Spring naar inhoud

Toegankelijkheidsopties:

Jaarrekening

Balans per 31 december 2024 (vóór resultaatbestemming)

(x € 1.000)

ACTIVA     31-12-2024   31-12-2023
           
1. VASTGOEDBELEGGINGEN        
1.1 DAEB-vastgoed in exploitatie    1.104.124     962.540 
1.2 niet-DAEB vastgoed in exploitatie    7.388     6.874 
1.3 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden    1.895     1.942 
1.4 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie    5.392     6.419 
       1.118.799     977.775 
           
2. MATERIËLE VASTE ACTIVA        
2.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie    4.312     3.326 
       4.312     3.326 
           
3. FINANCIËLE VASTE ACTIVA        
3.1 Latente belastingvorderingen    1.040     1.770 
3.2 Agio leningen    1.267     1.610 
       2.307     3.380 
           
4. VOORRADEN        
4.1 Overige voorraden    383     145 
       383     145 
           
5. VORDERINGEN        
5.1 Huurdebiteuren    283     533 
5.2 Overheid    2     1 
5.3 Overige vorderingen    71     82 
5.4 Te vorderen vennootschapsbelasting    4.614     2.800 
5.5 Overlopende activa    92     99 
       5.062     3.515 
           
6. LIQUIDE MIDDELEN    4.658     3.347 
           
TOTAAL ACTIVA    1.135.521     991.488 

(x € 1.000)

PASSIVA     31-12-2024   31-12-2023
           
7. EIGEN VERMOGEN        
7.1 Herwaarderingsreserves    622.754     505.604 
7.2 Overige reserves    78.323     188.814 
7.3 Resultaat van het boekjaar    136.603     6.659 
       837.680     701.077 
           
8. VOORZIENING        
8.1 Voorzieningen onrendabele investeringen    1.338     10.649 
8.2 Voorziening latente belastingverplichting    -     - 
8.3 Overige voorzieningen    540     483 
       1.878     11.132 
           
9. LANGLOPENDE SCHULDEN        
9.1 Schulden aan overheid    5.319     5.926 
9.2 Schulden aan kredietinstellingen    266.743     247.291 
9.3 Schulden aan banken    6.768     7.086 
9.4 Verplichting uit hoofde van onroerende zaken VOV    1.696     1.761 
9.5 Overige langlopende schulden    194     205 
       280.720     262.269 
           
10. KORTLOPENDE SCHULDEN        
10.1 Schulden aan overheid vj    610     774 
10.2 Schulden aan kredietinstellingen vj    8.046     9.808 
10.3 Schulden aan leveranciers    2.287     2.800 
10.4 Vooruitontvangen huren    377     265 
10.5 Belastingen en sociale verzekering    632     548 
10.6 Schulden ter zake van pensioenen    62     58 
10.7 Overlopende passiva    3.229     2.757 
       15.243     17.010 
           
TOTAAL PASSIVA    1.135.521     991.488 

Winst- en verliesrekening over 2024

(x € 1.000)

WINST- EN VERLIESREKENING   2024   2023
           
11 Huuropbrengsten    46.677     45.130 
12 Opbrengsten servicecontracten    1.246     1.020 
13 Lasten servicecontracten    -1.307     -991 
14 Lasten verhuur en beheeractiviteiten    -2.654     -2.410 
15 Lasten onderhoudsactiviteiten    -17.572     -16.120 
16 Overige directe operationele lasten exploitatie bezit    -3.990     -4.091 
Netto resultaat exploitatie van vastgoedportefeuille    22.400     22.539 
           
17 Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille    3.981     5.686 
18 Toegerekende organisatiekosten    -238     -266 
19 Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille    -2.088     -3.678 
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille    1.655     1.742 
           
20 Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille    12.325     765 
21 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed    113.979     -5.397 
22 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed VOV    17     -14 
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille    126.321     -4.646 
           
23 Overige organisatiekosten    -1.930     -1.979 
24 Kosten omtrent leefbaarheid    -524     -390 
           
25 Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten    232     4 
26 Rentelasten en soortgelijke kosten    -7.597     -6.886 
Saldo financiële baten en lasten    -7.365     -6.882 
           
RESULTAAT VOOR BELASTINGEN    140.558     10.384 
           
27 Belastingen    -3.954     -3.725 
           
RESULTAAT NA BELASTINGEN    136.603     6.659 

Kasstroomoverzicht 2024 (directe methode)

(x € 1.000)

Direct kasstroomoverzicht   2024   2023
         
Huurontvangsten    47.713     46.190 
Ontvangst Rente    274     147 
Overige bedrijfsontvangsten    -     - 
Totaal ingaande kasstroom    47.987     46.337 
         
Personeelsuitgaven    -5.811     -5.204 
Onderhoudsuitgaven    -13.175     -12.546 
Overige bedrijfsuitgaven    -9.637     -8.313 
Rentebetalingen    -6.762     -6.559 
Verhuurdersheffing    -     -52 
Vennootschapsbelasting    -5.038     -5.251 
Totaal uitgaande kasstromen    -40.423     -37.925 
         
KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN    7.564     8.412 
         
Materiële vaste activa - ingaande kasstroom        
Verkoopontvangsten bestaande huur, woon- en niet woongelegenheden    3.893     5.591 
Verkoopontvangsten grond en overig    -     21 
Ontvangsten uit hoofde van vervreemding mva    3.893     5.612 
         
Materiële vaste activa - uitgaande kasstroom        
Uitgaven nieuwbouw huur, woon- en niet woongelegenheden    -23.217     -17.884 
Uitgaven woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden    -2.506     -13.325 
Uitgaven aankoop woongelegenheden (inclusief VOV)    -114     -67 
Uitgaven overige investeringen    -1.227     -589 
Uitgaven materiele vaste activa    -27.064     -31.865 
         
KASSTROOM UIT (DES)INVESTERINGEN    -23.171     -26.253 
         
Opgenomen door WSW geborgde leningen    32.500     18.000 
Opgenomen niet door WSW geborgde leningen        
Aflossing door WSW geborgde leningen    -14.809     -6.409 
Aflossing niet door WSW geborgde leningen    -773     -773 
KASSTROOM UIT FINANCIERING ACTIVITEITEN    16.918     10.818 
         
Toename (afname) van geldmiddelen    1.311     -7.023 
         
Liquide middelen per 1 januari    3.347     10.370 
Liquide middelen per 31 december    4.658     3.347 
         
Mutatie liquide middelen    1.311     -7.023 

Toelichting kasstroomoverzicht

De operationele kasstroom is lager dan vorig jaar door hogere personeels- en onderhoudsuitgaven en overige bedrijfskosten. De aankoop van 99 wooneenheden in het voormalige Scheringamuseum in Opmeer en aankoop Begonialaan in Lutjebroek verhogen de uitgaande kasstroom uit investeringen behoorlijk.

Toelichting op de balans en winst- en verliesrekening

Algemeen

De Woonschakel is een stichting met de status van ‘toegelaten instelling volkshuisvesting’. Zij heeft specifieke toelating in de regio Noord-Holland Noord (feitelijke kernregio West-Friesland) en is werkzaam binnen de juridische wetgeving vanuit de Woningwet en het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting. De statutaire en feitelijke vestigingsplaats is Medemblik. De activiteiten bestaan voornamelijk uit de exploitatie en ontwikkeling van onroerende zaken.

De bedragen in deze jaarrekening luiden in duizenden euro’s, tenzij anders is aangegeven. De in de tabellen opgenomen bedragen zijn afgeronde bedragen. Hierdoor kunnen zich afrondingsverschillen voordoen.

Regelgeving

De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting, de Beleidsregels toepassing Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (‘WNT’), Titel 9 Boek 2 BW, Hoofdstuk 645 van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving en de stellige uitspraken van de overige hoofdstukken van de Richtlijnen voor de Jaar verslaggeving, uitgegeven door de Raad voor de Jaarverslaggeving. In artikel 35 lid 6 is bepaald dat bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gegeven omtrent de inrichting van de jaarrekening. In artikel 15 lid 1 van RTIV 2015 is bepaald dat de jaarrekening een balans, een winst-en-verliesrekening en een kasstroomoverzicht bevat die zijn ingericht overeenkomstig het model dat is opgenomen in de op het verslagjaar betrekking hebbende bijlage 3 bij deze regeling ("dVi de Verantwoordingsinformatie verslagjaar 2024).

Groepsverhoudingen

De Woonschakel heeft geen groepsverhoudingen.

Verslaggevingsperiode

Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2024, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2024.

Verbonden partijen

Van transacties met verbonden partijen is sprake wanneer een relatie bestaat tussen de onderneming en een natuurlijk persoon of entiteit die verbonden is met de onderneming. Dit betreffen onder meer de relaties tussen de onderneming en haar deelnemingen, de aandeelhouders, de bestuurders en de functionarissen op sleutelposities. Onder transacties wordt verstaan een overdracht van middelen, diensten of verplichtingen, ongeacht of er een bedrag in rekening is gebracht.
Er hebben zich geen transacties met verbonden partijen voorgedaan op niet-zakelijke grondslag.

Presentatie- en functionele valuta

De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro's, wat tevens de functionele valuta is van de organisatie. Alle financiële informatie in euro's is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal.

Schattingen

Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt het bestuur van De Woonschakel zich verschillende oordelen en maakt schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Als het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningpost.

Schattingswijziging

Tot en met boekjaar 2023 werd de beleidswaarde van het vastgoed door middel van de zgn. waterval afgeleid vanuit de berekende marktwaarde in verhuurde staat. Met ingang van 2024 is de methodiek van berekenen aangepast en is deze gebaseerd op de uitgangspunten zoals beschreven onder grondslagen voor de bepaling van de beleidswaarde van de jaarrekening. Daarmee voldoet deze berekening aan de uitgangspunten zoals beschreven in het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024’.

De berekening van de beleidswaarde 2024 is gebaseerd op een sociale disconteringsvoet en een voortdurende exploitatie (60-jaar). Daarmee is de opzet van de berekening en de uitkomst dusdanig afwijkend ten opzichte van de beleidswaarde tot en met 2023 dat het kwantitatieve effect van het verschil niet kan worden bepaald.

Stelselwijziging

In de jaarrekening 2024 heeft geen stelselwijziging plaatsgevonden.

Gescheiden verantwoording DAEB/ niet- DAEB

Op grond van artikel 15 lid 2 en 4 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (“RTIV”) moeten corporaties in de toelichting van de jaarrekening gescheiden balansen, winst - en verliesrekeningen en kasstroomoverzichten voor de DAEB-tak en voor de niet-DAEB-tak opnemen. In de verschenen uiting 2019-1 is verduidelijkt dat deze overzichten alleen in de toelichting op de enkelvoudige jaarrekening dienen te worden opgenomen, oftewel alleen als de corporatie een administratieve scheiding of hybride scheiding heeft doorgevoerd. 

Uitgangspunten en grondslagen voor toerekening van activa, verplichtingen, baten, lasten en kasstromen aan de DAEB-tak en de niet-DAEB-tak. Het vastgoed in exploitatie wordt op basis van het in 2017 door de Autoriteit woningcorporaties goedgekeurd definitief scheidingsvoorstel plus eventuele verkopen binnen de Toegelaten Instelling tussen de DAEB- en niet-DAEB-tak geclassificeerd naar DAEB- en niet-DAEB-vastgoed. Voor de toerekening van activa, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen aan deze DAEB-tak of niet-DAEB-tak is de volgende methodiek toegepast:

  • Wanneer activa, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen volledig toezien op DAEB of niet-DAEB-activiteiten, zijn deze volledig aan de DAEB-tak respectievelijk niet-DAEB-tak toegerekend;
  • Wanneer deze toezien op zowel DAEB- als niet-DAEB-activiteiten, zijn deze op basis van een verdeelsleutel toegerekend. Deze verdeelsleutel is gebaseerd op het aandeel DAEB-verhuureenheden ten opzichte van het aandeel niet-DAEB-verhuureenheden.

De Woonschakel heeft 31 niet-DAEB-verhuureenheden (2 eenheden Bedrijfsonroerend goed en 29 eenheden geliberaliseerde huurwoningen in exploitatie). Deze verhuureenheden worden in eigendom van De Woonschakel aangehouden of verkocht, afhankelijk van de in de doelportefeuille gemaakte keuze.

Functioneel model

In 2024 is een nadere specificatie inzake het samenstellen van het functioneel model door SBR Wonen gepubliceerd. De Woonschakel volgt de uitgangspunten van deze publicatie bij het samenstellen van het functioneel model.

Grondslagen voor de waardering van activa en passiva

Algemeen

Activa en verplichtingen worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de actuele waarde. Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen met betrekking tot het actief naar de toegelaten instelling zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Als geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. In de balans, de winst- en verliesrekening en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting. Toelichtingen op de balans, de winst- en verliesrekening en het kasstroomoverzicht worden in de jaarrekening genummerd.

Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

1. Vastgoedbeleggingen

1.1 - 1.2 DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie

Typering

Het DAEB-vastgoed omvat woningen in exploitatie die op het moment van scheiding (2017) met de huurprijs onder de toen geldende liberalisatiegrens bleven (destijds € 710,68), maatschappelijk vastgoed en overig sociaal vastgoed. Maatschappelijk vastgoed is bedrijfsonroerend goed dat is verhuurd aan maatschappelijke organisaties, waaronder zorg-, welzijn-, onderwijs en culturele instellingen en dienstverleners en tevens is vermeld op de bijlage zoals deze is opgenomen in de Beschikking van de Europese Commissie d.d. 15 december 2009 aangaande de staatssteun voor toegelaten instellingen. Niet-DAEB-vastgoed omvat woningen boven de liberalisatiegrens op het moment van scheiden en bedrijfsonroerend goed (BOG).

Kwalificatie

De Woonschakel richt zich op het realiseren van de volkshuisvestelijke taken. Dit betekent dat beleidskeuzes rondom het vastgoed primair worden gemaakt met inachtneming van haar taak als sociale volkshuisvester. Daarnaast worden investeringsbeslissingen mede genomen op basis van een analyse van het financiële rendement. Een beperkt deel van de portefeuille is aangewezen voor verkoop.

De uitgaven na eerste verwerking (de zogeheten na-investeringen) dienen te worden geactiveerd, indien het waarschijnlijk is dat toekomstige economische voordelen met betrekking tot het actief, als gevolg van de desbetreffende uitgaven, ten gunste van de toegelaten instelling zullen komen. Bij uitgaven na eerste verwerking dient de beoordeling of en in hoeverre sprake is van een bijzonder waardeverminderingsverlies te zijn gebaseerd op het waarderingscomplex waarop de uitgaven na eerste verwerking betrekking hebben. Het zogeheten onrendabele deel wordt ten laste van de winst-en-verliesrekening verantwoord onder de post overige waardeveranderingen vastgoed.

Complexindeling

Overeenkomstig het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde vindt waardering op waarderings- complexniveau plaats. Elk waarderingscomplex bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type eenheid, bouwjaar en locatie. Alle verhuureenheden van De Woonschakel maken deel uit van een waarderingscomplex of vormen een afzonderlijk waarderingscomplex.

Op basis van artikel 31 van het BTIV wordt bij de waardering onderscheid gemaakt naar de volgende categorieën:

  • Woongelegenheden
  • Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed (BOG en MOG)
  • Parkeergelegenheden
  • Intramuraal zorgvastgoed (ZOG)

Waardering bij eerste verwerking DAEB en niet-DAEB vastgoed

Bij de eerste verwerking wordt het vastgoed in exploitatie gewaardeerd tegen de kostprijs. De kostprijs omvat de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief transactiekosten minus eventuele investeringssubsidies.
De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van de bestede externe kosten en de hieraan direct toerekenbare kosten.
De in de toekomst te maken kosten van sloop worden ten laste van het resultaat verantwoord in het jaar dat de exploitatie door sloop wordt beëindigd .

Waardering na eerste verwerking
Onroerende zaken in exploitatie worden op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet na de eerste verwerking gewaardeerd tegen actuele waarde. Op grond van artikel 31 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 vindt de waardering plaats tegen de marktwaarde, die overeenkomstig  artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 plaatsvindt conform de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’). De Woonschakel hanteert voor haar onroerende zaken in exploitatie de basis-versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde.
Ultimo boekjaar is minimaal.1/3 deel van BOG/MOG/ZOG getaxeerd en voor het andere deel is een markttechnische update uitgevoerd.

Het handboek volgt de netto contante waarde methode, de DCF-methode. Via de DCF-methode worden de toekomstige inkomende en uitgaande kasstromen contant gemaakt naar het heden aan de hand van een disconteringsvoet, inclusief de eindwaarde die de geschatte opbrengstwaarde is van het vastgoed aan het einde van de DCF-periode. Hierbij wordt verondersteld dat de jaarbedragen medio het jaar ontvangen, respectievelijk betaald worden. De berekening van de netto contante marktwaarde wordt bij alle typen vastgoed uitgevoerd voor een exploitatieperiode van 15 jaar.
Bij BOG, MOG en intramuraal vastgoed is alleen het doorexploiteerscenario van toepassing.
Na eerste verwerking wordt een waardevermindering of – vermeerdering van de marktwaarde van onroerende zaken in exploitatie verantwoord in de winst en-verliesrekening van de periode waarin de wijziging zich voordoet. De waardevermindering of – vermeerdering wordt separaat tot uitdrukking gebracht en in het resultaat verantwoord als “Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille”.

Uitgaven na eerste verwerking
Uitgaven na eerste verwerking ten behoeve van het complex aangaande het DAEB en niet-DAEB vastgoed, die voldoen aan de algemene activeringscriteria (o.a. ingrijpende verbouwingen) worden geactiveerd tegen kostprijs en vervolgens getoetst aan het verschil in marktwaarde van het complex vóór en na deze uitgaven. Het marktwaardeverschil wordt in het actief verwerkt als een waardevermindering of – vermeerdering en in het resultaat verantwoord als “Niet-gerealiseerde waardeveranderingen.

Herwaarderingsreserve
Jaarlijks wordt op balansdatum de marktwaarde van onroerend vastgoed in exploitatie opnieuw bepaald. Winsten of verliezen ontstaan door een wijziging in de marktwaarde van het vastgoed worden verantwoord in de winst-en-verliesrekening. Voor het positieve verschil tussen de marktwaarde van het waarderingscomplex en de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering, wordt een herwaarderingsreserve gevormd.
Het expliciet opnemen van een herwaarderingsreserve in de balans als onderdeel van het eigen vermogen benadrukt voor de gebruiker van de jaarrekening dat een deel van het eigen vermogen op het waarderingsmoment nog niet gerealiseerd is.

Afschrijvingen
Op de onroerend vastgoed in exploitatie gewaardeerd op marktwaarde wordt niet afgeschreven.

Buitengebruikstelling als gevolg van sloop
Als op het waarderingscomplex of een deel daarvan, op de waarde peildatum ultimo boekjaar een ook voor een derde, onherroepelijke verplichting tot sloop van toepassing is, wordt hier bij de waardering rekening mee gehouden. De sloopkosten worden in het jaar van uitgave ten laste van het resultaat gebracht.

Onroerend vastgoed in exploitatie – beleidswaarde
De beleidswaarde sluit aan op het beleid van De Woonschakel en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie (zelfstandige- en onzelfstandige woongelegenheden) komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van:

  1. Enkel uitgaan van het doorexploiteerscenario, geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie.
  2. Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie.
  3. Inrekening van toekomstige onderhoudslasten, bepaald overeenkomstig het onderhoudsbeleid van de De Woonschakel met de daarbij behorende vastgestelde meerjaren onderhoudsbegroting voor het vastgoedbezit in plaats van de onderhoudsnormen in de markt.
  4. Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerslasten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten van de corporatie en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd ‘lasten verhuur en beheeractiviteiten’ in de resultatenrekening.

De beleidswaarde van BOG / MOG / ZOG en parkeergelegenheden is gelijk aan de marktwaarde en hierbij wordt dus verondersteld dat de marktuitgangspunten overeenkomen met de eigen beleidsuitgangspunten.
Voor zover afwijkend voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat gehanteerde uitgangspunten, zijn de gehanteerde uitgangspunten voor de toekomstige exploitatie - zoals toegepast voor de bepaling van de beleidswaarde van de activa in exploitatie - afgeleid van de meerjarenbegroting (ontwikkeling streefhuur, onderhoudslasten en de lasten van verhuur & beheer) en geënt op de wettelijke voorschriften opgenomen in RTiV artikel 151.

Jaarlijks vindt in de zomer na afloop van het jaarrekeningtraject een validatie van de basisversie plaats. Daarbij wordt door vergelijking met de full-versie achteraf aangegeven of de basisversie een marktwaarde uitkomst heeft gegeven die binnen acceptabele bandbreedte van de full-versie uitkomst ligt. Dit vormt input om de basisversie eventueel aan te passen. Deze inzichten zijn vanzelfsprekend nog niet bekend en niet meegenomen bij de totstandkoming van deze jaarrekening.

Dit jaar heeft er een aanpassing in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde plaatsgevonden. Het model in Wals is opnieuw gecertificeerd. De Woonschakel heeft hierop de marktwaarde aangepast.

Grondslagen voor marktwaarde

Bij het bepalen van de marktwaarde in verhuurde staat is gebruik gemaakt van meerdere macro economische parameters en of schattingen (full variant). Het handboek modelmatig waarderen marktwaarde bepaalt de marktwaarde van de onroerende zaken in exploitatie op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen (Discounted Cash Flow methode).

De toekomstige kasstromen worden bepaald aan de hand van een doorexploitatie- en een uitpondscenario.

Bij het doorexploitatiescenario is de veronderstelling dat het volledige complex in exploitatie blijft gedurende de DCF-periode. Bij het uitpondscenario is de veronderstelling dat na mutatie tot verkoop van individuele woningen tegen leegwaarde wordt overgegaan.

De berekening wordt uitgevoerd over een DCF-periode van 15 jaar. In het doorexploiteerscenario wordt de huur bij mutatie aangepast naar de markthuur of de maximale huur, afhankelijk of de woongelegenheid bij mutatie is te liberaliseren.

  • Als de maximale huur lager dan of gelijk is aan de huurliberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur het minimum van de markthuur en de maximale huur volgens het woningwaarderingsstelstel.
  • Als de maximale huur hoger is dan liberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur de markthuur. 

Om de te verwachten kasstromen in de DCF-berekening te bepalen (2024 en verder), wordt gebruik gemaakt van de onderstaande macro-economische parameters. De parameters voor het jaar 2023 zijn gebruikt voor de waardering van 2022 en zijn ter vergelijking opgenomen.

De Woonschakel heeft de in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024 voorgeschreven parameters en uitgangspunten toegepast voor de portefeuille vastgoed in exploitatie exclusief BOG/MOG/ZOG en parkeergelegenheden. Deze zijn gewaardeerd op taxatiewaarde.

PARAMETERS WOONGELEGENHEDEN 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 e.v.
                 
Inflatie en huurverhoging                
Prijsinflatie 3,8% 3,6% 3,2% 2,7% 2,0% 2,0% 2,0% 2,0%
Loonstijging 5,9% 6,6% 4,3% 3,8% 3,8% 3,8% 2,5% 2,5%
Bouwkostenstijging 5,8% 6,6% 4,3% 3,8% 3,8% 3,8% 2,5% 2,5%
Leegwaardestijging 7,6% 10,3% 2,0% 2,0% 2,0% 2,0% 2,0% 2,0%
Grondslag huurverhoging laagsegment     Loon(t-1) Prijs(t-1) Prijs(t-1) Prijs(t-1) Prijs(t-1) Prijs(t-1)
Opslag huurindex laagsegment     0,5% 0,5% 0,5% 0,5% 0,5% 0,5%
                 
Beheerkosten                
Beheerkosten EGW 509 542            
Beheerkosten MGW 499 532            
Beheerkosten Zorgeenheid 460 491            
                 
Overige belastingen, verzekeringen en heffingen                
Gemeentelijke OZB Gemeentelijke tarieven 2024 zoals gepubliceerd uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde met waardepeildatum 1-1-2023.
Belastingen, verzekeringen 0,07% van de WOZ-waarde          
                 
Verkoopkosten 1,0% 1,0% 1,0% 1,0% 1,0% 1,0% 1,0% 1,0%
Overdrachtskosten 10,4% 10,4% 10,4% 8,0% 8,0% 8,0% 8,0% 8,0%

Instandhoudingskosten bij EGW per m2 bij doorexploiteren

Bouwjaarklasse/
Grootte
<1940 > = 1940
< 1960
> = 1960
< 1975
> = 1975
< 1990
> = 1990
< 2005
> = 2005
< 40 1.532 1.504 1.507 1.530 1.610 1.729
>=40 < 60 1.728 1.685 1.679 1.689 1.784 1.917
>= 60 < 80 1.856 1.804 1.801 1.804 1.908 2.050
>= 80 < 100 1.982 1.923 1.929 1.926 2.040 2.190
>= 100 < 120 2.037 1.976 1.992 1.987 2.105 2.258
>= 120 2.093 2.029 2.055 2.048 2.170 2.327

Instandhoudingskosten bij MGW per m2 bij doorexploiteren

Bouwjaarklasse/
Grootte
<1940 > = 1940
< 1960
> = 1960
< 1975
> = 1975
< 1990
> = 1990
< 2005
> = 2005
< 40 1.303 1.346 1.366 1.405 1.519 1.631
>=40 < 60 1.400 1.431 1.476 1.512 1.636 1.763
>= 60 < 80 1.538 1.556 1.621 1.651 1.781 1.922
>= 80 < 100 1.726 1.727 1.803 1.824 1.961 2.116
>= 100 < 120 1.896 1.880 1.972 1.985 2.128 2.293
>= 120 2.017 1.989 2.099 2.108 2.252 2.426

Instandhoudingskosten bij EGW per m2 bij uitponden

Bouwjaarklasse/
Grootte
<1940 > = 1940
< 1960
> = 1960
< 1975
> = 1975
< 1990
> = 1990
< 2005
> = 2005
< 40 931 911 854 878 894 990
>=40 < 60 1.032 997 937 936 944 1.070
>= 60 < 80 1.101 1.058 990 974 979 1.123
>= 80 < 100 1.174 1.122 1.041 1.012 1.014 1.176
>= 100 < 120 1.208 1.153 1.062 1.030 1.030 1.200
>= 120 1.242 1.184 1.083 1.047 1.046 1.223

Instandhoudingskosten bij MGW per m2 bij uitponden

Bouwjaarklasse/
Grootte
<1940 > = 1940
< 1960
> = 1960
< 1975
> = 1975
< 1990
> = 1990
< 2005
> = 2005
< 40 755 797 800 831 899 1.002
>=40 < 60 822 852 866 891 954 1.067
>= 60 < 80 914 930 950 964 1.019 1.148
>= 80 < 100 1032 1.031 1.050 1.049 1.095 1.244
>= 100 < 120 1141 1.124 1.144 1.129 1.166 1.334
>= 120 1223 1.193 1.218 1.194 1.223 1.405
PARAMETERS MAATSCHAPPELIJK ONROEREND GOED 2024
   
Instandhoudingsonderhoud per m² BVO  € 8,91 
Mutatiekosten technisch onderhoud per m² BVO  € 14,89 
Mutatiekosten marketing (% van de marktjaarhuur) 14,0%
Beheerkosten MOG (% van de markthuur) 2,0%
Gemeentelijke OZB Gemeentelijk
Belastingen verzekeringen en overige lasten 0,13%
Mutatieleegstand 6 mnd
Overdrachtskosten 11,4%
PARAMETERS INTRAMURAAL VASTGOED 2024
   
Instandhoudingsonderhoud per m² BVO  € 11,84 
Mutatiekosten technisch onderhoud per m² BVO  € 14,89 
Mutatiekosten marketing (% van de marktjaarhuur) 14,0%
Beheerkosten ZOG (% van de markthuur) 2,5%
Gemeentelijke OZB Gemeentelijk
Belastingen verzekeringen en overige lasten 0,35%
Mutatieleegstand 6 mnd
Overdrachtskosten 11,4%

Voor jaarrekening 2024 is minimaal 1/3 deel van BOG/MOG/ZOG getaxeerd door een onafhankelijke en terzake deskundige externe taxateur, ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs. Voor het overige deel van BOG/MOG/ZOG is een markttechnische update uitgevoerd. Het taxatierapport en het taxatiedossier waarin de waardering en de daarbij gehanteerde aanpassingen ten opzichte van de basisvariant zijn onderbouwd en vastgelegd. Deze zijn in het bezit van De Woonschakel en op aanvraag beschikbaar voor de Autoriteit woningcorporaties.

Toepassing vrijheidsgraden

Voor de taxaties van De Woonschakel zijn vrijheidsgraden toegepast:

  • markthuur; deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur heeft op complexniveau referenties geraadpleegd, uit de NVM-database teneinde marktconforme markthuur(stijgingen) voor de getaxeerde objecten in de taxatie te kunnen verwerken;
  • exit-yield; deze vrijheidsgraad is toegepast voor de BOG/MOG/ZOG. Taxateur acht een schatting van de exit-yield op basis van het model van de taxateur beter passend en  tot meer marktconforme waarderingsuitkomsten leidend. Gemiddeld genomen geldt dat het risicoprofiel voor de zorgcomplexen lager is ingeschat ten opzichte van de MOG-complexen. De verwachting is dat de behoefte en vraag naar dergelijke complexen, mede gelet op de toenemende zorgvraag, onverminderd hoog blijft. De opslag voor technische en functionele veroudering representeert daarbij een eventuele renovatie die na verloop van tijd noodzakelijk zal zijn. Verder geldt dat er bij een aantal zorgcomplexen sprake is van een woonbestemming dan wel een mogelijkheid bestaat voor alternatieve aanwending naar regulier wonen. Het risicoprofiel blijft dan op basis daarvan relatief beperkt hetgeen zich vertaalt in een relatief lage exit-yield.
  • schematische vrijheid; deze vrijheidsgraad is niet toegepast;
  • bijzondere omstandigheden; deze vrijheidsgraad is niet toegepast;
  • disconteringsvoet; deze vrijheidsgraad is wel toegepast. Taxateur is van mening dat de disconteringsvoet die tot stand komt op grond van de basisversie onvoldoende recht doet aan de afwijkende risicoprofielen van de complexen onderling en heeft derhalve per complex een inschatting gemaakt van de disconteringsvoet. Deze inschatting is vastgelegd in het dossier en op verzoek verkrijgbaar;
  • mutatiekans; deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een mutatie voor alle complexen reëel. De wederverhuurtijd, ter bepaling van de mutatieleegstand is conform het Waarderingshandboek gesteld op zes maanden. De looptijd van een nieuw huurcontract is conform het Waarderingshandboek voor MOG en ZOG gesteld op vijf jaar;
  • onderhoud; deze vrijheidsgraad is toegepast. De onderhoudskosten zijn ingeschat op basis van de Vastgoed Taxatiewijzer Exploitatiekosten Beleggingsvastgoed en de Vastgoed Taxatiewijzer Exploitatiekosten Zorggebouwen. Per complex is een referentieobject gekozen op basis van omvang, bouwjaar en bouwkundige kenmerken; 
  • erfpacht; deze vrijheidsgraad is niet van toepassing.


Schattingen
Gelet op de huidige marktomstandigheden kunnen toekomstige marktontwikkelingen waarop door externe taxateurs gehanteerde aannames en schattingen ter bepaling van de reële waarde van het commercieel vastgoed zijn gebaseerd, ten opzichte van de werkelijk te verwachten marktontwikkelingen van significante invloed zijn op de uitkomsten van de huidige waardering in de jaarrekening.

Vrijheidsgraden BOG/MOG/ZOG Basis Taxatie
Markthuur per m2 € 117,66 € 126,53
Onderhoud per m2 € 11,26 € 11,80
Gem. distonteringsvoet 9,07% 6,7%
Gem. exit-yield doorexpl. - 7,9%
Gem. exit-yield uitponden nvt nvt

Grondslagen voor de bepaling van de beleidswaarde

De beleidswaarde betreft de actuele waarde van het vastgoedbezit in exploitatie, gebaseerd op een sociale disconteringsvoet en voortdurende exploitatie volgens het huidige beleid van De Woonschakel. De bepaling van de beleidswaarde betreft een schatting die derhalve schattingsonzekerheden in zich heeft. 

De beleidswaarde van bedrijfsmatig, maatschappelijk en zorg onroerend goed alsmede van parkeergelegenheden wordt gelijkgesteld aan de marktwaarde in verhuurde staat.Voor woongelegenheden wordt de beleidswaarde bepaald op basis van een contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen gebaseerd op voortdurende exploitatie. De waardering vindt op complexniveau plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in Bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2025 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024’). De basiskenmerken van de methodiek zijn als volgt:

  • De aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele verplichtingen van de toegelaten instelling die rusten op het vastgoed.
  • Het rekenmodel maakt gebruik van een Netto Contante Waardeberekening (NCW), ook wel Discounted Cash Flow (DCF) genaamd, gebaseerd op een exploitatieperiode van zestig jaar. Dit betekent dat de inkomsten en uitgaven over deze termijn worden geschat en dat deze aan de hand van een disconteringsvoet “contant” worden gemaakt naar balansdatum.
  • De gehanteerde disconteringsvoet over boekjaar 2024 bedraagt 4,17% voor het DAEB bezit en 4,7% voor het niet-DAEB bezit.
  • In de beleidswaarde wordt uitgegaan van voortdurende exploitatie (een door exploiteer-scenario), derhalve wordt geen rekening gehouden met bijvoorbeeld voorgenomen verkopen of sloop van vastgoed in exploitatie.
  • De (huur)opbrengsten worden geschat op basis van de intern bepaalde streefhuur vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie, rekening houdend met de geldende wettelijke kaders.
  • Inrekening van toekomstige onderhoudslasten voor instandhoudingsonderhoud en mutatie onderhoud is gebaseerd op de eigen onderhoudsbegroting, waarbij geldt dat:
    - de onderhoudsbegroting is gebaseerd op de onderhoudscyclus van het object op basis van instandhouding, voortvloeiend uit de door De Woonschakel vastgestelde meerjarenonderhoudsbegroting op basis van doorexploitatie. Voor zover ingrijpende verbouwingen niet in deze meerjarenonderhoudsbegroting. zijn opgenomen, worden hiermee samenhangende geschatte uitgaven eveneens tot het onderhoud  gerekend.
    - de verplichting tot het verduurzamen van woningen met een E,F of G label is ingerekend conform de tabel in paragraaf 9.2.4.3 van het handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024. 
  • Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerlasten op basis van een gemiddelde norm welke is gebaseerd op een inschatting van het langjarige kostenniveau. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheer- activiteiten van de corporatie en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd ‘lasten verhuur en beheeractiviteiten’ en ‘Overige
    directe operationele lasten exploitatiebezit’ in de resultatenrekening. 

De Woonschakel heeft bij de bepaling van de beleidswaarde uitgangspunten bepaald die mede van invloed zijn op de beleidswaarde. Wijzigingen van deze uitgangspunten zijn derhalve van invloed op deze waarde. De uitgangspunten zijn nader opgenomen in de toelichting op de balans.

1.3 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

De Woonschakel heeft in het verleden een aantal woningen onder voorwaarden verkocht waarbij de koper een contractuele korting van 25% op de reële marktwaarde krijgt. De verwerking van dergelijke transacties hangt af van de contractuele voorwaarden. De Woonschakel onderscheidt hierbij gerealiseerde verkopen en verkopen welke kwalificeren als een financieringstransactie.

Als gerealiseerde verkoop worden gekwalificeerd:

  • verkopen waarbij De Woonschakel het recht op terugkoop heeft tegen reële waarde op het moment van terugkoop; 
  • verkopen waarbij De Woonschakel een plicht tot terugkoop heeft tegen (verwachte) reële waarde na het verstrijken van een aanzienlijk deel van de geschatte levensduur.

Van deze verkopen wordt het verschil tussen de netto verkoopopbrengst en de boekwaarde op moment van verkoop als resultaat verantwoord onder de post ‘netto gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed VOV’.

Als financieringstransactie worden gekwalificeerd:

  • verkopen waarbij De Woonschakel een plicht tot terugkoop heeft tegen een vaste prijs, gebaseerd op de verwachte reële waarde op terugkoopmoment.

Deze als financieringstransactie gekwalificeerde verkopen onder voorwaarden worden als volgt verwerkt. De betreffende onroerende zaken worden direct voorafgaand aan de verkoop gewaardeerd tegen actuele waarde zijnde de met de koper overeengekomen contractprijs. Het verschil met de boekwaarde op dat moment wordt verwerkt:

  • bij een waardedaling: als een negatieve herwaardering indien en voor zover er voor de betreffende woning(en) op dat moment nog sprake is van een ongerealiseerde waardestijging en voor het overige als een bijzonder waardeverminderingsverlies;
  • bij een waardestijging: als een herwaardering indien, en voor zover de actuele waarde hoger is dan de boekwaarde op dat moment zou zijn geweest bij toepassing van waardering tegen historische kostprijs minus afschrijvingen en voor een eventueel resterende overige waardestijging als terugname van een bijzonder waardeverminderingsverlies; 
  • de woning wordt voor de overeengekomen contractprijs opgenomen onder de Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden; de (nog te) ontvangen contractprijs wordt opgenomen als Verplichtingen uit hoofde van Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden (eerste waardering).

Als de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar zal plaatsvinden wordt de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord.

1.4 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de eigen exploitatie

Vastgoed in aanbouw of ontwikkeling bestemd voor de eigen exploitatie wordt gewaardeerd tegen verkrijgings- ­of vervaardigingsprijs, dan wel de lagere marktwaarde in verhuurde staat (RJ 645.209).

De marktwaarde in verhuurde staat wordt bepaald met behulp van geprognosticeerde kasstromen op basis van aannames zoals toegelicht onder vastgoed in exploitatie. Indien gerede twijfel bestaat of de reeds bestede kosten terugverdiend kunnen worden, wordt het vastgoed tegen deze lagere marktwaarde gewaardeerd en wordt het nadelig verschil in het resultaat verantwoord onder de post 'overige waardeveranderingen'.

Wanneer per balansdatum sprake is van feitelijke dan wel juridische investeringsverplichtingen inzake DAEB en/of niet-DAEB vastgoed in ontwikkeling, waarbij de geschatte kostprijs van het vastgoed hoger is dan de marktwaarde in verhuurde staat, wordt het verschil eerst in mindering gebracht op de reeds voor het betreffende project bestede kosten en wordt voor het resterende deel een voorziening gevormd voor verlieslatendheid van een contract (voorziening voor onren­dabele investeringen). De afwaardering wordt in het resultaat verantwoord onder de post 'overige waardeveranderingen'.

Bij gereedkomen van vastgoed in ontwikkeling voor de eigen exploitatie vindt overboeking van het gehele saldo plaats naar vastgoed in exploitatie. Bij deze overboeking wordt voor het bepalen van de verkrijgings- of vervaardigings­prijs uitgegaan van de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met waardeverminderingen.

In de jaarrekening wordt naast juridisch afdwingbare verplichtingen tevens rekening gehouden met feitelijke verplichtingen die kunnen worden gekwalificeerd als ‘intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd’. Hiervan is sprake wanneer uitingen namens De Woonschakel zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige herstructureringen en toekomstige nieuwbouwprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces van de corporatie rondom projectontwikkeling en herstructurering. Van een feitelijke verplichting is sprake indien de formalisering definitief is.

2. Materiële vaste activa

2.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

De onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen.

3. Financiële vaste activa

3.1 Latente belastingvorderingen

Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa  volgens fiscale voorschriften enerzijds en de boekwaarden die in deze jaarrekening gevolgd worden anderzijds. Belastinglatenties worden gewaardeerd tegen contact waarden. Als disconteringsvoet is genomen de gemiddelde rente voor langlopende rente 1,90% (2023:1,97%).

Latente belastingvorderingen uit hoofde van verrekenbare verschillen en beschikbare voorwaartse verliescompensatie worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee verliezen kunnen worden gecompenseerd en mogelijk verrekening kan worden benut.

Latente belastingen worden verantwoord voor tijdelijke verschillen, tenzij De Woonschakel in staat is het tijdstip van afloop van het tijdelijk verschil te bepalen en het niet waarschijnlijk is dat het tijdelijke verschil in de voorzienbare toekomst gaat aflopen.

Bijzondere waardeverminderingen van financiële vaste activa

Ook voor financiële vaste activa, waaronder financiële instrumenten beoordeelt De Woonschakel op iedere balansdatum of er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van een financieel actief of een groep van financiële activa. Bij aanwezigheid van objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen bepaalt De Woonschakel de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waardeverminderingen en verwerkt dit direct in de winst-en-verliesrekening.

Bij financiële activa die gewaardeerd zijn tegen geamortiseerde kostprijs wordt de omvang van de bijzondere waardevermindering bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de effectieve rentevoet van het financiële actief zoals die is bepaald bij de eerste verwerking van het instrument.

Een eventueel bijzonder waardeverminderingsverlies wordt teruggenomen indien de afname van de waardevermindering verband houdt met een objectieve gebeurtenis na afboeking. De terugname wordt beperkt tot maximaal het bedrag dat nodig is om het actief te waarderen op de geamortiseerde kostprijs op het moment van de terugname, als geen sprake geweest zou zijn van een bijzondere waardevermindering. Het teruggenomen verlies wordt in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

3.2 Agio leningen

De agio is het verschil tussen de nominale waarde van de overgenomen leningen en de marktwaarde van de leningen op het moment van verkrijging. De marktwaarde lag lager dan de nominale waarde en daarmee is er sprake van een agio.

4.1 Overige voorraden

De voorraden grond- en hulpstoffen worden gewaardeerd op verkrijgingsprijzen onder toepassing van de FIFO-methode (first in, first out) of lagere opbrengstwaarde.

5. Vorderingen

Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde. Een voorziening voor oninbaarheid gebaseerd op een statische beoordeling per balansdatum wordt in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.

6. Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

7. Eigen vermogen

7.1 Herwaarderingsreserve

Een herwaarderingsreserve wordt gevormd voor het positieve verschil tussen de marktwaarde van activa en de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. In de herwaarderingsreserve worden de ongerealiseerde waardevermeerderingen van de onroerende zaken in exploitatie opgenomen. Er is sprake van een ongerealiseerde waardevermeerdering indien de marktwaarde van een waarderingscomplex op balansdatum hoger is dan de aanschafwaarde op basis van de verkrijgingsprijs- of vervaardigingsprijs.

Wanneer op een waarderingscomplex in het verleden een waardevermindering is verantwoord, dan wordt pas een herwaarderingsreserve gevormd voor het betreffende complex voor zover de marktwaarde hoger is dan de aanschafwaarde op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

Het gerealiseerde deel van de herwaarderingsreserve van op marktwaarde gewaardeerde onroerende zaken in exploitatie wordt rechtstreeks ten gunste van de overige reserves verantwoord. Aangezien de waardevermeerdering van de onroerende zaken in exploitatie reeds ten gunste van de winst- en verliesrekening is gebracht – en in verband hiermee een herwaarderingsreserve is gevormd – is verwerking van de daaropvolgende realisatie niet ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht.

Er is afgezien van het opnemen van een overzicht van het totaalresultaat over 2024 aangezien er geen rechtstreekse vermogensmutaties hebben plaatsgevonden.

8. Voorzieningen

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen en verliezen die op balansdatum bestaan waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de hoogte redelijkerwijs kan worden geschat. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld.

Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding wordt ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting, dan wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen.

8.1 Voorziening onrendabele investeringen

Wanneer per balansdatum sprake is van feitelijke dan wel juridische investeringsverplichtingen inzake DAEB en/of niet-DAEB vastgoed in ontwikkeling, waarbij de geschatte kostprijs van het vastgoed hoger is dan de aan de investeringsverplichting toe te rekenen marktwaarde, wordt het verschil eerst in mindering gebracht op de reeds voor het betreffende project bestede kosten en wordt voor het resterende deel een voorziening gevormd voor onrendabele investeringen.

8.2 Voorziening latente belastingverplichting

Latente belastingverplichtingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de passiva volgens fiscale voorschriften enerzijds en de boekwaarden die in deze jaarrekening gevolgd worden anderzijds. De berekening van de latente belastingvorderingen en -verplichtingen geschiedt tegen de belastingtarieven die op het einde van het verslagjaar gelden of tegen de tarieven die in de komende jaren gelden, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld.

Belastinglatenties worden gewaardeerd op basis van contante waarde.

Voorziening pensioenen

De Woonschakel heeft één pensioenregeling namelijk de pensioenregeling van het bedrijfstakpensioenfonds voor de Woningcorporaties.

De Woonschakel heeft voor haar werknemers een toegezegde pensioenregeling. Hiervoor in aanmerking komende werknemers bouwen jaarlijks een pensioenrecht op over het loon van dat jaar (middelloonregeling). De verplichtingen, welke voortvloeien uit deze rechten van haar personeel, zijn ondergebracht bij de Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW). De Woonschakel betaalt hiervoor de premies van het werkgeversdeel.

De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar financiële verplichtingen) dit toelaat. Naar de stand van ultimo boekjaar is de dekkingsgraad van het pensioenfonds 129,0%. Het pensioenfonds voldoet aan de minimale dekkingsvereisten en voorziet geen noodzaak voor de aangesloten instellingen om extra stortingen te verrichten. De Woonschakel heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij SPW, anders dan het effect van hogere toekomstige premies.

Op de Nederlandse pensioenregelingen zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing en worden op verplichte, contractuele of vrijwillige basis premies aan pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen betaald door De Woonschakel. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa als dit tot een terug storting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.

Voor bestaande verplichtingen (anders dan de te betalen premies) tegenover de pensioenuitvoerder en/of werknemers wordt een voorziening opgenomen. Dit betreft dan een voorziening voor:

  • de verplichting van De Woonschakel tot het verrichten van extra betalingen of herstelpremies als gevolg van een lage dekkingsgraad van het pensioenfonds;
  • onvoorwaardelijke nog niet gefinancierde indexaties.

Daarnaast neemt De Woonschakel in voorkomend geval een vordering op voor:

  • toegezegde restituties als gevolg van een hoge dekkingsgraad van het pensioenfonds;
  • over rente of winstdeling die overeenkomstig de bepalingen in een verzekeringscontract beschikbaar komen voor De Woonschakel.

Deze pensioenvoorzieningen worden op basis van de beste schatting gewaardeerd. Hierbij is de verplichting gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichting af te wikkelen. Als disconteringsvoet voor de contant making wordt de rekenrente in de bedrijfswaarde van De Woonschakel gehanteerd.

Indien de periode waarover de uitgaven contant worden gemaakt niet langer is dan een jaar, is de verplichting niet tegen de contante waarde opgenomen. Toevoegingen aan en vrijval van pensioenvoorzieningen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht.

8.3 Overige voorzieningen

De overige voorzieningen worden opgenomen tegen de voor de afwikkeling van de voorziening naar verwachting noodzakelijke uitgaven. Deze uitgaven zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, tenzij anders is aangegeven. De stichting onderkent de volgende overige voorzieningen:

  1. Jubilea. Deze wordt opgenomen tegen de contante waarde van de verwachte uitkeringen gedurende het dienstverband. Bij de berekening van de voorziening wordt onder meer rekening gehouden met verwachte salarisstijgingen en de blijf kans. Als disconteringsvoet voor het contant maken wordt de rekenrente van 3,0% gehanteerd.
  2. Loopbaanontwikkeling. Dit betreft de nominale waarde van het volgens de CAO Woondiensten aan de medewerkers beschikbaar gestelde en nog niet opgenomen loopbaanontwikkelingsbudget.

9. Langlopende schulden

9.1-9.2 Schulden aan overheid en kredietinstellingen

Langlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde.  Een eventueel verschil tussen het ontvangen bedrag en de reële waarde van de lening wordt verantwoord op basis van de bij die transactie horende economische werkelijkheid. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten.

Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt op basis van de effectieve rente gedurende de geschatte looptijd van de schulden in de winst-en-verliesrekening als interestlast verwerkt.

De aflossingsverplichting van de langlopende schulden voor het komende jaar  is opgenomen onder de kortlopende schulden. 

9.4 Terugkoopverplichting verkoop onder voorwaarden

In het kader van de verkoop van woningen onder voorwaarden heeft de corporatie een terugkoopverplichting die mede afhankelijk is van de ontwikkeling van de waarde van de woningen in het economisch verkeer en de specifieke contractuele voorwaarden. De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd. Indien de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar gaat plaatsvinden is de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord.

10. Kortlopende schulden

Kortlopende schulden worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde.

Grondslagen voor de bepaling van het resultaat

Algemeen

Het resultaat wordt bepaald als verschil tussen de opbrengstwaarde van de geleverde prestaties en de kosten en andere lasten over het jaar. De resultaten op transacties worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd; verliezen reeds zodra zij voorzienbaar zijn. Het resultaat wordt tevens bepaald met inachtneming van de verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen van op marktwaarde gewaardeerde materiële vaste activa.

De winst- en verliesrekening wordt verantwoord op basis van de functionele indeling. Omdat De Woonschakel naast verhuuractiviteiten, tevens activiteiten verricht op het gebied van ontwikkeling van vastgoed en verkoop van delen van de vastgoedportefeuille, geeft de functionele indeling de gebruiker van de jaarrekening een beter inzicht van het resultaat per activiteit.

In de functionele winst- en verliesrekening zijn alle opbrengsten direct toe te rekenen aan de activiteiten van De Woonschakel. Bij de kosten is er een onderscheid tussen de direct toerekenbare kosten en de indirecte kosten. De direct toerekenbare kosten worden bij het betreffende onderdeel verantwoord. De toerekening van de indirecte kosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst- en verliesrekening gebeurt op basis van verdeelsleutels. De gehanteerde verdeelsleutels worden toegelicht.

Opbrengstverantwoording algemeen

Opbrengsten uit de levering van goederen worden verwerkt zodra alle belangrijke rechten en risico’s met betrekking tot de eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper.

Opbrengsten uit de levering van diensten geschieden naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten.

11. Huuropbrengsten

De jaarlijkse huurverhoging is van overheidswege gebonden. Zakelijke contracten voor kantoorruimten etc. zijn aangepast volgens de reguliere index. De opbrengsten uit hoofde van huur worden aangemerkt als zijnde gerealiseerd in het jaar van opeisbaarheid daarbij tussentijdse beëindiging van het huurcontract geen terugbetalingsverplichting geldt.

12-13 Opbrengsten en kosten servicecontracten

Dit betreffen ontvangen bedragen van huurders en bewoners ter dekking van te maken en gemaakte servicekosten. Jaarlijks vindt verrekening plaats op basis van de daadwerkelijke bestedingen. De kosten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten.

14. Lasten verhuur en beheeractiviteiten

Hier worden de directe en indirecte kosten verantwoord die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten. Hierbij kan worden gedacht aan lonen en salarissen voor personeel dat primair bezig is met de exploitatie van het vastgoed, huisvestingskosten en algemene kosten dat toerekenbaar is aan de activiteit.

De systematiek van toerekening is toegelicht onder "Toerekening baten en lasten".

15 Lasten onderhoudsactiviteiten

Aan deze post worden de lasten toegerekend die betrekking hebben op de onderhoudslasten. Dit betreft naast onderhoudslasten ook personeelslasten en overige bedrijfslasten. De systematiek van toerekening is toegelicht onder "Toerekening baten en lasten". Al aangegane verplichtingen waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum worden verwerkt onder de niet uit de balans blijkende verplichtingen. Onder onderhoudslasten worden alle direct aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud verantwoord. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden.

16 Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

Aan deze post worden de directe lasten met betrekking tot de exploitatie van het bezit toegerekend die geen betrekking hebben op de verhuur- en beheeractiviteiten of onderhoudsactiviteiten. Gedacht kan worden aan: belastingen en heffingen.

17-19 Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoed portefeuille

De post netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille betreft het saldo van de behaalde verkoopopbrengst minus de boekwaarde (marktwaarde verhuurde staat) van het bestaand bezit en de toegerekende organisatiekosten. Opbrengsten worden verantwoord op het moment van levering (passeren transportakte).

20 Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Dit betreft waardeverminderingen en eventuele terugname hiervan, die gedurende het verslagjaar zijn ontstaan vanuit nieuw aangegane juridische en feitelijke verplichtingen met betrekking tot investeringen in nieuwbouw. Ook waardeveranderingen als gevolg van sloop en projecten die geen doorgang vinden worden onder deze categorie verantwoord.

21 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed

De onder deze post verantwoorde bedragen hebben betrekking op boekingen uit hoofde van waardeverandering. (Mutaties in) waardeveranderingen ontstaan door een jaarlijkse toets van de marktwaarde ultimo boekjaar ten opzichte van de marktwaarde ultimo voorgaand jaar.

22 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed vov

Dit betreft de jaarlijkse mutatie van de actuele waarde van de woningen verkocht onder voorwaarden. Dit betreft zowel de waardeverandering van de post “onroerende zaken verkocht onder voorwaarden” als de post “verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden”.

23 Overige organisatiekosten

Dit betreffen de kosten die niet aan reguliere bedrijfsactiviteiten toegerekend kunnen worden middels de systematiek toegelicht in "Toerekening baten en lasten”.

24 Kosten omtrent leefbaarheid

De hieronder verantwoorde kosten betreffen kosten van fysieke ingrepen niet zijnde investeringen en uitgaven voor activiteiten in de omgeving van woongelegenheden van De Woonschakel, die de leefbaarheid in buurten en wijken ten goede moeten komen.

25-26 Rentebaten en rentelasten

Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen die als onderdeel van de berekening van de effectieve rente worden meegenomen.

27 Belastingen

De Woonschakel is integraal belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Corporaties zijn verplicht over hun integrale activiteiten vennootschapsbelasting te betalen. Eén en ander is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst (VSO). In deze VSO zijn specifieke bepalingen opgenomen met betrekking tot de waardering van posten op de fiscale openingsbalans en de wijze van resultaatneming.

De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de winst-en-verliesrekening, rekening houdend met beschikbare fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten. Ook wordt, indien van toepassing, rekening gehouden met wijzigingen die optreden in de latente belastingvorderingen en latente belastingschulden uit hoofde van wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.

Toerekening baten en lasten

Om tot de functionele indeling van de winst- en verliesrekening te komen wordt gebruik gemaakt van een kosten verdeelstaat. Hierbij worden de personeelslasten verdeeld op basis van de werkelijke activiteiten van werknemers. De overige bedrijfskosten worden verdeeld door een verdeelsleutel te hanteren op basis van het aantal fte's op basis van de activiteiten van de medewerkers.

In de toelichting op de resultatenrekening is inzichtelijk gemaakt hoe de kosten verdeeld worden over de activiteiten.

Grondslagen voor de opstelling van het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de directe methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit liquide middelen.

Het kasstroomoverzicht wordt ingedeeld in drie verschillende activiteitencategorieën:

  • kasstromen uit operationele activiteiten;
  • kasstromen uit investeringsactiviteiten en;
  • kasstromen uit financieringsactiviteiten.

Voor een goed inzicht worden de bruto kasstromen opgenomen. Dit houdt in dat de ontvangsten en uitgaven afzonderlijk worden vermeld en dus niet worden gesaldeerd. Deze worden per groep van transacties en gebeurtenissen afzonderlijk weergegeven.

Kasstroom investeringsactiviteiten – renovatie/verduurzaming C. Haringhuizenlaan Midwoud

Toelichting op de balans

(x € 1.000,-)

1. VASTGOEDBELEGGINGEN   31-12-2024   31-12-2023
           
  1.1 DAEB-vastgoed in exploitatie        
  Woningen en woongebouwen in exploitatie    1.095.034     953.138 
  Onroerende goederen niet zijnde woningen    9.090     9.402 
       1.104.124     962.540 
           
  1.2 Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie        
  Woningen en woongebouwen in exploitatie    7.258     6.744 
  Onroerende goederen niet zijnde woningen    130     130 
       7.388     6.874 
           
  1.3 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden        
  Woonschakelkoop    1.895     1.942 
       1.895     1.942 
           
  1.4 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie        
  Bruto vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie    14.487     18.528 
  Saldering van voorziening    -9.095     -12.109 
  Netto vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie    5.392     6.419 
           
           
TOTAAL VASTGOEDBELEGGINGEN    1.118.799     977.775 

De WOZ-waarde van het bezit bedraagt ultimo 2024 € 1.636 mln. (2023: € 1.650 mln.).

  • De som van de herwaarderingreserve van de onroerende zaken in exploitatie ultimo balansdatum bedraagt € 622,7 mln. (2023: € 505,6 mln.)
  • In de DAEB-vastgoed in exploitatie en niet-DAEB vastgoed in exploitatie zijn 310 woningen geoormerkt voor de verkoop. Deze woningen staan nog niet leeg op balansdatum.
  • De activa zijn verzekerd tegen aanschaf- c.q. voortbrengingskosten. Jaarlijks wordt de verzekerde waarde aangepast aan het indexcijfer voor nieuwbouwwoningen zoals dit door de CBS wordt berekend.
  • In het boekjaar werd ter zake van onroerende zaken in ontwikkeling geen bouwrente geactiveerd. 
  • Er heeft overheveling plaatsgevonden DAEB en niet-DAEB van twee wooneenheden. 
  • Naar verwachting worden er ongeveer twaalf woningen binnen één jaar verkocht.
1. VERLOOPOVERZICHT MVA IN EXPLOITATIE EN ONTWIKKELING DAEB VASTGOED IN EXPLOITATIE NIET-DAEB VASTGOED IN EXPLOITATIE VASTGOED IN ONTWIKKELING BESTEMD VOOR DE EXPLOITATIE
         
  Stand per 1 januari      
  Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs  484.213   5.438   19.684 
  Cumulatieve herwaarderingen/waardeverminderingen  478.327   1.436   -13.265 
  Boekwaarde  962.540   6.874   6.419 
         
  Mutaties      
  Investeringen  2.205   -   27.517 
  Aankopen  -   -   - 
  Desinvesteringen verkopen marktwaarde  -2.087   -   - 
  Desinvesteringen sloop marktwaarde  -3.557   -   - 
  Overheveling niet-DAEB naar DAEB  437   -437   
  Overheveling niet-DAEB naar DAEB-Marktwaarde  -   -   
  Waardevermeerderingen en -verminderingen  113.029   951   - 
  Overboekingen opgeleverde nieuwbouw  31.557   -   -31.557 
  Overboekingen van en naar verkopen onder voorwaarden    -   - 
  Overboekingen naar mva in ontwikkeling aanschafwaarde  -   -   - 
  Overboekingen naar mva in ontwikkeling marktwaarde  -   -   - 
  Overige mutaties aanschafwaarde  -   -   - 
  Overige mutaties marktwaarde  -   -   - 
  Overige waardeveranderingen en terugneming daarvan  -   -   3.013 
     141.584   514   -1.027 
         
  Stand per 31 december      
  Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs  516.325   5.000   15.644 
  Cumulatieve herwaarderingen/waardeverminderingen  587.799   2.388   -10.252 
         
BOEKWAARDE  1.104.124   7.388   5.392 

De mutaties in het bezit bestaan uit de oplevering van 126 nieuwbouwwoningen en de verkoop van dertien woningen uit de verkoopvijver. Er zijn zestien eenheden gesloopt.
De waarde mutatie bedraagt € 113,9 mln. en vanuit onderhoud is € 7,6 mln. geïnvesteerd voor  duurzaamheid en renovatie. Voor vastgoed in ontwikkeling is ruim € 29,8 mln. geïnvesteerd in voornamelijk de Kunstlaan. In uitvoering zijn vier transformatiewoningen.

Toelichting bij activa in exploitatie

Toelichting bij activa in exploitatie of eigen vermogen: beleidsmatige beschouwing op het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie

Per 31 december 2024 is in totaal € 622,7 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in de overige reserves begrepen (2023: € 505,6 miljoen) uit hoofde van de waardering van het vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde in verhuurde staat. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee volgens de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.

De realisatie van deze ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van De Woonschakel. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Daarnaast wordt bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerlasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie.

Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde (en daarmee van het eigen vermogen) in de toekomst gaat worden gerealiseerd.

Marktwaarde

Stichting De Woonschakel Westfriesland heeft gekozen voor de toepassing van de basisversie van het Handboek modelmatig waarderen van de vastgoedportefeuille. Dit betekent dat de waardering ten behoeve van de jaarrekening bepaald wordt zonder tussenkomst van een taxateur. Het handboek wordt jaarlijks geactualiseerd. In dit handboek wordt gesteld dat toepassing van de basisversie leidt tot een getrouwe weergave van de marktwaarde in verhuurde staat op portefeuilleniveau, toepassing van de full-versie leidt tot een getrouwe weergave op complexniveau.

Ieder jaar wordt na 1 juli het handboek gevalideerd op basis van de waarderingsuitkomsten van het bezit van corporaties die de full-versie toepassen, dat wil zeggen de waardering gebruikmakend van een externe taxateur op balansdatum van het daaraan voorafgaande boekjaar. Dit vormt input om de basisversie eventueel aan te passen. De validatie eis daarbij is dat voor ten minste 90% van de portefeuilles het verschil tussen de basiswaardering en full waardering beperkt moet blijven tot maximaal + of - 10%.

Beleidswaarde

De beleidswaarde ultimo 2024 bedraagt € 473.672.089.
Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

      DAEB   Niet-DAEB
  Gemiddelde streefhuur per maand voor        
  Eensgezinswoningen    € 659     € 925 
  Meergezinswoningen    € 570     € 790 
  Norm beheerlasten per jaar per woning    € 1.058     € 1.058 
  Ingerekende gemiddelde onderhoudslasten per woning    € 3.579     € 3.959 
  Aantal verhuureenheden met EFG label    9     - 

Streefhuur

In het streefhuurbeleid van De Woonschakel is aan elke woning een betaalbaarheidsklasse toegekend. De betaalbaarheidsklasse komt overeen met de vastgestelde huurprijsgrenzen. De streefhuur wordt bepaald aan de hand van de toegekende betaalbaarheidsklasse. Als de toegekende streefhuur van een gereguleerde woning hoger is dan 75% van de maximale huur volgens WWS, dan wordt de streefhuur afgetopt op 75% van de maximale huur.

Onderhoud

De ingerekende onderhoudslasten bestaan uit de volgende elementen:

  • Reparatie- en klachtenonderhoud
  • Mutatieonderhoud
  • Onderhoud op afroep (badkamer, keuken, toilet)
  • Contractonderhoud
  • Planmatig onderhoud

De in de meerjarenonderhoudsbegroting opgenomen geschatte lasten inzake reparatieonderhoud, onderhoud op afroep en mutatie onderhoud zijn mede gebaseerd op ervaringscijfers vanuit het verleden welke worden geïndexeerd met de bouwkostenindex.

Het geschatte contractonderhoud is gebaseerd op aangegane respectievelijk naar verwachting af te sluiten onderhoudscontracten voor de betreffende installaties.

Het planmatige onderhoud is gebaseerd op de 60 - jarige onderhoudsbegroting op basis van doorexploitatie van De Woonschakel. De onderhoudsbegroting gaat uit van al die werkzaamheden die meerjarig (zowel de lange als korte onderhoudscycli) moeten worden uitgevoerd om een complex in zodanig technische en bouwkundige staat te houden dat sprake is en blijft van minimaal een conditiescore 4.

De onderhoudsbegroting is gebaseerd op de bekende onderhoudsstaat van het bezit. Om de onderhoudsstaat actueel te houden verricht De Woonschakel conditiemetingen. Hiertoe hanteert De Woonschakel een periodieke actualisatie. Elke jaar wordt de conditie per complex bepaalt, waarbij een aantal complexen extern wordt getoetst.

Bij het opstellen van de MJOB houdt De Woonschakel rekening met actuele prijspeil data gebaseerd op 2024.

De timing wanneer verschillende onderhoudscycli worden uitgevoerd, is gebaseerd op een schatting. Het daadwerkelijke jaar van uitvoering is niet exact voorspelbaar en afhankelijk van meerdere factoren. De impact van een individuele verschuiving in de tijd van planmatig onderhoud in de 60 jaar prognose is van geringe betekenis op de uitkomst van de beleidswaarde als geheel. Daarnaast zal een verschuiving op complexniveau gecompenseerd kunnen worden met een verschuiving bij een ander complex. De omvang van het planmatige onderhoud als geheel tendeert derhalve naar een ideaalcomplex. De exacte timing van uitgaven valt derhalve onder de aanwezige schattingsonzekerheid.

In de onderhoudsbegroting houdt De Woonschakel rekening met de volgende cycli:

Type   Periodiciteit
Planmatig    
Gevel   24/48 jaar
Kozijnen   48 jaar
Daken en goten   24/30/28 jaar
Schoorstenen   24/48 jaar
Buiten schilderwerk   6/7 jaar
Beschoeiing   30 jaar
     
Niet planmatig    
Keukens   20 jaar
Badkamer   25-30 jaar
Toilet   25-30 jaar

De MJOB is opgesteld rekening houdend met verwachte toekomstige ingrijpende verbouwingen, renovaties, sloop, nieuwbouw en verkoop. Ten behoeve van de beleidswaarde die gebaseerd dient te worden een 60 jaren doorlopende exploitatieperiode zijn de volgende correcties doorgevoerd op de MJOB:

  • Ingerekende onderhoudskosten zijn op basis van 60 jaar 
  • Sloopcomplexen zijn opgevoerd qua verwacht onderhoud op basis van het behouden van een minimale conditiescore van 4. 
  • Ingrijpende verbouwingen en renovaties zijn niet in de MJOB ingerekend en zijn onderhoudskosten opgenomen naar een situatie waarbij regulier instandhoudingsonderhoud plaats zou vinden.
  • Nieuwbouw en verkoop zijn buiten beschouwing gelaten.

Zoals hiervoor aangegeven kent de MJOB een horizon van 60 jaar.

EFG labels

De Woonschakel heeft nog 9 eenheden waarop een EFG label van toepassing is. Voor deze complexen is een correctie conform de normbedragen vanuit het Handboek modelmatig waarderen doorgevoerd op de beleidswaarde.

Achterstallig onderhoud

In de marktwaarde zijn geen uitgaven opgenomen voor het wegwerken van achterstallig onderhoud.

Beheerlasten

De beheerlastennorm is gebaseerd op de door het bestuur en Raad van Commissarissen goedgekeurde Meerjarenbegroting 2025 - 2034.

Sensiviteitsanalyse

De bepaling van de beleidswaarde is aan schattingen onderhevig. Teneinde inzicht te geven in de potentiële impact van een alternatieve schatting op de beleidswaarde uitkomst hebben wij de navolgende sensitiviteitsanalyse verricht. In onderstaande tabel wordt aangegeven welke effect een positieve of negatieve aanpassing van de schatting heeft op de beleidswaarde 2024.

(x € 1.000,-)

EFFECT OP DE BELEIDSWAARDE DAEB Niet-DAEB
€ 25,- hogere streefhuur  38.395   169 
€ 25,- lagere streefhuur  -40.544   -169 
€ 100,- hogere onderhoudskosten per vhe  -25.394   -104 
€ 100,- lagere onderhoudskosten per vhe  25.394   104 
€ 75,- hogere beheerkostennorm  -19.045   -78 
€ 75,- lagere beheerkostennorm  19.045   78 
0,5% hogere mutatiegraad  1.296   -62 
0,5% lagere mutatiegraad  -603   6 
0,5% hogere disconteringsvoet  -37.903   -365 
0,5% lagere disconteringsvoet  44.405   427 
Lasten beheer: werkzaamheden in de wijk

(x € 1.000,-)

1.3 ONROERENDE ZAKEN VERKOCHT ONDER VOORWAARDEN   31-12-2024   31-12-2023
           
  Stand per 1 januari        
  Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs    974     974 
  Cumulatieve herwaarderingen    968     1.023 
       1.942     1.997 
           
  Woningen teruggekocht onder voorwaarden    -185     - 
  Mutatie herwaardering    138     -55 
       -47     -55 
           
  Stand per 31 december        
  Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs    789     974 
  Cumulatieve herwaarderingen    1.106     968 
           
Boekwaarde    1.895     1.942 

Alle contracten over verkoop onder voorwaarden zijn gebaseerd op het principe waarbij sprake is van verleende kortingen op de marktwaarde van 25%. In de post “onroerende zaken verkocht onder voorwaarden” zijn in totaal 9 verhuureenheden opgenomen (2023: 10). Bij terugkopen van de woningen heeft De Woonschakel het beleid om ze terug te nemen in exploitatie dan wel te verkopen in de vrije markt. De verkoop gebeurt alleen als er in het complex al eerder is verkocht.

Woning met terugkoopverplichting weer in verhuur
2.1 VERLOOPOVERZICHT   ONROERENDE EN ROERENDE ZAKEN TEN DIENSTE VAN DE EXPLOTIATIE
       
  Stand per 1 januari    
  Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs    13.348 
  Cumulatieve herwaarderingen/bijzondere waardeverminderingen    -3.620 
  Cumulatieve afschrijvingen    -6.402 
  Boekwaarde    3.326 
       
  Mutaties    
  Investeringen    1.276 
  Desinvesteringen aanschafwaarde    - 
  Desinvesteringen waardeverminderingen    - 
  Desinvesteringen afschrijvingen    - 
  Afschrijvingen    -290 
       986 
       
  Stand per 31 december    
  Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs    14.624 
  Cumulatieve herwaarderingen/bijzondere waardeverminderingen    -3.620 
  Cumulatieve afschrijvingen    -6.692 
       
BOEKWAARDE    4.312 

De investeringen bestaan uit de overstap van kleine bedrijfsauto’s naar elektrisch rijden, deelvervanging vloerbedekking kantoor Medemblik en ICT middelen.

De afschrijvingen worden lineair berekend op basis van de geschatte economische levensduur. Op grond wordt niet afgeschreven. De levensduren van de overige materiële vaste activa ten dienste van eigen exploitatie zijn als volgt:

  • bedrijfsgebouwen: 30-40 jaar
  • verbouwingen: 10-25 jaar
  • installaties: 5-25 jaar
  • inventaris en automatisering: 5- 3 jaar
  • vervoermiddelen: 5-13 jaar
  • grond: Geen 

(x € 1.000,-)

3.1 LATENTE BELASTINGVORDERING 31-12-2024 31-12-2023
       
  Stand per 1 januari  1.770   1.846 
  Mutatie boekjaar  -730   -76 
     1.040   1.770 
  De latentie is gebaseerd op het verschil tussen de commerciele    
  en fiscale boekwaarde van de posten:    
       
  Verkoop onder voorwaarden    
  Fiscale waardering  271   274 
  Commerciele waardering  1.895   1.942 
  Verschil  1.624   1.668 
  Verschil contant gemaakt  1.478   1.668 
  Volgens geldend tarief 25,8%  381   430 
       
  Leningen    
  Fiscale waardering  668   876 
  Commerciele waardering  -   - 
  Verschil  668   876 
  Verschil contant gemaakt  599   792 
  Volgens geldend tarief 25,8%  154   204 
       
  Boeterente    
  Fiscale waardering  3.929   4.925 
  Commerciele waardering  -   - 
  Verschil  3.929   4.925 
  Verschil contant gemaakt  3.492   4.398 
  Volgens geldend tarief 25,8%  901   1.136 
       
  Leningen overname    
  Fiscale waardering  -1.671   - 
  Commerciele waardering  -   - 
  Verschil  -1.671   - 
  Verschil contant gemaakt  -1.536   - 
  Volgens geldend tarief 25,8%  -396   - 
       
TOTAAL  1.040   1.770 

(x € 1.000,-)

3.2 AGIO VAN LENINGEN   31-12-2024   31-12-2023
           
  Stand per 1 januari    1.610     1.942 
  Mutatie    -343     -332 
  Herwaardering    -     - 
TOTAAL    1.267     1.610 

De agio is het verschil tussen de nominale waarde van de overgenomen leningen en de marktwaarde van de leningen op het moment van verkrijging. De marktwaarde lag lager dan de nominale waarde en daarmee is er sprake van een agio.

(x € 1.000,-)

4.1 OVERIGE VOORRADEN   31-12-2024   31-12-2023
           
  Stand per 1 januari    145     145 
  Inkopen    450     416 
  Verbruik    -445     -416 
       150     145 
  De voorraden bestaan uit materialen en grondstoffen voor de eigen onderhoudsdienst        
           
  Vastgoed bestemd voor verkoop    233     - 
De Woonschakel beschikt over 25 uitvoerende medewerkers onderhoud voor o.a. renovaties.

(x € 1.000,-)

5.1 HUURDEBITEUREN   31-12-2024   31-12-2023
           
  Huurdebiteuren    317     570 
  Af: voorziening wegens mogelijke oninbaarheid    -34     -37 
           
TOTAAL      283     533 

In de post huurdebiteuren is ultimo boekjaar een bedrag van € 307.000 (= 0,64% van de jaarhuur) als te vorderen servicekosten.

(x € 1.000,-)

5.2 VORDERINGEN OVERHEID   31-12-2024   31-12-2023
           
  Vordering op de gemeente    2     1 
           
TOTAAL      2     1 

(x € 1.000,-)

5.3 OVERIGE VORDERINGEN   31-12-2024   31-12-2023
           
  Nog te ontvangen serviceopbrengsten    -     - 
  Overige vorderingen    71     82 
           
TOTAAL    71     82 

(x € 1.000,-)

5.4 TE VORDEREN VENNOOTSCHAPSBELASTING   31-12-2024   31-12-2023
           
  Vennootschapsbelasting 2022    -     598 
  Vennootschapsbelasting 2023    2.903     2.202 
  Vennootschapsbelasting 2024    1.711     - 
           
TOTAAL    4.614     2.800 

(x € 1.000,-)

5.5 OVERLOPENDE ACTIVA   31-12-2024   31-12-2023
           
  Vooruitbetaalde kosten    82     40 
  Vooruitbetaald aan leveranciers    10     59 
           
TOTAAL    92     99 

(x € 1.000,-)

6. LIQUIDE MIDDELEN 31-12-2024   31-12-2023
         
  Rekening courant  3.988     2.692 
  Deposito's  670     655 
         
TOTAAL  4.658     3.347 

(x € 1.000,-)

7. EIGEN VERMOGEN   31-12-2024 31-12-2023
         
  Stand eigen vermogen 1 januari    701.077   694.418 
         
  Resultaat boekjaar    136.603   6.659 
         
STAND EIGEN VERMOGEN 31 DECEMBER    837.680   701.077 
         
  Overige reserves      
         
  Stand overige reserves 1 januari    188.814   210.827 
         
  Uit resultaatbestemming voorgaand jaar    6.659   -27.274 
  Toename afname ten laste/gunste herwaarderingsreserve    -117.150   5.261 
         
         
STAND OVERIGE RESERVES 31 DECEMBER    78.323   188.814 
         
  Herwaarderingsreserve      
         
  Boekwaarde per 1 januari    505.604   510.865 
  Realisatie uit hoofde van verkoop    -1.314   -4.628 
  Realisatie uit hoofde van sloop    -   - 
  Toename uit hoofde van stijging van de marktwaarde    121.364   23.832 
  Afname uit hoofde van daling van de marktwaarde    -2.900   -24.465 
         
STAND HERWAARDERINGSRESERVE 31 DECEMBER    622.754   505.604 

Herwaarderingsreserve

De herwaarderingsreserve wordt bepaald op complexniveau op basis van het verschil in de boekwaarde van het vastgoed in exploitatie op basis van marktwaarde ten opzichte van de boekwaarde van het vastgoed in exploitatie op basis van historische kosten. Hierbij wordt bij de bepaling van de boekwaarde op basis van historische kosten geen rekening gehouden met afschrijvingen en waardeverminderingen.

(x € 1.000,-)

8. VOORZIENINGEN   31-12-2024   31-12-2023
           
  8.1 Voorziening onrendabele investeringen/herstructureringen    10.649     23.126 
           
  Mutaties        
  Bij: Saldering opheffen    12.109     398 
  Bij: Dotatie in het boekjaar    2.387     14.339 
  Af: Opgeleverde nieuwbouw    -14.150     -8.932 
  Af: Ontwikkeling marktwaarde    -562     -6.172 
  Af: Saldering met mva in ontwikkeling    -9.095     -12.110 
           
           
VOORZIENINGEN ONRENDABELE INVESTERINGEN PER 31 DECEMBER    1.338     10.649 

De voorziening onrendabel wordt gevormd voor het verschil in marktwaarde in verhuurde staat en de stichtingskosten. De stichtingskosten zijn hoger waardoor een deel van het project niet wordt terugverdiend over de exploitatieperiode. Voor dat deel wordt een voorziening gevormd. Als er al uitgaven voor het project zijn gedaan, wordt de voorziening geheel of gedeeltelijk gesaldeerd naar de materiële vaste activa in ontwikkeling.

Veel trouwe huurders wonen langdurig in onze huurwoningen

(x € 1.000,-)

8.3 OVERIGE VOORZIENINGEN   31-12-2024   31-12-2024
           
  Loopbaanontwikkeling    234     233 
  Bij: Dotatie    40     19 
  Af: Vrijval    -4     -1 
  Af: Onttrekking    -21     -17 
       249     234 
           
  Jubileumvoorziening    249     232 
  Bij: Dotatie    57     20 
  Af: Vrijval    -     - 
  Af: Onttrekking    -15     -3 
       291     249 
           
OVERIGE VOORZIENINGEN PER 31 DECEMBER    540     483 

Medewerkers bouwen voor de loopbaanontwikkeling per jaar € 900,- (voltijd) op tot een maximum van € 4.500. Zij kunnen dit besteden voor opleidingen die niet direct met hun functie verband houden. Bij einde dienstverband of besteding daalt de voorziening.

Van renovatiemedewerker naar werkvoorbereider bij De Woonschakel

(x € 1.000,-)

9. LANGLOPENDE SCHULDEN   31-12-2024   31-12-2023
           
  9.1 Schulden/leningen overheid        
           
  Kortlopend deel    774     773 
  Langlopend deel    5.926     6.700 
  Boekwaarde per 1 januari    6.700     7.473 
  Bij: nieuwe leningen    -     - 
  Af: aflossingen    -771     -773 
  Boekwaarde per 31 december    5.929     6.700 
  Af: kortlopend deel    -610     -774 
           
TOTAAL LANGLOPEND DEEL    5.319     5.926 
           
  Waarvan langer dan 5 jaar    3.497     3.497 

(x € 1.000,-)

      31-12-2024   31-12-2023
  9.2 Schulden/leningen kredietinstellingen        
           
  Kortlopend deel    9.808     6.409 
  Langlopend deel    247.291     239.099 
  Boekwaarde per 1 januari    257.099     245.508 
  Bij: nieuwe leningen    32.500     18.000 
  Af: aflossingen    -14.810     -6.409 
  Boekwaarde per 31 december    274.789     257.099 
  Af: kortlopend deel    -8.046     -9.808 
           
TOTAAL LANGLOPEND DEEL    266.743     247.291 
           
  Waarvan langer dan 5 jaar    226.133     208.405 

De langlopende schulden overheid lopen elk jaar af doordat De Woonschakel geen nieuwe leningen aantrekt bij de gemeente. De Woonschakel heeft in mei en november leningen aangetrokken. De lening van mei is een flexlening van € 9 mln. met een looptijd van 10 jaar. De lening van november is een lineaire lening van € 9 mln. met een looptijd van 30 jaar.

  31-12-2024 31-12-2023
Vastrentende leningen overheid    
     
Restschuld  5.929   6.699 
Gemiddelde rente 1,80% 1,77%
Gemiddelde looptijd  16   17 
Reële waarde  5.648   6.607 
     
     
     
Vastrentende leningen kredietinstellingen    
     
Restschuld  274.789   257.099 
Gemiddelde rente 2,73% 2,69%
Gemiddelde looptijd  19   20 
Reële waarde  311.798   281.713 

Herfinanciering

De gemiddelde rentevoet voor De Woonschakel bedraagt 2,69% (2022: 2,58%). Deze stijging wordt veroorzaakt door:

Nieuwe leningen

  • De Woonschakel heeft op 17 mei een flex lening aangetrokken van € 9 mln. op basis van 1-maands Euribor met een opslag van 0,24%. 
  • De Woonschakel heeft op 29 november een lineaire lening aangetrokken van € 9 mln. voor een rente van 3,840%. 

Eindaflossingen

  • Er vonden geen eindaflossingen van fixeleningen en overige leningen plaats. 

Rente conversies

  • Op 27 december is er een renteconversie geweest voor een lineaire lening met een openstaand bedrag van € 4 mln. met een looptijd van 20 jaar voor 3,13% (was 2,42%).

Reële waarde
De marktwaarde van de leningen is verantwoord op basis van een basisyield die gebaseerd is op de fixings van de geldmarkt en de IRS-forward tarieven.

Rentevoet en looptijd

(x € 1.000,-)

  31-12-2024 31-12-2023
RENTEPERCENTAGE    
0% - 1%  64.643   67.139 
1% - 2%  40.840   41.881 
2% - 3%  20.961   15.808 
3% - 4%  55.504   28.995 
4% - 5%  98.769   109.807 
5% - %  -   170 
   280.717   263.800 
     
LOOPTIJD    
< 1 jaar  -   - 
van 1 tot 5 jaar  12.201   15.730 
van 5 tot 10 jaar  42.984   37.187 
van 10 tot 15 jaar  10.597   16.130 
van 15 tot 20 jaar  27.402   10.475 
van 20 tot 25 jaar  32.644   24.166 
> 25 jaar  154.889   160.112 
   280.717   263.800 

Borgstelling

Borgstelling van de leningen heeft tot een bedrag van € 255,8 mln. plaatsgevonden door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW).

Marktwaarde

De marktwaarde van de leningen volgens het WSW- overzicht bedraagt in totaal € 284 mln.

(x € 1.000,-)

9.3 SCHULDEN AAN BANKEN   31-12-2024   31-12-2023
           
  Stand per 1 januari    7.086     7.418 
  Nieuwe disagio's    -     - 
  Afloop    -318     -332 
           
SALDO PER 31 DECEMBER    6.768     7.086 

In 2021 ontstond de balanspost ‘schuld aan banken’. De Woonschakel heeft medio december een lening geruild met Vestia. In deze deal kregen wij een lening met een rente van 4,86%. Dat is aanzienlijk hoger dan de marktrente van 0,535% op dat moment. Over een looptijd van 40 jaar levert dat een agio op van € 2,8 mln. en deze zal over de looptijd aflopen ten gunste van de rentelasten.

In 2022 heeft de Woonschakel voor € 69,4 miljoen leningen van Wooncompagnie overgenomen voor de aanschaf van 470 woningen. De rente van een aantal woningen is hoger dan de marktwaarde van 3%. Over de looptijd van de leningen levert dat een agio op van 4,7 mln. en deze zal over de looptijd aflopen ten gunste van de rentelasten.

(x € 1.000,-)

9.4 VERPLICHTING UIT HOOGDE VAN ONROERENDE ZAKEN VERKOCHT ONDER VOORWAARDEN   31-12-2024   31-12-2023
           
  Stand per 1 januari    1.761     1.802 
  Woningen teruggekocht onder voorwaarden    103     - 
  Mutatie herwaardering    -168     -41 
           
           
SALDO PER 31 DECEMBER    1.696     1.761 

De terugkoopverplichting muteerde door de marktwaardeverandering van de woningen. Doordat in 2023 een woning is teruggekocht, daalt de schuld.

(x € 1.000,-)

9.5 OVERIGE LANGLOPENDE SCHULDEN   31-12-2024   31-12-2023
           
  Stand per 1 januari    205     217 
  Aflossing    -11     -12 
           
SALDO PER 31 DECEMBER    194     205 

De schuld betreft een voorontvangen huur en loopt nog 18 jaar.

10. KORTLOPENDE SCHULDEN   31-12-2024   31-12-2023
           
  Schulden overheid        
  Kortlopend deel van de langlopende schulden    610     774 
       610     774 
           
  Schulden kredietinstellingen        
  Kortlopend deel van de langlopende schulden    8.046     9.808 
       8.046     9.808 
           
  Schulden leveranciers        
  Schulden leveranciers    2.287     2.800 
       2.287     2.800 
           
  Vooruitontvangen huurders        
  Vooruitontvangen huurders    377     265 
       377     265 
           
  Schulden belastingen en sociale verzekeringen        
  Omzetbelasting    461     444 
  Loonbelasting    171     104 
       632     548 
           
  Schulden ter zake van pensioenen        
  SPW te betalen pensioenpremie    62     58 
       62     58 
           
  Overlopende passiva        
  Vooruitbetaalde rente    2.927     2.333 
  Reservering vakantiedagen    184     147 
  Vennootschapsbelasting    -     - 
  Nog te ontvangen facturen    118     277 
  Overige    -     - 
       3.229     2.757 

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

Voorwaardelijke verplichtingen

Ketenaansprakelijkheid:  De Woonschakel heeft per balansdatum geen niet uit de balans blijkende verplichtingen uit hoofde van de wet keten aansprakelijkheid

Aangegane verplichtingen projecten

In het kader van projecten zijn er ultimo het boekjaar verplichtingen aangegaan tot een bedrag van € 8,5 miljoen (2023: € 44,2 miljoen).

Obligoheffing en obligolening

De Woonschakel heeft op grond van artikel 10, lid 2 onder c van het Reglement van Deelneming van WSW een obligolening aangetrokken.

Deze geldleningsovereenkomst sluit aan op hetgeen is vereist. Het maximumbedrag van de geldleningsovereenkomst is het gecommitteerd obligo.

Dit betekent dat de hoofdsom overeenkomt met 2,6% van het geborgd schuldrestant ultimo 2023. Het gecommitteerd obligo bedraagt eind 2024 € 6,8 miljoen. Op deze lening kan alleen een trekking worden gedaan als WSW daartoe een verzoek heeft gedaan en de woningcorporatie niet binnen tien werkdagen na dit verzoek kan storten.

Een dergelijk verzoek van WSW is pas aan de orde als het jaarlijks obligo niet toereikend is. Op basis van de prognoses van WSW is dit op basis van de huidige verplichtingen niet aan de orde.

In het geval van een eventuele storting, zal deze rechtstreeks ten gunste van WSW worden uitbetaald en nadien moeten worden afgelost door de woningcorporatie.

Daarnaast heeft De Woonschakel uit hoofde van het borgingsstelsel een obligoverplichting tegenover het WSW. Deze bestaat uit de jaarlijkse obligoheffing van maximaal 0,34% van het geborgd schuldrestant.

Toelichting op de winst- en verliesrekening

(x € 1.000,-)

11. HUUROPBRENGSTEN   31-12-2024   31-12-2023
           
  Huuropbrengsten DAEB        
  Woongelegenheden    43.317     41.925 
  Intramuraal    2.514     2.573 
  Maatschappelijk onroerend goed    826     801 
  Parkeren    2     2 
       46.659     45.301 
           
  Huuropbrengsten niet-DAEB        
  Woongelegenheden    352     359 
  Bedrijfsonroerend goed    16     46 
       368     405 
           
  Huurderving        
  Af: wegens leegstand    -268     -455 
  Af: wegens oninbaar    -82     -121 
       -350     -576 
           
           
TOTAAL HUUROPBRENGSTEN    46.677     45.130 

Het percentage huurderving bedraagt 0,74% (2023: 1,29%) van de brutohuur.

(x € 1.000,-)

12 - 13. SERVICEOPBRENGSTEN EN KOSTEN   31-12-2024   31-12-2023
           
  Serviceopbrengsten    1.246     1.020 
  Servicekosten    -1.307     -991 
           
           
RESULTAAT SERVICEOPBRENGSTEN EN KOSTEN    -61     29 

(x € 1.000,-)

14 LASTEN VERHUUR EN BEHEERACTIVITEIT   31-12-2024   31-12-2023
           
  Directe kosten        
  Exploitatielasten    -170     -191 
       -170     -191 
           
  Indirect kosten        
  Afschrijvingen    -93     -80 
  Lonen en Salarissen    -1.365     -1.204 
  Sociale lasten    -225     -195 
  Pensioenlasten    -152     -147 
  Overige personeelslasten    -139     -96 
  Huisvestingskosten    -462     -437 
  Overige kosten    -48     -60 
       -2.484     -2.219 
           
  Overige opbrengsten        
  Indicentele baten    -     - 
       -     - 
           
TOTAAL LASTEN VERHUUR EN BEHEERACTIVITEIT    -2.654     -2.410 

De lasten verhuur en beheer bestaan voornamelijk uit personeelskosten van woonconsulenten en medewerkers klant.

(x € 1.000,-)

PERSONELE LASTEN   31-12-2024   31-12-2023
           
  Lonen en salarissen    4.468     3.940 
  Sociale lasten    736     639 
  Pensioenlasten    498     480 
       5.702     5.059 
           
  Gealloceerd aan verhuur en beheer    -1.743     -1.546 
  Gealloceerd aan onderhoud    -2.778     -2.464 
  Gealloceerd aan verkoop    -126     -111 
  Gealloceerd aan leefbaarheid    -311     -276 
  Gealloceerd aan overige organisatiekosten    -744     -661 
       -5.702     -5.058 
           
  Uitzendkrachten    135     18 
           
  Overige personele lasten        
  Opleidingskosten    129     116 
  Reiskosten    48     40 
  Kantinekosten    25     22 
  Werkkleding en arbo    58     42 
  Overige    87     99 
       347     319 

Werknemers

Ultimo boekjaar had de corporatie 80,7 FTE werknemers in dienst (2023: 74,1). Dit aantal is gebaseerd op het aantal fulltime equivalenten. Geen van de werknemers is buiten Nederland werkzaam. Er zijn geen werknemers in dienst bij geconsolideerde maatschappijen.

    2024   2023
Directie   2   2
Staf & Control   5,9   4,9
Klant   12,3   10,5
Wonen   11,2   10,9
Onderhoud   31,9   29,1
Financiën   4,8   4,8
Vastgoed   12,6   11,9
Totaal   80,7   74,1

(x € 1.000,-)

15 LASTEN ONDERHOUDSACTIVITEITEN   31-12-2024   31-12-2023
           
  Directe kosten        
  Reparatieverzoeken    -2.491     -2.033 
  Mutatieonderhoud    -2.188     -2.357 
  Onderhoud op afroep    -2.194     -2.655 
  Contract onderhoud    -4.517     -2.751 
  Planmatig onderhoud    -2.444     -3.011 
       -13.834     -12.807 
           
  Indirect kosten        
  Afschrijvingen    -90     -78 
  Lonen en Salarissen    -2.177     -1.920 
  Sociale lasten    -359     -311 
  Pensioenlasten    -243     -234 
  Overige personeelslasten    -221     -153 
  Huisvestingskosten    -447     -423 
  Algemene kosten    -201     -195 
       -3.738     -3.314 
           
           
TOTAAL LASTEN ONDERHOUDSACTIVITEITEN    -17.572     -16.121 

Het planmatig onderhoud is gedaald door het opschuiven van projecten in verband met ecologisch onderzoek. Het contractonderhoud is fors hoger. Dit kwam met name door de verplichting om per 1 januari 2024 bij verketeling alle radiatoren in de woning te voorzien van thermostaatkranen en het geheel waterzijdig in te regelen. Dit hadden wij echter niet begroot en dat leverde een extra kostenpost op van ruim € 600.000.

(x € 1.000,-)

16 OVERIGE DIRECTE OPERATIONELE LASTEN EXPLOITATIE BEZIT   31-12-2024   31-12-2023
           
  Belastingen    -3.317     -3.120 
  Waterschapslasten    -398     -699 
  Verzekeringen    -251     -220 
  Verhuurdersbijdrage    -22     -52 
           
           
TOTAAL    -3.988     -4.091 

De Woonschakel heeft in het verleden een schuld opgenomen voor de Waterschapslasten. Dit blijkt onterecht te zijn doordat de wegenheffing is komen te vervallen. Dit is gecorrigeerd in 2024.

(x € 1.000,-)

17 - 19 RESULTAAT VERKOOPACTIVITEITEN   31-12-2024   31-12-2023
           
  Verkoopopbrengsten        
  Verkoopopbrengsten    3.981     5.686 
  Verkoopkosten    -81     -126 
       3.900     5.560 
           
  Indirect kosten        
  Afschrijvingen    -3     -3 
  Lonen en Salarissen    -99     -87 
  Sociale lasten    -16     -14 
  Pensioenlasten    -11     -11 
  Overige personeelslasten    -10     -7 
  Huisvestingskosten    -15     -15 
  Algemene kosten    -3     -4 
       -157     -141 
           
  Boekwaarde van de verkochte woningen        
  Marktwaarde van de verkochte woningen    -2.088     -3.677 
       -2.088     -3.677 
           
           
RESULTAAT VERKOOPACITVITEITEN    1.655     1.742 

In 2024 hebben wij dertien woningen verkocht (2023: 21) met een gemiddelde verkoopopbrengst van € 306.000 (2023: € 254.000) en een gemiddelde boekwaarde van € 160.500 (2023: € 149.000).

(x € 1.000,-)

20 - 22 WAARDEVERANDERINGEN   31-12-2024   31-12-2023
           
  Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille        
  Dotatie voorziening onrendabel    -2.386     -14.339 
  Vrijval voorziening onrendabel    561     6.172 
  Onttrekking aan voorziening    14.150     8.932 
  Waardevermindering opgeleverde projecten    -     - 
       12.325     765 
           
  Niet gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed        
  Positieve waardemutatie bestaand bezit    135.226     31.416 
  Negatieve waardemutatie bestaand bezit    -21.247     -36.813 
       113.979     -5.397 
           
  Niet gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed VOV        
  Waardemutatie activa    -151     -55 
  Waardemutatie terugkoopverplichting    168     41 
       17     -14 

De marktwaarde is met 14,6% gestegen ten opzichte van voorgaand jaar. Deze waardering komt tot stand door het handboek met voorgeschreven parameters. Een deel komt voort uit de taxatie van bedrijfsonroerend goed, maatschappelijk onroerend goed en zorgvastgoed.

(x € 1.000,-)

23 OVERIGE ORGANISATIEKOSTEN   31-12-2024   31-12-2023
           
  Directe kosten        
  Overige bestuurskosten    -91     -70 
  Agio Vestia    -     - 
  Obligoheffing    -79     -338 
  Heffing AW    -36     -35 
  Presentiekosten RvC    -92     -87 
  Externe controlekosten    -228     -185 
       -526     -715 
           
  Indirecte kosten        
  Afschrijvingen    -89     -76 
  Lonen en Salarissen    -584     -515 
  Sociale lasten    -96     -83 
  Pensioenlasten    -65     -63 
  Overige personeelslasten    -59     -41 
  Huisvestingskosten    -441     -417 
  Algemene kosten    -70     -69 
       -1.404     -1.264 
           
           
TOTAAL OVERIGE ORGANISATIEKOSTEN    -1.930     -1.979 

De directe overige organisatiekosten zijn gedaald ten opzichte van 2023 omdat de obligoheffing is verlaagd.

(€ 1.000,-)

24 LEEFBAARHEIDSKOSTEN   31-12-2024   31-12-2023
           
  Directe kosten        
  Leefbaarheidskosten    -125     -35 
       -125     -35 
           
  Indirecte kosten        
  Afschrijvingen    -9     -8 
  Lonen en Salarissen    -244     -215 
  Sociale lasten    -40     -35 
  Pensioenlasten    -27     -26 
  Overige personeelslasten    -25     -17 
  Huisvestingskosten    -46     -44 
  Algemene kosten    -8     -10 
       -399     -355 
           
           
TOTAAL LEEFBAARHEIDSKOSTEN    -524     -390 

Leefbaarheid vraagt voornamelijk personele inspanning. Door afspraken te maken, naar huurders te luisteren en met hen tot een oplossing te komen waarbij ook afstemming nodig is tussen gemeenten en zorgpartijen. De directe kosten bestaan uit fysieke maatregelen, zoals het bijhouden van de directe omgeving.


De Woonschakel doet in voorkomende gevallen de eerste aanzet en de bewoners houden het vervolgens bij.

(x € 1.000,-)

25 - 26 RENTEBATEN EN RENTELASTEN   31-12-2024   31-12-2023
           
  Rentebaten    232     4 
  Rentelasten    -7.597     -6.886 
       -7.364     -6.882 
           
  Rentelasten        
  Rentelasten overheid    -113     -130 
  Rentelasten kredietinstellingen    -7.373     -6.429 
  Rente herfinanciering en (dis)agio    -78     -332 
  Overige rente lasten    -33     5 
       -7.597     -6.886 
           
TOTAAL RENTEBATEN EN RENTELASTEN    -7.364     -6.882 

De rentelasten zijn hoger doordat er voor 32,5 mln. nieuwe leningen zijn aangetrokken in 2024.

.

(x € 1.000,-)

27 BELASTINGEN   31-12-2024   31-12-2023
           
  Acute belastinglast    -3.894     -3.648 
  Mutatie te betalen vennootschapsbelasting    669     - 
  Mutatie latentie (dis)agio leningen    -50     -55 
  Mutatie latentie afschrijvingen    -     - 
  Mutatie latentie verkoop onder voorwaarden    -49     36 
  Mutatie latentie ATAD    -     - 
  Mutatie latentie boeterente    -234     -58 
  Mutatie latentie (dis)agio leningen taak overdracht    -396     - 
           
           
TOTAAL BELASTINGEN    -3.954     -3.725 

Berekening acute vennootschapsbelasting

      2024    
           
Resultaat voor belastingen          14.152 
Geactiveerde productie      259     
Overige personeelskosten      -2     
Afschrijving MVA in exploitatie      -132     
Afschrijving overige      30     
Fiscaal geen overge en niet-gerealisserde waardeverandering      -17     
Correctie onderhoudslasten      -999     
Rente      -961     
Fiscaal geactiveerde rente      173     
Eliminentatie commercieel verkoopresultaat      -1.811     
Terugkoopresultaat Verkocht onder Voorwaarden      -35     
Beperkt aftrekbare kosten      16     
In aftrek beperkte o.b.v. artikel 15b Wet VPB      4.474     
Totaal verschillen      -   995 
           
Belastbaar bedrag          15.147 
           
Verschuldigde winstbelasting          3.954 

Het effectieve belastingtarief dat geldt voor 2024 bedraagt:
Tarief tot € 200.000 : 19,0%
Tarief boven de € 200.000 : 25,8%

Het effectieve tarief bedraagt 26,1% (26,2% voor 2023).

( x € 1.000,-)

CONTROLEKOSTEN   31-12-2024   31-12-2023
           
  Controle van de jaarrekening    -176     -143 
  Controle van de dVi    -16     -15 
  Accountantshonoraria    -192     -158 
           
           
TOTAAL CONTROLEKOSTEN    -192     -158 

M.b.t. het verslagjaar 2024 is aan honorarium accountant € 139.937 verwerkt.

( x € 1.000,-)

Indirecte kosten overig   31-12-2024   31-12-2023
           
  Afschrijvingen    -285     -245 
  Huisvestingskosten    -1.411     -1.335 
  Overige kosten    -326     -338 
      -2.022   -1.918

Gescheiden verantwoordingen DAEB en niet-DAEB

(x € 1.000,-)

ACTIVA 2024 2023
  DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal
                 
VASTGOEDBELEGGINGEN                
DAEB-vastgoed in exploitatie  1.104.124   -   -   1.104.124   962.540   -   -   962.540 
niet-DAEB vastgoed in exploitatie  -   7.388   -   7.388   -   6.874   -   6.874 
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden  -   1.895   -   1.895   -   1.942   -   1.942 
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie  5.392   -   -   5.392   6.419   -   -   6.419 
   1.109.516   9.283   -   1.118.799   968.959   8.816   -   977.775 
         -         - 
MATERIËLE VASTE ACTIVA        -         - 
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie  4.312   -   -   4.312   3.326   -   -   3.326 
   4.312   -   -   4.312   3.326   -   -   3.326 
         -         - 
FINANCIËLE VASTE ACTIVA        -         - 
Latente belastingvorderingen  1.040   -   -   1.040   1.770   -   -   1.770 
Aandelen, certificaten van aandelen en andere vormen van deelnemingen in groepsmaatschappije  8.270   -   -8.270   -   7.303   -   -7.303   - 
Agio leningen  1.267   -   -   1.267   1.610   -   -   1.610 
Vordering op groepsmaatschappij  1.780   -   -1.780   -   1.898   -   -1.898   - 
   12.357   -   -10.050   2.307   12.581   -   -9.201   3.380 
         -         - 
VOORRADEN        -         - 
Vastgoed bestemd voor de verkoop  -   233   -   233   -   -   -   - 
Overige voorraden  150   -   -   150   145   -   -   145 
   150   233   -   383   145   -   -   145 
         -         - 
VORDERINGEN        -         - 
Huurdebiteuren  281   2     283   534   -1     533 
Overheid  2   -     2   1   -     1 
Overige vorderingen  71   -     71   82   -     82 
Te vorderen vennootschapsbelasting  4.614       4.614   2.800       2.800 
Overlopende activa  292   -201     92   214   -116     98 
   5.260   -199   -   5.062   3.630   -117   -   3.513 
                 
LIQUIDE MIDDELEN  2.322   2.336   -   4.658   1.200   2.147   -   3.347 
         -         - 
TOTAAL ACTIVA  1.133.917   11.653   -10.050   1.135.521   989.841   10.846   -9.201   991.488 

(x € 1.000,-)

PASSIVA 2024 2023
  DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal
                 
EIGEN VERMOGEN                
Herwaarderingsreserves  622.754   2.286   -2.286   622.754   505.604   1.637   -1.637   505.604 
Overige reserves  78.323   5.024   -5.024   78.323   188.814   5.743   -5.743   188.814 
Resultaat van het boekjaar  136.603   960   -960   136.603   6.659   -76   76   6.659 
   837.680   8.270   -8.270   837.680   701.077   7.304   -7.304   701.077 
                 
VOORZIENING                
Voorzieningen onrendabele investeringen  1.338   -   -   1.338   10.649   -   -   10.649 
Voorziening latente belastingverplichting  -   -   -   -   -   -   -   - 
Overige voorzieningen  540   -   -   540   483   -   -   483 
   1.878   -   -   1.878   11.132   -   -   11.132 
                 
LANGLOPENDE SCHULDEN                
Schulden aan overheid  5.319   -     5.319   5.926   -     5.926 
Schulden aan kredietinstellingen  266.743   -     266.743   247.291   -     247.291 
Schulden aan banken  6.768       6.768   7.086       7.086 
Verplichting uit hoofde van onroerende zaken VOV  -   1.696     1.696   -   1.761     1.761 
Overige langlopende schulden  194   -     194   205   -     205 
Schuld aan groepsmaatschappij  -   1.780   -1.780   -   -   1.898   -1.898   - 
   279.024   3.476   -1.780   280.720   260.508   3.659   -1.898   262.269 
                 
KORTLOPENDE SCHULDEN                
Schulden aan overheid vj  610   -     610   774   -     774 
Schulden aan kredietinstellingen vj  8.046   -     8.046   9.808   -     9.808 
Schulden aan leveranciers  2.287   -     2.287   2.800   -     2.800 
Vooruitontvangen huren  377   -     377   265   -     265 
Belastingen en sociale verzekering  632   -     632   548   -     548 
Schulden ter zake van pensioenen  62   -     62   58   -     58 
Overige schulden  -   -     -   -   -     - 
Overlopende passiva  3.321   -94     3.229   2.869   -115     2.754 
   15.335   -94   -   15.242   17.122   -115   -   17.007 
                 
                 
TOTAAL PASSIVA  1.133.917   11.653   -10.050   1.135.521   989.839   10.848   -9.202   991.485 

(x € 1.000,-)

  2024 2023
WINST- EN VERLIESREKENING DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal
                 
Huuropbrengsten  46.311   366   -   46.677   44.736   394   -   45.130 
Opbrengsten servicecontracten  1.246   -   -   1.246   1.020   -   -   1.020 
Lasten servicecontracten  -1.307   -   -   -1.307   -991   -   -   -991 
Lasten verhuur en beheeractiviteiten  -2.627   -28   -   -2.654   -2.387   -22   -   -2.409 
Lasten onderhoudsactiviteiten  -17.360   -213   -   -17.572   -15.964   -155   -   -16.119 
Overige directe operationele lasten expl. bezit  -3.948   -41   -   -3.990   -4.049   -41   -   -4.090 
Netto resultaat exploitatie van vastgoedport.  22.316   85   -   22.400   22.364   175   -   22.539 
                 
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille  3.981   436   -436   3.981   5.686   950   -950   5.686 
Toegerekende organisatiekosten  -238   -   -   -238   -266   -   -   -266 
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille  -2.087   -437   436   -2.088   -3.678   -950   950   -3.678 
Netto gerealiseerd resultaat verk. vastgoedport.  1.655   -   -   1.655   1.742   -   -   1.742 
                 
Overige waardever. vastgoedportefeuille  12.325   -   -   12.325   765   -   -   765 
Niet-gerealiseerde waardever. vastgoed  113.028   950   -   113.978   -5.299   -98   -   -5.397 
Niet-gerealiseerde waardever. vastgoed VOV  -   17   -   17   40   -54   -   -14 
Niet-gerealiseerde waardever. vastgoed verkoop  -   -   -   -   -   -   -   - 
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille  125.353   967   -   126.321   -4.495   -152   -   -4.647 
                 
Overige organisatiekosten  -1.914   -16   -   -1.930   -1.963   -16   -   -1.979 
Kosten omtrent leefbaarheid  -520   -4   -   -524   -387   -3   -   -390 
                 
Waardeveranderingen van financiële vaste activa        -         - 
Opbrengst van vorderingen vaste activa        -         - 
Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten  269   4   -41   232   45     -41   4 
Rentelasten en soortgelijke kosten  -7.597   -41   41   -7.597   -6.886   -41   41   -6.886 
Saldo financiële baten en lasten  -7.328   -37   -0   -7.365   -6.841   -41   -0   -6.882 
                 
RESULTAAT VOOR BELASTINGEN  139.564   995   -0   140.558   10.420   -36   -0   10.384 
                 
Resultaat uit deelnemingen  960   -   -960   -   -76   -   76   - 
Vennootschapsbelasting  -3.919   -35   -   -3.954   -3.685   -40   -   -3.725 
                 
RESULTAAT NA BELASTINGEN  136.603   960   -960   136.602   6.659   -76   76   6.659 

(x € 1.000,-)

Direct kasstroomoverzicht 2024 2023
  DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal
                 
Huurontvangsten  47.314   399   -   47.713   45.783   407   -   46.190 
Ontvangst Rente  313   2   -41   274   188   -   -41   147 
Overige bedrijfsontvangsten  -   -   -   -         - 
Totaal ingaande kasstroom  47.627   401   -41   47.987   45.971   407   -41   46.337 
                 
Personeelsuitgaven  -5.751   -60     -5.811   -5.151   -53     -5.204 
Onderhoudsuitgaven  -13.052   -123     -13.175   -12.426   -120     -12.546 
Overige bedrijfsuitgaven  -9.562   -75     -9.637   -8.243   -70     -8.313 
Rentebetalingen  -6.762   -41   41   -6.762   -6.559   -40   41   -6.558 
Verhuurdersheffing  -   -     -   -52   -     -52 
Vennootschapsbelasting  -5.003   -35     -5.038   -5.211   -40     -5.251 
Totaal uitgaande kasstromen  -40.130   -334   41   -40.423   -37.642   -323   41   -37.924 
                 
KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN  7.497   67   -   7.564   8.329   84   -   8.412 
                 
Materiële vaste activa - ingaande kasstroom                
Verkoopontvangsten bestaande huur, woon.  3.900   436   -443   3.893   5.591   950   -950   5.591 
Verkoopontvangsten grond en overig  -   -   -   -   21   -   -   21 
Ontvangsten uit hoofde van vervreemding mva  3.900   436   -443   3.893   5.612   950   -950   5.612 
                 
Materiële vaste activa - uitgaande kasstroom                
Uitgaven nieuwbouw huur, woon- en niet woon.  -23.217   -   -   -23.217   -18.834     950   -17.884 
Uitgaven woningverbetering, woon- en niet woon.  -2.506   -   -   -2.506   -13.325   -   -   -13.325 
Uitgaven aankoop woongelegenheden (inclusief VOV)  -324   -233   -443   -1.000   -67   -   -   -67 
Uitgaven overige investeringen  -1.227   -   -   -1.227   -589   -   -   -589 
Uitgaven materiele vaste activa  -27.274   -233   -443   -27.950   -32.815   -   950   -31.865 
                 
Ontvangsten verbindingen  -   -   -   -   -   -   -   - 
Ontvangsten overig  81   -   -81   -   81   -   -81   - 
Uitgaven verbindingen  -   -   -   -   -   -   -   - 
Uitgaven overig  -   -   -   -   -   -   -   - 
Saldo FVA  81   -   -81   -   81   -   -81   - 
                 
KASSTROOM UIT (DES)INVESTERINGEN  -23.293   203   -967   -24.057   -27.122   950   -   -26.253 
                 
Opgenomen door WSW geborgde leningen  32.500   -   -   32.500   18.000   -   -   18.000 
Opgenomen niet door WSW geborgde leningen  -   -   -   -   -   -   -   - 
Aflossing door WSW geborgde leningen  -14.809   -   -   -14.809   -6.409   -   -   -6.409 
Aflossing ongeborgde leningen  -773   -81   81   -773   -773   -81   81   -773 
KASSTROOM UIT FINANCIERING ACTIVITEITEN  16.918   -81   81   16.918   10.818   -81   81   10.818 
                 
Toename (afname) van geldmiddelen  1.122   189   -886   425   -7.975   953   81   -7.023 
                 
Wijziging kortgeld                
Liquide middelen per 1 januari  1.200   2.147   -   3.347   9.175   1.195   -   10.370 
Liquide middelen per 31 december  2.322   2.336   -   4.658   1.200   2.147   -   3.347 
                 
Mutatie liquide middelen  1.122   189   -   1.311   -7.975   952   -   -7.023 

WNT verantwoording 2024 De Woonschakel

De WNT is van toepassing op Stichting De Woonschakel Westfriesland. Het voor Stichting De Woonschakel Westfriesland toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2024 € 195.000,- (het bezoldigingsmaximum voor de woningcorporaties, klasse F).

(bedragen x € 1,-)

Gegevens 2024 A.B.M Gieling L. Rijper - de Geus
Functiegegevens Directeur bestuurder Financieel directeur
Aanvang en einde functievervulling in 2024 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1 1
Dienstbetrekking? ja ja
Bezoldiging    
Bezoldiging plus belastbare onkostenvergoedingen 170.821 117.637
Beloningen betaalbaar op termijn 22.604 16.270
subtotaal 193.425 133.907
     
Individueel toepasselijl bezoldigingsmaximum 195.000 195.000
     
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t. nvt
Bezoldiging 193.425 133.907
     
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t.
     
Gegevens 2023 A.B.M Gieling L. Rijper - de Geus
Functiegegevens Directeur bestuurder Financieel directeur
Aanvang en einde functievervulling in 2023 1/1 - 31/12 1/3 - 31-12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1 1
Dinestbetrekking? ja ja
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 164.004 85.147
Beloningen betaalbaar op termijn 21.141 12.919
subtotaal 185.145 98.066
     
Individueel toepasselijl bezoldigingsmaximum 187.000 156.773
     
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t.  
Bezoldiging 185.145 98.066

1c. Toezichthoudende topfunctionarissen

(bedragen x € 1,-)

Gegevens 2024 J.Ph.M. de Dood G.B. van Assem M.B. de Vries
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2024 01/01 - 31/12 01/01 - 30/06 01/01 - 31/12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 21.060 7.020 14.040
       
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum 29.250 9.697 19.500
       
'-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Bezoldiging 21.060 7.020 14.040
       
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t. n.v.t.
       
Gegevens 2023 J.Ph.M. de Dood G.B. van Assem M.B. de Vries
Functiegegevens Lid Voorzitter Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2023 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 13.464 20.196 13.464
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum 18.700 28.050 18.700

(bedragen x € 1,-

Gegevens 2024 J.Cohen J. Tophoff J. Laan
Functiegegevens Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2024 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 1/7 - 31/12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 14.040 14.040 7.020
       
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum 19.500 19.500 9.803
       
'-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Bezoldiging 14.040 14.040 7.020
       
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t. n.v.t.
       
Gegevens 2023 J. Tophoff J.Cohen  
Functiegegevens Lid Lid  
Aanvang en einde functievervulling in 2023 01/01 - 31/12 01/01- 31/12  
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 13.464 13.464  
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum 18.700 18.700  

3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2024 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

Statutaire resultaatbestemming

De Woonschakel kent geen statutaire bepalingen omtrent de winstverdeling. De Woningwet bepaalt dat toegelaten instellingen alleen uitkeringen mogen doen in het belang van de volkshuisvesting. De directie bepaalt met goedkeuring van de Raad van Commissarissen dat het resultaat van een boekjaar aan de reserves wordt toegevoegd.

De jaarrekening is gecontroleerd door BDO Audit & Assurance BV.

Gebeurtenissen na balansdatum

Voorjaarsnota: besluit tot huurbevriezing

In april 2025 is in de Voorjaarsnota aangekondigd dat per 1 juli 2025 en per 1 juli 2026 een bevriezing van de huren in de gereguleerde huursector zal gelden. Het betreft een politieke afspraak die op het moment van opmaken van deze jaarrekening nog niet is vastgelegd in wet- en regelgeving.

De marktwaarde in verhuurde staat en beleidswaarde van het vastgoed is bepaald op basis van onder meer de veronderstelling van jaarlijkse huurverhogingen. Indien de aangekondigde huurbevriezing daadwerkelijk in werking treedt, zal dit een neerwaarts effect hebben op de markt- en beleidswaarde van het vastgoed.

Daarnaast heeft de maatregel ook impact op financiële kengetallen in de toekomst, waaronder de Interest Coverage Ratio (ICR). De ICR is een belangrijke ratio voor de borging door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en wordt mede bepaald op basis van de operationele kasstroom. Omdat de huurinkomsten door de bevriezing achterblijven bij eerdere aannames, zal de ontwikkeling van de operationele kasstroom achterblijven en daarmee de ICR (eerder dan tot eind vorig jaar beoogd) onder druk komen te staan.

Naar aanleiding van het aangekondigde besluit is door Stichting De Woonschakel Westfriesland een scenarioanalyse uitgevoerd waarin de effecten van het uitblijven van huurverhogingen in 2025 en 2026 zijn doorgerekend. Uitgaande van het feit dat het huurbevriezingsscenario zich volledig voordoet, is de (potentiële) impact als volgt:

  • De beleidswaarde per 31 december 2024 zou afnemen met circa 7,7% (circa € 36,3 miljoen). En daarmee de LTV zou toenemen tot circa 64,3% (bij een grenswaarde van 70%).
  • De ICR in 2025 en 2026 met circa 0,15 tot 0,36 punten zal dalen ten opzichte van het basisscenario met reguliere huurindexaties tot het niveau van 1,45 tot 1,48 (bij een grenswaarde van 1,4).
  • De kasstroomontwikkeling vertraagt, wat gevolgen kan hebben voor geplande investeringen en schuldopbouw op middellange termijn. Wij onderzoeken op dit moment welke ingrepen in het geplande onderhoud, de verduurzaming en (nieuwbouw)investeringen de minste impact hebben op onze volkshuisvestelijke taak maar welke wel voldoende ingrijpen om de (financiële) continuïteit van Stichting De Woonschakel Westfriesland te bewaken.

Omdat het besluit ná balansdatum is genomen en op 31 december 2024 nog onzeker was, is deze gebeurtenis aangemerkt als een niet-aanpassingsgebeurtenis in de zin van Richtlijn RJ 160. Indien de maatregel formeel wordt bekrachtigd, zal de impact hiervan worden verwerkt in de verslaggeving over boekjaar 2025.

Medemblik, 21 mei 2025

Bestuur

Naam:
Dhr. A.B.M. Gieling
Functie:
directeur-bestuurder

Raad van commissarissen

Naam:
(w.g.) Dhr. J.J.Ph.M. de Dood
Functie:
voorzitter
Naam:
(w.g.) Mw. J. Tophoff
Functie:
vicevoorzitter
Naam:
(w.g.) Mw. J. Tophoff
Functie:
Vicevoorzitter
Naam:
(w.g.) Dhr. J. Cohen
Functie:
lid
Naam:
(w.g.) Dhr. M.B. de Vries
Functie:
lid
Naam:
(w.g.) Dhr. J.A. Laan
Functie:
lid