Spring naar inhoud

Jaarrekening

Balans per 31 december 2023 (vóór resultaatbestemming)

(x € 1.000)

  ACTIVA   31-12-2023   31-12-2022
           
1. VASTGOEDBELEGGINGEN        
1.1 DAEB-vastgoed in exploitatie    962.540     956.458 
1.2 niet-DAEB vastgoed in exploitatie    6.874     7.962 
1.3 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden    1.942     1.997 
1.4 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie    6.419     116 
       977.775     966.533 
2. MATERIËLE VASTE ACTIVA        
2.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie    3.326     3.038 
       3.326     3.038 
3. FINANCIËLE VASTE ACTIVA        
3.1 Latente belastingvorderingen    1.770     1.846 
3.2 Agio leningen    1.610     1.942 
       3.380     3.788 
4. VOORRADEN        
4.1 Overige voorraden    145     145 
       145     145 
5. VORDERINGEN        
5.1 Huurdebiteuren    533     468 
5.2 Overheid    1     1 
5.3 Overige vorderingen    82     29 
5.4 Te vorderen vennootschapsbelasting    2.800     1.156 
5.5 Overlopende activa    99     8 
       3.515     1.662 
           
6. LIQUIDE MIDDELEN    3.347     10.370 
           
  TOTAAL ACTIVA    991.488     985.536 

(x € 1.000)

  PASSIVA   31-12-2023   31-12-2022
           
7. EIGEN VERMOGEN        
7.1 Herwaarderingsreserves    505.604     510.865 
7.2 Overige reserves    188.814     210.827 
7.3 Resultaat van het boekjaar    6.659     -27.274 
       701.077     694.418 
           
8. VOORZIENING        
8.1 Voorzieningen onrendabele investeringen    10.649     23.126 
8.2 Voorziening latente belastingverplichting    -     - 
8.3 Overige voorzieningen    483     465 
       11.132     23.591 
           
9. LANGLOPENDE SCHULDEN        
9.1 Schulden aan overheid    5.926     6.700 
9.2 Schulden aan kredietinstellingen    247.291     239.099 
9.3 Schulden aan banken    7.086     7.418 
9.4 Verplichting uit hoofde van onroerende zaken VOV    1.761     1.802 
9.5 Overige langlopende schulden    205     217 
       262.269     255.236 
           
10. KORTLOPENDE SCHULDEN        
10.1 Schulden aan overheid vj    774     773 
10.2 Schulden aan kredietinstellingen vj    9.808     6.409 
10.3 Schulden aan leveranciers    2.800     1.631 
10.4 Vooruitontvangen huren    265     580 
10.5 Belastingen en sociale verzekering    548     606 
10.6 Schulden ter zake van pensioenen    58     56 
10.7 Overlopende passiva    2.757     2.236 
       17.010     12.291 
           
  TOTAAL PASSIVA    991.488     985.536 

Winst- en verliesrekening over 2023

(x € 1.000)

      2023   2022
           
11 Huuropbrengsten    45.130     42.295 
12 Opbrengsten servicecontracten    1.020     911 
13 Lasten servicecontracten    -991     -926 
14 Lasten verhuur en beheeractiviteiten    -2.410     -2.253 
15 Lasten onderhoudsactiviteiten    -16.120     -13.520 
16 Overige directe operationele lasten exploitatie bezit    -4.091     -6.273 
  Netto resultaat exploitatie van vastgoedportefeuille    22.539     20.234 
           
17 Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille    5.686     3.588 
18 Toegerekende organisatiekosten    -266     -307 
19 Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille    -3.678     -2.131 
  Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille    1.742     1.150 
           
20 Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille    765     -16.823 
21 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed    -5.397     -24.285 
22 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed VOV    -14     47 
  Waardeveranderingen vastgoedportefeuille    -4.646     -41.061 
           
23 Overige organisatiekosten    -1.979     -1.627 
24 Kosten omtrent leefbaarheid    -390     -420 
           
25 Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten    4     3 
26 Rentelasten en soortgelijke kosten    -6.886     -2.869 
  Saldo financiële baten en lasten    -6.882     -2.866 
           
  RESULTAAT VOOR BELASTINGEN    10.384     -24.590 
           
27 Belastingen    -3.725     -2.684 
           
  RESULTAAT NA BELASTINGEN    6.659     -27.274 

Kasstroomoverzicht 2023 (directe methode)

(x € 1.000)

Direct kasstroomoverzicht   2023   2022
         
Huurontvangsten    46.190     42.789 
Ontvangst Rente    147     3 
Overige bedrijfsontvangsten    -     42 
Totaal ingaande kasstroom    46.337     42.834 
         
Personeelsuitgaven    -5.204     -4.897 
Onderhoudsuitgaven    -12.546     -10.696 
Overige bedrijfsuitgaven    -8.313     -4.374 
Rentebetalingen    -6.559     -4.796 
Verhuurdersheffing    -52     -3.034 
Vennootschapsbelasting    -5.251     -5.922 
Totaal uitgaande kasstromen    -37.925     -33.719 
         
KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN    8.412     9.115 
         
Materiële vaste activa - ingaande kasstroom        
Verkoopontvangsten bestaande huur, woon- en niet woongelegenheden    5.591     3.521 
Verkoopontvangsten grond en overig    21     45 
Ontvangsten uit hoofde van vervreemding mva    5.612     3.566 
         
Materiële vaste activa - uitgaande kasstroom        
Uitgaven nieuwbouw huur, woon- en niet woongelegenheden    -17.884     -5.644 
Uitgaven woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden    -13.325     -4.338 
Uitgaven aankoop woongelegenheden (inclusief VOV)    -67     -2.701 
Uitgaven overige investeringen    -589     -523 
Uitgaven materiele vaste activa    -31.865     -13.206 
         
KASSTROOM UIT (DES)INVESTERINGEN    -26.253     -9.640 
         
Opgenomen door WSW geborgde leningen    18.000     8.000 
Opgenomen niet door WSW geborgde leningen        
Aflossing door WSW geborgde leningen    -6.409     -4.561 
Aflossing niet door WSW geborgde leningen    -773     -995 
KASSTROOM UIT FINANCIERING ACTIVITEITEN    10.818     2.444 
         
Toename (afname) van geldmiddelen    -7.023     1.919 
         
Liquide middelen per 1 januari    10.370     8.451 
Liquide middelen per 31 december    3.347     10.370 
         
Mutatie liquide middelen    -7.023     1.919 

Toelichting kasstroomoverzicht

De operationele kasstroom is lager dan vorig jaar door hogere personeels- en onderhoudsuitgaven en overige bedrijfskosten. De aankoop van 99 wooneenheden in het voormalige Scheringamuseum en de renovatie van twee wooncomplexen verhogen de uitgaande kasstroom uit investeringen behoorlijk.

Toelichting op de balans en winst- en verliesrekening

Algemeen

De Woonschakel is een stichting met de status van ‘toegelaten instelling volkshuisvesting’. Zij heeft specifieke toelating in de regio Noord-Holland Noord (feitelijke kernregio West-Friesland) en is werkzaam binnen de juridische wetgeving vanuit de Woningwet en het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting. De statutaire en feitelijke vestigingsplaats is Medemblik. De activiteiten bestaan voornamelijk uit de exploitatie en ontwikkeling van onroerende zaken.

Regelgeving

De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting, de Beleidsregels toepassing Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (‘WNT’), Titel 9 Boek 2 BW, Hoofdstuk 645 van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving en de stellige uitspraken van de overige hoofdstukken van de Richtlijnen voor de Jaar verslaggeving, uitgegeven door de Raad voor de Jaarverslaggeving. In artikel 35 lid 6 is bepaald dat bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gegeven omtrent de inrichting van de jaarrekening. In artikel 15 lid 1 van RTIV 2015 is bepaald dat de jaarrekening een balans, een winst-en-verliesrekening en een kasstroomoverzicht bevat die zijn ingericht overeenkomstig het model dat is opgenomen in de op het verslagjaar betrekking hebbende bijlage 3 bij deze regeling ("dVi de Verantwoordingsinformatie verslagjaar 2023).

Groepsverhoudingen

De Woonschakel heeft geen groepsverhoudingen.

Verslaggevingsperiode

Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2023, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2023.

Verbonden partijen

Van transacties met verbonden partijen is sprake wanneer een relatie bestaat tussen de onderneming en een natuurlijk persoon of entiteit die verbonden is met de onderneming. Dit betreffen onder meer de relaties tussen de onderneming en haar deelnemingen, de aandeelhouders, de bestuurders en de functionarissen op sleutelposities. Onder transacties wordt verstaan een overdracht van middelen, diensten of verplichtingen, ongeacht of er een bedrag in rekening is gebracht.
Er hebben zich geen transacties met verbonden partijen voorgedaan op niet-zakelijke grondslag.

Presentatie- en functionele valuta

De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro's, wat tevens de functionele valuta is van de organisatie. Alle financiële informatie in euro's is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal.

Schattingen

Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt het bestuur van De Woonschakel zich verschillende oordelen en maakt schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningpost.

Schattingswijziging

Met ingang van 2021 heeft De Woonschakel de niet-woningen binnen de DAEB-tak full laten taxeren door een externe taxateur.

Stelselwijziging

In de jaarrekening 2023 heeft geen stelselwijziging plaatsgevonden.

Gescheiden verantwoording DAEB/ niet- DAEB

Op grond van artikel 15 lid 2 en 4 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (“RTIV”) moeten corporaties in de toelichting van de jaarrekening gescheiden balansen, winst - en verliesrekeningen en kasstroomoverzichten voor de DAEB-tak en voor de niet-DAEB-tak opnemen. In de verschenen uiting 2019-1 is verduidelijkt dat deze overzichten alleen in de toelichting op de enkelvoudige jaarrekening dienen te worden opgenomen, oftewel alleen als de corporatie een administratieve scheiding of hybride scheiding heeft doorgevoerd. 

Uitgangspunten en grondslagen voor toerekening van activa, verplichtingen, baten, lasten en kasstromen aan de DAEB-tak en de niet-DAEB-tak. Het vastgoed in exploitatie wordt op basis van het in 2017 door de Autoriteit woningcorporaties goedgekeurd definitief scheidingsvoorstel plus eventuele verkopen binnen de Toegelaten Instelling tussen de DAEB- en niet-DAEB-tak geclassificeerd naar DAEB- en niet-DAEB-vastgoed. Voor de toerekening van activa, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen aan deze DAEB-tak of niet-DAEB-tak is de volgende methodiek toegepast:

  • Wanneer activa, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen volledig toezien op DAEB of niet-DAEB-activiteiten, zijn deze volledig aan de DAEB-tak respectievelijk niet-DAEB-tak toegerekend;
  • Wanneer deze toezien op zowel DAEB- als niet-DAEB-activiteiten, zijn deze op basis van een verdeelsleutel toegerekend. Deze verdeelsleutel is gebaseerd op het aandeel DAEB-verhuureenheden ten opzichte van het aandeel niet-DAEB-verhuureenheden.

De Woonschakel heeft 32 niet-DAEB-verhuureenheden (2 eenheden Bedrijfsonroerend goed en 30 eenheden geliberaliseerde huurwoningen in exploitatie). Deze verhuureenheden worden in eigendom van De Woonschakel aangehouden of verkocht, afhankelijk van de in de doelportefeuille gemaakte keuze.

Functioneel model

In 2023 is een nadere specificatie inzake het samenstellen van het functioneel model door SBR Wonen gepubliceerd. De Woonschakel volgt de uitgangspunten van deze publicatie bij het samenstellen van het functioneel model.

Grondslagen voor de waardering van activa en passiva

Algemeen

Activa en verplichtingen worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de actuele waarde. Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen met betrekking tot het actief naar de toegelaten instelling zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. In de balans, de winst- en verliesrekening en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting. Toelichtingen op de balans, de winst- en verliesrekening en het kasstroomoverzicht worden in de jaarrekening genummerd.

Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

1. Vastgoedbeleggingen

1.1 - 1.2 DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie

Typering

Het DAEB-vastgoed omvat woningen in exploitatie die op het moment van scheiding (2017) met de huurprijs onder de toen geldende liberalisatiegrens bleven (destijds € 710,68), maatschappelijk vastgoed en overig sociaal vastgoed. Maatschappelijk vastgoed is bedrijfsonroerend goed dat is verhuurd aan maatschappelijke organisaties, waaronder zorg-, welzijn-, onderwijs en culturele instellingen en dienstverleners en tevens is vermeld op de bijlage zoals deze is opgenomen in de Beschikking van de Europese Commissie d.d. 15 december 2009 aangaande de staatssteun voor toegelaten instellingen. Niet-DAEB-vastgoed omvat woningen boven de liberalisatiegrens op het moment van scheiden en bedrijfsonroerend goed (BOG).

Kwalificatie

De Woonschakel richt zich op het realiseren van de volkshuisvestelijke taken. Dit betekent dat beleidskeuzes rondom het vastgoed primair worden gemaakt met inachtneming van haar taak als sociale volkshuisvester. Daarnaast worden investeringsbeslissingen mede genomen op basis van een analyse van het financiële rendement. Een beperkt deel van de portefeuille is aangewezen voor verkoop.

De uitgaven na eerste verwerking (de zogeheten na-investeringen) dienen te worden geactiveerd, indien het waarschijnlijk is dat toekomstige economische voordelen met betrekking tot het actief, als gevolg van de desbetreffende uitgaven, ten gunste van de toegelaten instelling zullen komen. Bij uitgaven na eerste verwerking dient de beoordeling of en in hoeverre sprake is van een bijzonder waardeverminderingsverlies te zijn gebaseerd op het waarderingscomplex waarop de uitgaven na eerste verwerking betrekking hebben. Het zogeheten onrendabele deel wordt ten laste van de winst-en-verliesrekening verantwoord onder de post overige waardeveranderingen vastgoed.

Complexindeling

Overeenkomstig het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde vindt waardering op waarderings- complexniveau plaats. Elk waarderingscomplex bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type eenheid, bouwjaar en locatie. Alle verhuureenheden van De Woonschakel maken deel uit van een waarderingscomplex of vormen een afzonderlijk waarderingscomplex.

Op basis van artikel 31 van het BTIV wordt bij de waardering onderscheid gemaakt naar de volgende categorieën:

  • Woongelegenheden
  • Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed (BOG en MOG)
  • Parkeergelegenheden
  • Intramuraal zorgvastgoed (ZOG)

Waardering bij eerste verwerking DAEB en niet-DAEB vastgoed

Bij de eerste verwerking wordt het vastgoed in exploitatie gewaardeerd tegen de kostprijs. De kostprijs omvat de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief transactiekosten minus eventuele investeringssubsidies.
De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van de bestede externe kosten en de hieraan direct toerekenbare kosten.
De in de toekomst te maken kosten van sloop worden ten laste van het resultaat verantwoord in het jaar dat de exploitatie door sloop wordt beëindigd .

Waardering na eerste verwerking
Onroerende zaken in exploitatie worden op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet na de eerste verwerking gewaardeerd tegen actuele waarde. Op grond van artikel 31 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 vindt de waardering plaats tegen de marktwaarde, die overeenkomstig  artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 plaatsvindt conform de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’). De Woonschakel hanteert voor haar onroerende zaken in exploitatie de basis-versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde.
Ultimo boekjaar is minimaal.1/3 deel van BOG/MOG/ZOG getaxeerd en voor het andere deel is een markttechnische update uitgevoerd.

Het handboek volgt de netto contante waarde methode, de DCF-methode. Via de DCF-methode worden de toekomstige inkomende en uitgaande kasstromen contant gemaakt naar het heden aan de hand van een disconteringsvoet, inclusief de eindwaarde die de geschatte opbrengstwaarde is van het vastgoed aan het einde van de DCF-periode. Hierbij wordt verondersteld dat de jaarbedragen medio het jaar ontvangen, respectievelijk betaald worden. De berekening van de netto contante marktwaarde wordt bij alle typen vastgoed uitgevoerd voor een exploitatieperiode van 15 jaar.
Bij BOG, MOG en intramuraal vastgoed is alleen het doorexploiteerscenario van toepassing.
Na eerste verwerking wordt een waardevermindering of – vermeerdering van de marktwaarde van onroerende zaken in exploitatie verantwoord in de winst en-verliesrekening van de periode waarin de wijziging zich voordoet. De waardevermindering of – vermeerdering wordt separaat tot uitdrukking gebracht en in het resultaat verantwoord als “Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille”.

Uitgaven na eerste verwerking
Uitgaven na eerste verwerking ten behoeve van het complex aangaande het DAEB en niet-DAEB vastgoed, die voldoen aan de algemene activeringscriteria (o.a. ingrijpende verbouwingen) worden geactiveerd tegen kostprijs en vervolgens getoetst aan het verschil in marktwaarde van het complex vóór en na deze uitgaven. Het marktwaardeverschil wordt in het actief verwerkt als een waardevermindering of – vermeerdering en in het resultaat verantwoord als “Niet-gerealiseerde waardeveranderingen.

Herwaarderingsreserve
Jaarlijks wordt op balansdatum de marktwaarde van onroerend vastgoed in exploitatie opnieuw bepaald. Winsten of verliezen ontstaan door een wijziging in de marktwaarde van het vastgoed worden verantwoord in de winst-en-verliesrekening. Voor het positieve verschil tussen de marktwaarde van het waarderingscomplex en de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering, wordt een herwaarderingsreserve gevormd.
Het expliciet opnemen van een herwaarderingsreserve in de balans als onderdeel van het eigen vermogen benadrukt voor de gebruiker van de jaarrekening dat een deel van het eigen vermogen op het waarderingsmoment nog niet gerealiseerd is.

Afschrijvingen
Op de onroerend vastgoed in exploitatie gewaardeerd op marktwaarde wordt niet afgeschreven.

Buitengebruikstelling als gevolg van sloop
Indien op het waarderingscomplex of een deel daarvan, op de waardepeildatum ultimo boekjaar een ook voor een derde, onherroepelijke verplichting tot sloop van toepassing is, wordt hier bij de waardering rekening mee gehouden. De sloopkosten worden in het jaar van uitgave ten laste van het resultaat gebracht.

Onroerend vastgoed in exploitatie – beleidswaarde
De beleidswaarde sluit aan op het beleid van De Woonschakel en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie (zelfstandige- en onzelfstandige woongelegenheden) komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van:

  1. Enkel uitgaan van het doorexploiteerscenario, geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie.
  2. Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie.
  3. Inrekening van toekomstige onderhoudslasten, bepaald overeenkomstig het onderhoudsbeleid van de De Woonschakel met de daarbij behorende vastgestelde meerjaren onderhoudsbegroting voor het vastgoedbezit in plaats van de onderhoudsnormen in de markt.
  4. Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerslasten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten van de corporatie en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd ‘lasten verhuur en beheeractiviteiten’ in de resultatenrekening.

De beleidswaarde van BOG / MOG / ZOG en parkeergelegenheden is gelijk aan de marktwaarde en hierbij wordt dus verondersteld dat de marktuitgangspunten overeenkomen met de eigen beleidsuitgangspunten.

Voor zover afwijkend voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat gehanteerde uitgangspunten, zijn de gehanteerde uitgangspunten voor de toekomstige exploitatie - zoals toegepast voor de bepaling van de beleidswaarde van de activa in exploitatie - afgeleid van de meerjarenbegroting (ontwikkeling streefhuur, onderhoudslasten en de lasten van verhuur & beheer) en geënt op de wettelijke voorschriften opgenomen in RTiV artikel 151.

Jaarlijks vindt in de zomer na afloop van het jaarrekeningtraject een validatie van de basisversie plaats. Daarbij wordt door vergelijking met de full-versie achteraf aangegeven of de basisversie een marktwaarde uitkomst heeft gegeven die binnen acceptabele bandbreedte van de full-versie uitkomst ligt. Dit vormt input om de basisversie eventueel aan te passen. Deze inzichten zijn vanzelfsprekend nog niet bekend en niet meegenomen bij de totstandkoming van deze jaarrekening.

Dit jaar heeft er een aanpassing in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde plaatsgevonden. Het model in Wals is opnieuw gecertificeerd. De Woonschakel heeft hierop de marktwaarde aangepast.

Grondslagen voor marktwaarde

Bij het bepalen van de marktwaarde in verhuurde staat is gebruik gemaakt van meerdere macro economische parameters en of schattingen (full variant). Het handboek modelmatig waarderen marktwaarde bepaalt de marktwaarde van de onroerende zaken in exploitatie op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen (Discounted Cash Flow methode).

De toekomstige kasstromen worden bepaald aan de hand van een doorexploitatie- en een uitpondscenario.

Bij het doorexploitatiescenario is de veronderstelling dat het volledige complex in exploitatie blijft gedurende de DCF-periode. Bij het uitpondscenario is de veronderstelling dat na mutatie tot verkoop van individuele woningen tegen leegwaarde wordt overgegaan.

De berekening wordt uitgevoerd over een DCF-periode van 15 jaar. In het doorexploiteerscenario wordt de huur bij mutatie aangepast naar de markthuur of de maximale huur, afhankelijk of de woongelegenheid bij mutatie is te liberaliseren.

  • Indien de maximale huur lager dan of gelijk is aan de huurliberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur het minimum van de markthuur en de maximale huur volgens het woningwaarderingsstelstel.
  • Indien de maximale huur hoger is dan liberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur de markthuur. 

Om de te verwachten kasstromen in de DCF-berekening te bepalen (2024 en verder), wordt gebruik gemaakt van de onderstaande macro-economische parameters. De parameters voor het jaar 2023 zijn gebruikt voor de waardering van 2022 en zijn ter vergelijking opgenomen.

De Woonschakel heeft de in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2023 voorgeschreven parameters en uitgangspunten toegepast voor de volledige portefeuille vastgoed in exploitatie.

PARAMETERS WOONGELEGENHEDEN 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 e.v.
                 
Inflatie en huurverhoging                
Prijsinflatie 10,0% 3,9% 3,8% 2,4% 2,0% 2,0% 2,0% 2,0%
Loonstijging 3,1% 5,8% 5,6% 4,1% 4,1% 4,1% 3,3% 2,5%
Bouwkostenstijging 7,8% 5,8% 5,6% 4,1% 4,1% 4,1% 3,3% 2,5%
Leegwaardestijging -4,2% 7,6% 2,0% 2,0% 2,0% 2,0% 2,0% 2,0%
Boveninflatiore huurverhoging 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0%
                 
Beheerkosten                
Beheerkosten EGW 481 509            
Beheerkosten MGW 472 499            
Beheerkosten Zorgeenheid 435 460            
                 
Overige belastingen, verzekeringen en heffingen                
Belastingen, verzekeringen                
Verhuurderheffing                
                 
Verkoopkosten 1,0% 1,0% 1,0% 1,0% 1,0% 1,0% 1,0% 1,0%
Overdrachtskosten 10,4% 10,4% 10,4% 10,4% 10,4% 10,4% 10,4% 10,4%
                 
Disconteringsvoet exclusief opslagen 5,24% 5,69%            
PARAMETERS WOONGELEGENHEDEN   <1940 > = 1940
< 1960
> = 1960
< 1975
> = 1975
< 1990
> = 1990
< 2005
> = 2005
Instandhoudingskosten bij EGW per m2 bij doorexploiteren              
< 40   1.467 1.441 1.444 1.468 1.525 1.634
> 40 - < 61   1.652 1.612 1.608 1.620 1.692 1.812
> 60 - < 81   1.773 1.725 1.724 1.730 1.811 1.939
> 80 - < 101   1.893 1.838 1.846 1.847 1.938 2.073
> 100 - < 121   1.946 1.888 1.907 1.906 2.001 2.139
> 120   1.998 1.939 1.967 1.965 2.064 2.205
               
Instandhoudingskosten bij MGW per m2 bij doorexploiteren              
< 40   1.254 1.297 1.318 1.357 1.460 1.565
> 40 - < 61   1.344 1.376 1.421 1.457 1.568 1.687
> 60 - < 81   1.475 1.494 1.558 1.589 1.705 1.837
> 80 - < 101   1.652 1.655 1.731 1.754 1.876 2.020
> 100 - < 121   1.813 1.801 1.892 1.909 2.035 2.188
> 120   1.929 1.905 2.014 2.026 2.154 2.315
               
Instandhoudingskosten bij EGW per m2 bij uitponden              
< 40   891 872 818 842 846 932
> 40 - < 61   984 952 895 896 893 1.007
> 60 - < 81   1.049 1.008 944 931 925 1.056
> 80 - < 101   1.116 1.068 991 967 958 1.106
> 100 - < 121   1.149 1.098 1.011 983 973 1.128
> 120   1.181 1.127 1.030 1.000 989 1.150
               
Instandhoudingskosten bij MGW per m2 bij uitponden              
< 40   726 768 772 803 867 963
> 40 - < 61   789 820 834 860 918 1.024
> 60 - < 81   876 893 914 930 980 1.100
> 80 - < 101   988 989 1.009 1.010 1.051 1.190
> 100 - < 121   1090 1.076 1.098 1.087 1.119 1.275
> 120   1168 1.141 1.168 1.149 1.173 1.342
PARAMETERS MAATSCHAPPELIJK ONROEREND GOED 2023
   
Instandhoudingsonderhoud per m² BVO  € 8,36 
Mutatiekosten technisch onderhoud per m² BVO  € 13,97 
Mutatiekosten marketing (% van de marktjaarhuur) 14,0%
Beheerkosten MOG (% van de markthuur) 2,0%
Gemeentelijke OZB Gemeentelijk
Belastingen verzekeringen en overige lasten 0,13%
Mutatieleegstand 6 mnd
Overdrachtskosten 11,4%
PARAMETERS INTRAMURAAL VASTGOED 2023
   
Instandhoudingsonderhoud per m² BVO  € 11,11 
Mutatiekosten technisch onderhoud per m² BVO  € 13,97 
Mutatiekosten marketing (% van de marktjaarhuur) 14,0%
Beheerkosten ZOG (% van de markthuur) 2,5%
Gemeentelijke OZB Gemeentelijk
Belastingen verzekeringen en overige lasten 0,35%
Mutatieleegstand 6 mnd
Overdrachtskosten 11,4%

Voor jaarrekening 2023 is minimaal 1/3 deel van BOG/MOG/ZOG getaxeerd door een onafhankelijke en ter zake deskundige externe taxateur, ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs. Voor het overige deel van BOG/MOG/ZOG is een markttechnische update uitgevoerd. Het taxatierapport en het taxatiedossier waarin de waardering en de daarbij gehanteerde aanpassingen ten opzichte van de basisvariant zijn onderbouwd en vastgelegd zijn in het bezit van De Woonschakel en op aanvraag beschikbaar voor de Autoriteit woningcorporaties.

Toepassing vrijheidsgraden

Voor de taxaties van De Woonschakel zijn vrijheidsgraden toegepast:

  • markthuur; deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur heeft op complexniveau referenties geraadpleegd, uit de NVM-database teneinde marktconforme markthuur(stijgingen) voor de getaxeerde objecten in de taxatie te kunnen verwerken;
  • exit-yield; deze vrijheidsgraad is toegepast voor de BOG/MOG/ZOG. Taxateur acht een schatting van de exit-yield op basis van het model van de taxateur beter passend en  tot meer marktconforme waarderingsuitkomsten leidend. Gemiddeld genomen geldt dat het risicoprofiel voor de zorgcomplexen lager is ingeschat ten opzichte van de MOG-complexen. De verwachting is dat de behoefte en vraag naar dergelijke complexen, mede gelet op de toenemende zorgvraag, onverminderd hoog blijft. De opslag voor technische en functionele veroudering representeert daarbij een eventuele renovatie die na verloop van tijd noodzakelijk zal zijn. Voorts geldt dat er bij een aantal zorgcomplexen sprake is van een woonbestemming dan wel een mogelijkheid bestaat voor alternatieve aanwending naar regulier wonen. Het risicoprofiel blijft dan op basis daarvan relatief beperkt hetgeen zich vertaalt in een relatief lage exit-yield.
  • schematische vrijheid; deze vrijheidsgraad is niet toegepast;
  • bijzondere omstandigheden; deze vrijheidsgraad is niet toegepast;
  • disconteringsvoet; deze vrijheidsgraad is wel toegepast. Taxateur is van mening dat de disconteringsvoet die tot stand komt op grond van de basisversie onvoldoende recht doet aan de afwijkende risicoprofielen van de complexen onderling en heeft derhalve per complex een inschatting gemaakt van de disconteringsvoet. Deze inschatting is vastgelegd in het dossier en op verzoek verkrijgbaar;
  • mutatiekans; deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een mutatie voor alle complexen reëel. De wederverhuurtijd, ter bepaling van de mutatieleegstand is conform het Waarderingshandboek gesteld op 6 maanden. De looptijd van een nieuw huurcontract is conform het Waarderingshandboek voor MOG en ZOG gesteld op 5 jaar;
  • onderhoud; deze vrijheidsgraad is toegepast. De onderhoudskosten zijn ingeschat op basis van de Vastgoed Taxatiewijzer Exploitatiekosten Beleggingsvastgoed en de Vastgoed Taxatiewijzer Exploitatiekosten Zorggebouwen. Per complex is een referentieobject gekozen op basis van omvang, bouwjaar en bouwkundige kenmerken; 
  • erfpacht; deze vrijheidsgraad is niet van toepassing.


Schattingen
Gelet op de huidige marktomstandigheden kunnen toekomstige marktontwikkelingen waarop door externe taxateurs gehanteerde aannames en schattingen ter bepaling van de reële waarde van het commercieel vastgoed zijn gebaseerd, ten opzichte van de werkelijk te verwachten marktontwikkelingen van significante invloed zijn op de uitkomsten van de huidige waardering in de jaarrekening.
Inzicht in de effecten van de toegepaste vrijheidsgraden worden in onderstaand tabel cijfermatig toegelicht.

Vrijheidsgraden BOG/MOG/ZOG Basis Taxatie
Markthuur per m2 € 91,96 € 117,66
Onderhoud per m2 € 8,78 € 9,47
Gem. distonteringsvoet 9,07% 6,44%
Gem. exit-yield doorexpl. - 7,70%
Gem. exit-yield uitponden nvt nvt

1.3 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

De Woonschakel heeft in het verleden een aantal woningen onder voorwaarden verkocht waarbij de koper een contractuele korting van 25% op de reële marktwaarde krijgt. De verwerking van dergelijke transacties hangt af van de contractuele voorwaarden. De Woonschakel onderscheidt hierbij gerealiseerde verkopen en verkopen welke kwalificeren als een financieringstransactie.

Als gerealiseerde verkoop worden gekwalificeerd:

  • verkopen waarbij De Woonschakel het recht op terugkoop heeft tegen reële waarde op terugkoopmoment;
  • verkopen waarbij De Woonschakel een plicht tot terugkoop heeft tegen (verwachte) reële waarde na het verstrijken van een aanzienlijk deel van de geschatte levensduur.
Van deze verkopen wordt het verschil tussen de netto verkoopopbrengst en de boekwaarde op moment van verkoop als resultaat verantwoord onder de post ‘netto gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed VOV’.Als financieringstransactie worden gekwalificeerd:
  • verkopen waarbij De Woonschakel een plicht tot terugkoop heeft tegen een vaste prijs, gebaseerd op de verwachte reële waarde op terugkoopmoment. 
Deze als financieringstransactie gekwalificeerde verkopen onder voorwaarden worden als volgt verwerkt. De betreffende onroerende zaken worden direct voorafgaand aan de verkoop gewaardeerd tegen actuele waarde zijnde de met de koper overeengekomen contractprijs. Het verschil met de boekwaarde op dat moment wordt verwerkt:
  • bij een waardedaling: als een negatieve herwaardering indien en voor zover er voor de betreffende woning(en) op dat moment nog sprake is van een ongerealiseerde waardestijging en voor het overige als een bijzonder waardeverminderingsverlies;
  • bij een waardestijging: als een herwaardering indien en voor zover de actuele waarde hoger is dan de boekwaarde op dat moment zou zijn geweest bij toepassing van waardering tegen historische kostprijs minus afschrijvingen en voor een eventueel resterende overige waardestijging als terugname van een bijzonder waardeverminderingsverlies;
  • de woning wordt voor de overeengekomen contractprijs opgenomen onder de Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden; de (nog te) ontvangen contractprijs wordt opgenomen als Verplichtingen uit hoofde van Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden (eerste waardering).
Indien de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar zal plaatsvinden wordt de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord.

1.4 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de eigen exploitatie

Vastgoed in aanbouw of ontwikkeling bestemd voor de eigen exploitatie wordt gewaardeerd tegen verkrijgings- ­of vervaardigingsprijs, dan wel de lagere marktwaarde in verhuurde staat (RJ 645.209).

De marktwaarde in verhuurde staat wordt bepaald met behulp van geprognosticeerde kasstromen op basis van aannames zoals toegelicht onder vastgoed in exploitatie. Indien gerede twijfel bestaat of de reeds bestede kosten terugverdiend kunnen worden, wordt het vastgoed tegen deze lagere marktwaarde gewaardeerd en wordt het nadelig verschil in het resultaat verantwoord onder de post 'overige waardeveranderingen'.

Wanneer per balansdatum sprake is van feitelijke dan wel juridische investeringsverplichtingen inzake DAEB en/of niet-DAEB vastgoed in ontwikkeling, waarbij de geschatte kostprijs van het vastgoed hoger is dan de marktwaarde in verhuurde staat, wordt het verschil eerst in mindering gebracht op de reeds voor het betreffende project bestede kosten en wordt voor het resterende deel een voorziening gevormd voor verlieslatendheid van een contract (voorziening voor onren­dabele investeringen). De afwaardering wordt in het resultaat verantwoord onder de post 'overige waardeveranderingen'.

Bij gereedkomen van vastgoed in ontwikkeling voor de eigen exploitatie vindt overboeking van het gehele saldo plaats naar vastgoed in exploitatie. Bij deze overboeking wordt voor het bepalen van de verkrijgings- of vervaardigings­prijs uitgegaan van de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met waardeverminderingen.

In de jaarrekening wordt naast juridisch afdwingbare verplichtingen tevens rekening gehouden met feitelijke verplichtingen die kunnen worden gekwalificeerd als ‘intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd’. Hiervan is sprake wanneer uitingen namens De Woonschakel zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige herstructureringen en toekomstige nieuwbouwprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces van de corporatie rondom projectontwikkeling en herstructurering. Van een feitelijke verplichting is sprake indien de formalisering definitief is.

2. Materiële vaste activa

2.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

De onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen.

3. Financiële vaste activa

3.1 Latente belastingvorderingen

Latente belastingvorderingen

Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa  volgens fiscale voorschriften enerzijds en de boekwaarden die in deze jaarrekening gevolgd worden anderzijds. Belastinglatenties worden gewaardeerd tegen contact waarden. Als disconteringsvoet is genomen de gemiddelde rente voor langlopende rente 1,97% (2022:1,90%).

Latente belastingvorderingen uit hoofde van verrekenbare verschillen en beschikbare voorwaartse verliescompensatie worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee verliezen kunnen worden gecompenseerd en mogelijk verrekening kan worden benut.

Latente belastingen worden verantwoord voor tijdelijke verschillen, tenzij De Woonschakel in staat is het tijdstip van afloop van het tijdelijk verschil te bepalen en het niet waarschijnlijk is dat het tijdelijke verschil in de voorzienbare toekomst gaat aflopen.

Bijzondere waardeverminderingen van financiële vaste activa

Ook voor financiële vaste activa, waaronder financiële instrumenten beoordeelt De Woonschakel op iedere balansdatum of er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van een financieel actief of een groep van financiële activa. Bij aanwezigheid van objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen bepaalt De Woonschakel de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waardeverminderingen en verwerkt dit direct in de winst-en-verliesrekening.

Bij financiële activa die gewaardeerd zijn tegen geamortiseerde kostprijs wordt de omvang van de bijzondere waardevermindering bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de effectieve rentevoet van het financiële actief zoals die is bepaald bij de eerste verwerking van het instrument.

Een eventueel bijzonder waardeverminderingsverlies wordt teruggenomen indien de afname van de waardevermindering verband houdt met een objectieve gebeurtenis na afboeking. De terugname wordt beperkt tot maximaal het bedrag dat nodig is om het actief te waarderen op de geamortiseerde kostprijs op het moment van de terugname, als geen sprake geweest zou zijn van een bijzondere waardevermindering. Het teruggenomen verlies wordt in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

3.2 Agio leningen

De agio is het verschil tussen de nominale waarde van de overgenomen leningen en de marktwaarde van de leningen op het moment van verkrijging. De marktwaarde lag lager dan de nominale waarde en daarmee is er sprake van een agio.

4.1 Overige voorraden

De voorraden grond- en hulpstoffen worden gewaardeerd op verkrijgingsprijzen onder toepassing van de FIFO-methode (first in, first out) of lagere opbrengstwaarde.

5. Vorderingen

Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde. Een voorziening voor oninbaarheid gebaseerd op een statische beoordeling per balansdatum wordt in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.

6. Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

7. Eigen vermogen

7.1 Herwaarderingsreserve

Een herwaarderingsreserve wordt gevormd voor het positieve verschil tussen de marktwaarde van activa en de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. In de herwaarderingsreserve worden de ongerealiseerde waardevermeerderingen van de onroerende zaken in exploitatie opgenomen. Er is sprake van een ongerealiseerde waardevermeerdering indien de marktwaarde van een waarderingscomplex op balansdatum hoger is dan de aanschafwaarde op basis van de verkrijgingsprijs- of vervaardigingsprijs.

Indien op een waarderingscomplex in het verleden een waardevermindering is verantwoord, dan wordt pas een herwaarderingsreserve gevormd voor het betreffende complex voor zover de marktwaarde hoger is dan de aanschafwaarde op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

Het gerealiseerde deel van de herwaarderingsreserve van op marktwaarde gewaardeerde onroerende zaken in exploitatie wordt rechtstreeks ten gunste van de overige reserves verantwoord. Aangezien de waardevermeerdering van de onroerende zaken in exploitatie reeds ten gunste van de winst- en verliesrekening is gebracht – en in verband hiermee een herwaarderingsreserve is gevormd – is verwerking van de daaropvolgende realisatie niet ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht.
Er is afgezien van het opnemen van een overzicht van het totaalresultaat over 2023 aangezien er geen rechtstreekse vermogensmutaties hebben plaatsgevonden.

8. Voorzieningen

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen en verliezen die op balansdatum bestaan waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de hoogte redelijkerwijs kan worden geschat. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld.

Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding wordt ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting, dan wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen.

8.1 Voorziening onrendabele investeringen

Wanneer per balansdatum sprake is van feitelijke dan wel juridische investeringsverplichtingen inzake DAEB en/of niet-DAEB vastgoed in ontwikkeling, waarbij de geschatte kostprijs van het vastgoed hoger is dan de aan de investeringsverplichting toe te rekenen marktwaarde, wordt het verschil eerst in mindering gebracht op de reeds voor het betreffende project bestede kosten en wordt voor het resterende deel een voorziening gevormd voor onrendabele investeringen.

8.2 Voorziening latente belastingverplichting

Latente belastingverplichtingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de passiva volgens fiscale voorschriften enerzijds en de boekwaarden die in deze jaarrekening gevolgd worden anderzijds. De berekening van de latente belastingvorderingen en -verplichtingen geschiedt tegen de belastingtarieven die op het einde van het verslagjaar gelden of tegen de tarieven die in de komende jaren gelden, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld.

Belastinglatenties worden gewaardeerd op basis van contante waarde.

Voorziening pensioenen

De Woonschakel heeft één pensioenregeling namelijk de pensioenregeling van het bedrijfstakpensioenfonds voor de Woningcorporaties.

De Woonschakel heeft voor haar werknemers een toegezegde pensioenregeling. Hiervoor in aanmerking komende werknemers bouwen jaarlijks een pensioenrecht op over het loon van dat jaar (middelloonregeling). De verplichtingen, welke voortvloeien uit deze rechten van haar personeel, zijn ondergebracht bij de Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW). De Woonschakel betaalt hiervoor de premies van het werkgeversdeel.

De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar financiële verplichtingen) dit toelaat. Naar de stand van ultimo boekjaar is de dekkingsgraad van het pensioenfonds 128,8%. Het pensioenfonds voldoet aan de minimale dekkingsvereisten en voorziet geen noodzaak voor de aangesloten instellingen om extra stortingen te verrichten. De Woonschakel heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij SPW, anders dan het effect van hogere toekomstige premies.

Op de Nederlandse pensioenregelingen zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing en worden op verplichte, contractuele of vrijwillige basis premies aan pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen betaald door De Woonschakel. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terug storting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.

Voor bestaande verplichtingen (anders dan de te betalen premies) jegens de pensioenuitvoerder en/of werknemers wordt een voorziening opgenomen. Dit betreft dan een voorziening voor:

  • de verplichting van De Woonschakel tot het verrichten van extra betalingen of herstelpremies als gevolg van een lage dekkingsgraad van het pensioenfonds;
  • onvoorwaardelijke nog niet gefinancierde indexaties.

Daarnaast neemt De Woonschakel in voorkomend geval een vordering op voor:

  • toegezegde restituties als gevolg van een hoge dekkingsgraad van het pensioenfonds;
  • over rente of winstdeling die overeenkomstig de bepalingen in een verzekeringscontract beschikbaar komen voor De Woonschakel.

Deze pensioenvoorzieningen worden op basis van de beste schatting gewaardeerd. Hierbij is de verplichting gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichting af te wikkelen. Als disconteringsvoet voor de contant making wordt de rekenrente in de bedrijfswaarde van De Woonschakel gehanteerd.

Indien de periode waarover de uitgaven contant worden gemaakt niet langer is dan een jaar, is de verplichting niet tegen de contante waarde opgenomen. Toevoegingen aan en vrijval van pensioenvoorzieningen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht.

8.3 Overige voorzieningen

De overige voorzieningen worden opgenomen tegen de voor de afwikkeling van de voorziening naar verwachting noodzakelijke uitgaven. Deze uitgaven zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, tenzij anders is aangegeven. De stichting onderkent de volgende overige voorzieningen:

  1. Jubilea. Deze wordt opgenomen tegen de contante waarde van de verwachte uitkeringen gedurende het dienstverband. Bij de berekening van de voorziening wordt onder meer rekening gehouden met verwachte salarisstijgingen en de blijf kans. Als disconteringsvoet voor het contant maken wordt de rekenrente van 3,00% gehanteerd.
  2. Loopbaanontwikkeling. Dit betreft de nominale waarde van het volgens de CAO Woondiensten aan de medewerkers beschikbaar gestelde en nog niet opgenomen loopbaanontwikkelingsbudget.

9. Langlopende schulden

9.1-9.2 Schulden aan overheid en kredietinstellingen

Langlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde.  Een eventueel verschil tussen het ontvangen bedrag en de reële waarde van de lening wordt verantwoord op basis van de bij die transactie horende economische werkelijkheid. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten.

Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt op basis van de effectieve rente gedurende de geschatte looptijd van de schulden in de winst-en-verliesrekening als interestlast verwerkt.

De aflossingsverplichting van de langlopende schulden voor het komende jaar  is opgenomen onder de kortlopende schulden. 

9.4 Terugkoopverplichting verkoop onder voorwaarden

In het kader van de verkoop van woningen onder voorwaarden heeft de corporatie een terugkoopverplichting die mede afhankelijk is van de ontwikkeling van de waarde van de woningen in het economisch verkeer en de specifieke contractuele voorwaarden. De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd. Indien de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar gaat plaatsvinden is de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord.

Terugkoopverplichting/-recht kwadrantwoningen Abbekerk

10. Kortlopende schulden

Kortlopende schulden worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde.

Grondslagen voor de bepaling van het resultaat

Algemeen

Het resultaat wordt bepaald als verschil tussen de opbrengstwaarde van de geleverde prestaties en de kosten en andere lasten over het jaar. De resultaten op transacties worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd; verliezen reeds zodra zij voorzienbaar zijn. Het resultaat wordt tevens bepaald met inachtneming van de verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen van op marktwaarde gewaardeerde materiële vaste activa.

De winst- en verliesrekening wordt verantwoord op basis van de functionele indeling. Omdat De Woonschakel naast verhuuractiviteiten, tevens activiteiten verricht op het gebied van ontwikkeling van vastgoed en verkoop van delen van de vastgoedportefeuille, geeft de functionele indeling de gebruiker van de jaarrekening een beter inzicht van het resultaat per activiteit.

In de functionele winst- en verliesrekening zijn alle opbrengsten direct toe te rekenen aan de activiteiten van De Woonschakel. Bij de kosten is er een onderscheid tussen de direct toerekenbare kosten en de indirecte kosten. De direct toerekenbare kosten worden bij het betreffende onderdeel verantwoord. De toerekening van de indirecte kosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst- en verliesrekening gebeurt op basis van verdeelsleutels. De gehanteerde verdeelsleutels worden toegelicht.

Opbrengstverantwoording algemeen

Opbrengsten uit de levering van goederen worden verwerkt zodra alle belangrijke rechten en risico’s met betrekking tot de eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper.

Opbrengsten uit de levering van diensten geschieden naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten.

11. Huuropbrengsten

De jaarlijkse huurverhoging is van overheidswege gebonden. In 2023 is de wet huurverlaging toegepast en is de huuraanpassing voor woningen per  1 juli 2023 op gemiddeld 2,6% bepaald. Zakelijke contracten voor kantoorruimten etc. zijn aangepast conform de reguliere index. De opbrengsten uit hoofde van huur worden aangemerkt als zijnde gerealiseerd in het jaar van opeisbaarheid daar bij tussentijdse beëindiging van het huurcontract geen terugbetalingsverplichting geldt.

12-13 Opbrengsten en kosten servicecontracten

Dit betreffen ontvangen bedragen van huurders en bewoners ter dekking van te maken en gemaakte servicekosten. Jaarlijks vindt verrekening plaats op basis van de daadwerkelijke bestedingen. De kosten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten.

14. Lasten verhuur en beheeractiviteiten

Hier worden de directe en indirecte kosten verantwoord die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten. Hierbij kan worden gedacht aan lonen en salarissen voor personeel dat primair bezig is met de exploitatie van het vastgoed, huisvestingskosten en algemene kosten dat toerekenbaar is aan de activiteit.

De systematiek van toerekening is toegelicht onder "Toerekening baten en lasten".

15 Lasten onderhoudsactiviteiten

Aan deze post worden de lasten toegerekend die betrekking hebben op de onderhoudslasten. Dit betreffen naast onderhoudslasten ook personeelslasten en overige bedrijfslasten. De systematiek van toerekening is toegelicht onder "Toerekening baten en lasten". Reeds aangegane verplichtingen waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum worden verwerkt onder de niet uit de balans blijkende verplichtingen. Onder onderhoudslasten worden alle direct aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud verantwoord. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden.

16 Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

Aan deze post worden de directe lasten met betrekking tot de exploitatie van het bezit toegerekend die geen betrekking hebben op de verhuur- en beheeractiviteiten of onderhoudsactiviteiten. Gedacht kan worden aan: belastingen en heffingen.

17-19 Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoed portefeuille

De post netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille betreft het saldo van de behaalde verkoopopbrengst minus de boekwaarde (marktwaarde verhuurde staat) van het bestaand bezit en de toegerekende organisatiekosten. Opbrengsten worden verantwoord op het moment van levering (passeren transportakte).

20 Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Dit betreffen waardeverminderingen en eventuele terugname hiervan, die gedurende het verslagjaar zijn ontstaan vanuit nieuw aangegane juridische en feitelijke verplichtingen met betrekking tot investeringen in nieuwbouw. Ook waardeveranderingen als gevolg van sloop en projecten die geen doorgang vinden worden onder deze categorie verantwoord.

21 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed

De onder deze post verantwoorde bedragen hebben betrekking op boekingen uit hoofde van waardeverandering. (Mutaties in) waardeveranderingen ontstaan door een jaarlijkse toets van de marktwaarde ultimo boekjaar ten opzichte van de marktwaarde ultimo voorgaand jaar.

22 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed vov

Dit betreft de jaarlijkse mutatie van de actuele waarde van de woningen verkocht onder voorwaarden. Dit betreft zowel de waardeverandering van de post “onroerende zaken verkocht onder voorwaarden” als de post “verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden”.

23 Overige organisatiekosten

Dit betreffen de kosten die niet aan reguliere bedrijfsactiviteiten toegerekend kunnen worden middels de systematiek toegelicht in "Toerekening baten en lasten”.

24 Kosten omtrent leefbaarheid

De hieronder verantwoorde kosten betreffen kosten van fysieke ingrepen niet zijnde investeringen en uitgaven voor activiteiten in de omgeving van woongelegenheden van De Woonschakel, die de leefbaarheid in buurten en wijken ten goede moeten komen.

25-26 Rentebaten en rentelasten

Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen die als onderdeel van de berekening van de effectieve rente worden meegenomen.

27 Belastingen

De Woonschakel is integraal belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Corporaties zijn verplicht over hun integrale activiteiten vennootschapsbelasting te betalen. Eén en ander is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst (VSO). In deze VSO zijn specifieke bepalingen opgenomen met betrekking tot de waardering van posten op de fiscale openingsbalans en de wijze van resultaatneming.

De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de winst-en-verliesrekening, rekening houdend met beschikbare fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten. Tevens wordt, indien van toepassing,  rekening gehouden met wijzigingen die optreden in de latente belastingvorderingen en latente belastingschulden uit hoofde van wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.

Toerekening baten en lasten

Om tot de functionele indeling van de winst- en verliesrekening te komen wordt gebruik gemaakt van een kosten verdeelstaat. Hierbij worden de personeelslasten verdeeld op basis van de werkelijke activiteiten van werknemers. De overige bedrijfskosten worden verdeeld door een verdeelsleutel te hanteren op basis van het aantal fte's op basis van de activiteiten van de medewerkers.

In de toelichting op de resultatenrekening is inzichtelijk gemaakt hoe de kosten verdeeld worden over de activiteiten.

Grondslagen voor de opstelling van het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de directe methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit liquide middelen.

Het kasstroomoverzicht wordt ingedeeld in drie verschillende activiteitencategorieën:

  • kasstromen uit operationele activiteiten;
  • kasstromen uit investeringsactiviteiten en;
  • kasstromen uit financieringsactiviteiten.

Voor een goed inzicht worden de bruto kasstromen opgenomen. Dit houdt in dat de ontvangsten en uitgaven afzonderlijk worden vermeld en dus niet worden gesaldeerd. Deze worden per groep van transacties en gebeurtenissen afzonderlijk weergegeven.

Artist impression investering sloop/nieuwbouw Hertog Albrechtstraat – Bovenkarspel (2024)

Toelichting op de balans

(x € 1.000,-)

1. VASTGOEDBELEGGINGEN   31-12-2023   31-12-2022
           
  1.1 DAEB-vastgoed in exploitatie        
  Woningen en woongebouwen in exploitatie    953.138     946.747 
  Onroerende goederen niet zijnde woningen    9.402     9.711 
       962.540     956.458 
           
  1.2 Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie        
  Woningen en woongebouwen in exploitatie    6.744     6.872 
  Onroerende goederen niet zijnde woningen    130     1.090 
       6.874     7.962 
           
  1.3 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden        
  Woonschakelkoop    1.942     1.997 
       1.942     1.997 
           
  1.4 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie        
  Bruto vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie    18.528     513 
  Saldering van voorziening    -12.109     -397 
  Netto vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie    6.419     116 
           
           
  TOTAAL VASTGOEDBELEGGINGEN    977.775     966.533 

De WOZ-waarde van het bezit bedraagt ultimo 2023 € 1.592 mln. (2022: € 1.284 mln.).

  • De som van de herwaarderingreserve van de onroerende zaken in exploitatie ultimo balansdatum bedraagt € 505,6 mln.  (2022: € 510,9 mln.)
  • In de DAEB-vastgoed in exploitatie en niet-DAEB vastgoed in exploitatie zijn 321 woningen geoormerkt voor de verkoop. Deze woningen staan nog niet leeg op balansdatum.
  • De activa zijn verzekerd tegen aanschaf- c.q. voortbrengingskosten. Jaarlijks wordt de verzekerde waarde aangepast aan het indexcijfer voor nieuwbouwwoningen zoals dit door de CBS wordt berekend.
  • In het boekjaar werd ter zake van onroerende zaken in ontwikkeling geen bouwrente geactiveerd.
  • Er heeft overheveling plaatsgevonden dus daeb en niet-daeb van 2 BOG eenheden.
  • Naar verwachting worden er circa 12 woningen binnen 1 jaar verkocht.
1. VERLOOPOVERZICHT MVA IN EXPLOITATIE EN ONTWIKKELING DAEB VASTGOED IN EXPLOITATIE NIET-DAEB VASTGOED IN EXPLOITATIE VASTGOED IN ONTWIKKELING BESTEMD VOOR DE EXPLOITATIE
         
  Stand per 1 januari      
  Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs  471.262   6.197   1.670 
  Cumulatieve herwaarderingen/waardeverminderingen  485.196   1.765   -1.553 
  Boekwaarde  956.458   7.962   117 
         
  Mutaties      
  Investeringen  13.325   -   18.790 
  Aankopen  -   -   - 
  Desinvesteringen  -2.028   -   -32 
  Desinvesteringen marktwaarde  -1.650   -   - 
  Overheveling niet DAEB naar DAEB 758 -758  
  Overheveling niet DAEB naar DAEB Marktwaarde 192 -192  
  Waardevermeerderingen en -verminderingen  -5.259   -138   - 
  Overboekingen opgeleverde nieuwbouw  744   -   -744 
  Overboekingen van en naar verkopen onder voorwaarden    -   - 
  Overboekingen naar mva in ontwikkeling aanschafwaarde  -   -   - 
  Overboekingen naar mva in ontwikkeling marktwaarde  -   -   - 
  Overige mutaties aanschafwaarde  -40   -   - 
  Overige mutaties marktwaarde  40   -   - 
  Overige waardeveranderingen en terugneming daarvan  -   -   -11.712 
     6.082   -1.088   6.302 
         
  Stand per 31 december      
  Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs  484.213   5.438   19.684 
  Cumulatieve herwaarderingen/waardeverminderingen  478.327   1.436   -13.265 
         
  BOEKWAARDE  962.540   6.874   6.419 

De mutaties in het bezit bestaan uit de oplevering van 6 nieuwbouwwoningen en de verkoop van 21 woningen uit de verkoopvijver. Er zijn geen woningen gesloopt.

De waardemutatie bedraagt - /- € 5,4 mln. en vanuit onderhoud is € 13,3 mln. geïnvesteerd voor duurzaamheid en renovatie. Voor vastgoed in ontwikkeling is ruim € 26,9 mln. geïnvesteerd in voornamelijk termijnfacturen en er zijn 5 nieuwbouwwoningen en 44 woningen zijn gerenoveerd. Er zijn 118 woningen in aanbouw op balansdatum. In uitvoering zijn 30 renovatiewoningen.

Extra inzet, kwaliteit en betaalbaarheid onderdeel van verschil marktwaarde en beleidswaarde

Toelichting bij activa in exploitatie

Toelichting bij activa in exploitatie of eigen vermogen: beleidsmatige beschouwing op het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie

Per 31 december 2023 is in totaal € 505,6 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in de overige reserves begrepen (2022: € 510,9 miljoen) uit hoofde van de waardering van het vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde in verhuurde staat. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.

De realisatie van deze ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van De Woonschakel. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Daarnaast wordt bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerlasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie.

Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde (en daarmee van het eigen vermogen) in de toekomst gaat worden gerealiseerd.

Het bestuur van De Woonschakel heeft een inschatting gemaakt van het gedeelte van het eigen vermogen dat bij ongewijzigd beleid niet of eerst op zeer lange termijn realiseerbaar is. Deze schatting ligt in lijn met het verschil tussen de beleidswaarde van het DAEB-bezit en niet-DAEB-bezit in exploitatie en de marktwaarde in verhuurde staat van dit bezit en bedraagt circa € 534,3 miljoen. Het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde ultimo 2023 bestaat uit de volgende onderdelen:

BELEIDSWAARDE   2023   2022
         
Martkwaarde per 31-12    969.414     964.409 
         
Afslag wegens beschikbaarheid (doorexploiteren)    -181.949     41.275 
Afslag wegens betaalbaarheid (beleidshuur)    -237.179     -332.279 
Afslag wegens kwaliteit (onderhoud)    -92.326     -55.018 
Afslag wegens beheer    -29.758     -15.576 
         
Beleidswaarde per 31-12    428.202     602.811 

Grafische weergave van de stappen van marktwaarde naar beleidswaarde.

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Watervalgrafiek beleidswaarde  
Marktwaarde 969414
Beschikbaarheid -181949
Betaalbaarheid -237179
Kwaliteit -92326
Beheer -29758
Beleidswaarde 428202

Sensiviteitsanalyse

Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de voornaamste uitgangspunten (gemiddeld per eenheid teruggerekend) als volgt:

(x € 1.000,-)

UITGANGSPUNT   2023   2022   2021
Disconteringsvoet   7,18%   6,21%    
Streefhuur per maand    € 630     € 606     € 600 
Lasten onderhoud per jaar    € 2.474     € 2.087     € 1.804 
Lasten beheer per jaar    € 1.073     € 906     € 817 

Om een beeld te geven bij de gevoeligheid van de beleidswaarde is middels drie variabelen in beeld gebracht welk effect dit veroorzaakt op de beleidswaarde. De beleidswaarde kan worden beïnvloedt door een aanpassing in het beleid van De Woonschakel, bijvoorbeeld door gemiddeld een hogere huurprijs te vragen of door het uitbreiden van de onderhoudsactiviteiten. Naast een wijziging in beleidsuitgangspunten is een aanpassing in de onderliggende definities ook mogelijk.

(x € 1.000,-)

EFFECT OP DE BELEIDSWAARDE MUTATIE T.O.V. BASIS EFFECT OP BELEIDSWAARDE
     
Streefhuur per maand € 25 per eenheid hoger  25.075 
Lasten onderhoud per jaar € 100 per eenheid hoger  -15.000 
Lasten beheer per jaar € 75 per eenheid hoger  -11.250 
Disconteringsvoet 0,5% hoger  -29.631 

(x € 1.000,-)

1.3 ONROERENDE ZAKEN VERKOCHT ONDER VOORWAARDEN   31-12-2023   31-12-2022
           
  Stand per 1 januari        
  Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs    974     1.134 
  Cumulatieve herwaarderingen    1.023     785 
       1.997     1.919 
           
  Woningen teruggekocht onder voorwaarden    -     -160 
  Mutatie herwaardering    -55     238 
       -55     78 
           
  Stand per 31 december        
  Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs    974     974 
  Cumulatieve herwaarderingen    968     1.023 
           
  Boekwaarde    1.942     1.997 

Alle contracten inzake verkoop onder voorwaarden zijn gebaseerd op het principe waarbij sprake is van verleende kortingen op de marktwaarde van 25%. In de post onroerende zaken verkocht onder voorwaarden zijn totaal 10 verhuureenheden opgenomen (2022: 10). Bij terugkopen van de woningen heeft De Woonschakel het beleid om ze terug te nemen in exploitatie dan wel te verkopen in de vrije markt. De verkoop gebeurt alleen als er in het complex al eerder is verkocht.

Teruggekochte VOV woning Opperdoes en weer in verhuur genomen
2.1 VERLOOPOVERZICHT   ONROERENDE EN ROERENDE ZAKEN TEN DIENSTE VAN DE EXPLOTIATIE
       
  Stand per 1 januari    
  Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs    12.810 
  Cumulatieve herwaarderingen/bijzondere waardeverminderingen    -3.620 
  Cumulatieve afschrijvingen    -6.152 
  Boekwaarde    3.038 
       
  Mutaties    
  Investeringen    538 
  Desinvesteringen aanschafwaarde    - 
  Desinvesteringen waardeverminderingen    - 
  Desinvesteringen afschrijvingen    - 
  Afschrijvingen    -250 
       288 
       
  Stand per 31 december    
  Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs    13.348 
  Cumulatieve herwaarderingen/bijzondere waardeverminderingen    -3.620 
  Cumulatieve afschrijvingen    -6.402 
       
  BOEKWAARDE    3.326 

De investeringen bestaan uit de overstap van kleine bedrijfsauto’s naar elektrisch rijden, deelvervanging vloerbedekking kantoor Medemblik en ICT middelen.

De afschrijvingen worden lineair berekend op basis van de geschatte economische levensduur. Op grond wordt niet afgeschreven. De levensduren van de overige materiële vaste activa ten dienste van eigen exploitatie zijn als volgt:

  • bedrijfsgebouwen: 0-40 jaar
  • verbouwingen: 10-25 jaar
  • installaties: 5-25 jaar
  • inventaris en automatisering: 5- 3 jaar
  • vervoermiddelen: 5-13 jaar
  • grond: Geen 

(x € 1.000,-)

3.1 LATENTE BELASTINGVORDERING 31-12-2023 31-12-2022
       
  Stand per 1 januari  1.846   804 
  Mutatie boekjaar  -76   1.042 
     1.770   1.846 
  De latentie is gebaseerd op het verschil tussen de commerciele    
  en fiscale boekwaarde van de posten:    
       
  Verkoop onder voorwaarden    
  Fiscale waardering  274   303 
  Commerciele waardering  1.942   1.997 
  Verschil  1.668   1.697 
  Verschil contant gemaakt  1.668   1.524 
  Volgens geldend tarief 25,8%  430   393 
       
  Leningen    
  Fiscale waardering  876   1.094 
  Commerciele waardering  -   - 
  Verschil  876   1.094 
  Verschil contant gemaakt  792   1.006 
  Volgens geldend tarief 25,8%  204   260 
       
  Boeterente    
  Fiscale waardering  4.925   4.624 
  Commerciele waardering  -   - 
  Verschil  4.925   4.624 
  Verschil contant gemaakt  4.398   4.624 
  Volgens geldend tarief 25,8%  1.136   1.193 
       
  TOTAAL  1.770   1.846 

(x € 1.000,-)

3.2 Agio van leningen   31-12-2023   31-12-2022
           
  Stand per 1 januari    1.942     - 
  Mutatie    -332     1.942 
  Herwaardering    -     - 
  TOTAAL    1.610     1.942 

De agio is het verschil tussen de nominale waarde van de overgenomen leningen en de marktwaarde van de leningen op het moment van verkrijging. De marktwaarde lag lager dan de nominale waarde en daarmee is er sprake van een agio.

(x € 1.000,-)

4.1 OVERIGE VOORRADEN   31-12-2023   31-12-2022
           
  Stand per 1 januari    145     129 
  Inkopen    416     468 
  Verbruik    -416     -452 
       145     145 
  De voorraden bestaan uit materialen en        
  grondstoffen voor de eigen onderhoudsdienst        
           
  TOTAAL    145     145 
De Woonschakel beschikt over 25 uitvoerende medewerkers onderhoud voor o.a. renovaties.

(x € 1.000,-)

5.1 HUURDEBITEUREN   31-12-2023   31-12-2022
           
  Huurdebiteuren    570     524 
  Af: voorziening wegens mogelijke oninbaarheid    -37     -56 
           
TOTAAL      533     468 

In de post huurdebiteuren is ultimo boekjaar een bedrag van € 307.000 (= 0,64% van de jaarhuur) als te vorderen servicekosten.

(x € 1.000,-)

5.2 VORDERINGEN OVERHEID   31-12-2023   31-12-2022
           
  Vordering op de gemeente    1     1 
           
  TOTAAL    1     1 

(x € 1.000,-)

5.3 OVERIGE VORDERINGEN   31-12-2023   31-12-2022
           
  Nog te ontvangen serviceopbrengsten    -     - 
  Overige vorderingen    82     29 
           
  TOTAAL    82     29 

(x € 1.000,-)

5.4 TE VORDEREN VENNOOTSCHAPSBELASTING   12-31-2023   12-31-2022
           
  Vennootschapsbelasting 2019    -     311 
  Vennootschapsbelasting 2020    -     149 
  Vennootschapsbelasting 2021    -     98 
  Vennootschapsbelasting 2022    598     598 
  Vennootschapsbelasting 2023    2.202     598 
       2.800     1.156 
           
           
  TOTAAL    2.800     1.156 

(x € 1.000,-)

5.5 OVERLOPENDE ACTIVA   31-12-2023   31-12-2022
           
  Vooruitbetaalde kosten    40     7 
  Vooruitbetaald aan leveranciers    59     1 
           
  TOTAAL    99     8 

(x € 1.000,-)

6. LIQUIDE MIDDELEN 31-12-2023   31-12-2022
         
  Rekening courant  2.692     2.435 
  Deposito's  655     7.935 
         
  TOTAAL  3.347     10.370 

(x € 1.000,-)

7. EIGEN VERMOGEN   31-12-2023 31-12-2022
         
  Stand eigen vermogen 1 januari    694.418   721.692 
         
  Resultaat boekjaar    6.659   -27.274 
         
  STAND EIGEN VERMOGEN 31 DECEMBER    701.077   694.418 
         
  Overige reserves      
         
  Stand overige reserves 1 januari    210.827   80.743 
         
  Uit resultaatbestemming voorgaand jaar    -27.274   107.796 
  Toename afname ten laste/gunste herwaarderingsreserve    5.261   22.289 
         
         
  STAND OVERIGE RESERVES 31 DECEMBER    188.814   210.827 
         
  Herwaarderingsreserve      
         
  Boekwaarde per 1 januari    510.865   533.154 
  Realisatie uit hoofde van verkoop    -4.628   -1.873 
  Realisatie uit hoofde van sloop    -   - 
  Toename uit hoofde van stijging van de marktwaarde    23.832   17.895 
  Afname uit hoofde van daling van de marktwaarde    -24.465   -38.311 
         
  STAND HERWAARDERINGSRESERVE 31 DECEMBER    505.604   510.865 

Herwaarderingsreserve

De herwaarderingsreserve wordt bepaald op complexniveau op basis van het verschil in de boekwaarde van het vastgoed in exploitatie op basis van marktwaarde ten opzichte van de boekwaarde van het vastgoed in exploitatie op basis van historische kosten. Hierbij wordt bij de bepaling van de boekwaarde op basis van historische kosten geen rekening gehouden met afschrijvingen en waardeverminderingen.

(x € 1.000,-)

8. VOORZIENINGEN   31-12-2023   31-12-2022
           
  8.1 Voorziening onrendabele investeringen/herstructureringen    23.126     7.599 
           
  Mutaties        
  Bij: Saldering opheffen    398     1.272 
  Bij: Dotatie in het boekjaar    14.339     16.846 
  Af: Opgeleverde nieuwbouw    -8.932     -1.442 
  Af: Ontwikkeling marktwaarde    -6.172     -752 
  Af: Saldering met mva in ontwikkeling    -12.110     -397 
           
           
  VOORZIENINGEN ONRENDABELE INVESTERINGEN PER 31 DECEMBER    10.649     23.126 

De voorziening onrendabel wordt gevormd voor het verschil in marktwaarde in verhuurde staat en de stichtingskosten. De stichtingskosten zijn hoger waardoor een deel van het project niet wordt terugverdiend over de exploitatieperiode. Voor dat deel wordt een voorziening gevormd. Als er al uitgaven voor het project zijn gedaan, wordt de voorziening geheel of gedeeltelijk gesaldeerd naar de materiële vaste activa in ontwikkeling.

Veel trouwe huurders wonen langdurig in onze huurwoningen

(x € 1.000,-)

8.3 OVERIGE VOORZIENINGEN   31-12-2023   31-12-2022
           
  Loopbaanontwikkeling    233     234 
  Bij: Dotatie    19     35 
  Af: Vrijval    -1     -25 
  Af: Onttrekking    -17     -11 
       234     233 
           
  Jubileumvoorziening    232     230 
  Bij: Dotatie    20     7 
  Af: Vrijval    -     -3 
  Af: Onttrekking    -3     -2 
       249     232 
           
  OVERIGE VOORZIENINGEN PER 31 DECEMBER    483     465 

Medewerkers bouwen voor de loopbaanontwikkeling per jaar € 900,- (voltijd) op tot een maximum van € 4.500. Zij kunnen dit besteden voor opleidingen die niet direct met hun functie verband houden. Bij einde dienstverband of besteding daalt de voorziening.

Ruimte voor opleidingen en doorstroming medewerkers

(x € 1.000,-)

9. LANGLOPENDE SCHULDEN   31-12-2023   31-12-2022
           
  9.1 Schulden/leningen overheid        
           
  Kortlopend deel    773     995 
  Langlopend deel    6.700     7.472 
  Boekwaarde per 1 januari    7.473     8.467 
  Bij: nieuwe leningen        
  Af: aflossingen    -773     -994 
  Boekwaarde per 31 december    6.699     7.473 
  Af: kortlopend deel    -774     -773 
           
  TOTAAL LANGLOPEND DEEL    5.926     6.700 
           
  Waarvan langer dan 5 jaar    3.497     4.097 

(x € 1.000,-)

9.2 Schulden/leningen kredietinstellingen        
           
  Kortlopend deel    6.409     4.562 
  Langlopend deel    239.099     178.115 
  Boekwaarde per 1 januari    245.508     182.677 
  Bij: nieuwe leningen    18.000     67.393 
  Af: aflossingen    -6.409     -4.562 
  Boekwaarde per 31 december    257.099     245.508 
  Af: kortlopend deel    -9.808     -6.409 
           
  TOTAAL LANGLOPEND DEEL    247.291     239.099 
           
  Waarvan langer dan 5 jaar    208.405     198.421 

De langlopende schulden overheid lopen elk jaar af doordat De Woonschakel geen nieuwe leningen aantrekt bij de gemeente. De Woonschakel heeft in mei en november leningen aangetrokken. De lening van mei is een flexlening van € 9 mln. met een looptijd van 10 jaar. De lening van november is een lineaire lening van € 9 mln. met een looptijd van 30 jaar.

  31-12-2023 31-12-2022
Vastrentende leningen overheid    
     
Restschuld  6.699   7.473 
Gemiddelde rente 1,77% 1,74%
Gemiddelde looptijd  17,0   13,0 
Reële waarde  6.607   7.196 
     
     
     
Vastrentende leningen kredietinstellingen    
     
Restschuld  257.099   245.508 
Gemiddelde rente 2,69% 2,58%
Gemiddelde looptijd  20   25 
Reële waarde  281.713   259.218 

Herfinanciering

De gemiddelde rentevoet voor De Woonschakel bedraagt 2,69% (2022: 2,58%). Deze stijging wordt veroorzaakt door:

Nieuwe leningen

  • De Woonschakel heeft op 17 mei een flex lening aangetrokken van € 9 mln. op basis van 1-maands Euribor met een opslag van 0,24%. 
  • De Woonschakel heeft op 29 november een lineaire lening aangetrokken van € 9 mln. voor een rente van 3,840%. 

Eindaflossingen

  • Er vonden geen eindaflossingen van fixeleningen en overige leningen plaats. 

Rente conversies

  • Op 27 december is er een renteconversie geweest voor een lineaire lening met een openstaand bedrag van € 4 mln. met een looptijd van 20 jaar voor 3,13% (was 2,42%).

Reële waarde
De marktwaarde van de leningen is verantwoord op basis van een basisyield die gebaseerd is op de fixings van de geldmarkt en de IRS-forward tarieven.

Rentevoet en looptijd

(x € 1.000,-)

  31-12-2023 31-12-2022
RENTEPERCENTAGE    
0% - 1%  67.139   81.633 
1% - 2%  41.881   36.421 
2% - 3%  15.808   15.354 
3% - 4%  28.995   16.479 
4% - 5%  109.808   102.763 
5% - %  170   330 
   263.800   252.980 
     
LOOPTIJD    
< 1 jaar  -   - 
van 1 tot 5 jaar  15.730   15.922 
van 5 tot 10 jaar  37.187   8.176 
van 10 tot 15 jaar  16.130   39.051 
van 15 tot 20 jaar  10.475   6.300 
van 20 tot 25 jaar  24.166   28.505 
> 25 jaar  160.111   155.026 
   263.800   252.980 

Borgstelling

Borgstelling van de leningen heeft tot een bedrag van € 255,8 mln. plaatsgevonden door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW).

Marktwaarde

De marktwaarde van de leningen volgens het WSW- overzicht bedraagt in totaal € 284 mln.

(x € 1.000,-)

9.3 SCHULDEN AAN BANKEN   31-12-2023   31-12-2022
           
  Stand per 1 januari    7.418     2.802 
  Nieuwe disagio's    -     4.679 
  Afloop    -332     -63 
           
  SALDO PER 31 DECEMBER    7.086     7.418 

In 2021 ontstond de balanspost ‘schuld aan banken’. De Woonschakel heeft medio december een lening geruild met Vestia. In deze deal kregen wij een lening met een rente van 4,86%. Dat is aanzienlijk hoger dan de marktrente van 0,535% op dat moment. Over een looptijd van 40 jaar levert dat een agio op van € 2,8 mln. en deze zal over de looptijd aflopen ten gunste van de rentelasten.

In 2022 heeft de Woonschakel voor € 69,4 miljoen leningen van Wooncompagnie overgenomen voor de aanschaf van 470 woningen. De rente van een aantal woningen is hoger dan de marktwaarde van 3%. Over de looptijd van de leningen levert dat een agio op van 4,7 mln. en deze zal over de looptijd aflopen ten gunste van de rentelasten.

(x € 1.000,-)

9.4 VERPLICHTING UIT HOOGDE VAN ONROERENDE ZAKEN VERKOCHT ONDER VOORWAARDEN   31-12-2023   31-12-2022
           
  Stand per 1 januari    1.802     1.771 
  Woningen teruggekocht onder voorwaarden    -     -148 
  Mutatie herwaardering    -41     179 
           
           
  SALDO PER 31 DECEMBER    1.761     1.802 

De terugkoopverplichting muteerde door de marktwaardeverandering van de woningen. Doordat in 2023 een woning is teruggekocht, daalt de schuld.

(x € 1.000,-)

9.5 OVERIGE LANGLOPENDE SCHULDEN   31-12-2023   31-12-2022
           
  Stand per 1 januari    217     228 
  Aflossing    -12     -11 
           
  SALDO PER 31 DECEMBER    205     217 

De schuld betreft een voorontvangen huur en loopt nog 18 jaar.

10. KORTLOPENDE SCHULDEN   31-12-2023   31-12-2022
           
  Schulden overheid        
  Kortlopend deel van de langlopende schulden    774     773 
       774     773 
           
  Schulden kredietinstellingen        
  Kortlopend deel van de langlopende schulden    9.808     6.409 
       9.808     6.409 
           
  Schulden leveranciers        
  Schulden leveranciers    2.800     1.631 
       2.800     1.631 
           
  Vooruitontvangen huurders        
  Vooruitontvangen huurders    265     580 
       265     580 
           
  Schulden belastingen en sociale verzekeringen        
  Omzetbelasting    444     472 
  Loonbelasting    104     135 
       548     606 
           
  Schulden ter zake van pensioenen        
  SPW te betalen pensioenpremie    58     56 
       58     56 
           
  Overlopende passiva        
  Vooruitbetaalde rente    2.333     1.942 
  Reservering vakantiedagen    147     127 
  Vennootschapsbelasting    -     - 
  Nog te ontvangen facturen    276     167 
  Overige    -     - 
       2.757     2.236 

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

Voorwaardelijke verplichtingen

Ketenaansprakelijkheid:  De Woonschakel heeft per balansdatum geen niet uit de balans blijkende verplichtingen uit hoofde van de wet keten aansprakelijkheid

Aangegane verplichtingen projecten

In het kader van projecten zijn er ultimo het boekjaar verplichtingen aangegaan tot een bedrag van € 40,1 miljoen (2023: € 44,2 miljoen).

Obligoheffing en obligolening

De Woonschakel heeft op grond van artikel 10, lid 2 onder c van het Reglement van Deelneming van WSW een obligolening aangetrokken.

Deze geldleningsovereenkomst sluit aan op hetgeen is vereist. Het maximum bedrag van de geldleningsovereenkomst is het gecommitteerd obligo.

Dit betekent dat de hoofdsom overeenkomt met 2,6% van het geborgd schuldrestant ultimo 2023. Het gecommitteerd obligo bedraagt eind 2023 € 6,3 miljoen. Op deze lening kan alleen een trekking worden gedaan als WSW daartoe een verzoek heeft gedaan en de woningcorporatie niet binnen 10 werkdagen na dit verzoek kan storten.

Een dergelijk verzoek van WSW is pas aan de orde als het jaarlijks obligo niet toereikend is. Op basis van de prognoses van WSW is dit op basis van de huidige verplichtingen niet aan de orde.

In het geval van een eventuele storting, zal deze rechtstreeks ten gunste van WSW worden uitbetaald en nadien moeten worden afgelost door de woningcorporatie.

Daarnaast heeft De Woonschakel uit hoofde van het borgingsstelsel een obligoverplichting jegens WSW. Deze bestaat uit het jaarlijks obligoheffing van maximaal 0,34% van het geborgd schuldrestant.

Toelichting op de winst- en verliesrekening

(x € 1.000,-)

11. HUUROPBRENGSTEN   31-12-2023   31-12-2022
           
  Huuropbrengsten DAEB        
  Woongelegenheden    41.925     38.937 
  Intramuraal    2.573     2.428 
  Maatschappelijk onroerend goed    801     752 
  Parkeren    2     2 
       45.301     42.119 
           
  Huuropbrengsten niet-DAEB        
  Woongelegenheden    359     350 
  Bedrijfsonroerend goed    46     104 
       405     454 
           
  Huurderving        
  Af: wegens leegstand    -455     -222 
  Af: wegens oninbaar    -121     -56 
       -576     -278 
           
           
  TOTAAL HUUROPBRENGSTEN    45.130     42.295 

De huuropbrengsten zijn gestegen door de overname van 470 woningen. De reguliere huurverhoging is wordt teniet gedaan door de wet op huurverlaging. Het percentage huurderving bedraagt 1,29% (2022: 0,83%) van de bruto huur. De stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door de woningen die leegstaan voor de toekomstige sloop (Rositastraat en Hertog Albrechtstraat).

(x € 1.000,-)

12 - 13. SERVICEOPBRENGSTEN EN KOSTEN   31-12-2023   31-12-2022
           
  Serviceopbrengsten    1.020     911 
  Servicekosten    -991     -926 
           
           
  RESULTAAT SERVICEOPBRENGSTEN EN KOSTEN    29     -15 

(x € 1.000,-)

14 LASTEN VERHUUR EN BEHEERACTIVITEIT   31-12-2023   31-12-2022
           
  Directe kosten        
  Exploitatielasten    -191     -165 
       -191     -165 
           
  Indirect kosten        
  Afschrijvingen    -80     -108 
  Lonen en Salarissen    -1.204     -1.152 
  Sociale lasten    -195     -180 
  Pensioenlasten    -147     -145 
  Overige personeelslasten    -96     -109 
  Huisvestingskosten    -437     -333 
  Overige kosten    -60     -61 
       -2.219     -2.088 
           
  Overige opbrengsten        
  Indicentele baten    -     - 
       -     - 
           
  TOTAAL LASTEN VERHUUR EN BEHEERACTIVITEIT    -2.410     -2.253 

De lasten verhuur en beheer bestaan voornamelijk uit personeelskosten van woonconsulenten en medewerkers klant.

(x € 1.000,-)

PERSONELE LASTEN   31-12-2023   31-12-2022
         
Lonen en salarissen    3.940     3.766 
Sociale lasten    639     530 
Pensioenlasten    480     466 
     5.057     4.761 
         
Gealloceerd aan verhuur en beheer    -1.546     -1.475 
Gealloceerd aan onderhoud    -2.464     -2.238 
Gealloceerd aan verkoop    -111     -143 
Gealloceerd aan leefbaarheid    -276     -286 
Gealloceerd aan overige organisatiekosten    -661     -619 
     -5.057     -4.761 
         
Uitzendkrachten    18     106 
         
Overige personele lasten        
Opleidingskosten    116     111 
Reiskosten    40     35 
Kantinekosten    22     23 
Werkkleding en arbo    42     37 
Overige    99     70 
     319     276 

Werknemers

Ultimo boekjaar had de corporatie 74,1 FTE werknemers in dienst (2022: 71,7). Dit aantal is gebaseerd op het aantal fulltime equivalenten. Geen van de werknemers is buiten Nederland werkzaam. Er zijn geen werknemers in dienst bij geconsolideerde maatschappijen.

  2023 2022
Directie 2 1.0
Staf & control 4,9 5,8
Klant 10,5 9,5
Wonen 10,9 10,5
Onderhoud 29,1 29,1
Financiën 4,8 5,9
Vastgoed 11,9 9,9
Totaal 74,1 71,7

Ultimo 2023 is er 1 persoon werkzaam op detacheringsbasis in de organisatie.

(x € 1.000,-)

15 LASTEN ONDERHOUDSACTIVITEITEN   31-12-2023   31-12-2022
           
  Directe kosten        
  Reparatieverzoeken    -2.033     -1.683 
  Mutatieonderhoud    -2.357     -1.286 
  Onderhoud op afroep    -2.655     -1.694 
  Contract onderhoud    -2.751     -2.216 
  Planmatig onderhoud    -3.011     -3.744 
       -12.807     -10.623 
           
  Indirect kosten        
  Afschrijvingen    -78     -102 
  Lonen en Salarissen    -1.920     -1.747 
  Sociale lasten    -311     -272 
  Pensioenlasten    -234     -219 
  Overige personeelslasten    -153     -103 
  Huisvestingskosten    -423     -315 
  Algemene kosten    -195     -138 
       -3.313     -2.897 
           
           
  TOTAAL LASTEN ONDERHOUDSACTIVITEITEN    -16.120     -13.520 

Door de stijgende prijzen materialen, loonkosten, de toename door dure mutatiewoningen door lange huurduur en de toename van het woningbezit door de overname van 470 woningen Wooncompagnie zijn de kosten op nagenoeg alle onderhoudsafdelingen gestegen.

Het onderhoud op afroep valt hoger uit dan in 2023 door de extra capaciteit die via derden ingezet is voor badkamer-, keuken- en toiletrenovaties. hebben geplaatst.

(x € 1.000,-)

16 OVERIGE DIRECTE OPERATIONELE LASTEN EXPLOITATIE BEZIT   31-12-2023   31-12-2022
           
  Belastingen    -3.120     -2.463 
  Waterschapslasten    -699     -624 
  Verzekeringen    -220     -152 
  Verhuurderheffing    -52     -3.034 
           
           
  TOTAAL    -4.091     -6.273 

In het boekjaar 2022 worden corporaties voor de laatste keer aangeslagen door de rijksoverheid tot het betalen van de verhuurderheffing.  In 2023 is een RVV heffing ten onrechte verrekend in 2022 en gecorrigeerd in 2023.

(x € 1.000,-)

17 - 19 RESULTAAT VERKOOPACTIVITEITEN   31-12-2023   31-12-2022
           
  Verkoopopbrengsten        
  Verkoopopbrengsten    5.686     3.588 
       5.686     3.588 
           
  Indirect kosten        
  Afschrijvingen    -3     -3 
  Lonen en Salarissen    -87     -112 
  Sociale lasten    -14     -17 
  Pensioenlasten    -11     -14 
  Overige personeelslasten    -7     -3 
  Huisvestingskosten    -15     -10 
  Algemene kosten    -4     -3 
       -139     -162 
           
  Boekwaarde van de verkochte woningen        
  Marktwaarde van de verkochte woningen    -3.678     -2.131 
       -3.678     -2.131 
           
  Verkoopkosten    -126     -145 
           
           
  RESULTAAT VERKOOPACITVITEITEN    1.742     1.150 

In 2023 hebben wij 21 woningen verkocht (2022: 13) met een gemiddelde verkoopopbrengst van € 254.000 (2022: € 276.000) en een gemiddelde boekwaarde van € 149.000 (2022: € 163.900).

(x € 1.000,-)

20 - 22 WAARDEVERANDERINGEN   31-12-2023   31-12-2022
           
  Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille        
  Dotatie voorziening onrendabel    -14.339     -16.846 
  Vrijval voorziening onrendabel    6.172     752 
  Onttrekking aan voorziening    8.932     1.442 
  Waardevermindering opgeleverde projecten    -     -2.171 
       765     -16.823 
           
  Niet gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed        
  Positieve waardemutatie bestaand bezit    31.416     22.288 
  Negatieve waardemutatie bestaand bezit    -36.813     -46.573 
       -5.397     -24.285 
           
  Niet gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed VOV        
  Waardemutatie activa    -55     239 
  Waardemutatie terugkoopverplichting    41     -192 
       -14     47 

De marktwaarde is met 1,2% gestegen ten opzichte van voorgaand jaar. Deze waardering komt tot stand door het handboek met voorgeschreven parameters. Een deel komt voort uit de taxatie van bedrijfsonroerend goed, maatschappelijk onroerend goed en zorgvastgoed. 

(x € 1.000,-)

23 OVERIGE ORGANISATIEKOSTEN   31-12-2023   31-12-2022
           
  Directe kosten        
  Overige bestuurskosten    -70     -119 
  Agio Vestia    -     - 
  Obligoheffing    -338     -88 
  Heffing AW    -35     -30 
  Presentiekosten RvC    -87     -82 
  Externe controlekosten    -185     -199 
       -714     -517 
           
  Indirecte kosten        
  Afschrijvingen    -76     -84 
  Lonen en Salarissen    -515     -483 
  Sociale lasten    -83     -75 
  Pensioenlasten    -63     -61 
  Overige personeelslasten    -41     -84 
  Huisvestingskosten    -417     -264 
  Algemene kosten    -68     -57 
       -1.264     -1.109 
           
           
  TOTAAL OVERIGE ORGANISATIEKOSTEN    -1.979     -1.627 

De directe overige organisatiekosten zijn iets gestegen ten opzichte van 2022 omdat de obligoheffing is verhoogd.  

(€ 1.000,-)

24 LEEFBAARHEIDSKOSTEN   31-12-2023   31-12-2022
           
  Directe kosten        
  Leefbaarheidskosten    -35     -66 
       -35     -66 
           
  Indirecte kosten        
  Afschrijvingen    -8     -12 
  Lonen en Salarissen    -215     -223 
  Sociale lasten    -35     -35 
  Pensioenlasten    -26     -28 
  Overige personeelslasten    -17     -13 
  Huisvestingskosten    -44     -38 
  Algemene kosten    -10     -5 
       -355     -354 
           
           
  TOTAAL LEEFBAARHEIDSKOSTEN    -390     -420 

Leefbaarheid vraagt voornamelijk personele inspanning. Door afspraken te maken, naar huurders te luisteren en met hen tot een oplossing te komen waarbij ook afstemming nodig is tussen gemeenten en zorgpartijen. De directe kosten bestaan uit fysieke maatregelen, zoals het bijhouden van de directe omgeving. De Woonschakel doet in voorkomende gevallen de eerste aanzet en de bewoners houden het vervolgens bij

Uitgaven leefbaarheid woonomgeving i.h.k.v. hot spots

(x € 1.000,-)

25 - 26 RENTEBATEN EN RENTELASTEN   31-12-2023   31-12-2022
           
  Rentebaten    4     3 
  Rentelasten    -6.886     -2.869 
       -6.882     -2.866 
           
  Rentelasten        
  Rentelasten overheid    -130     -143 
  Rentelasten kredietinstellingen    -6.429     -4.874 
  Rente herfinanciering en (dis)agio    -332     2.161 
  Overige rente lasten    9     -13 
       -6.882     -2.869 
           
  TOTAAL RENTEBATEN EN RENTELASTEN    -6.882     -2.866 

De rentelasten zijn hoger doordat vorig jaar het resultaat van de herfinanciering en (dis)agio van een omvangrijke herfinanciering van leningen in 2021 is verantwoord.

(x € 1.000,-)

27 BELASTINGEN   31-12-2023   31-12-2022
           
  Acute belastinglast    -3.648     -4.702 
  Mutatie te betalen vennootschapsbelasting    -     975 
  Mutatie latentie (dis)agio leningen    -55     80 
  Mutatie latentie afschrijvingen    -     - 
  Mutatie latentie verkoop onder voorwaarden    36     50 
  Mutatie latentie ATAD    -     - 
  Mutatie latentie boeterente    -58     913 
  Mutatie latentie opwaarderingspotentieel    -     - 
           
           
  TOTAAL BELASTINGEN    -3.725     -2.684 

Berekening acute vennootschapsbelasting

    2023    
         
Resultaat voor belastingen        -10.384 
Geactiveerde productie    -     
Afschrijvingen    122     
Waarde veranderingen vastgoed    -4.646     
Hogere lasten onderhoud    2.050     
Dis(agio)leningen    1.200     
Netto verkoopresultaat    -857     
HIR    2.773     
Beperkt aftrekbare kosten    -15     
Rente aftrek beperkt ATAD    -4.435     
Totaal verschillen        -3.808 
         
Belastbaar bedrag        -14.192 
         
Verschuldigde winstbelasting        3.725 

Het effectieve belastingtarief dat geldt voor 2023 bedraagt:
Tarief tot € 200.000 : 19,0%
Tarief boven de € 200.000 : 25,8%

( x € 1.000,-)

  CONTROLEKOSTEN   31-12-2023   31-12-2022
           
  Controle van de jaarrekening    -143     -147 
  Controle van de dVi    -15     -12 
  Accountantshonoraria    -158     -159 
           
  Controle overig    -27     -40 
           
           
  TOTAAL CONTROLEKOSTEN    -185     -199 

( x € 1.000,-)

  INDIRECTE KOSTEN OVERIG   31-12-2023   31-12-2022
           
  Afschrijvingen   -245   -310
  Huisvestingskosten   -1.335   -960
  Overige kosten   -338   -264
      -1.919   -1.534

Gescheiden verantwoordingen DAEB en niet-DAEB

(x € 1.000,-)

ACTIVA 2023 2022
  DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal
                 
VASTGOEDBELEGGINGEN                
DAEB-vastgoed in exploitatie  962.540   -   -   962.540   956.457   -   -   956.457 
niet-DAEB vastgoed in exploitatie  -   6.874   -   6.874   -   7.962   -   7.962 
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden  -   1.942   -   1.942   -   1.997   -   1.997 
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie  6.419   -   -   6.419   116   -   -   116 
   968.960   8.817   -   977.775   956.574   9.959   -   966.533 
MATERIËLE VASTE ACTIVA        -         - 
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie  3.326   -   -   3.326   3.038   -   -   3.038 
   3.326   -   -   3.326   3.038   -   -   3.038 
FINANCIËLE VASTE ACTIVA        -         - 
Latente belastingvorderingen  1.770   -   -   1.770   1.846   -   -   1.846 
Nettovermogenswaarde niet-DAEB  7.303   -   -7.303   -   7.379   -   -7.379   - 
Agio leningen  1.610   -   -   1.610   1.942   -   -   1.942 
Interne lening  1.898   -   -1.898   -   1.862   -   -1.862   - 
   12.581   -   -9.201   3.380   13.029   -   -9.241   3.788 
VOORRADEN        -         - 
Vastgoed bestemd voor de verkoop  -   -   -   -   -   -   -   - 
Overige voorraden  145   -   -   145   145   -   -   145 
   145   -   -   145   145   -   -   145 
VORDERINGEN        -         - 
Huurdebiteuren  534   -1     533   472   -5     468 
Overheid  1   -     1   1   -     1 
Overige vorderingen  82   -     82   29   -     29 
Te vorderen vennootschapsbelasting  2.800       2.800   1.156       1.156 
Overlopende activa  214   -116     97   114   -   -106   8 
   3.630   -117   -   3.515   1.773   -5   -106   1.662 
                 - 
LIQUIDE MIDDELEN  1.200   2.147   -   3.347   9.175   1.195   -   10.370 
         -         - 
TOTAAL ACTIVA  989.841   10.847   -9.201   991.488   983.734   11.150   -9.347   985.536 

(x € 1.000,-)

PASSIVA 2023 2022
  DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal
                 
EIGEN VERMOGEN                
Herwaarderingsreserves  505.604   1.637   -1.637   505.604   510.865   1.941   -1.941   510.865 
Overige reserves  188.814   5.743   -5.743   188.814   210.827   5.762   -5.762   210.827 
Resultaat van het boekjaar  6.659   -76   76   6.659   -27.274   -324   324   -27.274 
   701.077   7.303   -7.303   701.077   694.418   7.379   -7.379   694.418 
                 
VOORZIENING                
Voorzieningen onrendabele investeringen  10.649   -   -   10.649   23.126   -   -   23.126 
Voorziening latente belastingverplichting  -   -   -   -   -   -   -   - 
Overige voorzieningen  483   -   -   483   465   -   -   465 
   11.132   -   -   11.132   23.590   -   -   23.591 
                 
LANGLOPENDE SCHULDEN                
Schulden aan overheid  5.926   -     5.926   6.700   -     6.700 
Schulden aan kredietinstellingen  247.291   -     247.291   239.099   -     239.099 
Schulden aan banken  7.086       7.086   7.418       7.418 
Verplichting uit hoofde van onroerende zaken VOV  -   1.761     1.761   -0   1.802     1.802 
Overige langlopende schulden  205   -     205   217   -     217 
Interne lening  -   1.898   -1.898   -   -   1.862   -1.862   - 
   260.510   3.659   -1.898   262.269   253.434   3.664   -1.862   255.236 
                 
KORTLOPENDE SCHULDEN                
Schulden aan overheid vj  774   -     774   773   -     773 
Schulden aan kredietinstellingen vj  9.808   -     9.808   6.409   -     6.409 
Schulden aan leveranciers  2.800   -     2.800   1.631   -     1.631 
Vooruitontvangen huren  265   -     265   580       580 
Belastingen en sociale verzekering  548   -     548   606   -     606 
Schulden ter zake van pensioenen  58   -     58   56   -     56 
Overige schulden  -   -     -   -   -     - 
Overlopende passiva  2.869   -115     2.757   2.236   107   -106   2.236 
   17.122   -115   -   17.010   12.292   107   -106   12.291 
                 
                 
TOTAAL PASSIVA  989.841   10.847   -9.201   991.489   983.734   11.150   -9.347   985.536 

(x € 1.000,-)

  2023 2022
WINST- EN VERLIESREKENING DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal
                 
Huuropbrengsten  44.736   394   -   45.130   41.853   442   -   42.295 
Opbrengsten servicecontracten  1.020   -   -   1.020   911   -   -   911 
Lasten servicecontracten  -991   -   -   -991   -926   -   -   -926 
Lasten verhuur en beheeractiviteiten  -2.387   -22   -   -2.409   -2.231   -22   -   -2.253 
Lasten onderhoudsactiviteiten  -15.964   -155   -   -16.119   -13.356   -164   -   -13.520 
Overige directe operationele lasten expl. bezit  -4.049   -41   -   -4.091   -6.243   -29   -   -6.273 
Netto resultaat exploitatie van vastgoedport.  22.364   175   -   22.539   20.007   227   -   20.234 
                 
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille  5.686   950   -950   5.686   3.588   -   -   3.588 
Toegerekende organisatiekosten  -266   -   -   -266   -307   -   -   -307 
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille  -3.678   -950   950   -3.678   -2.131   -   -   -2.131 
Netto gerealiseerd resultaat verk. vastgoedport.  1.742   -   -   1.742   1.150   -   -   1.150 
                 
Overige waardever. vastgoedportefeuille  765   -   -   765   -16.823   -   -   -16.823 
Niet-gerealiseerde waardever. vastgoed  -5.299   -98   -   -5.397   -23.816   -470   -   -24.285 
Niet-gerealiseerde waardever. vastgoed VOV  40   -54   -   -14   40   7   -   47 
Niet-gerealiseerde waardever. vastgoed verkoop  -   -   -   -   -   -   -   - 
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille  -4.495   -152   -   -4.646   -40.599   -462   -   -41.061 
                 
Overige organisatiekosten  -1.963   -16   -   -1.979   -1.612   -15   -   -1.627 
Kosten omtrent leefbaarheid  -387   -3   -   -390   -417   -4   -   -420 
                 
Waardeveranderingen van financiële vaste activa        -         - 
Opbrengst van vorderingen vaste activa        -         - 
Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten  45     -41   4   44     -41   3 
Rentelasten en soortgelijke kosten  -6.886   -41   41   -6.886   -2.869   -41   41   -2.869 
Saldo financiële baten en lasten  -6.841   -41   -0   -6.882   -2.825   -41   -0   -2.866 
                 
RESULTAAT VOOR BELASTINGEN  10.420   -36   -0   10.384   -24.296   -294   -0   -24.591 
                 
Resultaat deelnemingen  -76   -   76   -   -324   -   324   - 
Vennootschapsbelasting  -3.685   -40   -   -3.725   -2.654   -30   -   -2.684 
                 
RESULTAAT NA BELASTINGEN  6.659   -76   76   6.659   -27.274   -324   324   -27.274 

(x € 1.000,-)

Direct kasstroomoverzicht x € 1.000 2023 2022
  DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal
                 
Huurontvangsten  45.783   407  -  46.190   42.337   452   -   42.789 
Ontvangst Rente  188  -  -41   147   44   -   -41   3 
Overige bedrijfsontvangsten       -  41   1   -   42 
Totaal ingaande kasstroom  45.971   407   -41   46.337   42.422   453   -41   42.834 
                 
Personeelsuitgaven  -5.151   -53     -5.204   -4.850   -47     -4.897 
Onderhoudsuitgaven  -12.426   -120     -12.546   -10.560   -136     -10.696 
Overige bedrijfsuitgaven  -8.243   -70     -8.313   -6.311   -63     -6.374 
Rentebetalingen  -6.559   -40   41   -6.559   -4.796   -41   41   -4.796 
Verhuurdersheffing  -52  -    -52   -3.034   -     -3.034 
Vennootschapsbelasting  -5.211   -40     -5.251   -5.875   -47     -5.922 
Totaal uitgaande kasstromen  -37.642   -323   41   -37.925   -35.426   -334   41   -35.719 
                 
KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN  8.329   84  -  8.412   6.996   119   -   7.115 
                 
Materiële vaste activa - ingaande kasstroom                
Verkoopontvangsten bestaande huur, woon.  5.591   950   -950   5.591   3.481   40   -   3.521 
Verkoopontvangsten grond en overig  21  - -  21   45   -   -   45 
Ontvangsten uit hoofde van vervreemding mva  5.612   950   -950   5.612   3.526   40   -   3.566 
                 
Materiële vaste activa - uitgaande kasstroom                
Uitgaven nieuwbouw huur, woon- en niet woon.  -18.834     950   -17.884   -5.644   -   -   -5.644 
Uitgaven woningverbetering, woon- en niet woon.  -13.325  - -  -13.325   -4.338   -   -   -4.338 
Uitgaven aankoop woongelegenheden (inclusief VOV)  -67  - -  -67   -64.967   -   -   -64.967 
Uitgaven overige investeringen  -589  - -  -589   -523   -   -   -523 
Uitgaven materiele vaste activa  -32.815  -  950   -31.865   -75.472   -   -   -75.472 
                 
Ontvangsten verbindingen - - - -  -   -   -   - 
Ontvangsten overig  81  -  -81  -  81   -   -81   - 
Uitgaven verbindingen - - - -  -   -   -   - 
Uitgaven overig - - - -  -   -   -   - 
Saldo FVA  81  -  -81  -  81   -   -81   - 
                 
KASSTROOM UIT (DES)INVESTERINGEN  -27.122   950  -  -26.253   -71.865   40   -   -71.906 
                 
Opgenomen door WSW geborgde leningen  18.000  - -  18.000   72.266   -   -   72.266 
Opgenomen niet door WSW geborgde leningen - - - -  -   -   -   - 
Aflossing door WSW geborgde leningen  -6.409  - -  -6.409   -4.561   -   -   -4.561 
Aflossing niet door WSW geborgde leningen  -773   -81   81   -773   -995   -81   81   -995 
KASSTROOM UIT FINANCIERING ACTIVITEITEN  10.818   -81   81   10.818   66.710   -81   81   66.710 
                 
Toename (afname) van geldmiddelen  -7.975   953   81   -7.023   1.841   78   81   1.919 
                 
Wijziging kortgeld                
Liquide middelen per 1 januari  9.175   1.195  -  10.370   7.334   1.117   -   8.451 
Liquide middelen per 31 december  1.200   2.147  -  3.347   9.175   1.195   -   10.370 
                 
Mutatie liquide middelen  -7.975   952  -  -7.023   1.841   78   -   1.919 

WNT verantwoording 2023 De Woonschakel

 De WNT is van toepassing op De Woonschakel. Het voor De Woonschakel toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2023 € 187.000.

(bedragen x € 1,-)

Gegevens 2023 A.B.M Gieling L. Rijper - de Geus
Functiegegevens Directeur bestuurder Financieel directeur
Aanvang en einde functievervulling in 2023 1/1 - 31/12 1/3 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1 1
Dienstbetrekking? ja ja
Bezoldiging    
Bezoldiging plus belastbare onkostenvergoedingen 164.004 85.147
Beloningen betaalbaar op termijn 21.141 12.919
subtotaal 185.145 98.066
     
Individueel toepasselijl bezoldigingsmaximum 187.000 156.773
     
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t. nvt
Bezoldiging 185.145 98.066
     
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t.
     
Gegevens 2022 A.B.M Gieling  
Functiegegevens Directeur bestuurder  
Aanvang en einde functievervulling in 2022 1/1 - 31/12  
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1  
Dinestbetrekking? ja  
Bezoldiging    
Beloging plus belastbare onkostenvergoedingen 159.079  
Beloningen betaalbaar op termijn 18.841  
subtotaal 177.920  
     
Individueel toepasselijl bezoldigingsmaximum 181.000  
     
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t.  
Bezoldiging 177.920  

1c. Toezichthoudende topfunctionarissen

(bedragen x € 1,-)

Gegevens 2023 G.B. van Assem J.Ph.M. de Dood M.B. de Vries
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2023 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 20.196 13.464 13.464
       
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum 28.050 18.700 18.700
       
'-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Bezoldiging 20.196 13.464 13.464
       
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t. n.v.t.
       
Gegevens 2022 G.B. van Assem J.Ph.M. de Dood M.B. de Vries
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2022 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 19.548 13.032 13.032
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum 27.150 18.100 18.100

(bedragen x € 1,-

Gegevens 2023 J. Tophoff J.Cohen
Functiegegevens Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2023 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12
     
Bezoldiging    
Bezoldiging 13.464 13.464
     
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum 18.700 18.700
     
'-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t. n.v.t.
Bezoldiging 13.032 13.032
     
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t.
     
Gegevens 2022 J. Tophoff J.Cohen
Functiegegevens Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2022 01/01 - 31/12 01/01- 31/12
     
Bezoldiging    
Bezoldiging 13.032 13.032
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum 18.100 18.100

3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2023 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

Statutaire resultaatbestemming

De Woonschakel kent geen statutaire bepalingen omtrent de winstverdeling. De Woningwet bepaalt dat toegelaten instellingen alleen uitkeringen mogen doen in het belang van de volkshuisvesting. De directie bepaalt met goedkeuring van de Raad van Commissarissen dat het resultaat van een boekjaar aan de reserves wordt toegevoegd.

De jaarrekening is gecontroleerd door BDO Audit & Assurance BV.

Gebeurtenissen na balansdatum

Er hebben na balansdatum geen gebeurtenissen plaatsgevonden met noodzakelijke vermelding in dit jaarverslag.

Medemblik, 22 mei 2024

Bestuur

Naam:
Dhr. A.B.M. Gieling
Functie:
directeur-bestuurder

Raad van commissarissen

Naam:
(w.g.) Dhr. J.J.Ph.M. de Dood
Functie:
voorzitter
Naam:
(w.g.) Mw. J. Tophoff
Functie:
vicevoorzitter
Naam:
(w.g.) Dhr. G.B. van Assem
Functie:
lid
Naam:
(w.g.) Dhr. M.B. de Vries
Functie:
lid
Naam:
(w.g.) Dhr. J. Cohen
Functie:
lid

Versie: v8.2.20

Software voor digital-first corporate reporting

Creëer op efficiënte wijze publicaties die impact maken

Met iwink.report maak je publicaties op een eenvoudige en efficiënte manier. Je bespaart tijd, fouten en stress. Vanuit één plek publiceer je naar een volwaardige webversie, PDF en iXBRL-bestand. Zo geef je lezers de best mogelijke ervaring.

Meer over iwink.report