande kasstroom uit investeringen behoorlijk.
Toelichting op de balans en winst- en verliesrekening
Algemeen
De Woonschakel is een stichting met de status van ‘toegelaten instelling volkshuisvesting’. Zij heeft specifieke toelating in de regio Noord-Holland Noord (feitelijke kernregio West-Friesland) en is werkzaam binnen de juridische wetgeving vanuit de Woningwet en het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting. De statutaire en feitelijke vestigingsplaats is Medemblik. De activiteiten bestaan voornamelijk uit de exploitatie en ontwikkeling van onroerende zaken.
De bedragen in deze jaarrekening luiden in duizenden euro’s, tenzij anders is aangegeven. De in de tabellen opgenomen bedragen zijn afgeronde bedragen. Hierdoor kunnen zich afrondingsverschillen voordoen.
Regelgeving
De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting, de Beleidsregels toepassing Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (‘WNT’), Titel 9 Boek 2 BW, Hoofdstuk 645 van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving en de stellige uitspraken van de overige hoofdstukken van de Richtlijnen voor de Jaar verslaggeving, uitgegeven door de Raad voor de Jaarverslaggeving. In artikel 35 lid 6 is bepaald dat bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gegeven omtrent de inrichting van de jaarrekening. In artikel 15 lid 1 van RTIV 2015 is bepaald dat de jaarrekening een balans, een winst-en-verliesrekening en een kasstroomoverzicht bevat die zijn ingericht overeenkomstig het model dat is opgenomen in de op het verslagjaar betrekking hebbende bijlage 3 bij deze regeling ("dVi de Verantwoordingsinformatie verslagjaar 2024).
Groepsverhoudingen
De Woonschakel heeft geen groepsverhoudingen.
Verslaggevingsperiode
Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2024, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2024.
Verbonden partijen
Van transacties met verbonden partijen is sprake wanneer een relatie bestaat tussen de onderneming en een natuurlijk persoon of entiteit die verbonden is met de onderneming. Dit betreffen onder meer de relaties tussen de onderneming en haar deelnemingen, de aandeelhouders, de bestuurders en de functionarissen op sleutelposities. Onder transacties wordt verstaan een overdracht van middelen, diensten of verplichtingen, ongeacht of er een bedrag in rekening is gebracht.
Er hebben zich geen transacties met verbonden partijen voorgedaan op niet-zakelijke grondslag.
Presentatie- en functionele valuta
De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro's, wat tevens de functionele valuta is van de organisatie. Alle financiële informatie in euro's is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal.
Schattingen
Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt het bestuur van De Woonschakel zich verschillende oordelen en maakt schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Als het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningpost.
Schattingswijziging
Tot en met boekjaar 2023 werd de beleidswaarde van het vastgoed door middel van de zgn. waterval afgeleid vanuit de berekende marktwaarde in verhuurde staat. Met ingang van 2024 is de methodiek van berekenen aangepast en is deze gebaseerd op de uitgangspunten zoals beschreven onder grondslagen voor de bepaling van de beleidswaarde van de jaarrekening. Daarmee voldoet deze berekening aan de uitgangspunten zoals beschreven in het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024’.
De berekening van de beleidswaarde 2024 is gebaseerd op een sociale disconteringsvoet en een voortdurende exploitatie (60-jaar). Daarmee is de opzet van de berekening en de uitkomst dusdanig afwijkend ten opzichte van de beleidswaarde tot en met 2023 dat het kwantitatieve effect van het verschil niet kan worden bepaald.
Stelselwijziging
In de jaarrekening 2024 heeft geen stelselwijziging plaatsgevonden.
Gescheiden verantwoording DAEB/ niet- DAEB
Op grond van artikel 15 lid 2 en 4 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (“RTIV”) moeten corporaties in de toelichting van de jaarrekening gescheiden balansen, winst - en verliesrekeningen en kasstroomoverzichten voor de DAEB-tak en voor de niet-DAEB-tak opnemen. In de verschenen uiting 2019-1 is verduidelijkt dat deze overzichten alleen in de toelichting op de enkelvoudige jaarrekening dienen te worden opgenomen, oftewel alleen als de corporatie een administratieve scheiding of hybride scheiding heeft doorgevoerd.
Uitgangspunten en grondslagen voor toerekening van activa, verplichtingen, baten, lasten en kasstromen aan de DAEB-tak en de niet-DAEB-tak. Het vastgoed in exploitatie wordt op basis van het in 2017 door de Autoriteit woningcorporaties goedgekeurd definitief scheidingsvoorstel plus eventuele verkopen binnen de Toegelaten Instelling tussen de DAEB- en niet-DAEB-tak geclassificeerd naar DAEB- en niet-DAEB-vastgoed. Voor de toerekening van activa, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen aan deze DAEB-tak of niet-DAEB-tak is de volgende methodiek toegepast:
- Wanneer activa, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen volledig toezien op DAEB of niet-DAEB-activiteiten, zijn deze volledig aan de DAEB-tak respectievelijk niet-DAEB-tak toegerekend;
- Wanneer deze toezien op zowel DAEB- als niet-DAEB-activiteiten, zijn deze op basis van een verdeelsleutel toegerekend. Deze verdeelsleutel is gebaseerd op het aandeel DAEB-verhuureenheden ten opzichte van het aandeel niet-DAEB-verhuureenheden.
De Woonschakel heeft 31 niet-DAEB-verhuureenheden (2 eenheden Bedrijfsonroerend goed en 29 eenheden geliberaliseerde huurwoningen in exploitatie). Deze verhuureenheden worden in eigendom van De Woonschakel aangehouden of verkocht, afhankelijk van de in de doelportefeuille gemaakte keuze.
Functioneel model
In 2024 is een nadere specificatie inzake het samenstellen van het functioneel model door SBR Wonen gepubliceerd. De Woonschakel volgt de uitgangspunten van deze publicatie bij het samenstellen van het functioneel model.
Grondslagen voor de waardering van activa en passiva
Algemeen
Activa en verplichtingen worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de actuele waarde. Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen met betrekking tot het actief naar de toegelaten instelling zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Als geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. In de balans, de winst- en verliesrekening en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting. Toelichtingen op de balans, de winst- en verliesrekening en het kasstroomoverzicht worden in de jaarrekening genummerd.
Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
1. Vastgoedbeleggingen
1.1 - 1.2 DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie
Typering
Het DAEB-vastgoed omvat woningen in exploitatie die op het moment van scheiding (2017) met de huurprijs onder de toen geldende liberalisatiegrens bleven (destijds € 710,68), maatschappelijk vastgoed en overig sociaal vastgoed. Maatschappelijk vastgoed is bedrijfsonroerend goed dat is verhuurd aan maatschappelijke organisaties, waaronder zorg-, welzijn-, onderwijs en culturele instellingen en dienstverleners en tevens is vermeld op de bijlage zoals deze is opgenomen in de Beschikking van de Europese Commissie d.d. 15 december 2009 aangaande de staatssteun voor toegelaten instellingen. Niet-DAEB-vastgoed omvat woningen boven de liberalisatiegrens op het moment van scheiden en bedrijfsonroerend goed (BOG).
Kwalificatie
De Woonschakel richt zich op het realiseren van de volkshuisvestelijke taken. Dit betekent dat beleidskeuzes rondom het vastgoed primair worden gemaakt met inachtneming van haar taak als sociale volkshuisvester. Daarnaast worden investeringsbeslissingen mede genomen op basis van een analyse van het financiële rendement. Een beperkt deel van de portefeuille is aangewezen voor verkoop.
De uitgaven na eerste verwerking (de zogeheten na-investeringen) dienen te worden geactiveerd, indien het waarschijnlijk is dat toekomstige economische voordelen met betrekking tot het actief, als gevolg van de desbetreffende uitgaven, ten gunste van de toegelaten instelling zullen komen. Bij uitgaven na eerste verwerking dient de beoordeling of en in hoeverre sprake is van een bijzonder waardeverminderingsverlies te zijn gebaseerd op het waarderingscomplex waarop de uitgaven na eerste verwerking betrekking hebben. Het zogeheten onrendabele deel wordt ten laste van de winst-en-verliesrekening verantwoord onder de post overige waardeveranderingen vastgoed.
Complexindeling
Overeenkomstig het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde vindt waardering op waarderings- complexniveau plaats. Elk waarderingscomplex bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type eenheid, bouwjaar en locatie. Alle verhuureenheden van De Woonschakel maken deel uit van een waarderingscomplex of vormen een afzonderlijk waarderingscomplex.
Op basis van artikel 31 van het BTIV wordt bij de waardering onderscheid gemaakt naar de volgende categorieën:
- Woongelegenheden
- Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed (BOG en MOG)
- Parkeergelegenheden
- Intramuraal zorgvastgoed (ZOG)
Waardering bij eerste verwerking DAEB en niet-DAEB vastgoed
Bij de eerste verwerking wordt het vastgoed in exploitatie gewaardeerd tegen de kostprijs. De kostprijs omvat de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief transactiekosten minus eventuele investeringssubsidies.
De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van de bestede externe kosten en de hieraan direct toerekenbare kosten.
De in de toekomst te maken kosten van sloop worden ten laste van het resultaat verantwoord in het jaar dat de exploitatie door sloop wordt beëindigd .
Waardering na eerste verwerking
Onroerende zaken in exploitatie worden op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet na de eerste verwerking gewaardeerd tegen actuele waarde. Op grond van artikel 31 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 vindt de waardering plaats tegen de marktwaarde, die overeenkomstig artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 plaatsvindt conform de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’). De Woonschakel hanteert voor haar onroerende zaken in exploitatie de basis-versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde.
Ultimo boekjaar is minimaal.1/3 deel van BOG/MOG/ZOG getaxeerd en voor het andere deel is een markttechnische update uitgevoerd.
Het handboek volgt de netto contante waarde methode, de DCF-methode. Via de DCF-methode worden de toekomstige inkomende en uitgaande kasstromen contant gemaakt naar het heden aan de hand van een disconteringsvoet, inclusief de eindwaarde die de geschatte opbrengstwaarde is van het vastgoed aan het einde van de DCF-periode. Hierbij wordt verondersteld dat de jaarbedragen medio het jaar ontvangen, respectievelijk betaald worden. De berekening van de netto contante marktwaarde wordt bij alle typen vastgoed uitgevoerd voor een exploitatieperiode van 15 jaar.
Bij BOG, MOG en intramuraal vastgoed is alleen het doorexploiteerscenario van toepassing.
Na eerste verwerking wordt een waardevermindering of – vermeerdering van de marktwaarde van onroerende zaken in exploitatie verantwoord in de winst en-verliesrekening van de periode waarin de wijziging zich voordoet. De waardevermindering of – vermeerdering wordt separaat tot uitdrukking gebracht en in het resultaat verantwoord als “Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille”.
Uitgaven na eerste verwerking
Uitgaven na eerste verwerking ten behoeve van het complex aangaande het DAEB en niet-DAEB vastgoed, die voldoen aan de algemene activeringscriteria (o.a. ingrijpende verbouwingen) worden geactiveerd tegen kostprijs en vervolgens getoetst aan het verschil in marktwaarde van het complex vóór en na deze uitgaven. Het marktwaardeverschil wordt in het actief verwerkt als een waardevermindering of – vermeerdering en in het resultaat verantwoord als “Niet-gerealiseerde waardeveranderingen.
Herwaarderingsreserve
Jaarlijks wordt op balansdatum de marktwaarde van onroerend vastgoed in exploitatie opnieuw bepaald. Winsten of verliezen ontstaan door een wijziging in de marktwaarde van het vastgoed worden verantwoord in de winst-en-verliesrekening. Voor het positieve verschil tussen de marktwaarde van het waarderingscomplex en de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering, wordt een herwaarderingsreserve gevormd.
Het expliciet opnemen van een herwaarderingsreserve in de balans als onderdeel van het eigen vermogen benadrukt voor de gebruiker van de jaarrekening dat een deel van het eigen vermogen op het waarderingsmoment nog niet gerealiseerd is.
Afschrijvingen
Op de onroerend vastgoed in exploitatie gewaardeerd op marktwaarde wordt niet afgeschreven.
Buitengebruikstelling als gevolg van sloop
Als op het waarderingscomplex of een deel daarvan, op de waarde peildatum ultimo boekjaar een ook voor een derde, onherroepelijke verplichting tot sloop van toepassing is, wordt hier bij de waardering rekening mee gehouden. De sloopkosten worden in het jaar van uitgave ten laste van het resultaat gebracht.
Onroerend vastgoed in exploitatie – beleidswaarde
De beleidswaarde sluit aan op het beleid van De Woonschakel en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie (zelfstandige- en onzelfstandige woongelegenheden) komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van:
- Enkel uitgaan van het doorexploiteerscenario, geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie.
- Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie.
- Inrekening van toekomstige onderhoudslasten, bepaald overeenkomstig het onderhoudsbeleid van de De Woonschakel met de daarbij behorende vastgestelde meerjaren onderhoudsbegroting voor het vastgoedbezit in plaats van de onderhoudsnormen in de markt.
- Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerslasten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten van de corporatie en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd ‘lasten verhuur en beheeractiviteiten’ in de resultatenrekening.
De beleidswaarde van BOG / MOG / ZOG en parkeergelegenheden is gelijk aan de marktwaarde en hierbij wordt dus verondersteld dat de marktuitgangspunten overeenkomen met de eigen beleidsuitgangspunten.
Voor zover afwijkend voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat gehanteerde uitgangspunten, zijn de gehanteerde uitgangspunten voor de toekomstige exploitatie - zoals toegepast voor de bepaling van de beleidswaarde van de activa in exploitatie - afgeleid van de meerjarenbegroting (ontwikkeling streefhuur, onderhoudslasten en de lasten van verhuur & beheer) en geënt op de wettelijke voorschriften opgenomen in RTiV artikel 151.
Jaarlijks vindt in de zomer na afloop van het jaarrekeningtraject een validatie van de basisversie plaats. Daarbij wordt door vergelijking met de full-versie achteraf aangegeven of de basisversie een marktwaarde uitkomst heeft gegeven die binnen acceptabele bandbreedte van de full-versie uitkomst ligt. Dit vormt input om de basisversie eventueel aan te passen. Deze inzichten zijn vanzelfsprekend nog niet bekend en niet meegenomen bij de totstandkoming van deze jaarrekening.
Dit jaar heeft er een aanpassing in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde plaatsgevonden. Het model in Wals is opnieuw gecertificeerd. De Woonschakel heeft hierop de marktwaarde aangepast.
Grondslagen voor marktwaarde
Bij het bepalen van de marktwaarde in verhuurde staat is gebruik gemaakt van meerdere macro economische parameters en of schattingen (full variant). Het handboek modelmatig waarderen marktwaarde bepaalt de marktwaarde van de onroerende zaken in exploitatie op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen (Discounted Cash Flow methode).
De toekomstige kasstromen worden bepaald aan de hand van een doorexploitatie- en een uitpondscenario.
Bij het doorexploitatiescenario is de veronderstelling dat het volledige complex in exploitatie blijft gedurende de DCF-periode. Bij het uitpondscenario is de veronderstelling dat na mutatie tot verkoop van individuele woningen tegen leegwaarde wordt overgegaan.
De berekening wordt uitgevoerd over een DCF-periode van 15 jaar. In het doorexploiteerscenario wordt de huur bij mutatie aangepast naar de markthuur of de maximale huur, afhankelijk of de woongelegenheid bij mutatie is te liberaliseren.
- Als de maximale huur lager dan of gelijk is aan de huurliberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur het minimum van de markthuur en de maximale huur volgens het woningwaarderingsstelstel.
- Als de maximale huur hoger is dan liberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur de markthuur.
Om de te verwachten kasstromen in de DCF-berekening te bepalen (2024 en verder), wordt gebruik gemaakt van de onderstaande macro-economische parameters. De parameters voor het jaar 2023 zijn gebruikt voor de waardering van 2022 en zijn ter vergelijking opgenomen.
De Woonschakel heeft de in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024 voorgeschreven parameters en uitgangspunten toegepast voor de portefeuille vastgoed in exploitatie exclusief BOG/MOG/ZOG en parkeergelegenheden. Deze zijn gewaardeerd op taxatiewaarde.
| PARAMETERS WOONGELEGENHEDEN | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 e.v. |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Inflatie en huurverhoging | ||||||||
| Prijsinflatie | 3,8% | 3,6% | 3,2% | 2,7% | 2,0% | 2,0% | 2,0% | 2,0% |
| Loonstijging | 5,9% | 6,6% | 4,3% | 3,8% | 3,8% | 3,8% | 2,5% | 2,5% |
| Bouwkostenstijging | 5,8% | 6,6% | 4,3% | 3,8% | 3,8% | 3,8% | 2,5% | 2,5% |
| Leegwaardestijging | 7,6% | 10,3% | 2,0% | 2,0% | 2,0% | 2,0% | 2,0% | 2,0% |
| Grondslag huurverhoging laagsegment | Loon(t-1) | Prijs(t-1) | Prijs(t-1) | Prijs(t-1) | Prijs(t-1) | Prijs(t-1) | ||
| Opslag huurindex laagsegment | 0,5% | 0,5% | 0,5% | 0,5% | 0,5% | 0,5% | ||
| Beheerkosten | ||||||||
| Beheerkosten EGW | 509 | 542 | ||||||
| Beheerkosten MGW | 499 | 532 | ||||||
| Beheerkosten Zorgeenheid | 460 | 491 | ||||||
| Overige belastingen, verzekeringen en heffingen | ||||||||
| Gemeentelijke OZB | Gemeentelijke tarieven 2024 zoals gepubliceerd uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde met waardepeildatum 1-1-2023. | |||||||
| Belastingen, verzekeringen | 0,07% van de WOZ-waarde | |||||||
| Verkoopkosten | 1,0% | 1,0% | 1,0% | 1,0% | 1,0% | 1,0% | 1,0% | 1,0% |
| Overdrachtskosten | 10,4% | 10,4% | 10,4% | 8,0% | 8,0% | 8,0% | 8,0% | 8,0% |
Instandhoudingskosten bij EGW per m2 bij doorexploiteren
| Bouwjaarklasse/ Grootte |
<1940 | > = 1940 < 1960 |
> = 1960 < 1975 |
> = 1975 < 1990 |
> = 1990 < 2005 |
> = 2005 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| < 40 | 1.532 | 1.504 | 1.507 | 1.530 | 1.610 | 1.729 |
| >=40 < 60 | 1.728 | 1.685 | 1.679 | 1.689 | 1.784 | 1.917 |
| >= 60 < 80 | 1.856 | 1.804 | 1.801 | 1.804 | 1.908 | 2.050 |
| >= 80 < 100 | 1.982 | 1.923 | 1.929 | 1.926 | 2.040 | 2.190 |
| >= 100 < 120 | 2.037 | 1.976 | 1.992 | 1.987 | 2.105 | 2.258 |
| >= 120 | 2.093 | 2.029 | 2.055 | 2.048 | 2.170 | 2.327 |
Instandhoudingskosten bij MGW per m2 bij doorexploiteren
| Bouwjaarklasse/ Grootte |
<1940 | > = 1940 < 1960 |
> = 1960 < 1975 |
> = 1975 < 1990 |
> = 1990 < 2005 |
> = 2005 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| < 40 | 1.303 | 1.346 | 1.366 | 1.405 | 1.519 | 1.631 |
| >=40 < 60 | 1.400 | 1.431 | 1.476 | 1.512 | 1.636 | 1.763 |
| >= 60 < 80 | 1.538 | 1.556 | 1.621 | 1.651 | 1.781 | 1.922 |
| >= 80 < 100 | 1.726 | 1.727 | 1.803 | 1.824 | 1.961 | 2.116 |
| >= 100 < 120 | 1.896 | 1.880 | 1.972 | 1.985 | 2.128 | 2.293 |
| >= 120 | 2.017 | 1.989 | 2.099 | 2.108 | 2.252 | 2.426 |
Instandhoudingskosten bij EGW per m2 bij uitponden
| Bouwjaarklasse/ Grootte |
<1940 | > = 1940 < 1960 |
> = 1960 < 1975 |
> = 1975 < 1990 |
> = 1990 < 2005 |
> = 2005 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| < 40 | 931 | 911 | 854 | 878 | 894 | 990 |
| >=40 < 60 | 1.032 | 997 | 937 | 936 | 944 | 1.070 |
| >= 60 < 80 | 1.101 | 1.058 | 990 | 974 | 979 | 1.123 |
| >= 80 < 100 | 1.174 | 1.122 | 1.041 | 1.012 | 1.014 | 1.176 |
| >= 100 < 120 | 1.208 | 1.153 | 1.062 | 1.030 | 1.030 | 1.200 |
| >= 120 | 1.242 | 1.184 | 1.083 | 1.047 | 1.046 | 1.223 |
Instandhoudingskosten bij MGW per m2 bij uitponden
| Bouwjaarklasse/ Grootte |
<1940 | > = 1940 < 1960 |
> = 1960 < 1975 |
> = 1975 < 1990 |
> = 1990 < 2005 |
> = 2005 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| < 40 | 755 | 797 | 800 | 831 | 899 | 1.002 |
| >=40 < 60 | 822 | 852 | 866 | 891 | 954 | 1.067 |
| >= 60 < 80 | 914 | 930 | 950 | 964 | 1.019 | 1.148 |
| >= 80 < 100 | 1032 | 1.031 | 1.050 | 1.049 | 1.095 | 1.244 |
| >= 100 < 120 | 1141 | 1.124 | 1.144 | 1.129 | 1.166 | 1.334 |
| >= 120 | 1223 | 1.193 | 1.218 | 1.194 | 1.223 | 1.405 |
| PARAMETERS MAATSCHAPPELIJK ONROEREND GOED | 2024 |
|---|---|
| Instandhoudingsonderhoud per m² BVO | € 8,91 |
| Mutatiekosten technisch onderhoud per m² BVO | € 14,89 |
| Mutatiekosten marketing (% van de marktjaarhuur) | 14,0% |
| Beheerkosten MOG (% van de markthuur) | 2,0% |
| Gemeentelijke OZB | Gemeentelijk |
| Belastingen verzekeringen en overige lasten | 0,13% |
| Mutatieleegstand | 6 mnd |
| Overdrachtskosten | 11,4% |
| PARAMETERS INTRAMURAAL VASTGOED | 2024 |
|---|---|
| Instandhoudingsonderhoud per m² BVO | € 11,84 |
| Mutatiekosten technisch onderhoud per m² BVO | € 14,89 |
| Mutatiekosten marketing (% van de marktjaarhuur) | 14,0% |
| Beheerkosten ZOG (% van de markthuur) | 2,5% |
| Gemeentelijke OZB | Gemeentelijk |
| Belastingen verzekeringen en overige lasten | 0,35% |
| Mutatieleegstand | 6 mnd |
| Overdrachtskosten | 11,4% |
Voor jaarrekening 2024 is minimaal 1/3 deel van BOG/MOG/ZOG getaxeerd door een onafhankelijke en terzake deskundige externe taxateur, ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs. Voor het overige deel van BOG/MOG/ZOG is een markttechnische update uitgevoerd. Het taxatierapport en het taxatiedossier waarin de waardering en de daarbij gehanteerde aanpassingen ten opzichte van de basisvariant zijn onderbouwd en vastgelegd. Deze zijn in het bezit van De Woonschakel en op aanvraag beschikbaar voor de Autoriteit woningcorporaties.
Toepassing vrijheidsgraden
Voor de taxaties van De Woonschakel zijn vrijheidsgraden toegepast:
- markthuur; deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur heeft op complexniveau referenties geraadpleegd, uit de NVM-database teneinde marktconforme markthuur(stijgingen) voor de getaxeerde objecten in de taxatie te kunnen verwerken;
- exit-yield; deze vrijheidsgraad is toegepast voor de BOG/MOG/ZOG. Taxateur acht een schatting van de exit-yield op basis van het model van de taxateur beter passend en tot meer marktconforme waarderingsuitkomsten leidend. Gemiddeld genomen geldt dat het risicoprofiel voor de zorgcomplexen lager is ingeschat ten opzichte van de MOG-complexen. De verwachting is dat de behoefte en vraag naar dergelijke complexen, mede gelet op de toenemende zorgvraag, onverminderd hoog blijft. De opslag voor technische en functionele veroudering representeert daarbij een eventuele renovatie die na verloop van tijd noodzakelijk zal zijn. Verder geldt dat er bij een aantal zorgcomplexen sprake is van een woonbestemming dan wel een mogelijkheid bestaat voor alternatieve aanwending naar regulier wonen. Het risicoprofiel blijft dan op basis daarvan relatief beperkt hetgeen zich vertaalt in een relatief lage exit-yield.
- schematische vrijheid; deze vrijheidsgraad is niet toegepast;
- bijzondere omstandigheden; deze vrijheidsgraad is niet toegepast;
- disconteringsvoet; deze vrijheidsgraad is wel toegepast. Taxateur is van mening dat de disconteringsvoet die tot stand komt op grond van de basisversie onvoldoende recht doet aan de afwijkende risicoprofielen van de complexen onderling en heeft derhalve per complex een inschatting gemaakt van de disconteringsvoet. Deze inschatting is vastgelegd in het dossier en op verzoek verkrijgbaar;
- mutatiekans; deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een mutatie voor alle complexen reëel. De wederverhuurtijd, ter bepaling van de mutatieleegstand is conform het Waarderingshandboek gesteld op zes maanden. De looptijd van een nieuw huurcontract is conform het Waarderingshandboek voor MOG en ZOG gesteld op vijf jaar;
- onderhoud; deze vrijheidsgraad is toegepast. De onderhoudskosten zijn ingeschat op basis van de Vastgoed Taxatiewijzer Exploitatiekosten Beleggingsvastgoed en de Vastgoed Taxatiewijzer Exploitatiekosten Zorggebouwen. Per complex is een referentieobject gekozen op basis van omvang, bouwjaar en bouwkundige kenmerken;
- erfpacht; deze vrijheidsgraad is niet van toepassing.
Schattingen
Gelet op de huidige marktomstandigheden kunnen toekomstige marktontwikkelingen waarop door externe taxateurs gehanteerde aannames en schattingen ter bepaling van de reële waarde van het commercieel vastgoed zijn gebaseerd, ten opzichte van de werkelijk te verwachten marktontwikkelingen van significante invloed zijn op de uitkomsten van de huidige waardering in de jaarrekening.
| Vrijheidsgraden BOG/MOG/ZOG | Basis | Taxatie |
|---|---|---|
| Markthuur per m2 | € 117,66 | € 126,53 |
| Onderhoud per m2 | € 11,26 | € 11,80 |
| Gem. distonteringsvoet | 9,07% | 6,7% |
| Gem. exit-yield doorexpl. | - | 7,9% |
| Gem. exit-yield uitponden | nvt | nvt |
Grondslagen voor de bepaling van de beleidswaarde
De beleidswaarde betreft de actuele waarde van het vastgoedbezit in exploitatie, gebaseerd op een sociale disconteringsvoet en voortdurende exploitatie volgens het huidige beleid van De Woonschakel. De bepaling van de beleidswaarde betreft een schatting die derhalve schattingsonzekerheden in zich heeft.
De beleidswaarde van bedrijfsmatig, maatschappelijk en zorg onroerend goed alsmede van parkeergelegenheden wordt gelijkgesteld aan de marktwaarde in verhuurde staat.Voor woongelegenheden wordt de beleidswaarde bepaald op basis van een contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen gebaseerd op voortdurende exploitatie. De waardering vindt op complexniveau plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in Bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2025 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024’). De basiskenmerken van de methodiek zijn als volgt:
- De aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele verplichtingen van de toegelaten instelling die rusten op het vastgoed.
- Het rekenmodel maakt gebruik van een Netto Contante Waardeberekening (NCW), ook wel Discounted Cash Flow (DCF) genaamd, gebaseerd op een exploitatieperiode van zestig jaar. Dit betekent dat de inkomsten en uitgaven over deze termijn worden geschat en dat deze aan de hand van een disconteringsvoet “contant” worden gemaakt naar balansdatum.
- De gehanteerde disconteringsvoet over boekjaar 2024 bedraagt 4,17% voor het DAEB bezit en 4,7% voor het niet-DAEB bezit.
- In de beleidswaarde wordt uitgegaan van voortdurende exploitatie (een door exploiteer-scenario), derhalve wordt geen rekening gehouden met bijvoorbeeld voorgenomen verkopen of sloop van vastgoed in exploitatie.
- De (huur)opbrengsten worden geschat op basis van de intern bepaalde streefhuur vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie, rekening houdend met de geldende wettelijke kaders.
- Inrekening van toekomstige onderhoudslasten voor instandhoudingsonderhoud en mutatie onderhoud is gebaseerd op de eigen onderhoudsbegroting, waarbij geldt dat:
- de onderhoudsbegroting is gebaseerd op de onderhoudscyclus van het object op basis van instandhouding, voortvloeiend uit de door De Woonschakel vastgestelde meerjarenonderhoudsbegroting op basis van doorexploitatie. Voor zover ingrijpende verbouwingen niet in deze meerjarenonderhoudsbegroting. zijn opgenomen, worden hiermee samenhangende geschatte uitgaven eveneens tot het onderhoud gerekend.
- de verplichting tot het verduurzamen van woningen met een E,F of G label is ingerekend conform de tabel in paragraaf 9.2.4.3 van het handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024. - Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerlasten op basis van een gemiddelde norm welke is gebaseerd op een inschatting van het langjarige kostenniveau. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheer- activiteiten van de corporatie en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd ‘lasten verhuur en beheeractiviteiten’ en ‘Overige
directe operationele lasten exploitatiebezit’ in de resultatenrekening.
De Woonschakel heeft bij de bepaling van de beleidswaarde uitgangspunten bepaald die mede van invloed zijn op de beleidswaarde. Wijzigingen van deze uitgangspunten zijn derhalve van invloed op deze waarde. De uitgangspunten zijn nader opgenomen in de toelichting op de balans.
1.3 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
De Woonschakel heeft in het verleden een aantal woningen onder voorwaarden verkocht waarbij de koper een contractuele korting van 25% op de reële marktwaarde krijgt. De verwerking van dergelijke transacties hangt af van de contractuele voorwaarden. De Woonschakel onderscheidt hierbij gerealiseerde verkopen en verkopen welke kwalificeren als een financieringstransactie.
Als gerealiseerde verkoop worden gekwalificeerd:
- verkopen waarbij De Woonschakel het recht op terugkoop heeft tegen reële waarde op het moment van terugkoop;
- verkopen waarbij De Woonschakel een plicht tot terugkoop heeft tegen (verwachte) reële waarde na het verstrijken van een aanzienlijk deel van de geschatte levensduur.
Van deze verkopen wordt het verschil tussen de netto verkoopopbrengst en de boekwaarde op moment van verkoop als resultaat verantwoord onder de post ‘netto gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed VOV’.
Als financieringstransactie worden gekwalificeerd:
- verkopen waarbij De Woonschakel een plicht tot terugkoop heeft tegen een vaste prijs, gebaseerd op de verwachte reële waarde op terugkoopmoment.
Deze als financieringstransactie gekwalificeerde verkopen onder voorwaarden worden als volgt verwerkt. De betreffende onroerende zaken worden direct voorafgaand aan de verkoop gewaardeerd tegen actuele waarde zijnde de met de koper overeengekomen contractprijs. Het verschil met de boekwaarde op dat moment wordt verwerkt:
- bij een waardedaling: als een negatieve herwaardering indien en voor zover er voor de betreffende woning(en) op dat moment nog sprake is van een ongerealiseerde waardestijging en voor het overige als een bijzonder waardeverminderingsverlies;
- bij een waardestijging: als een herwaardering indien, en voor zover de actuele waarde hoger is dan de boekwaarde op dat moment zou zijn geweest bij toepassing van waardering tegen historische kostprijs minus afschrijvingen en voor een eventueel resterende overige waardestijging als terugname van een bijzonder waardeverminderingsverlies;
- de woning wordt voor de overeengekomen contractprijs opgenomen onder de Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden; de (nog te) ontvangen contractprijs wordt opgenomen als Verplichtingen uit hoofde van Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden (eerste waardering).
Als de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar zal plaatsvinden wordt de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord.
1.4 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de eigen exploitatie
Vastgoed in aanbouw of ontwikkeling bestemd voor de eigen exploitatie wordt gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, dan wel de lagere marktwaarde in verhuurde staat (RJ 645.209).
De marktwaarde in verhuurde staat wordt bepaald met behulp van geprognosticeerde kasstromen op basis van aannames zoals toegelicht onder vastgoed in exploitatie. Indien gerede twijfel bestaat of de reeds bestede kosten terugverdiend kunnen worden, wordt het vastgoed tegen deze lagere marktwaarde gewaardeerd en wordt het nadelig verschil in het resultaat verantwoord onder de post 'overige waardeveranderingen'.
Wanneer per balansdatum sprake is van feitelijke dan wel juridische investeringsverplichtingen inzake DAEB en/of niet-DAEB vastgoed in ontwikkeling, waarbij de geschatte kostprijs van het vastgoed hoger is dan de marktwaarde in verhuurde staat, wordt het verschil eerst in mindering gebracht op de reeds voor het betreffende project bestede kosten en wordt voor het resterende deel een voorziening gevormd voor verlieslatendheid van een contract (voorziening voor onrendabele investeringen). De afwaardering wordt in het resultaat verantwoord onder de post 'overige waardeveranderingen'.
Bij gereedkomen van vastgoed in ontwikkeling voor de eigen exploitatie vindt overboeking van het gehele saldo plaats naar vastgoed in exploitatie. Bij deze overboeking wordt voor het bepalen van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs uitgegaan van de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met waardeverminderingen.
In de jaarrekening wordt naast juridisch afdwingbare verplichtingen tevens rekening gehouden met feitelijke verplichtingen die kunnen worden gekwalificeerd als ‘intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd’. Hiervan is sprake wanneer uitingen namens De Woonschakel zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige herstructureringen en toekomstige nieuwbouwprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces van de corporatie rondom projectontwikkeling en herstructurering. Van een feitelijke verplichting is sprake indien de formalisering definitief is.
2. Materiële vaste activa
2.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie
De onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen.
3. Financiële vaste activa
3.1 Latente belastingvorderingen
Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa volgens fiscale voorschriften enerzijds en de boekwaarden die in deze jaarrekening gevolgd worden anderzijds. Belastinglatenties worden gewaardeerd tegen contact waarden. Als disconteringsvoet is genomen de gemiddelde rente voor langlopende rente 1,90% (2023:1,97%).
Latente belastingvorderingen uit hoofde van verrekenbare verschillen en beschikbare voorwaartse verliescompensatie worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee verliezen kunnen worden gecompenseerd en mogelijk verrekening kan worden benut.
Latente belastingen worden verantwoord voor tijdelijke verschillen, tenzij De Woonschakel in staat is het tijdstip van afloop van het tijdelijk verschil te bepalen en het niet waarschijnlijk is dat het tijdelijke verschil in de voorzienbare toekomst gaat aflopen.
Bijzondere waardeverminderingen van financiële vaste activa
Ook voor financiële vaste activa, waaronder financiële instrumenten beoordeelt De Woonschakel op iedere balansdatum of er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van een financieel actief of een groep van financiële activa. Bij aanwezigheid van objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen bepaalt De Woonschakel de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waardeverminderingen en verwerkt dit direct in de winst-en-verliesrekening.
Bij financiële activa die gewaardeerd zijn tegen geamortiseerde kostprijs wordt de omvang van de bijzondere waardevermindering bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de effectieve rentevoet van het financiële actief zoals die is bepaald bij de eerste verwerking van het instrument.
Een eventueel bijzonder waardeverminderingsverlies wordt teruggenomen indien de afname van de waardevermindering verband houdt met een objectieve gebeurtenis na afboeking. De terugname wordt beperkt tot maximaal het bedrag dat nodig is om het actief te waarderen op de geamortiseerde kostprijs op het moment van de terugname, als geen sprake geweest zou zijn van een bijzondere waardevermindering. Het teruggenomen verlies wordt in de winst-en-verliesrekening verwerkt.
3.2 Agio leningen
De agio is het verschil tussen de nominale waarde van de overgenomen leningen en de marktwaarde van de leningen op het moment van verkrijging. De marktwaarde lag lager dan de nominale waarde en daarmee is er sprake van een agio.
4.1 Overige voorraden
De voorraden grond- en hulpstoffen worden gewaardeerd op verkrijgingsprijzen onder toepassing van de FIFO-methode (first in, first out) of lagere opbrengstwaarde.
5. Vorderingen
Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde. Een voorziening voor oninbaarheid gebaseerd op een statische beoordeling per balansdatum wordt in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.
6. Liquide middelen
Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
7. Eigen vermogen
7.1 Herwaarderingsreserve
Een herwaarderingsreserve wordt gevormd voor het positieve verschil tussen de marktwaarde van activa en de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. In de herwaarderingsreserve worden de ongerealiseerde waardevermeerderingen van de onroerende zaken in exploitatie opgenomen. Er is sprake van een ongerealiseerde waardevermeerdering indien de marktwaarde van een waarderingscomplex op balansdatum hoger is dan de aanschafwaarde op basis van de verkrijgingsprijs- of vervaardigingsprijs.
Wanneer op een waarderingscomplex in het verleden een waardevermindering is verantwoord, dan wordt pas een herwaarderingsreserve gevormd voor het betreffende complex voor zover de marktwaarde hoger is dan de aanschafwaarde op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
Het gerealiseerde deel van de herwaarderingsreserve van op marktwaarde gewaardeerde onroerende zaken in exploitatie wordt rechtstreeks ten gunste van de overige reserves verantwoord. Aangezien de waardevermeerdering van de onroerende zaken in exploitatie reeds ten gunste van de winst- en verliesrekening is gebracht – en in verband hiermee een herwaarderingsreserve is gevormd – is verwerking van de daaropvolgende realisatie niet ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht.
Er is afgezien van het opnemen van een overzicht van het totaalresultaat over 2024 aangezien er geen rechtstreekse vermogensmutaties hebben plaatsgevonden.
8. Voorzieningen
Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen en verliezen die op balansdatum bestaan waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de hoogte redelijkerwijs kan worden geschat. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld.
Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding wordt ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting, dan wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen.
8.1 Voorziening onrendabele investeringen
Wanneer per balansdatum sprake is van feitelijke dan wel juridische investeringsverplichtingen inzake DAEB en/of niet-DAEB vastgoed in ontwikkeling, waarbij de geschatte kostprijs van het vastgoed hoger is dan de aan de investeringsverplichting toe te rekenen marktwaarde, wordt het verschil eerst in mindering gebracht op de reeds voor het betreffende project bestede kosten en wordt voor het resterende deel een voorziening gevormd voor onrendabele investeringen.
8.2 Voorziening latente belastingverplichting
Latente belastingverplichtingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de passiva volgens fiscale voorschriften enerzijds en de boekwaarden die in deze jaarrekening gevolgd worden anderzijds. De berekening van de latente belastingvorderingen en -verplichtingen geschiedt tegen de belastingtarieven die op het einde van het verslagjaar gelden of tegen de tarieven die in de komende jaren gelden, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld.
Belastinglatenties worden gewaardeerd op basis van contante waarde.
Voorziening pensioenen
De Woonschakel heeft één pensioenregeling namelijk de pensioenregeling van het bedrijfstakpensioenfonds voor de Woningcorporaties.
De Woonschakel heeft voor haar werknemers een toegezegde pensioenregeling. Hiervoor in aanmerking komende werknemers bouwen jaarlijks een pensioenrecht op over het loon van dat jaar (middelloonregeling). De verplichtingen, welke voortvloeien uit deze rechten van haar personeel, zijn ondergebracht bij de Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW). De Woonschakel betaalt hiervoor de premies van het werkgeversdeel.
De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar financiële verplichtingen) dit toelaat. Naar de stand van ultimo boekjaar is de dekkingsgraad van het pensioenfonds 129,0%. Het pensioenfonds voldoet aan de minimale dekkingsvereisten en voorziet geen noodzaak voor de aangesloten instellingen om extra stortingen te verrichten. De Woonschakel heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij SPW, anders dan het effect van hogere toekomstige premies.
Op de Nederlandse pensioenregelingen zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing en worden op verplichte, contractuele of vrijwillige basis premies aan pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen betaald door De Woonschakel. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa als dit tot een terug storting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.
Voor bestaande verplichtingen (anders dan de te betalen premies) tegenover de pensioenuitvoerder en/of werknemers wordt een voorziening opgenomen. Dit betreft dan een voorziening voor:
- de verplichting van De Woonschakel tot het verrichten van extra betalingen of herstelpremies als gevolg van een lage dekkingsgraad van het pensioenfonds;
- onvoorwaardelijke nog niet gefinancierde indexaties.
Daarnaast neemt De Woonschakel in voorkomend geval een vordering op voor:
- toegezegde restituties als gevolg van een hoge dekkingsgraad van het pensioenfonds;
- over rente of winstdeling die overeenkomstig de bepalingen in een verzekeringscontract beschikbaar komen voor De Woonschakel.
Deze pensioenvoorzieningen worden op basis van de beste schatting gewaardeerd. Hierbij is de verplichting gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichting af te wikkelen. Als disconteringsvoet voor de contant making wordt de rekenrente in de bedrijfswaarde van De Woonschakel gehanteerd.
Indien de periode waarover de uitgaven contant worden gemaakt niet langer is dan een jaar, is de verplichting niet tegen de contante waarde opgenomen. Toevoegingen aan en vrijval van pensioenvoorzieningen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht.
8.3 Overige voorzieningen
De overige voorzieningen worden opgenomen tegen de voor de afwikkeling van de voorziening naar verwachting noodzakelijke uitgaven. Deze uitgaven zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, tenzij anders is aangegeven. De stichting onderkent de volgende overige voorzieningen:
- Jubilea. Deze wordt opgenomen tegen de contante waarde van de verwachte uitkeringen gedurende het dienstverband. Bij de berekening van de voorziening wordt onder meer rekening gehouden met verwachte salarisstijgingen en de blijf kans. Als disconteringsvoet voor het contant maken wordt de rekenrente van 3,0% gehanteerd.
- Loopbaanontwikkeling. Dit betreft de nominale waarde van het volgens de CAO Woondiensten aan de medewerkers beschikbaar gestelde en nog niet opgenomen loopbaanontwikkelingsbudget.
9. Langlopende schulden
9.1-9.2 Schulden aan overheid en kredietinstellingen
Langlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Een eventueel verschil tussen het ontvangen bedrag en de reële waarde van de lening wordt verantwoord op basis van de bij die transactie horende economische werkelijkheid. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten.
Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt op basis van de effectieve rente gedurende de geschatte looptijd van de schulden in de winst-en-verliesrekening als interestlast verwerkt.
De aflossingsverplichting van de langlopende schulden voor het komende jaar is opgenomen onder de kortlopende schulden.
9.4 Terugkoopverplichting verkoop onder voorwaarden
In het kader van de verkoop van woningen onder voorwaarden heeft de corporatie een terugkoopverplichting die mede afhankelijk is van de ontwikkeling van de waarde van de woningen in het economisch verkeer en de specifieke contractuele voorwaarden. De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd. Indien de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar gaat plaatsvinden is de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord.
10. Kortlopende schulden
Kortlopende schulden worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde.
Grondslagen voor de bepaling van het resultaat
Algemeen
Het resultaat wordt bepaald als verschil tussen de opbrengstwaarde van de geleverde prestaties en de kosten en andere lasten over het jaar. De resultaten op transacties worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd; verliezen reeds zodra zij voorzienbaar zijn. Het resultaat wordt tevens bepaald met inachtneming van de verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen van op marktwaarde gewaardeerde materiële vaste activa.
De winst- en verliesrekening wordt verantwoord op basis van de functionele indeling. Omdat De Woonschakel naast verhuuractiviteiten, tevens activiteiten verricht op het gebied van ontwikkeling van vastgoed en verkoop van delen van de vastgoedportefeuille, geeft de functionele indeling de gebruiker van de jaarrekening een beter inzicht van het resultaat per activiteit.
In de functionele winst- en verliesrekening zijn alle opbrengsten direct toe te rekenen aan de activiteiten van De Woonschakel. Bij de kosten is er een onderscheid tussen de direct toerekenbare kosten en de indirecte kosten. De direct toerekenbare kosten worden bij het betreffende onderdeel verantwoord. De toerekening van de indirecte kosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst- en verliesrekening gebeurt op basis van verdeelsleutels. De gehanteerde verdeelsleutels worden toegelicht.
Opbrengstverantwoording algemeen
Opbrengsten uit de levering van goederen worden verwerkt zodra alle belangrijke rechten en risico’s met betrekking tot de eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper.
Opbrengsten uit de levering van diensten geschieden naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten.
11. Huuropbrengsten
De jaarlijkse huurverhoging is van overheidswege gebonden. Zakelijke contracten voor kantoorruimten etc. zijn aangepast volgens de reguliere index. De opbrengsten uit hoofde van huur worden aangemerkt als zijnde gerealiseerd in het jaar van opeisbaarheid daarbij tussentijdse beëindiging van het huurcontract geen terugbetalingsverplichting geldt.
12-13 Opbrengsten en kosten servicecontracten
Dit betreffen ontvangen bedragen van huurders en bewoners ter dekking van te maken en gemaakte servicekosten. Jaarlijks vindt verrekening plaats op basis van de daadwerkelijke bestedingen. De kosten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten.
14. Lasten verhuur en beheeractiviteiten
Hier worden de directe en indirecte kosten verantwoord die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten. Hierbij kan worden gedacht aan lonen en salarissen voor personeel dat primair bezig is met de exploitatie van het vastgoed, huisvestingskosten en algemene kosten dat toerekenbaar is aan de activiteit.
De systematiek van toerekening is toegelicht onder "Toerekening baten en lasten".
15 Lasten onderhoudsactiviteiten
Aan deze post worden de lasten toegerekend die betrekking hebben op de onderhoudslasten. Dit betreft naast onderhoudslasten ook personeelslasten en overige bedrijfslasten. De systematiek van toerekening is toegelicht onder "Toerekening baten en lasten". Al aangegane verplichtingen waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum worden verwerkt onder de niet uit de balans blijkende verplichtingen. Onder onderhoudslasten worden alle direct aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud verantwoord. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden.
16 Overige directe operationele lasten exploitatie bezit
Aan deze post worden de directe lasten met betrekking tot de exploitatie van het bezit toegerekend die geen betrekking hebben op de verhuur- en beheeractiviteiten of onderhoudsactiviteiten. Gedacht kan worden aan: belastingen en heffingen.
17-19 Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoed portefeuille
De post netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille betreft het saldo van de behaalde verkoopopbrengst minus de boekwaarde (marktwaarde verhuurde staat) van het bestaand bezit en de toegerekende organisatiekosten. Opbrengsten worden verantwoord op het moment van levering (passeren transportakte).
20 Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille
Dit betreft waardeverminderingen en eventuele terugname hiervan, die gedurende het verslagjaar zijn ontstaan vanuit nieuw aangegane juridische en feitelijke verplichtingen met betrekking tot investeringen in nieuwbouw. Ook waardeveranderingen als gevolg van sloop en projecten die geen doorgang vinden worden onder deze categorie verantwoord.
21 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed
De onder deze post verantwoorde bedragen hebben betrekking op boekingen uit hoofde van waardeverandering. (Mutaties in) waardeveranderingen ontstaan door een jaarlijkse toets van de marktwaarde ultimo boekjaar ten opzichte van de marktwaarde ultimo voorgaand jaar.
22 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed vov
Dit betreft de jaarlijkse mutatie van de actuele waarde van de woningen verkocht onder voorwaarden. Dit betreft zowel de waardeverandering van de post “onroerende zaken verkocht onder voorwaarden” als de post “verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden”.
23 Overige organisatiekosten
Dit betreffen de kosten die niet aan reguliere bedrijfsactiviteiten toegerekend kunnen worden middels de systematiek toegelicht in "Toerekening baten en lasten”.
24 Kosten omtrent leefbaarheid
De hieronder verantwoorde kosten betreffen kosten van fysieke ingrepen niet zijnde investeringen en uitgaven voor activiteiten in de omgeving van woongelegenheden van De Woonschakel, die de leefbaarheid in buurten en wijken ten goede moeten komen.
25-26 Rentebaten en rentelasten
Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen die als onderdeel van de berekening van de effectieve rente worden meegenomen.
27 Belastingen
De Woonschakel is integraal belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Corporaties zijn verplicht over hun integrale activiteiten vennootschapsbelasting te betalen. Eén en ander is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst (VSO). In deze VSO zijn specifieke bepalingen opgenomen met betrekking tot de waardering van posten op de fiscale openingsbalans en de wijze van resultaatneming.
De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de winst-en-verliesrekening, rekening houdend met beschikbare fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten. Ook wordt, indien van toepassing, rekening gehouden met wijzigingen die optreden in de latente belastingvorderingen en latente belastingschulden uit hoofde van wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.
Toerekening baten en lasten
Om tot de functionele indeling van de winst- en verliesrekening te komen wordt gebruik gemaakt van een kosten verdeelstaat. Hierbij worden de personeelslasten verdeeld op basis van de werkelijke activiteiten van werknemers. De overige bedrijfskosten worden verdeeld door een verdeelsleutel te hanteren op basis van het aantal fte's op basis van de activiteiten van de medewerkers.
In de toelichting op de resultatenrekening is inzichtelijk gemaakt hoe de kosten verdeeld worden over de activiteiten.
Grondslagen voor de opstelling van het kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de directe methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit liquide middelen.
Het kasstroomoverzicht wordt ingedeeld in drie verschillende activiteitencategorieën:
- kasstromen uit operationele activiteiten;
- kasstromen uit investeringsactiviteiten en;
- kasstromen uit financieringsactiviteiten.
Voor een goed inzicht worden de bruto kasstromen opgenomen. Dit houdt in dat de ontvangsten en uitgaven afzonderlijk worden vermeld en dus niet worden gesaldeerd. Deze worden per groep van transacties en gebeurtenissen afzonderlijk weergegeven.


Kasstroom investeringsactiviteiten – renovatie/verduurzaming C. Haringhuizenlaan Midwoud
Toelichting op de balans
(x € 1.000,-)
| 1. VASTGOEDBELEGGINGEN | 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| 1.1 DAEB-vastgoed in exploitatie | |||||
| Woningen en woongebouwen in exploitatie | 1.095.034 | 953.138 | |||
| Onroerende goederen niet zijnde woningen | 9.090 | 9.402 | |||
| 1.104.124 | 962.540 | ||||
| 1.2 Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie | |||||
| Woningen en woongebouwen in exploitatie | 7.258 | 6.744 | |||
| Onroerende goederen niet zijnde woningen | 130 | 130 | |||
| 7.388 | 6.874 | ||||
| 1.3 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden | |||||
| Woonschakelkoop | 1.895 | 1.942 | |||
| 1.895 | 1.942 | ||||
| 1.4 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie | |||||
| Bruto vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie | 14.487 | 18.528 | |||
| Saldering van voorziening | -9.095 | -12.109 | |||
| Netto vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie | 5.392 | 6.419 | |||
| TOTAAL VASTGOEDBELEGGINGEN | 1.118.799 | 977.775 | |||
De WOZ-waarde van het bezit bedraagt ultimo 2024 € 1.636 mln. (2023: € 1.650 mln.).
- De som van de herwaarderingreserve van de onroerende zaken in exploitatie ultimo balansdatum bedraagt € 622,7 mln. (2023: € 505,6 mln.)
- In de DAEB-vastgoed in exploitatie en niet-DAEB vastgoed in exploitatie zijn 310 woningen geoormerkt voor de verkoop. Deze woningen staan nog niet leeg op balansdatum.
- De activa zijn verzekerd tegen aanschaf- c.q. voortbrengingskosten. Jaarlijks wordt de verzekerde waarde aangepast aan het indexcijfer voor nieuwbouwwoningen zoals dit door de CBS wordt berekend.
- In het boekjaar werd ter zake van onroerende zaken in ontwikkeling geen bouwrente geactiveerd.
- Er heeft overheveling plaatsgevonden DAEB en niet-DAEB van twee wooneenheden.
- Naar verwachting worden er ongeveer twaalf woningen binnen één jaar verkocht.
| 1. VERLOOPOVERZICHT MVA IN EXPLOITATIE EN ONTWIKKELING | DAEB VASTGOED IN EXPLOITATIE | NIET-DAEB VASTGOED IN EXPLOITATIE | VASTGOED IN ONTWIKKELING BESTEMD VOOR DE EXPLOITATIE | |
|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | ||||
| Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs | 484.213 | 5.438 | 19.684 | |
| Cumulatieve herwaarderingen/waardeverminderingen | 478.327 | 1.436 | -13.265 | |
| Boekwaarde | 962.540 | 6.874 | 6.419 | |
| Mutaties | ||||
| Investeringen | 2.205 | - | 27.517 | |
| Aankopen | - | - | - | |
| Desinvesteringen verkopen marktwaarde | -2.087 | - | - | |
| Desinvesteringen sloop marktwaarde | -3.557 | - | - | |
| Overheveling niet-DAEB naar DAEB | 437 | -437 | ||
| Overheveling niet-DAEB naar DAEB-Marktwaarde | - | - | ||
| Waardevermeerderingen en -verminderingen | 113.029 | 951 | - | |
| Overboekingen opgeleverde nieuwbouw | 31.557 | - | -31.557 | |
| Overboekingen van en naar verkopen onder voorwaarden | - | - | ||
| Overboekingen naar mva in ontwikkeling aanschafwaarde | - | - | - | |
| Overboekingen naar mva in ontwikkeling marktwaarde | - | - | - | |
| Overige mutaties aanschafwaarde | - | - | - | |
| Overige mutaties marktwaarde | - | - | - | |
| Overige waardeveranderingen en terugneming daarvan | - | - | 3.013 | |
| 141.584 | 514 | -1.027 | ||
| Stand per 31 december | ||||
| Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs | 516.325 | 5.000 | 15.644 | |
| Cumulatieve herwaarderingen/waardeverminderingen | 587.799 | 2.388 | -10.252 | |
| BOEKWAARDE | 1.104.124 | 7.388 | 5.392 | |
De mutaties in het bezit bestaan uit de oplevering van 126 nieuwbouwwoningen en de verkoop van dertien woningen uit de verkoopvijver. Er zijn zestien eenheden gesloopt.
De waarde mutatie bedraagt € 113,9 mln. en vanuit onderhoud is € 7,6 mln. geïnvesteerd voor duurzaamheid en renovatie. Voor vastgoed in ontwikkeling is ruim € 29,8 mln. geïnvesteerd in voornamelijk de Kunstlaan. In uitvoering zijn vier transformatiewoningen.
Toelichting bij activa in exploitatie
Toelichting bij activa in exploitatie of eigen vermogen: beleidsmatige beschouwing op het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie
Per 31 december 2024 is in totaal € 622,7 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in de overige reserves begrepen (2023: € 505,6 miljoen) uit hoofde van de waardering van het vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde in verhuurde staat. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee volgens de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.
De realisatie van deze ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van De Woonschakel. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Daarnaast wordt bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerlasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie.
Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde (en daarmee van het eigen vermogen) in de toekomst gaat worden gerealiseerd.
Marktwaarde
Stichting De Woonschakel Westfriesland heeft gekozen voor de toepassing van de basisversie van het Handboek modelmatig waarderen van de vastgoedportefeuille. Dit betekent dat de waardering ten behoeve van de jaarrekening bepaald wordt zonder tussenkomst van een taxateur. Het handboek wordt jaarlijks geactualiseerd. In dit handboek wordt gesteld dat toepassing van de basisversie leidt tot een getrouwe weergave van de marktwaarde in verhuurde staat op portefeuilleniveau, toepassing van de full-versie leidt tot een getrouwe weergave op complexniveau.
Ieder jaar wordt na 1 juli het handboek gevalideerd op basis van de waarderingsuitkomsten van het bezit van corporaties die de full-versie toepassen, dat wil zeggen de waardering gebruikmakend van een externe taxateur op balansdatum van het daaraan voorafgaande boekjaar. Dit vormt input om de basisversie eventueel aan te passen. De validatie eis daarbij is dat voor ten minste 90% van de portefeuilles het verschil tussen de basiswaardering en full waardering beperkt moet blijven tot maximaal + of - 10%.
Beleidswaarde
De beleidswaarde ultimo 2024 bedraagt € 473.672.089.
Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
| DAEB | Niet-DAEB | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Gemiddelde streefhuur per maand voor | |||||
| Eensgezinswoningen | € 659 | € 925 | |||
| Meergezinswoningen | € 570 | € 790 | |||
| Norm beheerlasten per jaar per woning | € 1.058 | € 1.058 | |||
| Ingerekende gemiddelde onderhoudslasten per woning | € 3.579 | € 3.959 | |||
| Aantal verhuureenheden met EFG label | 9 | - |
Streefhuur
In het streefhuurbeleid van De Woonschakel is aan elke woning een betaalbaarheidsklasse toegekend. De betaalbaarheidsklasse komt overeen met de vastgestelde huurprijsgrenzen. De streefhuur wordt bepaald aan de hand van de toegekende betaalbaarheidsklasse. Als de toegekende streefhuur van een gereguleerde woning hoger is dan 75% van de maximale huur volgens WWS, dan wordt de streefhuur afgetopt op 75% van de maximale huur.
Onderhoud
De ingerekende onderhoudslasten bestaan uit de volgende elementen:
- Reparatie- en klachtenonderhoud
- Mutatieonderhoud
- Onderhoud op afroep (badkamer, keuken, toilet)
- Contractonderhoud
- Planmatig onderhoud
De in de meerjarenonderhoudsbegroting opgenomen geschatte lasten inzake reparatieonderhoud, onderhoud op afroep en mutatie onderhoud zijn mede gebaseerd op ervaringscijfers vanuit het verleden welke worden geïndexeerd met de bouwkostenindex.
Het geschatte contractonderhoud is gebaseerd op aangegane respectievelijk naar verwachting af te sluiten onderhoudscontracten voor de betreffende installaties.
Het planmatige onderhoud is gebaseerd op de 60 - jarige onderhoudsbegroting op basis van doorexploitatie van De Woonschakel. De onderhoudsbegroting gaat uit van al die werkzaamheden die meerjarig (zowel de lange als korte onderhoudscycli) moeten worden uitgevoerd om een complex in zodanig technische en bouwkundige staat te houden dat sprake is en blijft van minimaal een conditiescore 4.
De onderhoudsbegroting is gebaseerd op de bekende onderhoudsstaat van het bezit. Om de onderhoudsstaat actueel te houden verricht De Woonschakel conditiemetingen. Hiertoe hanteert De Woonschakel een periodieke actualisatie. Elke jaar wordt de conditie per complex bepaalt, waarbij een aantal complexen extern wordt getoetst.
Bij het opstellen van de MJOB houdt De Woonschakel rekening met actuele prijspeil data gebaseerd op 2024.
De timing wanneer verschillende onderhoudscycli worden uitgevoerd, is gebaseerd op een schatting. Het daadwerkelijke jaar van uitvoering is niet exact voorspelbaar en afhankelijk van meerdere factoren. De impact van een individuele verschuiving in de tijd van planmatig onderhoud in de 60 jaar prognose is van geringe betekenis op de uitkomst van de beleidswaarde als geheel. Daarnaast zal een verschuiving op complexniveau gecompenseerd kunnen worden met een verschuiving bij een ander complex. De omvang van het planmatige onderhoud als geheel tendeert derhalve naar een ideaalcomplex. De exacte timing van uitgaven valt derhalve onder de aanwezige schattingsonzekerheid.
In de onderhoudsbegroting houdt De Woonschakel rekening met de volgende cycli:
| Type | Periodiciteit | |
|---|---|---|
| Planmatig | ||
| Gevel | 24/48 jaar | |
| Kozijnen | 48 jaar | |
| Daken en goten | 24/30/28 jaar | |
| Schoorstenen | 24/48 jaar | |
| Buiten schilderwerk | 6/7 jaar | |
| Beschoeiing | 30 jaar | |
| Niet planmatig | ||
| Keukens | 20 jaar | |
| Badkamer | 25-30 jaar | |
| Toilet | 25-30 jaar |
De MJOB is opgesteld rekening houdend met verwachte toekomstige ingrijpende verbouwingen, renovaties, sloop, nieuwbouw en verkoop. Ten behoeve van de beleidswaarde die gebaseerd dient te worden een 60 jaren doorlopende exploitatieperiode zijn de volgende correcties doorgevoerd op de MJOB:
- Ingerekende onderhoudskosten zijn op basis van 60 jaar
- Sloopcomplexen zijn opgevoerd qua verwacht onderhoud op basis van het behouden van een minimale conditiescore van 4.
- Ingrijpende verbouwingen en renovaties zijn niet in de MJOB ingerekend en zijn onderhoudskosten opgenomen naar een situatie waarbij regulier instandhoudingsonderhoud plaats zou vinden.
- Nieuwbouw en verkoop zijn buiten beschouwing gelaten.
Zoals hiervoor aangegeven kent de MJOB een horizon van 60 jaar.
EFG labels
De Woonschakel heeft nog 9 eenheden waarop een EFG label van toepassing is. Voor deze complexen is een correctie conform de normbedragen vanuit het Handboek modelmatig waarderen doorgevoerd op de beleidswaarde.
Achterstallig onderhoud
In de marktwaarde zijn geen uitgaven opgenomen voor het wegwerken van achterstallig onderhoud.
Beheerlasten
De beheerlastennorm is gebaseerd op de door het bestuur en Raad van Commissarissen goedgekeurde Meerjarenbegroting 2025 - 2034.

Sensiviteitsanalyse
De bepaling van de beleidswaarde is aan schattingen onderhevig. Teneinde inzicht te geven in de potentiële impact van een alternatieve schatting op de beleidswaarde uitkomst hebben wij de navolgende sensitiviteitsanalyse verricht. In onderstaande tabel wordt aangegeven welke effect een positieve of negatieve aanpassing van de schatting heeft op de beleidswaarde 2024.
(x € 1.000,-)
| EFFECT OP DE BELEIDSWAARDE | DAEB | Niet-DAEB |
|---|---|---|
| € 25,- hogere streefhuur | 38.395 | 169 |
| € 25,- lagere streefhuur | -40.544 | -169 |
| € 100,- hogere onderhoudskosten per vhe | -25.394 | -104 |
| € 100,- lagere onderhoudskosten per vhe | 25.394 | 104 |
| € 75,- hogere beheerkostennorm | -19.045 | -78 |
| € 75,- lagere beheerkostennorm | 19.045 | 78 |
| 0,5% hogere mutatiegraad | 1.296 | -62 |
| 0,5% lagere mutatiegraad | -603 | 6 |
| 0,5% hogere disconteringsvoet | -37.903 | -365 |
| 0,5% lagere disconteringsvoet | 44.405 | 427 |

(x € 1.000,-)
| 1.3 ONROERENDE ZAKEN VERKOCHT ONDER VOORWAARDEN | 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | |||||
| Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs | 974 | 974 | |||
| Cumulatieve herwaarderingen | 968 | 1.023 | |||
| 1.942 | 1.997 | ||||
| Woningen teruggekocht onder voorwaarden | -185 | - | |||
| Mutatie herwaardering | 138 | -55 | |||
| -47 | -55 | ||||
| Stand per 31 december | |||||
| Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs | 789 | 974 | |||
| Cumulatieve herwaarderingen | 1.106 | 968 | |||
| Boekwaarde | 1.895 | 1.942 | |||
Alle contracten over verkoop onder voorwaarden zijn gebaseerd op het principe waarbij sprake is van verleende kortingen op de marktwaarde van 25%. In de post “onroerende zaken verkocht onder voorwaarden” zijn in totaal 9 verhuureenheden opgenomen (2023: 10). Bij terugkopen van de woningen heeft De Woonschakel het beleid om ze terug te nemen in exploitatie dan wel te verkopen in de vrije markt. De verkoop gebeurt alleen als er in het complex al eerder is verkocht.

| 2.1 | VERLOOPOVERZICHT | ONROERENDE EN ROERENDE ZAKEN TEN DIENSTE VAN DE EXPLOTIATIE | |
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | |||
| Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs | 13.348 | ||
| Cumulatieve herwaarderingen/bijzondere waardeverminderingen | -3.620 | ||
| Cumulatieve afschrijvingen | -6.402 | ||
| Boekwaarde | 3.326 | ||
| Mutaties | |||
| Investeringen | 1.276 | ||
| Desinvesteringen aanschafwaarde | - | ||
| Desinvesteringen waardeverminderingen | - | ||
| Desinvesteringen afschrijvingen | - | ||
| Afschrijvingen | -290 | ||
| 986 | |||
| Stand per 31 december | |||
| Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs | 14.624 | ||
| Cumulatieve herwaarderingen/bijzondere waardeverminderingen | -3.620 | ||
| Cumulatieve afschrijvingen | -6.692 | ||
| BOEKWAARDE | 4.312 | ||
De investeringen bestaan uit de overstap van kleine bedrijfsauto’s naar elektrisch rijden, deelvervanging vloerbedekking kantoor Medemblik en ICT middelen.
De afschrijvingen worden lineair berekend op basis van de geschatte economische levensduur. Op grond wordt niet afgeschreven. De levensduren van de overige materiële vaste activa ten dienste van eigen exploitatie zijn als volgt:
- bedrijfsgebouwen: 30-40 jaar
- verbouwingen: 10-25 jaar
- installaties: 5-25 jaar
- inventaris en automatisering: 5- 3 jaar
- vervoermiddelen: 5-13 jaar
- grond: Geen
(x € 1.000,-)
| 3.1 | LATENTE BELASTINGVORDERING | 31-12-2024 | 31-12-2023 |
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 1.770 | 1.846 | |
| Mutatie boekjaar | -730 | -76 | |
| 1.040 | 1.770 | ||
| De latentie is gebaseerd op het verschil tussen de commerciele | |||
| en fiscale boekwaarde van de posten: | |||
| Verkoop onder voorwaarden | |||
| Fiscale waardering | 271 | 274 | |
| Commerciele waardering | 1.895 | 1.942 | |
| Verschil | 1.624 | 1.668 | |
| Verschil contant gemaakt | 1.478 | 1.668 | |
| Volgens geldend tarief 25,8% | 381 | 430 | |
| Leningen | |||
| Fiscale waardering | 668 | 876 | |
| Commerciele waardering | - | - | |
| Verschil | 668 | 876 | |
| Verschil contant gemaakt | 599 | 792 | |
| Volgens geldend tarief 25,8% | 154 | 204 | |
| Boeterente | |||
| Fiscale waardering | 3.929 | 4.925 | |
| Commerciele waardering | - | - | |
| Verschil | 3.929 | 4.925 | |
| Verschil contant gemaakt | 3.492 | 4.398 | |
| Volgens geldend tarief 25,8% | 901 | 1.136 | |
| Leningen overname | |||
| Fiscale waardering | -1.671 | - | |
| Commerciele waardering | - | - | |
| Verschil | -1.671 | - | |
| Verschil contant gemaakt | -1.536 | - | |
| Volgens geldend tarief 25,8% | -396 | - | |
| TOTAAL | 1.040 | 1.770 | |
(x € 1.000,-)
| 3.2 AGIO VAN LENINGEN | 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 1.610 | 1.942 | |||
| Mutatie | -343 | -332 | |||
| Herwaardering | - | - | |||
| TOTAAL | 1.267 | 1.610 | |||
De agio is het verschil tussen de nominale waarde van de overgenomen leningen en de marktwaarde van de leningen op het moment van verkrijging. De marktwaarde lag lager dan de nominale waarde en daarmee is er sprake van een agio.
(x € 1.000,-)
| 4.1 | OVERIGE VOORRADEN | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 145 | 145 | |||
| Inkopen | 450 | 416 | |||
| Verbruik | -445 | -416 | |||
| 150 | 145 | ||||
| De voorraden bestaan uit materialen en grondstoffen voor de eigen onderhoudsdienst | |||||
| Vastgoed bestemd voor verkoop | 233 | - |

(x € 1.000,-)
| 5.1 | HUURDEBITEUREN | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Huurdebiteuren | 317 | 570 | |||
| Af: voorziening wegens mogelijke oninbaarheid | -34 | -37 | |||
| TOTAAL | 283 | 533 |
In de post huurdebiteuren is ultimo boekjaar een bedrag van € 307.000 (= 0,64% van de jaarhuur) als te vorderen servicekosten.
(x € 1.000,-)
| 5.2 | VORDERINGEN OVERHEID | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Vordering op de gemeente | 2 | 1 | |||
| TOTAAL | 2 | 1 |
(x € 1.000,-)
| 5.3 | OVERIGE VORDERINGEN | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Nog te ontvangen serviceopbrengsten | - | - | |||
| Overige vorderingen | 71 | 82 | |||
| TOTAAL | 71 | 82 | |||
(x € 1.000,-)
| 5.4 | TE VORDEREN VENNOOTSCHAPSBELASTING | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Vennootschapsbelasting 2022 | - | 598 | |||
| Vennootschapsbelasting 2023 | 2.903 | 2.202 | |||
| Vennootschapsbelasting 2024 | 1.711 | - | |||
| TOTAAL | 4.614 | 2.800 | |||
(x € 1.000,-)
| 5.5 | OVERLOPENDE ACTIVA | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Vooruitbetaalde kosten | 82 | 40 | |||
| Vooruitbetaald aan leveranciers | 10 | 59 | |||
| TOTAAL | 92 | 99 | |||
(x € 1.000,-)
| 6. | LIQUIDE MIDDELEN | 31-12-2024 | 31-12-2023 | |
|---|---|---|---|---|
| Rekening courant | 3.988 | 2.692 | ||
| Deposito's | 670 | 655 | ||
| TOTAAL | 4.658 | 3.347 | ||
(x € 1.000,-)
| 7. | EIGEN VERMOGEN | 31-12-2024 | 31-12-2023 | |
|---|---|---|---|---|
| Stand eigen vermogen 1 januari | 701.077 | 694.418 | ||
| Resultaat boekjaar | 136.603 | 6.659 | ||
| STAND EIGEN VERMOGEN 31 DECEMBER | 837.680 | 701.077 | ||
| Overige reserves | ||||
| Stand overige reserves 1 januari | 188.814 | 210.827 | ||
| Uit resultaatbestemming voorgaand jaar | 6.659 | -27.274 | ||
| Toename afname ten laste/gunste herwaarderingsreserve | -117.150 | 5.261 | ||
| STAND OVERIGE RESERVES 31 DECEMBER | 78.323 | 188.814 | ||
| Herwaarderingsreserve | ||||
| Boekwaarde per 1 januari | 505.604 | 510.865 | ||
| Realisatie uit hoofde van verkoop | -1.314 | -4.628 | ||
| Realisatie uit hoofde van sloop | - | - | ||
| Toename uit hoofde van stijging van de marktwaarde | 121.364 | 23.832 | ||
| Afname uit hoofde van daling van de marktwaarde | -2.900 | -24.465 | ||
| STAND HERWAARDERINGSRESERVE 31 DECEMBER | 622.754 | 505.604 | ||
Herwaarderingsreserve
De herwaarderingsreserve wordt bepaald op complexniveau op basis van het verschil in de boekwaarde van het vastgoed in exploitatie op basis van marktwaarde ten opzichte van de boekwaarde van het vastgoed in exploitatie op basis van historische kosten. Hierbij wordt bij de bepaling van de boekwaarde op basis van historische kosten geen rekening gehouden met afschrijvingen en waardeverminderingen.
(x € 1.000,-)
| 8. | VOORZIENINGEN | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|---|
| 8.1 Voorziening onrendabele investeringen/herstructureringen | 10.649 | 23.126 | |||
| Mutaties | |||||
| Bij: Saldering opheffen | 12.109 | 398 | |||
| Bij: Dotatie in het boekjaar | 2.387 | 14.339 | |||
| Af: Opgeleverde nieuwbouw | -14.150 | -8.932 | |||
| Af: Ontwikkeling marktwaarde | -562 | -6.172 | |||
| Af: Saldering met mva in ontwikkeling | -9.095 | -12.110 | |||
| VOORZIENINGEN ONRENDABELE INVESTERINGEN PER 31 DECEMBER | 1.338 | 10.649 | |||
De voorziening onrendabel wordt gevormd voor het verschil in marktwaarde in verhuurde staat en de stichtingskosten. De stichtingskosten zijn hoger waardoor een deel van het project niet wordt terugverdiend over de exploitatieperiode. Voor dat deel wordt een voorziening gevormd. Als er al uitgaven voor het project zijn gedaan, wordt de voorziening geheel of gedeeltelijk gesaldeerd naar de materiële vaste activa in ontwikkeling.

(x € 1.000,-)
| 8.3 | OVERIGE VOORZIENINGEN | 31-12-2024 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Loopbaanontwikkeling | 234 | 233 | |||
| Bij: Dotatie | 40 | 19 | |||
| Af: Vrijval | -4 | -1 | |||
| Af: Onttrekking | -21 | -17 | |||
| 249 | 234 | ||||
| Jubileumvoorziening | 249 | 232 | |||
| Bij: Dotatie | 57 | 20 | |||
| Af: Vrijval | - | - | |||
| Af: Onttrekking | -15 | -3 | |||
| 291 | 249 | ||||
| OVERIGE VOORZIENINGEN PER 31 DECEMBER | 540 | 483 | |||
Medewerkers bouwen voor de loopbaanontwikkeling per jaar € 900,- (voltijd) op tot een maximum van € 4.500. Zij kunnen dit besteden voor opleidingen die niet direct met hun functie verband houden. Bij einde dienstverband of besteding daalt de voorziening.

(x € 1.000,-)
| 9. | LANGLOPENDE SCHULDEN | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
|---|---|---|---|---|---|
| 9.1 Schulden/leningen overheid | |||||
| Kortlopend deel | 774 | 773 | |||
| Langlopend deel | 5.926 | 6.700 | |||
| Boekwaarde per 1 januari | 6.700 | 7.473 | |||
| Bij: nieuwe leningen | - | - | |||
| Af: aflossingen | -771 | -773 | |||
| Boekwaarde per 31 december | 5.929 | 6.700 | |||
| Af: kortlopend deel | -610 | -774 | |||
| TOTAAL LANGLOPEND DEEL | 5.319 | 5.926 | |||
| Waarvan langer dan 5 jaar | 3.497 | 3.497 | |||
(x € 1.000,-)
| 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| 9.2 Schulden/leningen kredietinstellingen | |||||
| Kortlopend deel | 9.808 | 6.409 | |||
| Langlopend deel | 247.291 | 239.099 | |||
| Boekwaarde per 1 januari | 257.099 | 245.508 | |||
| Bij: nieuwe leningen | 32.500 | 18.000 | |||
| Af: aflossingen | -14.810 | -6.409 | |||
| Boekwaarde per 31 december | 274.789 | 257.099 | |||
| Af: kortlopend deel | -8.046 | -9.808 | |||
| TOTAAL LANGLOPEND DEEL | 266.743 | 247.291 | |||
| Waarvan langer dan 5 jaar | 226.133 | 208.405 | |||
De langlopende schulden overheid lopen elk jaar af doordat De Woonschakel geen nieuwe leningen aantrekt bij de gemeente. De Woonschakel heeft in mei en november leningen aangetrokken. De lening van mei is een flexlening van € 9 mln. met een looptijd van 10 jaar. De lening van november is een lineaire lening van € 9 mln. met een looptijd van 30 jaar.
| 31-12-2024 | 31-12-2023 | |
|---|---|---|
| Vastrentende leningen overheid | ||
| Restschuld | 5.929 | 6.699 |
| Gemiddelde rente | 1,80% | 1,77% |
| Gemiddelde looptijd | 16 | 17 |
| Reële waarde | 5.648 | 6.607 |
| Vastrentende leningen kredietinstellingen | ||
| Restschuld | 274.789 | 257.099 |
| Gemiddelde rente | 2,73% | 2,69% |
| Gemiddelde looptijd | 19 | 20 |
| Reële waarde | 311.798 | 281.713 |
Herfinanciering
De gemiddelde rentevoet voor De Woonschakel bedraagt 2,69% (2022: 2,58%). Deze stijging wordt veroorzaakt door:
Nieuwe leningen
- De Woonschakel heeft op 17 mei een flex lening aangetrokken van € 9 mln. op basis van 1-maands Euribor met een opslag van 0,24%.
- De Woonschakel heeft op 29 november een lineaire lening aangetrokken van € 9 mln. voor een rente van 3,840%.
Eindaflossingen
- Er vonden geen eindaflossingen van fixeleningen en overige leningen plaats.
Rente conversies
- Op 27 december is er een renteconversie geweest voor een lineaire lening met een openstaand bedrag van € 4 mln. met een looptijd van 20 jaar voor 3,13% (was 2,42%).
Reële waarde
De marktwaarde van de leningen is verantwoord op basis van een basisyield die gebaseerd is op de fixings van de geldmarkt en de IRS-forward tarieven.
Rentevoet en looptijd
(x € 1.000,-)
| 31-12-2024 | 31-12-2023 | |
|---|---|---|
| RENTEPERCENTAGE | ||
| 0% - 1% | 64.643 | 67.139 |
| 1% - 2% | 40.840 | 41.881 |
| 2% - 3% | 20.961 | 15.808 |
| 3% - 4% | 55.504 | 28.995 |
| 4% - 5% | 98.769 | 109.807 |
| 5% - % | - | 170 |
| 280.717 | 263.800 | |
| LOOPTIJD | ||
| < 1 jaar | - | - |
| van 1 tot 5 jaar | 12.201 | 15.730 |
| van 5 tot 10 jaar | 42.984 | 37.187 |
| van 10 tot 15 jaar | 10.597 | 16.130 |
| van 15 tot 20 jaar | 27.402 | 10.475 |
| van 20 tot 25 jaar | 32.644 | 24.166 |
| > 25 jaar | 154.889 | 160.112 |
| 280.717 | 263.800 |
Borgstelling
Borgstelling van de leningen heeft tot een bedrag van € 255,8 mln. plaatsgevonden door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW).
Marktwaarde
De marktwaarde van de leningen volgens het WSW- overzicht bedraagt in totaal € 284 mln.
(x € 1.000,-)
| 9.3 SCHULDEN AAN BANKEN | 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 7.086 | 7.418 | |||
| Nieuwe disagio's | - | - | |||
| Afloop | -318 | -332 | |||
| SALDO PER 31 DECEMBER | 6.768 | 7.086 | |||
In 2021 ontstond de balanspost ‘schuld aan banken’. De Woonschakel heeft medio december een lening geruild met Vestia. In deze deal kregen wij een lening met een rente van 4,86%. Dat is aanzienlijk hoger dan de marktrente van 0,535% op dat moment. Over een looptijd van 40 jaar levert dat een agio op van € 2,8 mln. en deze zal over de looptijd aflopen ten gunste van de rentelasten.
In 2022 heeft de Woonschakel voor € 69,4 miljoen leningen van Wooncompagnie overgenomen voor de aanschaf van 470 woningen. De rente van een aantal woningen is hoger dan de marktwaarde van 3%. Over de looptijd van de leningen levert dat een agio op van 4,7 mln. en deze zal over de looptijd aflopen ten gunste van de rentelasten.
(x € 1.000,-)
| 9.4 VERPLICHTING UIT HOOGDE VAN ONROERENDE ZAKEN VERKOCHT ONDER VOORWAARDEN | 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 1.761 | 1.802 | |||
| Woningen teruggekocht onder voorwaarden | 103 | - | |||
| Mutatie herwaardering | -168 | -41 | |||
| SALDO PER 31 DECEMBER | 1.696 | 1.761 | |||
De terugkoopverplichting muteerde door de marktwaardeverandering van de woningen. Doordat in 2023 een woning is teruggekocht, daalt de schuld.
(x € 1.000,-)
| 9.5 OVERIGE LANGLOPENDE SCHULDEN | 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 205 | 217 | |||
| Aflossing | -11 | -12 | |||
| SALDO PER 31 DECEMBER | 194 | 205 | |||
De schuld betreft een voorontvangen huur en loopt nog 18 jaar.
| 10. KORTLOPENDE SCHULDEN | 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Schulden overheid | |||||
| Kortlopend deel van de langlopende schulden | 610 | 774 | |||
| 610 | 774 | ||||
| Schulden kredietinstellingen | |||||
| Kortlopend deel van de langlopende schulden | 8.046 | 9.808 | |||
| 8.046 | 9.808 | ||||
| Schulden leveranciers | |||||
| Schulden leveranciers | 2.287 | 2.800 | |||
| 2.287 | 2.800 | ||||
| Vooruitontvangen huurders | |||||
| Vooruitontvangen huurders | 377 | 265 | |||
| 377 | 265 | ||||
| Schulden belastingen en sociale verzekeringen | |||||
| Omzetbelasting | 461 | 444 | |||
| Loonbelasting | 171 | 104 | |||
| 632 | 548 | ||||
| Schulden ter zake van pensioenen | |||||
| SPW te betalen pensioenpremie | 62 | 58 | |||
| 62 | 58 | ||||
| Overlopende passiva | |||||
| Vooruitbetaalde rente | 2.927 | 2.333 | |||
| Reservering vakantiedagen | 184 | 147 | |||
| Vennootschapsbelasting | - | - | |||
| Nog te ontvangen facturen | 118 | 277 | |||
| Overige | - | - | |||
| 3.229 | 2.757 | ||||
Niet uit de balans blijkende verplichtingen
Voorwaardelijke verplichtingen
Ketenaansprakelijkheid: De Woonschakel heeft per balansdatum geen niet uit de balans blijkende verplichtingen uit hoofde van de wet keten aansprakelijkheid
Aangegane verplichtingen projecten
In het kader van projecten zijn er ultimo het boekjaar verplichtingen aangegaan tot een bedrag van € 8,5 miljoen (2023: € 44,2 miljoen).
Obligoheffing en obligolening
De Woonschakel heeft op grond van artikel 10, lid 2 onder c van het Reglement van Deelneming van WSW een obligolening aangetrokken.
Deze geldleningsovereenkomst sluit aan op hetgeen is vereist. Het maximumbedrag van de geldleningsovereenkomst is het gecommitteerd obligo.
Dit betekent dat de hoofdsom overeenkomt met 2,6% van het geborgd schuldrestant ultimo 2023. Het gecommitteerd obligo bedraagt eind 2024 € 6,8 miljoen. Op deze lening kan alleen een trekking worden gedaan als WSW daartoe een verzoek heeft gedaan en de woningcorporatie niet binnen tien werkdagen na dit verzoek kan storten.
Een dergelijk verzoek van WSW is pas aan de orde als het jaarlijks obligo niet toereikend is. Op basis van de prognoses van WSW is dit op basis van de huidige verplichtingen niet aan de orde.
In het geval van een eventuele storting, zal deze rechtstreeks ten gunste van WSW worden uitbetaald en nadien moeten worden afgelost door de woningcorporatie.
Daarnaast heeft De Woonschakel uit hoofde van het borgingsstelsel een obligoverplichting tegenover het WSW. Deze bestaat uit de jaarlijkse obligoheffing van maximaal 0,34% van het geborgd schuldrestant.
Toelichting op de winst- en verliesrekening
(x € 1.000,-)
| 11. HUUROPBRENGSTEN | 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Huuropbrengsten DAEB | |||||
| Woongelegenheden | 43.317 | 41.925 | |||
| Intramuraal | 2.514 | 2.573 | |||
| Maatschappelijk onroerend goed | 826 | 801 | |||
| Parkeren | 2 | 2 | |||
| 46.659 | 45.301 | ||||
| Huuropbrengsten niet-DAEB | |||||
| Woongelegenheden | 352 | 359 | |||
| Bedrijfsonroerend goed | 16 | 46 | |||
| 368 | 405 | ||||
| Huurderving | |||||
| Af: wegens leegstand | -268 | -455 | |||
| Af: wegens oninbaar | -82 | -121 | |||
| -350 | -576 | ||||
| TOTAAL HUUROPBRENGSTEN | 46.677 | 45.130 | |||
Het percentage huurderving bedraagt 0,74% (2023: 1,29%) van de brutohuur.
(x € 1.000,-)
| 12 - 13. SERVICEOPBRENGSTEN EN KOSTEN | 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Serviceopbrengsten | 1.246 | 1.020 | |||
| Servicekosten | -1.307 | -991 | |||
| RESULTAAT SERVICEOPBRENGSTEN EN KOSTEN | -61 | 29 | |||
(x € 1.000,-)
| 14 LASTEN VERHUUR EN BEHEERACTIVITEIT | 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Directe kosten | |||||
| Exploitatielasten | -170 | -191 | |||
| -170 | -191 | ||||
| Indirect kosten | |||||
| Afschrijvingen | -93 | -80 | |||
| Lonen en Salarissen | -1.365 | -1.204 | |||
| Sociale lasten | -225 | -195 | |||
| Pensioenlasten | -152 | -147 | |||
| Overige personeelslasten | -139 | -96 | |||
| Huisvestingskosten | -462 | -437 | |||
| Overige kosten | -48 | -60 | |||
| -2.484 | -2.219 | ||||
| Overige opbrengsten | |||||
| Indicentele baten | - | - | |||
| - | - | ||||
| TOTAAL LASTEN VERHUUR EN BEHEERACTIVITEIT | -2.654 | -2.410 | |||
De lasten verhuur en beheer bestaan voornamelijk uit personeelskosten van woonconsulenten en medewerkers klant.
(x € 1.000,-)
| PERSONELE LASTEN | 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Lonen en salarissen | 4.468 | 3.940 | |||
| Sociale lasten | 736 | 639 | |||
| Pensioenlasten | 498 | 480 | |||
| 5.702 | 5.059 | ||||
| Gealloceerd aan verhuur en beheer | -1.743 | -1.546 | |||
| Gealloceerd aan onderhoud | -2.778 | -2.464 | |||
| Gealloceerd aan verkoop | -126 | -111 | |||
| Gealloceerd aan leefbaarheid | -311 | -276 | |||
| Gealloceerd aan overige organisatiekosten | -744 | -661 | |||
| -5.702 | -5.058 | ||||
| Uitzendkrachten | 135 | 18 | |||
| Overige personele lasten | |||||
| Opleidingskosten | 129 | 116 | |||
| Reiskosten | 48 | 40 | |||
| Kantinekosten | 25 | 22 | |||
| Werkkleding en arbo | 58 | 42 | |||
| Overige | 87 | 99 | |||
| 347 | 319 | ||||
Werknemers
Ultimo boekjaar had de corporatie 80,7 FTE werknemers in dienst (2023: 74,1). Dit aantal is gebaseerd op het aantal fulltime equivalenten. Geen van de werknemers is buiten Nederland werkzaam. Er zijn geen werknemers in dienst bij geconsolideerde maatschappijen.
| 2024 | 2023 | |||
|---|---|---|---|---|
| Directie | 2 | 2 | ||
| Staf & Control | 5,9 | 4,9 | ||
| Klant | 12,3 | 10,5 | ||
| Wonen | 11,2 | 10,9 | ||
| Onderhoud | 31,9 | 29,1 | ||
| Financiën | 4,8 | 4,8 | ||
| Vastgoed | 12,6 | 11,9 | ||
| Totaal | 80,7 | 74,1 |
(x € 1.000,-)
| 15 LASTEN ONDERHOUDSACTIVITEITEN | 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Directe kosten | |||||
| Reparatieverzoeken | -2.491 | -2.033 | |||
| Mutatieonderhoud | -2.188 | -2.357 | |||
| Onderhoud op afroep | -2.194 | -2.655 | |||
| Contract onderhoud | -4.517 | -2.751 | |||
| Planmatig onderhoud | -2.444 | -3.011 | |||
| -13.834 | -12.807 | ||||
| Indirect kosten | |||||
| Afschrijvingen | -90 | -78 | |||
| Lonen en Salarissen | -2.177 | -1.920 | |||
| Sociale lasten | -359 | -311 | |||
| Pensioenlasten | -243 | -234 | |||
| Overige personeelslasten | -221 | -153 | |||
| Huisvestingskosten | -447 | -423 | |||
| Algemene kosten | -201 | -195 | |||
| -3.738 | -3.314 | ||||
| TOTAAL LASTEN ONDERHOUDSACTIVITEITEN | -17.572 | -16.121 | |||
Het planmatig onderhoud is gedaald door het opschuiven van projecten in verband met ecologisch onderzoek. Het contractonderhoud is fors hoger. Dit kwam met name door de verplichting om per 1 januari 2024 bij verketeling alle radiatoren in de woning te voorzien van thermostaatkranen en het geheel waterzijdig in te regelen. Dit hadden wij echter niet begroot en dat leverde een extra kostenpost op van ruim € 600.000.
(x € 1.000,-)
| 16 OVERIGE DIRECTE OPERATIONELE LASTEN EXPLOITATIE BEZIT | 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Belastingen | -3.317 | -3.120 | |||
| Waterschapslasten | -398 | -699 | |||
| Verzekeringen | -251 | -220 | |||
| Verhuurdersbijdrage | -22 | -52 | |||
| TOTAAL | -3.988 | -4.091 | |||
De Woonschakel heeft in het verleden een schuld opgenomen voor de Waterschapslasten. Dit blijkt onterecht te zijn doordat de wegenheffing is komen te vervallen. Dit is gecorrigeerd in 2024.
(x € 1.000,-)
| 17 - 19 RESULTAAT VERKOOPACTIVITEITEN | 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Verkoopopbrengsten | |||||
| Verkoopopbrengsten | 3.981 | 5.686 | |||
| Verkoopkosten | -81 | -126 | |||
| 3.900 | 5.560 | ||||
| Indirect kosten | |||||
| Afschrijvingen | -3 | -3 | |||
| Lonen en Salarissen | -99 | -87 | |||
| Sociale lasten | -16 | -14 | |||
| Pensioenlasten | -11 | -11 | |||
| Overige personeelslasten | -10 | -7 | |||
| Huisvestingskosten | -15 | -15 | |||
| Algemene kosten | -3 | -4 | |||
| -157 | -141 | ||||
| Boekwaarde van de verkochte woningen | |||||
| Marktwaarde van de verkochte woningen | -2.088 | -3.677 | |||
| -2.088 | -3.677 | ||||
| RESULTAAT VERKOOPACITVITEITEN | 1.655 | 1.742 | |||
In 2024 hebben wij dertien woningen verkocht (2023: 21) met een gemiddelde verkoopopbrengst van € 306.000 (2023: € 254.000) en een gemiddelde boekwaarde van € 160.500 (2023: € 149.000).
(x € 1.000,-)
| 20 - 22 WAARDEVERANDERINGEN | 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille | |||||
| Dotatie voorziening onrendabel | -2.386 | -14.339 | |||
| Vrijval voorziening onrendabel | 561 | 6.172 | |||
| Onttrekking aan voorziening | 14.150 | 8.932 | |||
| Waardevermindering opgeleverde projecten | - | - | |||
| 12.325 | 765 | ||||
| Niet gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed | |||||
| Positieve waardemutatie bestaand bezit | 135.226 | 31.416 | |||
| Negatieve waardemutatie bestaand bezit | -21.247 | -36.813 | |||
| 113.979 | -5.397 | ||||
| Niet gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed VOV | |||||
| Waardemutatie activa | -151 | -55 | |||
| Waardemutatie terugkoopverplichting | 168 | 41 | |||
| 17 | -14 | ||||
De marktwaarde is met 14,6% gestegen ten opzichte van voorgaand jaar. Deze waardering komt tot stand door het handboek met voorgeschreven parameters. Een deel komt voort uit de taxatie van bedrijfsonroerend goed, maatschappelijk onroerend goed en zorgvastgoed.
(x € 1.000,-)
| 23 OVERIGE ORGANISATIEKOSTEN | 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Directe kosten | |||||
| Overige bestuurskosten | -91 | -70 | |||
| Agio Vestia | - | - | |||
| Obligoheffing | -79 | -338 | |||
| Heffing AW | -36 | -35 | |||
| Presentiekosten RvC | -92 | -87 | |||
| Externe controlekosten | -228 | -185 | |||
| -526 | -715 | ||||
| Indirecte kosten | |||||
| Afschrijvingen | -89 | -76 | |||
| Lonen en Salarissen | -584 | -515 | |||
| Sociale lasten | -96 | -83 | |||
| Pensioenlasten | -65 | -63 | |||
| Overige personeelslasten | -59 | -41 | |||
| Huisvestingskosten | -441 | -417 | |||
| Algemene kosten | -70 | -69 | |||
| -1.404 | -1.264 | ||||
| TOTAAL OVERIGE ORGANISATIEKOSTEN | -1.930 | -1.979 | |||
De directe overige organisatiekosten zijn gedaald ten opzichte van 2023 omdat de obligoheffing is verlaagd.
(€ 1.000,-)
| 24 LEEFBAARHEIDSKOSTEN | 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Directe kosten | |||||
| Leefbaarheidskosten | -125 | -35 | |||
| -125 | -35 | ||||
| Indirecte kosten | |||||
| Afschrijvingen | -9 | -8 | |||
| Lonen en Salarissen | -244 | -215 | |||
| Sociale lasten | -40 | -35 | |||
| Pensioenlasten | -27 | -26 | |||
| Overige personeelslasten | -25 | -17 | |||
| Huisvestingskosten | -46 | -44 | |||
| Algemene kosten | -8 | -10 | |||
| -399 | -355 | ||||
| TOTAAL LEEFBAARHEIDSKOSTEN | -524 | -390 | |||

Leefbaarheid vraagt voornamelijk personele inspanning. Door afspraken te maken, naar huurders te luisteren en met hen tot een oplossing te komen waarbij ook afstemming nodig is tussen gemeenten en zorgpartijen. De directe kosten bestaan uit fysieke maatregelen, zoals het bijhouden van de directe omgeving.
De Woonschakel doet in voorkomende gevallen de eerste aanzet en de bewoners houden het vervolgens bij.
(x € 1.000,-)
| 25 - 26 RENTEBATEN EN RENTELASTEN | 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Rentebaten | 232 | 4 | |||
| Rentelasten | -7.597 | -6.886 | |||
| -7.364 | -6.882 | ||||
| Rentelasten | |||||
| Rentelasten overheid | -113 | -130 | |||
| Rentelasten kredietinstellingen | -7.373 | -6.429 | |||
| Rente herfinanciering en (dis)agio | -78 | -332 | |||
| Overige rente lasten | -33 | 5 | |||
| -7.597 | -6.886 | ||||
| TOTAAL RENTEBATEN EN RENTELASTEN | -7.364 | -6.882 | |||
De rentelasten zijn hoger doordat er voor 32,5 mln. nieuwe leningen zijn aangetrokken in 2024.
.
(x € 1.000,-)
| 27 BELASTINGEN | 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Acute belastinglast | -3.894 | -3.648 | |||
| Mutatie te betalen vennootschapsbelasting | 669 | - | |||
| Mutatie latentie (dis)agio leningen | -50 | -55 | |||
| Mutatie latentie afschrijvingen | - | - | |||
| Mutatie latentie verkoop onder voorwaarden | -49 | 36 | |||
| Mutatie latentie ATAD | - | - | |||
| Mutatie latentie boeterente | -234 | -58 | |||
| Mutatie latentie (dis)agio leningen taak overdracht | -396 | - | |||
| TOTAAL BELASTINGEN | -3.954 | -3.725 | |||
Berekening acute vennootschapsbelasting
| 2024 | |||||
| Resultaat voor belastingen | 14.152 | ||||
| Geactiveerde productie | 259 | ||||
| Overige personeelskosten | -2 | ||||
| Afschrijving MVA in exploitatie | -132 | ||||
| Afschrijving overige | 30 | ||||
| Fiscaal geen overge en niet-gerealisserde waardeverandering | -17 | ||||
| Correctie onderhoudslasten | -999 | ||||
| Rente | -961 | ||||
| Fiscaal geactiveerde rente | 173 | ||||
| Eliminentatie commercieel verkoopresultaat | -1.811 | ||||
| Terugkoopresultaat Verkocht onder Voorwaarden | -35 | ||||
| Beperkt aftrekbare kosten | 16 | ||||
| In aftrek beperkte o.b.v. artikel 15b Wet VPB | 4.474 | ||||
| Totaal verschillen | - | 995 | |||
| Belastbaar bedrag | 15.147 | ||||
| Verschuldigde winstbelasting | 3.954 | ||||
Het effectieve belastingtarief dat geldt voor 2024 bedraagt:
Tarief tot € 200.000 : 19,0%
Tarief boven de € 200.000 : 25,8%
Het effectieve tarief bedraagt 26,1% (26,2% voor 2023).
( x € 1.000,-)
| CONTROLEKOSTEN | 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Controle van de jaarrekening | -176 | -143 | |||
| Controle van de dVi | -16 | -15 | |||
| Accountantshonoraria | -192 | -158 | |||
| TOTAAL CONTROLEKOSTEN | -192 | -158 | |||
M.b.t. het verslagjaar 2024 is aan honorarium accountant € 139.937 verwerkt.
( x € 1.000,-)
| Indirecte kosten overig | 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Afschrijvingen | -285 | -245 | |||
| Huisvestingskosten | -1.411 | -1.335 | |||
| Overige kosten | -326 | -338 | |||
| -2.022 | -1.918 | ||||
Gescheiden verantwoordingen DAEB en niet-DAEB
(x € 1.000,-)
| ACTIVA | 2024 | 2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| DAEB | Niet-DAEB | Eliminaties | Totaal | DAEB | Niet-DAEB | Eliminaties | Totaal | |
| VASTGOEDBELEGGINGEN | ||||||||
| DAEB-vastgoed in exploitatie | 1.104.124 | - | - | 1.104.124 | 962.540 | - | - | 962.540 |
| niet-DAEB vastgoed in exploitatie | - | 7.388 | - | 7.388 | - | 6.874 | - | 6.874 |
| Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden | - | 1.895 | - | 1.895 | - | 1.942 | - | 1.942 |
| Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie | 5.392 | - | - | 5.392 | 6.419 | - | - | 6.419 |
| 1.109.516 | 9.283 | - | 1.118.799 | 968.959 | 8.816 | - | 977.775 | |
| - | - | |||||||
| MATERIËLE VASTE ACTIVA | - | - | ||||||
| Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie | 4.312 | - | - | 4.312 | 3.326 | - | - | 3.326 |
| 4.312 | - | - | 4.312 | 3.326 | - | - | 3.326 | |
| - | - | |||||||
| FINANCIËLE VASTE ACTIVA | - | - | ||||||
| Latente belastingvorderingen | 1.040 | - | - | 1.040 | 1.770 | - | - | 1.770 |
| Aandelen, certificaten van aandelen en andere vormen van deelnemingen in groepsmaatschappije | 8.270 | - | -8.270 | - | 7.303 | - | -7.303 | - |
| Agio leningen | 1.267 | - | - | 1.267 | 1.610 | - | - | 1.610 |
| Vordering op groepsmaatschappij | 1.780 | - | -1.780 | - | 1.898 | - | -1.898 | - |
| 12.357 | - | -10.050 | 2.307 | 12.581 | - | -9.201 | 3.380 | |
| - | - | |||||||
| VOORRADEN | - | - | ||||||
| Vastgoed bestemd voor de verkoop | - | 233 | - | 233 | - | - | - | - |
| Overige voorraden | 150 | - | - | 150 | 145 | - | - | 145 |
| 150 | 233 | - | 383 | 145 | - | - | 145 | |
| - | - | |||||||
| VORDERINGEN | - | - | ||||||
| Huurdebiteuren | 281 | 2 | 283 | 534 | -1 | 533 | ||
| Overheid | 2 | - | 2 | 1 | - | 1 | ||
| Overige vorderingen | 71 | - | 71 | 82 | - | 82 | ||
| Te vorderen vennootschapsbelasting | 4.614 | 4.614 | 2.800 | 2.800 | ||||
| Overlopende activa | 292 | -201 | 92 | 214 | -116 | 98 | ||
| 5.260 | -199 | - | 5.062 | 3.630 | -117 | - | 3.513 | |
| LIQUIDE MIDDELEN | 2.322 | 2.336 | - | 4.658 | 1.200 | 2.147 | - | 3.347 |
| - | - | |||||||
| TOTAAL ACTIVA | 1.133.917 | 11.653 | -10.050 | 1.135.521 | 989.841 | 10.846 | -9.201 | 991.488 |
(x € 1.000,-)
| PASSIVA | 2024 | 2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| DAEB | Niet-DAEB | Eliminaties | Totaal | DAEB | Niet-DAEB | Eliminaties | Totaal | |
| EIGEN VERMOGEN | ||||||||
| Herwaarderingsreserves | 622.754 | 2.286 | -2.286 | 622.754 | 505.604 | 1.637 | -1.637 | 505.604 |
| Overige reserves | 78.323 | 5.024 | -5.024 | 78.323 | 188.814 | 5.743 | -5.743 | 188.814 |
| Resultaat van het boekjaar | 136.603 | 960 | -960 | 136.603 | 6.659 | -76 | 76 | 6.659 |
| 837.680 | 8.270 | -8.270 | 837.680 | 701.077 | 7.304 | -7.304 | 701.077 | |
| VOORZIENING | ||||||||
| Voorzieningen onrendabele investeringen | 1.338 | - | - | 1.338 | 10.649 | - | - | 10.649 |
| Voorziening latente belastingverplichting | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Overige voorzieningen | 540 | - | - | 540 | 483 | - | - | 483 |
| 1.878 | - | - | 1.878 | 11.132 | - | - | 11.132 | |
| LANGLOPENDE SCHULDEN | ||||||||
| Schulden aan overheid | 5.319 | - | 5.319 | 5.926 | - | 5.926 | ||
| Schulden aan kredietinstellingen | 266.743 | - | 266.743 | 247.291 | - | 247.291 | ||
| Schulden aan banken | 6.768 | 6.768 | 7.086 | 7.086 | ||||
| Verplichting uit hoofde van onroerende zaken VOV | - | 1.696 | 1.696 | - | 1.761 | 1.761 | ||
| Overige langlopende schulden | 194 | - | 194 | 205 | - | 205 | ||
| Schuld aan groepsmaatschappij | - | 1.780 | -1.780 | - | - | 1.898 | -1.898 | - |
| 279.024 | 3.476 | -1.780 | 280.720 | 260.508 | 3.659 | -1.898 | 262.269 | |
| KORTLOPENDE SCHULDEN | ||||||||
| Schulden aan overheid vj | 610 | - | 610 | 774 | - | 774 | ||
| Schulden aan kredietinstellingen vj | 8.046 | - | 8.046 | 9.808 | - | 9.808 | ||
| Schulden aan leveranciers | 2.287 | - | 2.287 | 2.800 | - | 2.800 | ||
| Vooruitontvangen huren | 377 | - | 377 | 265 | - | 265 | ||
| Belastingen en sociale verzekering | 632 | - | 632 | 548 | - | 548 | ||
| Schulden ter zake van pensioenen | 62 | - | 62 | 58 | - | 58 | ||
| Overige schulden | - | - | - | - | - | - | ||
| Overlopende passiva | 3.321 | -94 | 3.229 | 2.869 | -115 | 2.754 | ||
| 15.335 | -94 | - | 15.242 | 17.122 | -115 | - | 17.007 | |
| TOTAAL PASSIVA | 1.133.917 | 11.653 | -10.050 | 1.135.521 | 989.839 | 10.848 | -9.202 | 991.485 |
(x € 1.000,-)
| 2024 | 2023 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| WINST- EN VERLIESREKENING | DAEB | Niet-DAEB | Eliminaties | Totaal | DAEB | Niet-DAEB | Eliminaties | Totaal |
| Huuropbrengsten | 46.311 | 366 | - | 46.677 | 44.736 | 394 | - | 45.130 |
| Opbrengsten servicecontracten | 1.246 | - | - | 1.246 | 1.020 | - | - | 1.020 |
| Lasten servicecontracten | -1.307 | - | - | -1.307 | -991 | - | - | -991 |
| Lasten verhuur en beheeractiviteiten | -2.627 | -28 | - | -2.654 | -2.387 | -22 | - | -2.409 |
| Lasten onderhoudsactiviteiten | -17.360 | -213 | - | -17.572 | -15.964 | -155 | - | -16.119 |
| Overige directe operationele lasten expl. bezit | -3.948 | -41 | - | -3.990 | -4.049 | -41 | - | -4.090 |
| Netto resultaat exploitatie van vastgoedport. | 22.316 | 85 | - | 22.400 | 22.364 | 175 | - | 22.539 |
| Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille | 3.981 | 436 | -436 | 3.981 | 5.686 | 950 | -950 | 5.686 |
| Toegerekende organisatiekosten | -238 | - | - | -238 | -266 | - | - | -266 |
| Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille | -2.087 | -437 | 436 | -2.088 | -3.678 | -950 | 950 | -3.678 |
| Netto gerealiseerd resultaat verk. vastgoedport. | 1.655 | - | - | 1.655 | 1.742 | - | - | 1.742 |
| Overige waardever. vastgoedportefeuille | 12.325 | - | - | 12.325 | 765 | - | - | 765 |
| Niet-gerealiseerde waardever. vastgoed | 113.028 | 950 | - | 113.978 | -5.299 | -98 | - | -5.397 |
| Niet-gerealiseerde waardever. vastgoed VOV | - | 17 | - | 17 | 40 | -54 | - | -14 |
| Niet-gerealiseerde waardever. vastgoed verkoop | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Waardeveranderingen vastgoedportefeuille | 125.353 | 967 | - | 126.321 | -4.495 | -152 | - | -4.647 |
| Overige organisatiekosten | -1.914 | -16 | - | -1.930 | -1.963 | -16 | - | -1.979 |
| Kosten omtrent leefbaarheid | -520 | -4 | - | -524 | -387 | -3 | - | -390 |
| Waardeveranderingen van financiële vaste activa | - | - | ||||||
| Opbrengst van vorderingen vaste activa | - | - | ||||||
| Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten | 269 | 4 | -41 | 232 | 45 | -41 | 4 | |
| Rentelasten en soortgelijke kosten | -7.597 | -41 | 41 | -7.597 | -6.886 | -41 | 41 | -6.886 |
| Saldo financiële baten en lasten | -7.328 | -37 | -0 | -7.365 | -6.841 | -41 | -0 | -6.882 |
| RESULTAAT VOOR BELASTINGEN | 139.564 | 995 | -0 | 140.558 | 10.420 | -36 | -0 | 10.384 |
| Resultaat uit deelnemingen | 960 | - | -960 | - | -76 | - | 76 | - |
| Vennootschapsbelasting | -3.919 | -35 | - | -3.954 | -3.685 | -40 | - | -3.725 |
| RESULTAAT NA BELASTINGEN | 136.603 | 960 | -960 | 136.602 | 6.659 | -76 | 76 | 6.659 |
(x € 1.000,-)
| Direct kasstroomoverzicht | 2024 | 2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| DAEB | Niet-DAEB | Eliminaties | Totaal | DAEB | Niet-DAEB | Eliminaties | Totaal | |
| Huurontvangsten | 47.314 | 399 | - | 47.713 | 45.783 | 407 | - | 46.190 |
| Ontvangst Rente | 313 | 2 | -41 | 274 | 188 | - | -41 | 147 |
| Overige bedrijfsontvangsten | - | - | - | - | - | |||
| Totaal ingaande kasstroom | 47.627 | 401 | -41 | 47.987 | 45.971 | 407 | -41 | 46.337 |
| Personeelsuitgaven | -5.751 | -60 | -5.811 | -5.151 | -53 | -5.204 | ||
| Onderhoudsuitgaven | -13.052 | -123 | -13.175 | -12.426 | -120 | -12.546 | ||
| Overige bedrijfsuitgaven | -9.562 | -75 | -9.637 | -8.243 | -70 | -8.313 | ||
| Rentebetalingen | -6.762 | -41 | 41 | -6.762 | -6.559 | -40 | 41 | -6.558 |
| Verhuurdersheffing | - | - | - | -52 | - | -52 | ||
| Vennootschapsbelasting | -5.003 | -35 | -5.038 | -5.211 | -40 | -5.251 | ||
| Totaal uitgaande kasstromen | -40.130 | -334 | 41 | -40.423 | -37.642 | -323 | 41 | -37.924 |
| KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN | 7.497 | 67 | - | 7.564 | 8.329 | 84 | - | 8.412 |
| Materiële vaste activa - ingaande kasstroom | ||||||||
| Verkoopontvangsten bestaande huur, woon. | 3.900 | 436 | -443 | 3.893 | 5.591 | 950 | -950 | 5.591 |
| Verkoopontvangsten grond en overig | - | - | - | - | 21 | - | - | 21 |
| Ontvangsten uit hoofde van vervreemding mva | 3.900 | 436 | -443 | 3.893 | 5.612 | 950 | -950 | 5.612 |
| Materiële vaste activa - uitgaande kasstroom | ||||||||
| Uitgaven nieuwbouw huur, woon- en niet woon. | -23.217 | - | - | -23.217 | -18.834 | 950 | -17.884 | |
| Uitgaven woningverbetering, woon- en niet woon. | -2.506 | - | - | -2.506 | -13.325 | - | - | -13.325 |
| Uitgaven aankoop woongelegenheden (inclusief VOV) | -324 | -233 | -443 | -1.000 | -67 | - | - | -67 |
| Uitgaven overige investeringen | -1.227 | - | - | -1.227 | -589 | - | - | -589 |
| Uitgaven materiele vaste activa | -27.274 | -233 | -443 | -27.950 | -32.815 | - | 950 | -31.865 |
| Ontvangsten verbindingen | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Ontvangsten overig | 81 | - | -81 | - | 81 | - | -81 | - |
| Uitgaven verbindingen | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Uitgaven overig | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Saldo FVA | 81 | - | -81 | - | 81 | - | -81 | - |
| KASSTROOM UIT (DES)INVESTERINGEN | -23.293 | 203 | -967 | -24.057 | -27.122 | 950 | - | -26.253 |
| Opgenomen door WSW geborgde leningen | 32.500 | - | - | 32.500 | 18.000 | - | - | 18.000 |
| Opgenomen niet door WSW geborgde leningen | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Aflossing door WSW geborgde leningen | -14.809 | - | - | -14.809 | -6.409 | - | - | -6.409 |
| Aflossing ongeborgde leningen | -773 | -81 | 81 | -773 | -773 | -81 | 81 | -773 |
| KASSTROOM UIT FINANCIERING ACTIVITEITEN | 16.918 | -81 | 81 | 16.918 | 10.818 | -81 | 81 | 10.818 |
| Toename (afname) van geldmiddelen | 1.122 | 189 | -886 | 425 | -7.975 | 953 | 81 | -7.023 |
| Wijziging kortgeld | ||||||||
| Liquide middelen per 1 januari | 1.200 | 2.147 | - | 3.347 | 9.175 | 1.195 | - | 10.370 |
| Liquide middelen per 31 december | 2.322 | 2.336 | - | 4.658 | 1.200 | 2.147 | - | 3.347 |
| Mutatie liquide middelen | 1.122 | 189 | - | 1.311 | -7.975 | 952 | - | -7.023 |
WNT verantwoording 2024 De Woonschakel
De WNT is van toepassing op Stichting De Woonschakel Westfriesland. Het voor Stichting De Woonschakel Westfriesland toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2024 € 195.000,- (het bezoldigingsmaximum voor de woningcorporaties, klasse F).
(bedragen x € 1,-)
| Gegevens 2024 | A.B.M Gieling | L. Rijper - de Geus |
|---|---|---|
| Functiegegevens | Directeur bestuurder | Financieel directeur |
| Aanvang en einde functievervulling in 2024 | 1/1 - 31/12 | 1/1 - 31/12 |
| Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) | 1 | 1 |
| Dienstbetrekking? | ja | ja |
| Bezoldiging | ||
| Bezoldiging plus belastbare onkostenvergoedingen | 170.821 | 117.637 |
| Beloningen betaalbaar op termijn | 22.604 | 16.270 |
| subtotaal | 193.425 | 133.907 |
| Individueel toepasselijl bezoldigingsmaximum | 195.000 | 195.000 |
| -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | n.v.t. | nvt |
| Bezoldiging | 193.425 | 133.907 |
| Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | n.v.t. | n.v.t. |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | n.v.t. | n.v.t. |
| Gegevens 2023 | A.B.M Gieling | L. Rijper - de Geus |
| Functiegegevens | Directeur bestuurder | Financieel directeur |
| Aanvang en einde functievervulling in 2023 | 1/1 - 31/12 | 1/3 - 31-12 |
| Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) | 1 | 1 |
| Dinestbetrekking? | ja | ja |
| Bezoldiging | ||
| Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen | 164.004 | 85.147 |
| Beloningen betaalbaar op termijn | 21.141 | 12.919 |
| subtotaal | 185.145 | 98.066 |
| Individueel toepasselijl bezoldigingsmaximum | 187.000 | 156.773 |
| -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | n.v.t. | |
| Bezoldiging | 185.145 | 98.066 |
1c. Toezichthoudende topfunctionarissen
(bedragen x € 1,-)
| Gegevens 2024 | J.Ph.M. de Dood | G.B. van Assem | M.B. de Vries |
|---|---|---|---|
| Functiegegevens | Voorzitter | Lid | Lid |
| Aanvang en einde functievervulling in 2024 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 30/06 | 01/01 - 31/12 |
| Bezoldiging | |||
| Bezoldiging | 21.060 | 7.020 | 14.040 |
| Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum | 29.250 | 9.697 | 19.500 |
| '-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Bezoldiging | 21.060 | 7.020 | 14.040 |
| Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Gegevens 2023 | J.Ph.M. de Dood | G.B. van Assem | M.B. de Vries |
| Functiegegevens | Lid | Voorzitter | Lid |
| Aanvang en einde functievervulling in 2023 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 |
| Bezoldiging | |||
| Bezoldiging | 13.464 | 20.196 | 13.464 |
| Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum | 18.700 | 28.050 | 18.700 |
(bedragen x € 1,-
| Gegevens 2024 | J.Cohen | J. Tophoff | J. Laan |
|---|---|---|---|
| Functiegegevens | Lid | Lid | Lid |
| Aanvang en einde functievervulling in 2024 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | 1/7 - 31/12 |
| Bezoldiging | |||
| Bezoldiging | 14.040 | 14.040 | 7.020 |
| Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum | 19.500 | 19.500 | 9.803 |
| '-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Bezoldiging | 14.040 | 14.040 | 7.020 |
| Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Gegevens 2023 | J. Tophoff | J.Cohen | |
| Functiegegevens | Lid | Lid | |
| Aanvang en einde functievervulling in 2023 | 01/01 - 31/12 | 01/01- 31/12 | |
| Bezoldiging | |||
| Bezoldiging | 13.464 | 13.464 | |
| Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum | 18.700 | 18.700 |
3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT
Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2024 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.
Statutaire resultaatbestemming
De Woonschakel kent geen statutaire bepalingen omtrent de winstverdeling. De Woningwet bepaalt dat toegelaten instellingen alleen uitkeringen mogen doen in het belang van de volkshuisvesting. De directie bepaalt met goedkeuring van de Raad van Commissarissen dat het resultaat van een boekjaar aan de reserves wordt toegevoegd.
De jaarrekening is gecontroleerd door BDO Audit & Assurance BV.
Gebeurtenissen na balansdatum
Voorjaarsnota: besluit tot huurbevriezing
In april 2025 is in de Voorjaarsnota aangekondigd dat per 1 juli 2025 en per 1 juli 2026 een bevriezing van de huren in de gereguleerde huursector zal gelden. Het betreft een politieke afspraak die op het moment van opmaken van deze jaarrekening nog niet is vastgelegd in wet- en regelgeving.
De marktwaarde in verhuurde staat en beleidswaarde van het vastgoed is bepaald op basis van onder meer de veronderstelling van jaarlijkse huurverhogingen. Indien de aangekondigde huurbevriezing daadwerkelijk in werking treedt, zal dit een neerwaarts effect hebben op de markt- en beleidswaarde van het vastgoed.
Daarnaast heeft de maatregel ook impact op financiële kengetallen in de toekomst, waaronder de Interest Coverage Ratio (ICR). De ICR is een belangrijke ratio voor de borging door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en wordt mede bepaald op basis van de operationele kasstroom. Omdat de huurinkomsten door de bevriezing achterblijven bij eerdere aannames, zal de ontwikkeling van de operationele kasstroom achterblijven en daarmee de ICR (eerder dan tot eind vorig jaar beoogd) onder druk komen te staan.
Naar aanleiding van het aangekondigde besluit is door Stichting De Woonschakel Westfriesland een scenarioanalyse uitgevoerd waarin de effecten van het uitblijven van huurverhogingen in 2025 en 2026 zijn doorgerekend. Uitgaande van het feit dat het huurbevriezingsscenario zich volledig voordoet, is de (potentiële) impact als volgt:
- De beleidswaarde per 31 december 2024 zou afnemen met circa 7,7% (circa € 36,3 miljoen). En daarmee de LTV zou toenemen tot circa 64,3% (bij een grenswaarde van 70%).
- De ICR in 2025 en 2026 met circa 0,15 tot 0,36 punten zal dalen ten opzichte van het basisscenario met reguliere huurindexaties tot het niveau van 1,45 tot 1,48 (bij een grenswaarde van 1,4).
- De kasstroomontwikkeling vertraagt, wat gevolgen kan hebben voor geplande investeringen en schuldopbouw op middellange termijn. Wij onderzoeken op dit moment welke ingrepen in het geplande onderhoud, de verduurzaming en (nieuwbouw)investeringen de minste impact hebben op onze volkshuisvestelijke taak maar welke wel voldoende ingrijpen om de (financiële) continuïteit van Stichting De Woonschakel Westfriesland te bewaken.
Omdat het besluit ná balansdatum is genomen en op 31 december 2024 nog onzeker was, is deze gebeurtenis aangemerkt als een niet-aanpassingsgebeurtenis in de zin van Richtlijn RJ 160. Indien de maatregel formeel wordt bekrachtigd, zal de impact hiervan worden verwerkt in de verslaggeving over boekjaar 2025.
Medemblik, 21 mei 2025
Bestuur
- Naam:
- Dhr. A.B.M. Gieling
- Functie:
- directeur-bestuurder
Raad van commissarissen
- Naam:
- (w.g.) Dhr. J.J.Ph.M. de Dood
- Functie:
- voorzitter
- Naam:
- (w.g.) Mw. J. Tophoff
- Functie:
- vicevoorzitter
- Naam:
- (w.g.) Mw. J. Tophoff
- Functie:
- Vicevoorzitter
- Naam:
- (w.g.) Dhr. J. Cohen
- Functie:
- lid
- Naam:
- (w.g.) Dhr. M.B. de Vries
- Functie:
- lid
- Naam:
- (w.g.) Dhr. J.A. Laan
- Functie:
- lid